Dagboek van een Opperrabbijn, 10 november 2020

Wat ben ik dankbaar dat ik nu een piepkleine laptop heb met een los toetsenbord en een kanjer van een scherm. Zo’n beetje de hele dag door-gezoomd en dan is een groot scherm een verademing. Los hiervan zijn de muis, het toetsenbord en zelfs de printer zonder draden. De eerste zoom-bijeenkomst, een sjioer voor 60+, had een technisch probleem aan het begin. Namelijk geen geluid en geen beeld. Ieder kon ik zien en horen, maar niemand kon mij waarnemen. Dat is natuurlijk heel goed voor pastorale rabbinale zorg: goed de ander horen spreken en nauwkeurig de ander gadeslaan. Lichaamstaal spreekt vaak boekdelen en de meest belangrijke seinen zitten tussen de regels door. Jezelf tegelijkertijd volledig uitschakelen, als het ware onzichtbaar aanwezig zijn, dat wordt van mij verwacht als hulp-rabbijn. Niet te verwarren met een Hulpbisschop, want dat is een totaal ander RK-verhaal.

Met hulp-rabbijn bedoel ik dat de rabbijn hulp moet bieden, moet klaarstaan, tot steun moet zijn. Er werd mij recentelijk verteld “u bent misschien wel het gezicht van Joods Nederland”. Ik ben daarmee niet erg verheugd. Een rabbijn moet proberen om primair het hart te zijn, en niet het gezicht. Als ik terugdenk aan mijn prille eerste decennia rabbijn dan voel ik weer het Sinai-Centrum, mensen met heel veel verdriet, daardoor echt ziek geworden en dan naast ze te mogen zitten, soms geen woord te zeggen, luisteren, luisteren, luisteren, naar mensen naar wie niemand meer wenste te luisteren. Heb ik ze wel voldoende oor gegeven? Voldoende geduld getoond?

Maar toch is alleen hulp-rabbijn niet voldoende. Soms moet ik juist niet rustig en geduldig luisteren, maar moeten er contacten worden gelegd, netwerken opgebouwd en onderhouden, mobiliseren.

Er dreigde met het nieuwe wetsvoorstel “huwelijkse gevangenschap” iets mis te gaan. Waarover gaat dit? Een huwelijk loopt kapot en er wordt burgerlijk gescheiden. Het gebeurt helaas af en toe dat een van de partners weigert om ook aan het godsdienstige huwelijk een eind te maken, meestal om te treiteren. Gevolg is dat hoewel gescheiden, er toch nog steeds sprake van een religieuze gebondenheid. Dat dit om vele redenen ongewenst is, moge duidelijk zijn. En dus heeft de Minister van Rechtsbescherming besloten om hieraan iets te doen en is er een wetsvoorstel dat de rechter in de gelegenheid stelt om de echt-scheidende exen te verplichten om ook het religieuze huwelijk te ontbinden. Dankzij de oplettendheid van Mr. Loonstein, de bekende advocaat en vechtersbaas, werd er bemerkt dat de manier waarop de wet werd geformuleerd voor de Joodse echtscheiding juist het tegendeel bereikt. De details zal ik u besparen, maar kort verwoord: er was sprake van een directe dwang en dat is een halagisch probleem, terwijl indirecte dwang juist meer dan welkom is. En dus werd o.a. ik uit de rabbinale stal gehaald, werd er een zoom-vergadering georganiseerd, een aantal brieven en gesprekken en het probleem werd door onze Minister Sander Dekker herkend en erkend en het wetsvoorstel werd dusdanig aangepast dat ook de Joodse gemeenschap van het “huwelijkse gevangenschap” in Nederland verlost is. Fijn dat ik daaraan een (kiezel)steentje mocht bijdragen. Mooi was trouwens ook die Prof. Dr. Ir. die me een erg boze brief schreef naar aanleiding van een van mijn dagboeken. Hij had deels gelijk en dus heb ik hem meteen gebeld om het gesprek aan te gaan. Ik bleek inderdaad deels ongelijk te hebben, maar na enig gedraai over en weer hadden we beiden helemaal gelijk. Een paar dagboeken later (want ik spreek al enige maanden niet meer in dagen, maar in dag-boek-en) kreeg ik een e-mail van de Prof. inmiddels mijn goede kennis. Hij bood aan om me te helpen met het natrekken van stambomen als ik dat nodig heb om iemands Joodse afkomst te bewijzen. En nog geen dag later word ik geconfronteerd met een Joodse vrouw die in de oorlog op een niet-joodse begraafplaats is beland. De lokale niet-Joodse historicus heeft haar achtergrond nagetrokken en vermoedt dat deze vrij anonieme dame in het graf zonder zerk een Joodse vrouw was, waarschijnlijk overleden aan een natuurlijke dood tijdens de onderduik. De historicus is de mening toegedaan dat deze vrouw op een Joodse begraafplaats thuishoort. En dus komt het bij mij terecht en mag ik proberen te achterhalen wat wel en wat niet klopt. Kijk en dan komt zo’n professor goed van pas!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *