Nederlandse visvergunning op Cyprus. Dagboek van de Opperrabbijn, 31 juli 2022.

Aan afwisseling geen gebrek! Donderdagmiddag op bezoek bij onze kleindochter en haar man (heet zoiets schoon-klein-zoon?) in Lelystad. Gelijk in heel Flevoland uit het water land is ontstaan, zo ook gaan zij proberen om een Joodse Gemeente uit het niets te laten opbloeien. Een klus, maar daar schijnen ze niet voor weg te lopen. Vanaf mijn computer: succes! Vrijdag mocht ik mijn kleinkinderen afhalen van het Chabad Holland Dagkamp, Tsivoth Hashem. Het heeft een smak geld gekost (mag ik zien op te hoesten) maar toen ik wederom al die vrolijke Joodse kindertjes zag, meer dan tweehonderd, was meteen mijn financiële zorg verdwenen. Ik moest even denken aan Adje Cohen, de verzetsman en oprichter van het Cheider, die aangaf, als er weer eens financiële problemen dreigden te ontstaan: het geld is er, alleen wij hebben het nog niet! Geweldig de inzet van Taiby Camissar met haar staf. Perfect georganiseerd en belangrijk voor de toekomst van Joods Nederland. Vanaf deze plaats: dank voor jullie inzet. En dank ook aan de ouders die bereid waren hun kinderen te sturen en de grootouders die kwamen brengen en halen. En, mocht u ons werk willen steunen: een donatie aan Chabad Holland op rekening NL95 INGB 0000 5916 59 is van harte welkom en ook nog fiscaal aftrekbaar.

Ondertussen heb ik een flinke kou gevat en kon daarom sjabbat niet voorgaan in de dienst, maar collega Shimon Evers nam zonder slag en stoot over, zoals altijd.

Vandaag, zondag had het dus een rustige dag moeten worden, maar daar kwam de klad in. Vrijdagavond laat was er een e-mail gekomen die ik uiteraard pas na sjabbat, zaterdagavond omstreeks 23:00 uur, kon zien. Een uitnodiging om te spreken bij een herdenking. So far so good, hoor ik u denken. Maar het was toch wel een beetje bijzonder en niet alledaags voor mij. Tijdens een bijeenkomst op het Ereveld in Loenen aan het begin van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne was er onder de genodigden ook een jongeman van de Jezidi’s. Uiteraard kende ik wel een beetje hun catastrofe uit 2014, maar veel meer dan oppervlakkige kennis was er niet. Eigenlijk had ik nog nooit een Jezedi ontmoet, zoals zovelen als ze mij zien, dat ze nog nooit in het echt een Jood hadden gezien. We hebben een beetje gekletst, maar daarbij bleef het. Tot gisternacht dus: een uitnodiging om te komen spreken bij hun herdenking van de genocide uit 2014.

Wel gaan, niet gaan? Wat zijn de voordelen? Wat zijn de nadelen? Zijn er valkuilen? Kan ik misbruikt gaan worden en welke kritiek roep ik over me af als ik wel ga of als ik niet ga. Met die afweging ben ik de gehele zondagochtend bezig geweest. Ik moet er wel aan toevoegen dat ik doordat ik een antihoest pilletje had genomen voor het naar-bed-gaan, pas om 11 uur beneden was. Het lastige is dat als ik ergens ben dat dan meteen een betekenis heeft. Zomaar ergens naartoe en we zien wel, bestaat voor mij niet. En dus mijn Advisory Board ingeschakeld. Tegen argumenten waren of ik als opperrabbijn overal moet verschijnen. De herdenking heeft niets te maken met Joden, niet met Israël, niet met de Nederlands Joodse geschiedenis en ook niets met mijn huidige reguliere werkzaamheden. Dus waarom moet Jacobs weer met z’n neus vooraan staan, zullen mijn critici uitroepen. Nou laat ik mijn critici voor wat ze zijn en geef ik ze graag de mogelijkheid om hun creatieve kritiek kenbaar de maken. Voor-argumenten waren: je toont medeleven en, voor mij het meest zwaarwegends, je maakt duidelijk dat niet alleen antisemitisme je stoort maar ook andere vormen van discriminatie en vervolging.  Uiteindelijk, na overleg met mezelf, heb ik besloten om te gaan. En dus was ik de rest van de dag bezig met het schrijven van een toespraak.  Nog een akkevietje: vrijdag werd ik gebeld door een collega uit Cyprus. Er is daar een waarschijnlijk Joodse man overleden met de Nederlandse nationaliteit. Ik meteen alle denkbare adressen gebeld, maar niemand had ooit van deze man gehoord. Na enig speurwerk heb ik uitgevonden dat hij een bedrijf had op Cyprus, hetgeen de lokale rabbijn die me belde, nog niet wist. Verder is het maar de vraag of hij überhaupt iets heeft met Nederland, want het ID die mij werd gestuurd was geen Identiteitskaart, maar een visvergunning. Wat een Israëliër, als hij dat inderdaad blijkt te zijn, die op Cyprus woont met een Nederlandse visvergunning moet doen, is me geheel niet duidelijk. Tenzij hij probeerde in Nederlands troebel water te vissen en daarvoor hoef je vandaag niet meer in Nederland woonachtig te zijn.

 

Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email