Wat heb ik te zoeken in Abu Dhabi? Dagboek van de Opperrabbijn 17 augustus 2022

“Enige dagen geleden was ik bij de uitvaart van Carla en ik wil u graag laten weten hoe dankbaar ik ben hoe zorgvuldig en eervol u haar ter aarde bestelling heeft geleid.

Zoals u weet heeft Carla geen gemakkelijk leven gehad. Ze was een kwetsbaar mensenkind en had niet altijd stuur over haar gedachten. Ik heb eerst als geestelijk verzorger en later als vriendin een eindje met haar mee mogen lopen. Carla had gouden handen en een gouden hart.

Ze heeft als creatief vormgeefster van de dienst geestelijke verzorging zoveel verhalen in prachtige gewaden en beelden vormgegeven. Daarmee heeft ze heel veel kwetsbare andere mensen een glimlach op hun gelaat bezorgd. Vaak worden mensen met een psychische kwetsbaarheid niet meer her- en erkend in hun mens zijn. Daarmee doen we niet alleen hen, maar ook onszelf te kort.

U deed recht aan haar en haar nabestaanden bij haar uitvaart”.

Nog steeds vanaf mijn vakantie/werkverblijf ontving ik bovenstaande bericht van de geestelijk verzorger van Carla. Ik probeer altijd te voorkomen om bij een lewaja in clichés te vervallen en al helemaal weiger ik om onwaarheden te verkondigen. Maar soms is het lastig. Als de overledene al tientallen jaren in een psychiatrisch ziekenhuis werd verpleegd, is een hesped, een treurrede, ingewikkeld. Als je last hebt van zweetvoeten heb je geen psychiater nodig! Neen, als geestelijk verzorger van het Sinai Centrum weet ik maar al te goed hoe moeizaam een psychiatrisch defect kan zijn voor de patiënt en voor zijn/haar naaste omgeving. En toch is ook een psychiatrisch patiënt net zo mens als u en ik. Enige maanden geleden kwam ik Carla weer tegen, na jaren geen contact. Carla wist dat ze niet lang meer te leven had en ze bereidde zich voor op het verlaten van haar aardse bestaan op een manier waaraan vele niet-patiënten een voorbeeld mogen nemen. Geen paniek, geen verwijt, maar repareren wat ze tijdens haar leven verkeerd had gedaan. Met haar ex, die het niet meer met haar kon uithouden, en met haar dochter, die haar moeder al meer dan dertig jaar niet had gezien of gesproken. Bij haar lewaja waren velen aanwezig. De toespraken klonken allemaal hetzelfde: Carla, we zijn je dankbaar voor wat je ons hebt gegeven. We hebben zoveel van jou geleerd!

En terug in Beekbergen mag ik dan weer mensen helpen met hun vakantiedag invulling: Gierhoorn is altijd leuk, de Apenheul en natuurlijk de Efteling. Verdriet en vreugde lopen schier door mekaar. Er is hier een familie die hun dochter, moeder van een pasgeboren baby, bij een aanslag in Israël hebben verloren en ook een man van wie de broer bij een andere aanslag het leven liet.

Interessant trouwens dat Israëliërs van Nederlandse afkomt die Nederlands als voertaal gebruiken, mijn dagboeken lezen. Geeft mij een goed gevoel. En dat is dan weer niet goed want ik behoor te schrijven om de medemens te inspireren en niet om mijn gevoel van trotst te vergroten, zeker niet met de Hoge Feestdagen in het verschiet. Dagelijks na het ochtendgebed (eerste minjan om 8:30 uur en tweede dienst om 9:30 uur) houd ik een korte toespraak. Korte toespraken vergen meer voorbereiding dan lange, gelijk mijn wekelijkse column in het papieren NIW van precies 400 woorden, veel meer tijd kost dan mijn dagboek dat een onbeperkt aantal woorden toestaat. Na de hittegolven is het vandaag regenachtig en koel. Heerlijk. Maar of wandelen me gaat lukken weet ik nog niet. Want voor het Cheider moet ik het kwartaalblad Rond de Bron redactioneel controleren en een begeleidend schrijven toevoegen. Verder is een oud-bestuurder onjuist bejegend door het nieuwe bestuur en moet ik een oplossing zien te vinden. Een Joodse vrijwilliger van een van de Chanoekavieringen voelt zich door de voorzitter uitgesloten en moet ik dat weer gaan oplossen. En zojuist een whatsapp van collega Heintz met het verzoek om een zwaar zieke man te bezoeken. Verder is het hier echt heel gezellig en wil ik dadelijk met het pontje over de IJssel van Brummen naar de kleinste stad van Nederland, Bronkhorst, varen om daar een paar tehillim-psalmen te zeggen op de Joodse begraafplaats. Ja, beste dagboekenier, u leest het goed. In de kleinste stad van Nederland is ook een Joodse begraafplaats. Overal waren voor de oorlog Joodse Gemeenten, sjoels en dus ook Joodse begraafplaatsen. Overigens hoop ik dat het pontje kan varen want de waterstand in de IJssel is erg laag en de hoeveelheid stikstof die dat piepkleine pontje uitstoot zal wel erg hoog liggen. Of ik voor enige dagen naar Abu Dhabi vlieg of mijn jaarlijkse toespraak houd bij de herdenking van de eerste razzia in Enschede, weet ik nog steeds niet. Ik heb nog maar niets laten weten aan het Comité Herdenking Razzia Twente. Ik regel wel zo nodig vervanging en gebruik dit dagboek maar even als een test om te zien of de leden van het Comité mijn dagboek lezen.  Wat ik als opperrabbijn van het IPOR in Abu Dhabi te zoeken heb? Voorlopig dus nog niets.

 

Gedurende de coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op haar website www.NIW.nl.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email