Er werd niet geblazen…

Dit jaar hebben we op de eerst dag van Joods Nieuwjaar-Rosj Hasjana niet op de sjofar geblazen want, zo staat in de Talmoed: Misschien vergeet iemand dat het sjabbat is en draagt hij per ongeluk de sjofar op straat en op sjabbat is dat niet toegestaan, vanwege het draagverbod. Hoe kan het, zo wordt de vraag gesteld, dat zo’n belangrijk gebod als het sjofarblazen wordt afgelast vanwege een zeer onwaarschijnlijke overtreding?

Het jaar waarin de Eerste Tempel in Jeruzalem werd verwoest was ook een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. En ook de verwoesting van de Tweede Tempel viel in een jaar waarin ook op de eerste dag Rosj Hasjana niet op de sjofar werd geblazen. Geen goed voorteken dus dat we dit jaar niet op de sjofar konden blazen op de eerste dag Rosj Hasjana.

Maar behalve dit negatieve is er ook iets positiefs in onze geschiedenis dat heeft plaatsgevonden juist in een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. In het 40ste jaar na de Uittocht uit Egypte trok het Joodse volk Israel binnen en ook in dat jaar viel de eerste dag op sjabbat. En ook het jaar waarin G’d vergiffenis schonk aan het volk vanwege het dienen van het Gouden Kalf, was een jaar dat begon zonder de sjofar op de eerste dag.

Dus reist de vraag: is het negatief of positief dat we dit jaar begonnen zijn zonder het sjofarblazen op de eerste dag?

In een zeker land werkte in het paleis van de koning een bediende. De bediende was erg toegewijd, maar desondanks kwam hij op een gegeven dag op het idee om een staatsgreep te plegen. Hij werd betrapt, gearresteerd en moest verschijnen voor de rechtbank waarbij de opperrechter de koning zelf zou zijn. De bediende ging op zoek naar een advocaat die bereid zou zijn hem te verdedigen, maar geen enkele advocaat durfde deze klus op zich te nemen. De verrader verdedigen ten overstaan van de koning!? Uiteindelijk kwam zijn vrouw op het idee dat zijzelf de verdediging zou voeren. Die verdediging verliep geweldig. De rechtbank, onder leiding van de koning, hoorde van de verdediger wat voor een goede vader en echtgenoot haar man was, hoe trouw hij in essentie was aan de koning en hoe hij vol spijt en berouw was over zijn poging tot staatsgreep. De verdediger, de echtgenote, heeft de verdediging zo goed gevoerd dat de bediende er met een heel lichte straf afkwam.

Een tijd later doet zich een soortgelijk geval voor. Ook weer een bediende die de koning van de troon wilde stoten. En ook hij kon geen verdediger vinden. En ook hij kwam op het idee om zijn vrouw als verdediger te laten fungeren. Maar hun relatie was verre van goed en zijn vrouw peinsde er niet over. Maar na zware ruzies en spanningen heeft ze, onder zware druk van haar man, toch ingestemd. Bij de rechtbank verscheen ze met haar hand in een zwachtel en een blauw oog. Resultaat van een echtelijke wrijving. Ze voerde de verdediging maar kwam verre van goed over met als gevolg dat haar man een nog zwaardere straf kreeg dan aanvankelijk was geëist.

Na de Schepping van de wereld kwam de sjabbat met een klacht bij G’d. Lieve Heer. Zondag heeft maandag. Dinsdag heeft woensdag. Donderdag heeft vrijdag. Alleen ik, de sjabbat, ben alleen, zonder partner. G’d hoorde de klacht van de sjabbat aan en bracht een oplossing: het Joodse volk zal jouw partner zijn.

En zo staat op Rosj Hasjana, de dag van de rechtspraak, de sjabbat als verdediger van het Joodse volk voor de Allerhoogste. Als we een goede relatie hadden met de sjabbat, de sjabbat respecteerden en eerden, dan zal de sjabbat als verdediger goed overkomen en komen we er goed vanaf. Als we een slechte relatie hadden…

Hoe zit het met onze relatie met sjabbat? Er zijn toch helaas vele Joden die de sjabbat niet helemaal eerbiedigen?

Reb Levie Jitschak van Barditsjev heeft hierover het volgende gesprek met G’d:
Lieve G’d. Kijk naar Uw volk. Stel, in een bepaald land is het aan de Joden verboden om op Rosj Hasjana op de sjofar te blazen. Ze krijgen alleen toestemming als ze eerst voor Rosj Hasjana miljoen dollar aan de overheid betalen. Alle Joden, en ook de Joden die normaliter niet eens naar sjoel zouden gaan, zullen dan alles in het werk stellen om het bedrag bijeen te rapen, om het bedrag omlaag te krijgen of om kwijtschelding te verkrijgen: er moet op de sjofar geblazen kunnen worden!

Maar omdat er één mening in de Talmoed is die aangeeft dat het blazen op de sjofar tot een mogelijke overtreding van de Heilige Sjabbat zou kunnen leiden, blaast geen enkele Jood ter wereld op de sjofar wanneer Rosj Hasjana op de sjabbat valt.

Kijk, Almachtige G’d, wat een geweldig indrukwekkende band Uw volk heeft met de Heilige Sjabbat!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *