Over straat met mijn geweertas

Pas even op! Er bestaat een joodse wet dat het verboden is om te roddelen, kwaad te spreken over anderen. Maar even zozeer mag ik niet veroorzaken dat anderen over mij gaan roddelen en dus: Zondag 4 oktober was het de Tweede Dag Soekot en ook op de Tweede Dag Soekot is ‘werken’ niet toegestaan en dus even ter verduidelijking en ter voorkoming van achterklap: pas na nacht ben ik aan dit dagboek begonnen!

Allereerst een welkom terug aan het NIW. Twee weken was het NIW met vakantie en werd mijn dagboek wel braaf naar het NIW gestuurd, maar even zo braaf niet geplaatst. CIP ging natuurlijk wel gewoon door en de facebooken ook, maar geen NIW en dus weet ik dat een aantal van mijn trouwe lezers mij (hopelijk) gemist hebben.

Na donderdag zo’n beetje de hele dag gepuzzeld te hebben over het dilemma wel of niet naar Maastricht voor de eerste dagen Soekot, zijn we uiteindelijk toch niet gegaan. Met pijn in het hart gewoon thuisgebleven. Even een korte uitleg: al tientallen jaren wordt er door een Joodse orthodoxe cateraar uit Antwerpen zomervakantie, wintervakantie en Soekot gearrangeerd. Gasten komen uit Zwitserland, België, Engeland, USA en Israël. Omdat hij zich richt op het orthodox Joodse publiek, zal hij moeten kunnen aantonen dat alle maaltijden koosjer zijn en ORT – Onder Rabbinaal Toezicht worden bereid.

En daar kom ik dan in de picture. Ik ben zijn ‘koosjer stempel’ voor de maaltijden en voorzie de gasten tijdens de maaltijden en de synagogediensten van droosjes, inspirerende toespraken. En dus had ik in Maastricht kunnen zijn in het Crowne Plaza Hotel aan de Maas. Maar de onzekerheid over de gasten uit België en uit Londen t.a.v. corona, heeft me doen besluiten om niet te gaan. Houden ze social distance? En dus zaten we thuis in onze eigen Soeka, Loofhut, die ik wel al ‘voor de zekerheid’ had opgezet, hadden we onze “eigen” gasten, natuurlijk sjoeldiensten in onze “eigen” sjoel en genoot ik van mijn eigen vijfsterrenmaaltijden van mijn dierbare echtgenote. 

Naast de loofhut hebben we ‘nog wat’ met Soekot, namelijk de loelav. Iedere ochtend gedurende Soekot nemen we een loelav (tak van een dadelpalm), twee wilgentakjes, drie mirthetakjes en een etrog (soort citrusvrucht) en spreken daarover een lofzegging uit. De betekenis heb ik in mijn vorige dagboek een beetje uitgelegd. Vanochtend liep ik dus met dit loelav-stel, zoals we dat noemen, naar de synagoge. Mensen keken me vreemd na. Stel u voor: er loopt een rabbijn met zwarte hoed, zwarte jas en om zijn schouder hangt een leren tas die lijkt op een draagtas voor een geweer. Op die tas zit dan ook nog een doosje (voor die etrog) dat lijkt op een doosje voor reserve munitie. Wat moet een onschuldige en nietsvermoedende voorbijganger hiervan denken? “Rabbijn-ogende man met geweer in binnenstad op weg naar synagoge!” Enfin zonder kleerscheuren en zonder politiealarm veroorzaakt te hebben, heb ik de synagoge bereikt en ben ik ook weer gewoon thuisgekomen.

Maar er zit hieraan een geschiedenis gekoppeld. Hoe kom ik aan die leren loelav schoudertas? Vijf jaar geleden was ik in Mariupol (Oekraïne) en heb ik kenbaar gemaakt aan de rabbijn dat ik de beveiliging van zijn synagoge onverantwoord slecht vond. Resultaat was dat vanuit Nederland sindsdien een beveiliger wordt betaald die voor de deur van de synagoge staat. En enige maanden geleden vond er inderdaad een aanslag plaats en heeft de door Nederland betaalde beveiliger de terrorist kunnen ontdoen van zijn bijl en zo het leven gered van de rabbijn en van de andere aanwezigen. Twee jaar geleden ontving ik, net voor Soekot, de leren loelav-tas die lijkt op een geweerhoes. Maar dit jaar besef ik pas hoe toepasselijk die leren loelav-geweerhouder was als dank voor mijn inzet een beveiliger te hebben geregeld. Vorig jaar zou ik daaraan nog niet hebben gedacht. Het was dus onbewust een erg passend cadeau!

Stiekem moest ik vanochtend, toen ik vreemd werd nagekeken, denken aan die Molukker die ten tijde van de treinkaping in Wijster in 1975 met een vioolkist door de stad liep. Er werd meteen alarm geslagen en door de politie werd hem zijn vioolkist ontfutseld. En wat zat er in die vioolkist? Een geweer. Waarop de Molukker verbouwereerd uitriep: o nee, nu zit mijn broer met een viool in de trein!

Ik vraag me af of ik deze “grap” wel had mogen neerschrijven. Maar ja, ik moest er toch echt aan denken vanochtend met mijn geweertas over mijn schouder. En weet u, de kaping toen was volstrekt onaanvaardbaar, maar de Molukkers zijn in mijn optiek ook onaanvaardbaar slecht door de Nederlandse overheid behandeld. Maar omdat ze rustige nette mensen zijn, kregen ze geen aandacht. Ik heb nooit kunnen aanvaarden de manier waarop ze hier in Nederland ontvangen zijn. Er moest helaas een treinkaping aan te pas komen om aandacht te vragen voor hun leed…….En juist vanwege mijn sympathie richting Molukkers, durfde ik deze ongepaste grap te delen. Want ook een goede niet-joodse vriend mag aan mij een grap over Joden vertellen die, uit de mond van een antisemiet, totaal onaanvaardbaar zou zijn.

Even terug naar mijn jachtgeweer. De Jood die met zijn Loelav zichtbaar door de straat loopt toont op te komen voor zijn geloof, zich niet te generen en laat aan de hem omringende niet-joodse gemeenschap zien dat hij (een Joodse) ruggengraat heeft. Voeg daaraan nog toe dat de dadelpalm, die eruitziet als een ruggengraat, symbool staat voor de studie van de Thora, de ruggengraat van het Jodendom, en de symboliek is weer helemaal compleet: geweer, Joodse ruggengraat en Thorastudie!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW  publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *