Ik op de Floriade, Mendel in Charkov. Dagboek van de Opperrabbijn 6 juli 2022

Ik op de Floriade, Mendel in Charkov.

Vanochtend heb ik Mendel Kohen gesproken, de rabbijn van Mariupol die nu in Israél zich bekommert om de vluchtelingen uit Oekraïne.  Toen ik hem sprak zat hij op Ben Gurion Airport te wachten op zijn vlucht naar Roemenië om vandaaruit met de auto naar Charkov te rijden, waar zojuist de universiteit door een raketaanval zwaar werd getroffen. Dus een tocht niet zonder gevaar, maar Mendel doet het. Waarom nu naar Charkov? Er is een Joods jongetje geboren die een brith milah moet hebben, een besnijdenis op de achtste dag, en dus is Rabbijn Mendel, die ook een professioneel moheel is, op weg om deze mitswa te vervullen en de ouders heel blij te maken. Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en zelfs onder de meest nare omstandigheden is er toch ook weer simcha en hoop, ondanks alles.

Die opkikker had ik wel even nodig, want als bijproduct van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft Rusland de Jewish Agency verboden nog actief te zijn in Rusland. En dus is de aliya naar Israël teruggebracht naar nul. Dit bericht kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel (nou ja, helder?) en maakte mij redelijk bezorgd en depressief. Zitten de Joden nu vast in Rusland? Is het ijzeren gordijn weer terug? En dan zien dat rabbijn Mendel van Mariupol terug is naar Oekraïne voor een brith milah, geweldig!

Een opkikker kreeg ik ook van het volgende briefje: “Namens onze school willen wij onze excuses aanbieden voor wat er afgelopen vrijdag is gebeurd. Als vreedzame school kunnen wij dit niet accepteren. Hier hebben we het in de klas met de juffen ook over gehad. Hierbij willen we nogmaals ons excuses aanbieden voor het incident want het is onacceptabel…” Dit citaat komt uit het briefje dat de juffrouw en twee leerlingen van de lagere school tegenover ons kwamen aanbieden. Ik was namelijk vrijdag uitgescholden door een van de kinderen die op het schoolplein tegenover ons huis aan het spelen waren, toen ik ons huis verliet. Ik dus de school binnengegaan, de hoofdonderwijzer gesproken en mijn visitekaartje afgegeven. En zie hier het resultaat. Alleen klagen over antisemitisme zet geen zoden aan de dijk. Maar dat het uitschelden in de klas besproken is hopelijk wel. Hopelijk is de juffrouw krachtiger dan het thuisfront van de kinderen, want ik ben ervan overtuigd dat het probleem niet door het onderwijs van de school is veroorzaakt, maar Jehoed (Arabisch voor Jood) als scheldwoord in de huiselijke sfeer is aangeleerd. Ik geloof in de dialoog en het gesprek. Weglopen en omzeilen lost niets op. En daarom ben ik teleurgesteld dat onze wijkagent, aan wie ik enige maanden geleden heb aangegeven vanuit welk huis ik toen op sjabbat werd nageroepen met Free Palestine, kennelijk niet wil dat ik met de heer en/of vrouw des huizes in gesprek kom.  Antisemitisme zal door zo’n gesprek niet meteen de wereld uit zijn, maar toch moeten we wel spreken met in plaats van spreken over. Hopelijk leest onze wijkagent ook dit dagboek en regelt hij alsnog het gesprek waarom ik, inmiddels maanden geleden, heb gevraagd.

Na bovenstaande begin van de dag naar: De Floriade! Maar hieraan voorafgaand waren Blouma en ik bij de ledenvergadering van de Koninklijke Vereniging van Leden van Nederlandse Ridderorden. Die vereniging bestaat namelijk 120 jaar en daarom was aan de jaarlijkse ledenvergadering, dit jaar in Almere, een uitstapje naar de Floriade gekoppeld voor de leden en hun partners.  Zo’n zeshonderd leden van de Vereniging waren aanwezig. De Benjamin was ik niet, maar een lid van achtenveertig. De versierselen, waarmee je gewoonlijk niet mag rondlopen, werden door velen gedragen vanwege het 120-jarig bestaan van de vereniging. Er werd vanuit de leden verzocht om de leeftijdsgrens van 75 jaar om tot het bestuur toe te treden af te schaffen vanwege leeftijdsdiscriminatie. Bijna unaniem werd dit voorstel aangenomen. Niet verwonderlijk overigens, want de overgrote meerderheid der aanwezigen was zelf die grens reeds (lang en breed) gepasseerd. Het had wel wat al die lintjesdragers. In Joods gezelschap vraag je elkaar gewoonlijk:  kent u die en die of bent u familie van. Hier werd aan elkaar gevraagd: waarom hebt u de onderscheiding gekregen? En nog een belangrijk verschil met Joodse bijeenkomsten: ik zat niet vooraan maar was gewoon een van de zeshonderd. Moest wel even wennen, maar het voelde best relaxed.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email