Dagboek in Coronatijd 26-6-2020, Sam en Moos in de kerk

Zoals beloofd beginnen we vandaag met een grap. Maar daarvoor nog even een fijne whatsapp die ik van een bevriend lid van de Tweede Kamer mocht ontvangen. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin oorspronkelijk uitsluitend werd gesproken over racisme en het slavernijverleden, maar waar uiteindelijk ook antisemitisme aan is toegevoegd. De motie roept op om in het onderwijs stevige aandacht aan deze zwarte bladzijden van onze vaderlandse geschiedenis te besteden. Misschien misplaatst om het te zeggen, maar ik voel toch enige vorm van schroom als ik spreek over ‘zwarte’ bladzijden, als u begrijpt wat ik bedoel. Zwart wordt hier gekoppeld aan iets negatiefs, aan een donkere periode. Maar ja, denk ik dan bij mezelf, ik heb toch ook geen moeite met Jodenkoeken! Maar geweldig dat eindelijk het verleden op een juiste manier aan de aandacht van onze jeugd wordt gebracht, en vergeeft u mij de ‘zwarte’ bladzijden.

Twee bedelaars zitten bij de ingang van de kerk. De een rechts en de ander links. Voor de rechter bedelaar, Moos, staat een bord met het opschrift: Alstublieft, een aalmoes voor een arme Jood. De andere bedelaar heeft op zijn bord met grote letters neergeschreven: Alstublieft, een aalmoes voor een arme katholiek. Beide bedelaars zitten geduldig te wachten op giften van de kerkgangers. Interessant is dat de katholiek heel goed beurt, terwijl Moos nagenoeg niets ontvangt. Kerkgangers die misschien gewoonlijk niets aan bedelaars zouden geven, geven nu juist wel aan de katholieke bedelaar om Moos te treiteren.

Weken gaan voorbij. Na drie weken komt er een oud vrouwtje af op Moos en legt hem uit dat als mensen moeten kiezen tussen een Joodse bedelaar en een katholieke dan gaat uiteraard hun voorkeur uit naar de bedelaar van hun eigen geloof. En dus adviseert de lieve oude dame aan Moos om of een andere plaats te kiezen, niet voor een kerk, of dat Moos zich moet laten dopen. Moos hoort het vrouwtje gewillig en dankbaar aan en als ze uit het zicht is verdwenen zegt Moos tegen de katholieke bedelaar: Sam, zij vertelt ons hoe we zaken moeten drijven.

Is dit een antisemitisch grapje? Ja en nee. Het hangt ervan af wie het vertelt en wie ernaar luistert. Zelfspot is een diep ingewortelde gewoonte bij Joden. Als u, beste lezer van mijn dagboek, als reactie op dit grapje niet lacht maar u zegt of denkt: Joden-Geld, als dat in uw gedachten opkomt adviseer ik u dat het verstandig is dat u, hetgeen de motie in de Tweede Kamer beoogt, wat meer kennis neemt van onze Vaderlandse Geschiedenis met zijn dieptepunten op het gebied van vele vormen van discriminatie, waaronder het antisemitisme. En als u het gewoon een goede grap vindt, dan hoeft u wat mij betreft die Vaderlandse Geschiedenis niet meer te bestuderen.

Maar valt u niets op? Is het niet vreemd dat ik deze Jodenmop zomaar onder uw aandacht durf te brengen? Het antwoord op deze vraag is: Ja, dat is vreemd want er kunnen foutieve vertaalslagen worden gemaakt en dat kweekt dan weer antisemitisme. Maar het feit dat ik deze Jodenmop aan u toevertrouw toont verbondenheid en het kennelijk ontbreken van angst bij mij dat u deze grap verkeerd zult vertalen. Dat is mooi! Dat is vertrouwen. Dat is het bestrijden van antisemitisme.

Zoals aangekondigd was ik gastspreker op een Australische Zoom Bijeenkomst van een gemêleerd gezelschap: Joden en christenen. En ik moest spreken over mijn werkzaamheden in Oekraïne. Ik had niets voorbereid, ben gewoon begonnen en kreeg op een gegeven moment te horen dat ik kon gaan afronden. Prachtig! Want mijn ervaring heeft geleerd dat een opgeschreven toespraak veel minder overkomt dan een spontaan verhaal. Ik moet dus wel wat te vertellen hebben en moet niet in een situatie of gezelschap verkeren waar ieder verkeerd woord wordt aangegrepen om mij te tackelen.

Want, beste (vaste?) lezer, is het u bekend dat ik nooit op een kruk zit? De reden: een kruk heeft slechts drie poten en gezien er altijd wel iemand is die probeert om de poten onder mijn stoel weg te zagen…In dat bijna honderd tellende gezelschap voelde ik mij thuis. En als je jezelf ergens thuis voelt kun je anders spreken. Ja, veel antisemitisme om ons heen, maar er zijn ook hechte vriendschappen. En juist in tijd van oorlog, want die kant begin ik wel een beetje op te denken, zijn coalities met vrienden van groot belang.

Ik hoop dus van harte dat ik nog vele Joden-grappen zal mogen vertellen. En dat we dan samen hard kunnen lachen omdat u en ik vrienden zijn, elkaar volledig vertrouwen. En zelfs hoop ik dat als u de moppentapper bent, dat ik dan net zo hard zal lachen als toen ikzelf de grap vertelde en u schaterlachte. Hoewel ik toch het bange vermoeden heb dat als u een Jodenmop vertelt, ik toch minder zal lachen. Maar dat zal niet zijn vanwege een vieze bijsmaak, maar omdat ik nou eenmaal beter grappen kan vertellen dan u……. maar ja, ik ben dan ook niet voor niets rabbijn geworden.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *