Een rabbijn heeft nooit vakantie – dagboek van een opperrabbijn

CIP neemt twee weken vakantie. Jammer, want wat doe ik dan met mijn dagboeken? Doorgaan? Ook vakantie nemen? Ik vraag me af wie wie meer nodig heeft in deze onzekere tijden. Ik het dagboek of het dagboek mij. Het zal wel 50/50 zijn zoals zoveel gebeurtenissen in het leven.

Enige dagen geleden was ik op bezoek in Den Haag bij een vooraanstaand politicus. Tijdens ons gesprek, dat niet ging over koetjes en kalfjes, plaatse de politicus een opmerking die mij is bijgebleven. Tijdens een vergadering enige jaren geleden waarbij wij beiden aanwezig waren, werd er gesproken over tolerantie ten opzichte van iemand waarmee je het volledig oneens bent. Moet je de ander van jouw gelijk overtuigen of laat je hem in zijn waarde met zijn, in jouw optiek, kromme denkbeelden?

De politicus was toen onder de indruk van de Joodse benadering waarbij het je verplaatsen in de gedachtewereld van de ander, ook als die wereld niet de jouwe is, steeds het uitgangspunt moet zijn. Op vele zonden staat in het de Bijbel de doodstraf. Maar de uitvoering van die doodstraf was nagenoeg onmogelijk omdat het Jodendom ervan uitgaat dat het beter is om een schuldige ongestraft te laten rondlopen dan een onschuldige ten onrechte te veroordelen. Dit typeert de opstelling naar de medemens: concentreer je op hetgeen hij wel kan en laat zijn tekortkomingen, zolang je daarin toch geen verandering kunt aanbrengen, voor wat ze zijn. Sterker nog: probeer die tekortkomingen te begrijpen, verplaats je in zijn verkeerde manier van leven, om hem te kunnen helpen met de problematiek waaraan hij lijdt. Als hij jou om hulp vraagt, biedt hem dan dat wat voor hem en ook in zijn optiek het best is.

Hoewel een rabbijn soms recht moet spreken, is hij primair in mijn visie, een hulpverlener die als taak heeft om te helpen en niet om te (ver)oordelen. Ik scoorde dus hoog bij de politicus. Maar klopt het eigenlijk wel dat je altijd moet meegaan met het verlangen van degene die om hulp vraagt? Wat als hij anderen beschadigt? En wat als het overduidelijk is dat hij gesteund wil worden in het beschadigen van zichzelf? Er zijn grenzen ook aan het meegaan in de gedachtewereld van de ander. Maar desondanks moet het je primaire doel zijn om hulp te bieden en niet terechtwijzen. De nuance mag nooit ontbreken.

Maar bij het bieden van hulp komt automatisch de vraag naar boven in hoeverre de problematiek, de misère van de ander, door jou naar huis wordt meegenomen. Afstand nemen, is het gebruikelijke advies. Maar om een naaste te helpen en te adviseren is afstand niet altijd haalbaar. Ik, na 45 jaar werkzaamheid, kan me nog steeds niet loskoppelen van tragedies. Het telefoontje vandaag van een jonge vrouw die nog maar kort te leven heeft, grijpt mij aan. Zij zoekt het contact met mij, wil dat ik haar bezoek in het hospice…..ze had zo graag haar kinderen zien opgroeien. Ik denk terug aan mijn vriend, de psychiater, die maar een korte periode van zijn pensioen kon genieten. Hij werd zieker en zieker. Hij kwam langs, gereden door zijn zoon, om afscheid te nemen. Zoveel hadden we samen mogen helpen en nu afscheid. En toch mag ik me niet door de emotie laten bevangen, maar langs me heen laten gaan ook weer niet.

En terwijl ik net bovenstaande heb geschreven, belt een van mijn rabbijnen me op. Hij heeft een vrouw ontmoet, dochter van een Joodse moeder. Moeder, overlevende van de oorlog, wist eigenlijk tot voor kort niet dat ze Joods is. Het trekt haar vanwege haar vermoorde ouders die ze nooit heeft gekend. Haar dochter is dus ook Joods en heeft dat gisteren voor het eerst gehoord. Er gebeurt van alles met deze moeder en dochter. Zij worden op eigen verzoek geconfronteerd met hun identiteit, met voorouders generaties lang. Waarschijnlijk kwamen hun voorouders uit Polen en overleefden ze de pogroms. En nu willen ze terug naar het Jodendom, ze voelen zich een schakel in een eeuwenoude ketting. Maar wat zijn de implicaties? Ze weten eigenlijk niets. Beiden uiteraard met niet Joodse mannen getrouwd, prima huwelijken. Ze willen sjabbat houden, koosjer eten……geweldig! Maar ze lopen veel te hard van stapel. Ik adviseer mijn jongere collega om vooral te bouwen en ervoor te waken dat er niet gebroken gaat worden.

Identiteitsprobleem voor de moeder en de dochter, maar even zozeer voor hun niet-joodse echtgenoten. Ook zij moeten ermee om gaan, er moeten wegen worden gevonden. De jongere rabbijn moet moeder, dochter, vader en echtgenoot begeleiden op hun pas ingeslagen nieuwe levensweg. Een weg die verbindt met eeuwenlange tradities. Maar de weg zit wel vol valkuilen en er geldt een duidelijke snelheidsbeperking, want bij te snel rijden kun je uit de bocht vliegen.

Ik ga met mijn Blouma volgende week een paar dagen even weg. Maar of weg echt weg zal zijn weet ik nooit. De gemeenschap is klein, maar complex en een rabbijn heeft altijd dienst. Want laten we eerlijk zijn: rabbijn behoort geen baan te zijn, maar een 24/7 roeping. Het is mij gegeven om Hem 24/7 te dienen door mezelf dienstbaar te maken voor ieder, juist ook als hij/zij in nood verkeert.

Een fijne en zegenrijke vakantie. En vergeet niet dat er voor Boven geen vakantie bestaat.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *