Dagboek van de opperrabbijn 26 december 2021

Terwijl ik me zit op te winden over het groeiende Europese antisemitisme en me bezighoud met de vraag of onze parlementariër de heer Baudet wel of niet een antisemiet is, zitten elders in de wereld Joden in de gevangenis louter en alleen vanwege hun enige misdaad: ze zijn Joden. Een jongeman, die ergens in de geciviliseerde wereld werkzaam is als gevangenis-rabbijn, benaderde mij met het verzoek om mee te helpen een mede-Jood uit de gevangenis te krijgen. Deze jonge gevangenisrabbijn zet zich met hart en ziel in om onschuldige geloofsgenoten te bevrijden. Niet als de joodse man/vrouw in een normaal land de wet heeft overtreden en daarom vastzit. Neen, hij houdt zich uitsluitend bezig met het helpen van Joden die vanwege hun Jood-zijn zijn gearresteerd en onder de meest erbarmelijke omstandigheden langdurig vastzitten. Af en toe mag ik een klein schakeltje zijn in zo’n operatie, waaraan ik uiteraard graag meewerk. Het is geweldig om te zien hoe deze jongeman aankijkt tegen zijn baan. Hij had kunnen volstaan met het bezoeken van gevangenen in zijn eigen stad/land, waarvoor hij wordt betaald. Om 9:00 uur in zijn gevangenis zijn en om 17:00 uur weer terug naar huis, want dat is contractueel zijn opdracht. Maar gelukkig heeft hij een andere kijk op zijn rabbinale baantje. Rabbijn behoort mijns inziens geen baan te zijn maar een roeping. En dus is deze jongeman geweldig bezig en zet zich ‘geheel belangeloos’ in op een terrein dat lastig is en niet zonder gevaar, want sommige landen hebben hun tentakels tot ver over de landsgrenzen. En ik ben dan gisternacht door hem benaderd om een schakeltje te zijn in een poging om deze gevangene, die al sinds 2017 zonder enige vorm van proces gevangen zit, vrij te krijgen. Schrijnend! Niemand, behalve deze jonge gevangenisrabbijn, is in deze onschuldige jongen van nauwelijks twintig jaar geïnteresseerd. Met zijn bevrijding valt geen (politieke) eer te behalen en dus mag hij blijven waar hij is…want zo werkt vaak de politiek der heerschappij.

 

Hoewel ik voor u, mijn trouwe dagboekeniers, weinig geheimen heb omdat ik voor openheid ben en tegen geheim gedoe, heb ik toch iets verzwegen dat ik volgende week, als ik het niet vergeet, met u wil delen. Nu dus niet, want mijn Blouma stuit dat tegen de borst en uiteindelijk heeft zij het (red.: op een na) laatste woord.

En dus zat ik een beetje in mijn maag met het vervolg van dit dagboek, want dat zat in mijn gedachte gekoppeld aan hetgeen ik dus pas volgende week mag schrijven. Maar hulp komt vaak uit onverwachte hoek. Een trouwe lezer van mijn dagboeken en volger van Christenen voor Israel, stuurde mij de volgende grappige anekdote die eigenlijk niet grappig is en ook geen anekdote, maar de weergave van een bittere waarheid:

Hoe doen de media verslag over de perikelen in het Midden-Oosten?

Een jonge man wandelt in de straten van Parijs. Plotseling zag hij een gevaarlijke rottweiler een jong meisje aanvallen. Hij greep de hond met beide handen bij z’n strot en na een worsteling was de hond bewusteloos. De man en het meisje kwamen er af met wat schrammen en blauwe plekken. Onmiddellijk werd de man omringd door journalisten en zij vroegen: Hoe is uw naam? Alle inwoners van Parijs willen van u horen hoe het gegaan is en de krantenkoppen zullen morgen melden: Parijse held redt klein meisje van gevaarlijke hond.

 

De man antwoordde: Ik ben geen Parijzenaar.

De journalist: O.K., alle Fransen willen weten hoe het gegaan is en de krantenkoppen zullen morgen melden: Franse held redt klein meisje van gevaarlijke hond.

 

De man antwoordde: Ik ben geen Fransman.

De journalist: O.K., alle Europeanen willen van u weten hoe het gegaan is en de krantenkoppen zullen morgen melden: Europeaan redt klein meisje van gevaarlijke hond.

 

De man antwoordde: Maar ik ben geen Europeaan.

De journalist: Waar komt u dan vandaan?

De man: Ik ben een Jood en kom uit Israël.

De journalist zegt: O.K., heel de wereld wil weten hoe het gegaan is en de krantenkoppen zullen morgen melden: Joodse man doodt de hond van een klein meisje.

 

Een leuke grap, hoor ik u denken. Klopt! Alleen een kleine correctie: de grap is helaas geen grap, maar de pijnlijke en bittere waarheid. Joden zijn niet anders, maar worden wel anders bekeken.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email