Dagboek van de Opperrabbijn van 17 december

De Chanoeka-Toer 5784 behoort alweer tot de voltooid verleden tijd. In mijn dagboek dien ik alleen nog de woensdag en donderdag te vermelden, het zevende en achtste kaarsje. Zijn die twee laatste vieringen anders dan de voorgaande? Niet echt, maar toch heeft iedere bijeenkomst iets eigens en unieks. Neem nou bijvoorbeeld die woensdagavond in Groningen. Aan die Buiten-Menora was heel wat denkwerk voorafgegaan: wel of niet de Menora buiten voor de sjoel aansteken of, om veiligheidsredenen, dit jaar uitsluitend binnen. En als de menora binnen blijft, wordt het wel of niet met  ‘toeschouwers”. Het werd dus buiten, mede na overleg met burgemeester Schuiling, die duidelijk aangaf dat de Joodse Gemeente gewoon moet doen wat het altijd doet en dat de beveiliging zijn probleem is en niet van de Joodse Gemeente! Het was een enorm goede bijeenkomst, met duidelijke boodschappen van zowel de burgemeester alsook van René Paas, de commissaris van de koning, prima georganiseerd door de Joodse Gemeente en rabbijn Spiero en met heel veel cadeautjes voor de kinderen. Ook mijn waarschuwende boodschap kwam over.

 

Op de laatste dag werd in Sderot onze grote Nederlandse Menora aangestoken in aanwezigheid van o.a. de directeur van Christenen voor Israël, de honorair consul van Israël voor de noordelijke provincies in Nederland, de directeur van Keren Hayesod, vertegenwoordiger van de Jewish Agency, de vertegenwoordiger van Colel Chabad in Israël en een delegatie uit Urk!

Hoe graag hadden Blouma en ik daarbij aanwezig willen zijn en hoezeer werd er bij ons op aangedrongen om Nederland kortstondig in te ruilen voor Israël! Maar onze opdracht ligt in Nederland, ook kortstondig, en dus waren wij bij het achtste lichtje in het historische Stadhuis van Maastricht. Nadat rabbijn Awraham Cohen en de nieuwe burgemeester Wim Hillenaar samen de Menora hadden aangestoken, voorzitter Ernst de Reus zijn goed voorbereide welkomsttoespraak had afgestoken, ik mijn verhaaltje had verteld, werd er op z’n Maastrichts door rabbanit Etty Cohen uitgepakt: een overvloed aan drankjes, aan pita’s en aan alles waarmee de pita gevuld kan worden. Ook hier een overweldigende opkomst w.o. een groot aantal studenten uit Israël die aan de universiteit van Maastricht studeren en ook was er, wel/niet helaas,  zware politiebeveiliging. Namens de Ambassade van Israël was Benoit Wesly, de honorair Consul van Israël voor de zuidelijke provincies, aanwezig.  Als allerlaatsten verlieten wij het Stadhuis en reden huiswaarts waar we kort na middernacht onze Chanoeka-Toer 5784 uitgeput en voldaan beëindigden. Maar helaas was ons goede voldane gevoel voorzien van een bezorgde rouwrand vanwege de situatie in Israël en vanwege het mondiale antisemitisme.

 

Het is gebruikelijk om bij de afsluiting van een geslaagde bijeenkomst de organisatoren te bedanken voor hun bijdrage. En dus, ter afsluiting van onze achtdaagse Chanoeka-Toer 5784, wil ik mijn oprechte dank betuigen aan mijn vrijwillige chauffeurs die samen goed waren voor 2732 km, zegge: tweeduizend zevenhonderd en tweeëndertig kilometer!  Onvermeld mogen ook niet blijven onze niet-joodse-vrienden-van-Israël. Voor zover mij bekend waren ze bij alle publiekelijke Menora bijeenkomsten aanwezig om te bemoedigen , om op een vredige wijze voor Israël te demonstreren en om onze piepkleine Joodse gemeenschap van volume te voorzien! Met eigen ogen heb ik u gezien in Bourtange op de Markt, in Middelburg in het Stadhuis, in Zutphen in de steeg voor de sjoel, in Nijmegen op de Grote Markt, in de tuin van de sjoel van Arnhem,  in de mooiste sjoel van Nederland die in Enschede staat, in de steeg voor de sjoel van Groningen en tenslotte trof ik u allen in de hal van het Stadhuis te Maastricht.  Maar ook waar ik niet was, was u wel, zoals in het Griftpark in Utrecht, in het Stadhuis van Den Haag, voor het Stadhuis van Lelystad, op de Dam en de Zuidas in Amsterdam, in Almere en op nog meer plaatsen. Dank!

Dank ook aan de burgemeesters die duidelijk en moedig met hun toespraken hun positie kenbaar maakten en aangaven dat hun Joden niets aangedaan mag worden. Ik wil hierbij toch aangeven dat niet alle burgemeesters even zichtbaar participeerden. Het meest aanwezig waren de burgervaders met toespraak, met ketting en met keppel. Sommige hunner hielden wel een toespraak, maar zonder ketting. Een burgervader weigerde een keppeltje, maar stak wel een goed betoog af met ketting. En u weet het: een burgemeester is als een fiets, zonder keppel is hij niets! Dus voor mijn gevoel zette die ketting het ontbrekende keppeltje weer recht.

Wie had voor 7 oktober kunnen bedenken dat het publiekelijk aansteken van de vredige en onschuldige Menora zo zou veranderen in een demonstratie voor licht en dus indirect tegen duisternis!

 

Sjabbat ben ik bijgekomen van de vermoeienis en vernam ik na de sjoeldienst bij de kiddoesj (want tijdens de dienst wordt er niet gesproken, hm…hm.) dat donderdagavond de Joodse Gemeente Amersfoort zich op een gigantische opkomst mocht verheugen: de sjoeltuin en de steeg konden de mensenstroom nauwelijks verwerken (ik bedoel fysiek!).

 

Vandaag, zondag, moet ik een manuscript lezen over kamp Amersfoort, om het van een voorwoord te kunnen voorzien. Ook een uitnodiging/verzoek van de Werkgroep Herkenning  (kinderen van foute ouders)  naar aanleiding van mijn toespraak op de begraafplaats in Ysselsteyn, moet ik beantwoorden. En ik ga ook goed nadenken in hoeverre ik me wil/kan inzetten voor de totstandkoming van een monument in het Volkspark in Enschede ter herinnering aan de Aramese Genocide in 1915. Een politiek gevoelige kwestie, want Turkije erkent die genocide niet en zowel Nederland alsook Israël zitten er halfslachtig in.

 

Er speelt zich iets tegenstrijdigs af. Enerzijds ben ik intens bezig met de herdenking van de Shoa en alles wat daaraan gekoppeld zit. Een soort afronding en afscheid van een tachtigjarig verleden. Voornaamste reden van die afronding is ‘herdenken en voorkomen dat’.

Maar anderzijds moet er opnieuw gestreden worden tegen het wakker geworden openlijke antisemitisme dat zich van kwaad tot erger ontwikkelt.  We beginnen weer van voren af aan, zo voel ik het. Moeizaam en deprimerend! Maar tegelijkertijd zagen we de Chanoeka lichtjes fier en trots de eeuwen trotseren, dat geeft dan weer een goed gevoel.. Am Jisraeel Chaj!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

RSS
Follow by Email