Het bloedsprookje en McDonalds – dagboek van een Opperrabbijn

Mijn dagboek dreigt te ontsporen van een Dagboek naar Memoires, dus van nu naar toen. En inderdaad zou het vastleggen van gebeurtenissen uit het verleden en speciaal ook ontwikkelingen, leerzaam kunnen zijn. Maar mijn opdrachtgever, het Joods Cultureel Kwartier, wil een Dagboek opdat na de coronatijd de huidige actualiteit de geschiedenis kan weergeven. Dus feitelijk schrijf ik nu dus toch de Memoires. Alleen niet de memoires van nu, maar de memoires van de toekomst.

Vandaag reizen we weer terug, want, ik heb het bewust verzwegen, we varen dadelijk terug vanuit Harwich naar Hoek van Holland. Het weekend waren we in Londen voor de verloving van onze oudste Londense kleinzoon. Voor de heenreis moest ik in verband met corona stapels papieren invullen met alle adressen waar ik me zou bevinden, telefoonnummers en wie bereikbaar zal zijn in geval van nood. Niemand heeft bij binnenkomst in Engeland erom gevraagd, maar het invullen was wel een aardige vorm van vrijetijdsbesteding. Van GB naar Nederland hoef ik niets in te vullen. En in Londen wordt, in mijn beleving, het mondkapje als het anticorona-middel beschouwd en wordt er veel meer in geloofd dan bij ons.

Behalve de verloving en de daaraan gekoppelde receptie, kennismaking met de aanstaande kleindochter en haar ouders en de nodige dagelijkse wandelingen, heb ik zitten peinzen over de toekomst van Joods Nederland. Is er toekomst? Een jonge rabbijn uit Edgware, Londen, stelde mij die vraag en zette mij aan het denken, speciaal vanwege een paar e-mails die ik vandaag ontving.

Even ter verduidelijking van mijn persoon: vakantie en “er-even-tussenuit”, bestaat voor mij niet. Ik wil het wel, maar voel mij verplicht om steeds bereikbaar te zijn. En dus controleer ik voortdurend mijn e-mails. En zie: een hoopgevend schrijven van de Resonans groep uit Limburg, een regelmatig treffen van RK vertegenwoordigers met de Joodse gemeenschap. “Inmiddels heeft er een gesprek plaatsgevonden met de econoom van het bisdom Roermond. Hij bracht namens de bisschop heel goed nieuws mee. De bisschop vindt ons werk en onze activiteiten van grote waarde. We kunnen dus doorgaan, zoals we gewend zijn. Dat betekent: – we kunnen de sprekers vergoeden; – we kunnen gebruik maken van de ruimtes van het bisdom- – we mogen gebruik maken van secretariële ondersteuning.” Zo’n treffen tussen Joden en Katholieken is natuurlijk van groot belang. Elkaar leren kennen, wederzijds begrip, respect etc.

Maar beperkt het Joodse leven zich in Nederland tot het verstevigen van de banden met de christelijke samenleving? Tot het voorlichting geven over de Shoah? Tot het vertellen over Jodendom op scholen? Tot het kweken van begrip en het bestrijden van antisemitisme? Weer een uitnodiging in mijn mailbox om te spreken voor een programma dat wordt uitgezonden op RTL 5, bij Family7 en zelfs in Suriname. Een bevestiging van een interview met Frans Bromet voor een documentaire over antisemitisme. Allemaal prima en positief.

Maar mijn primaire taak hoort zich binnen de Joodse gemeenschap af te spelen: Joodse lessen, cursussen, lezingen in synagogen, geestelijk en pastorale zorg aan Joden die daaraan behoefte voelen, artikelen en toespraken. Gelukkig zat er ook een uitnodiging bij om gastspreker te zijn bij de inwijding van een nieuwe Thora-rol in de hoofdsynagoge van Brandenburg-Duitsland. En verder geeft mijn digitale agenda mij aan dat er komende weken een aantal zoomlessen gegeven moeten worden.

Maar tussen alle WhatsApps en e-mails zat er ook een reactie op een van mijn dagboeken: een plaatje van een varken en het woord Juuuuuude. Een van mijn vaste dagboeklezers heeft kunnen achterhalen wie de schrijver was en wie zijn werkgever met als resultaat een e-mail: “N.a.v. ons telefoongesprek en uw e-mail, hebben wij gisteren een gesprek gevoerd met onze medewerker Piet. Hierin hebben wij expliciet aan hem aangegeven, dat wij ons distantiëren van zijn uitlatingen op social media. Binnen ons bedrijf is er geen enkele ruimte voor enige vorm van racisme of discriminatie. Ik hoop dat u kunt begrijpen dat het voor ons moeilijk te controleren is wat onze medewerkers in hun vrije tijd doen. Wij hebben daarom aan Piet mondeling en per brief aangegeven, dat wanneer hij ons bedrijf wederom in diskrediet brengt er gevolgen zullen zijn…….”.

Fantastisch zo’n reactie die de (Joodse) burger weer moed geeft. Of beter gezegd “gaf”, want enige minuten later bereikte mij een alarmerend verzoek van een Joodse arts die het antisemitisme nauwgezet volgt. Een link doet hij mij toekomen. Een link naar een bericht waarin in klare taal wordt uitgelegd dat 90% van het vlees dat van McDonald’s afkomstig is van kleine kinderen die zijn geslacht door Joden. De Joden, zo wordt uitgebreid uitgelegd, slachten niet-Joodse kinderen omdat ze hun bloed nodig hebben voor het bakken van matzes. De rest van de gruwelijke e-mail zal ik u besparen, maar op verzoek kan ik u de link sturen. De Joodse arts vraagt mij om op te treden tegen deze moderne versie van het Middeleeuwse bloedsprookje. De geschiedenis van toen blijkt de realiteit van nu en de verschrikking van morgen.

G’d zij dank zijn er lichtpunten in Limburg , wordt mijn dagboek op het christelijke CIP geplaatst, heb ik ook in de seculiere wereld vrienden en waakt de Overheid over onze veiligheid en accepteert geen enkele vorm van antisemitisme. En het mooie van al die negatieve duisternis is, dat juist in het donker het licht veel meer wordt opgemerkt.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *