Binyomin Jacobs, rabbijn van Urk
Donderdag een fijn en opbouwend gesprek/vergadering gehad met de VGVZ- Vereniging voor Geestelijk Verzorgers in de Gezondheidszorg. Hoewel ik al meer dan tien jaar niet meer mag werken in het Sinai Centrum omdat ik met de pensioengerechtigde leeftijd moest stoppen (is dat niet leeftijdsdiscriminatie?), ben ik nog wel voorzitter van de piepkleine Joodse Sector van de VGVZ. Doel van het gesprek was om ervoor te zorgen dat Joden met een gerust hart, als ze onverhoopt gebruik moeten maken van de Nederlandse Gezondheidszorg, niet bevreesd hoeven te zijn dat de verpleegster met hoofddoekje gaat knoeien met de medicatie in opdracht van haar heilige religie. Ik denk (of hoop ik?) dat deze angst onzin is, maar bij enkelingen leeft deze zorg wel. En dus vind ik dat ik hieraan iets moet doen. En dus die vergadering en binnenkort een schrijven vanuit het secretariaat van de VGVZ met een duidelijke boodschap aan alle geestelijk verzorgers in Nederland vanuit alle religies om alertheid te betrachten en ervoor te zorgen dat Joodse patiënten niet bezorgd hoeven te zijn dat hun verkeerde medicatie wordt aangereikt of ingespoten! Nogmaals, natuurlijk ben ik ervan doordrongen dat die zorg overdreven is, maar ook al is er maar één enkele patiënt die (ten onrechte, naar ik hoop) onder deze zorg lijdt, dan nog is het er één teveel.
Verder een openhartig gesprek gehad met een redelijk hoge topper uit onze samenleving die in alle openheid aangaf wel een oordeel over Israël te hebben, maar eigenlijk totaal geen inzicht en weet heeft waarop dat (uiteraard) negatieve oordeel gebaseerd is.
Sjabbat was rust. Gelernd. Goed gevulde sjoel. Niemand probeerde de zijdeur in te trappen (en dus voor niets camera’s aangeschaft). Mooie kiddoesj – bijeenkomst. Maar na de sjabbatrust, na nacht dus, kreeg ik een telefoontje van een jongeman van eind twintig. Sjabbat was voor hem een catastrofe geworden. Met bibberende benen en trillende stem had ik hem aan de telefoon. Vrijdagavond, toen hij na de sjabbat-maaltijd vanaf het huis van de rabbijn, waar hij te gast was geweest, terugliep naar zijn huis, doken er onverwachts drie mannen op uit een donkere zijstraat en bleven achter hem lopen. Het was pikdonker, nauwelijks straatverlichting. De mannen hadden een niet-Nederlands uiterlijk en spraken met een accent. “Wat zullen we vanavond gaan doen?”, vroeg een van hen. Waarop een ander antwoordde: “laten we Joden in mekaar gaan rammen…”. Het was er niet van gekomen, maar onze Joodse twintiger had voor het eerst van zijn leven, zo gaf hij aan, doodsangsten uitgestaan. (Plaats en gegevens van deze jongeman bij de redactie van dit dagboek bekend. De gegevens van de drie duistere figuren zijn bij de redactie onbekend, maar dat maakt weinig uit, want ook als het wel bekend zou zijn, dan nog zou e.e.a. niet gebruikt kunnen worden, omdat de drie uiteraard zouden ontkennen.) De Joodse man heeft geen aangifte gedaan, want dat zou zinloos zijn omdat hij niet in mekaar was geramd.
Maar niet alles in dit dagboek is in mineur. Vijftig jaar Cheider! Een geweldig feest was het vandaag, zondag. Ongelofelijk dat het Cheider ondanks de vele in- en externe aanvallen overeind is gebleven. Een wonder! Het 50-jarig bestaan werd gevierd met een reünie. Voormalige leerkrachten, voormalige bestuurders (waarvan ik er een was), huidige schoolleiding en kinderen, toespraken, niet-Joodse vrienden van het Cheider, geschiedenis van het Cheider, een overvloed aan snackjes en als klap op de vuurpijl: het kinderkoor o.l.v. leerkracht en dirigent Osher Kluwgant (toevallig mijn aangetrouwde kleinzoon).
Na dit warme Cheider-bad kwam ik met een dankbaar en voldaan gevoel thuis. Het was mooi, het was goed. Gelijk het Joodse volk door de eeuwen heen alle omringende en bedreigende culturen weet te overwinnen, zo ook weet het Cheider met duidelijke hulp van Bovenaf te blijven bestaan. Maar thuisgekomen wachtte mij geen warm bad, maar een hete douche!
Een e-mail van een goede vriend die mij even wilde laten weten dat op 16 mei de gemeenteraad van Urk ter vergadering bijeen was gekomen en besloten had om volledig achter Israël te gaan staan en dat iedere Jood in Nederland, die in zijn woonplaats te maken heeft met antisemitisme en zich gewoonweg bedreigd voelt, meer dan welkom is om zich op Urk te vestigen! Ondertekend door alle Urkse politieke partijen.
Ja, Urk is klein, maar het aantal Joden is in ons land dermate laag, dat het oprichten van een Joodse wijk op Urk zeker het overwegen waard is. Urk had nooit een synagoge, maar die zullen ze binnen een mum van tijd bouwen. Een mikwa (ritueel bad) is op het voormalige eiland ook zo uit de zee gestampt. Wij hebben thuis een Thora, die we uiteraard meenemen.
Geen gek idee om nu al officieel een Joodse Gemeente Urk op te richten. Ik hoop wel dat ik van deze nieuwe gemeente de eerste Opperrabbijn mag worden. Zal ik vast nieuwe visitekaartjes laten drukken?

Ik was weer eens onderweg. Nu ging de reis naar Malaga. ‘Die geniet maar’, hoor ik u denken. Nou dat viel wel mee, want om 3:30 was ik opgestaan, om 4:30 uur stond de taxi voor de deur, want mijn vliegtuig naar Charles de Gaulle had om 6:45 uur zullen vertrekken. In CDG zou ik dan overstappen naar een toestel dat me naar Malaga zou brengen. Maar omdat, zoals het werd aangekondigd, “de cockpit niet aanwezig was”, zou er een vertraging zijn van een kwartier. In eerste instantie begreep ik het probleem niet helemaal want we zagen het vliegtuig en alles zat eraan: de vleugels, de wielen, de romp en ook de cockpit! Toen er na vijftien minuten werd omgeroepen dat de nieuwe cockpit was opgeroepen en onderweg was, werd het me duidelijk dat het om de inhoud van de cockpit ging, de piloten. Nou moest ik dus in Parijs overstappen in een vliegtuig naar Malaga en dus zat ik niet in de cockpit, maar in de piepzak want er was minder dan een uur overstaptijd. Om een lang overstap-verhaal kort te houden: Ik heb het vliegtuig gehaald in Parijs met dank aan mijn hard kunnen hollen. Aangekomen om 11:20 uur in Malaga en om 17:30 uur weer terug met een rechtstreekse vlucht naar huis. De hulp en het meedenken van KLM was heel erg subliem. Ze hadden een terugvlucht gereserveerd om 10:15 uur voor het geval ik de aansluiting zou missen in Parijs. Een rechtstreekse vlucht vanuit Amsterdam naar Malaga voor me geboekt en voor de volgende ochtend een retourvlucht.
De bijeenkomst in Harskamp voor de Mannenavond in de Hervormde Kerk was als een warme douche. Allemaal vrienden van Israël. Overigens ook vriendinnen, want ook de dames en zelfs jonge kinderen, waren aanwezig. Het voelde als een thuiswedstrijd, maar dan zonder strijd.
Iedereen uit de buurt was dus welkom. En dat was wonderwel gelukt. Ook de burgemeester en de wethouder waren gekomen. Helaas ontbraken uiteraard de mensen die niet met ons in gesprek willen en die ons naschelden. Maar, en ik blijf het maar herhalen, voor een dialoog heb je minstens twee nodig. En die tweede ontbrak dus zichtbaar. Dus daaraan moet en gaat gewerkt worden.
De Baäl Sjem Tov leert ons dat alles dat een mens ziet of hoort een aanwijzing bevat hoe hij in het leven moet staan en de Eeuwige dienen. Aan deze wijze les moest ik denken toen ik vorige week op een zeilboot op de Oceaan naar het toilet ging, een gevaarlijk trapje moest afdalen en toen pijnlijk opliep tegen een bordje met daarop de tekst “Watch your Head”. Welke les moet ik hieruit leren, voor als ik ook niet op een zeilboot zit? Oppassen om niet je hoofd te stoten, een onjuiste beslissing te nemen, even de verkeerde kant op te kijken.
Nadat ik op diverse plaatsen heb geventileerd dat afgelopen sjabbat wederom gepoogd was om onze tuindeur in te trappen, stonden er dinsdagochtend twee politieagenten voor mijn deur om de schade op te nemen. Het gaf een veilig gevoel dat ze poolshoogte kwamen nemen, maar van schade was geen sprake. Later op de dag kwam ook nog onze wijkagent en dus heb ik aan belangstelling niet te klagen gehad. Tegelijkertijd heb ik van doen met een familie met jonge kinderen die gewoon helemaal klaarstaan om zodra het nodig is naar Israël te vertrekken. Weer anderen zijn al vastbesloten om eeuwen Nederland achter zich te laten en een nieuw leven te gaan opbouwen in het Heilige Land. In ons land zien ze geen toekomst meer.
Het is nu 23:20 uur zondagavond 12 mei. Een enorme veelheid aan indrukken heb ik de laatste dagen moeten verwerken. Fijne en mooie, maar ook nare. Lastig was de oorspronkelijke aankondiging van de Jom Hazikaron vanavond in de Amos sjoel in Amsterdam. Om veiligheidsredenen stond er op de aankondiging geen locatie en geen tijdstip. Alleen de datum van vandaag. Triest dat dat noodzakelijk is! Voor mij wel lastig, want ik kon dus aanvankelijk niets plannen voor vandaag. Het heeft zich uiteraard wel opgelost en dus vertrok ik om 17:45 naar Amsterdam en ben ik een paar uur geleden thuis gearriveerd na een dag met in totaal 487 km te hebben afgelegd. Hulde aan Bert Huizing, een van mijn trouwe vrijwillige chauffeurs, die behalve de laatste rit van vandaag, alle kilometers heeft gereden en ook nog foto’s heeft gemaakt en mijn tank heeft bijgevuld. 


Vrijdag eerst een vergadering, een lekke band en toen herdenking Kamp Amersfoort en daarna gesprek met burgemeester Bolsius van Amersfoort. Sjabbath was uiteraard rust: geen telefoon, geen televisie. Een grote serene heiligheid met dwars er doorheen een bar-mitswa van een kleinzoon in Almere. Maar wat kunnen we doen aan het steeds zichtbaarder wordende antisemitisme? Educatie, educatie, educatie. Terwijl ik natuurlijk weet dat het antisemitisme onuitroeibaar is. Het blijkt dat sommigen denken dat racisme en antisemitisme identiek zijn en dus hoor ik regelmatig dat er gestreden moet worden tegen racisme, tegen antisemitisme, tegen discriminatie, tegen genderongelijkheid en natuurlijk tegen islamofobie. Voor de goede orde: tegen al deze misstanden moet gevochten worden, maar door de en-en-en benadering wordt de antisemitisme bestrijding ernstig verzwakt. Antisemitisme is haat zonder reden want tijdens de kruistochten hadden we J. vermoord, in de Middeleeuwen waren wij de veroorzaker van de pest, mijn ouders hadden het verkeerde ras in WO-II en nadat we enige jaren geleden nog de veroorzakers waren van corona, zijn nu alle Joden per definitie zionisten. Maar los daarvan: stel ik kom bij mijn dokter met pijn in mijn teen omdat iemand moedwillig op die teen heeft getrapt. In plaats van een zalfje voor te schrijven vertelt de arts mij dat een van zijn andere patiënten ook pijn had in zijn teen. Dat is inderdaad erg zielig, maar ik kom voor mijn teen en niet voor zijn teen. Bovendien als die andere patient toevallig degene was die opzettelijk op mijn teen had getrapt, dan komt dat niet goed over en heb ik er geen boodschap aan. Mijn (klein)kinderen hebben nog nooit anderen uitgescholden vanwege hun geloof of achtergrond. En ze moeten het ook niet in hun hoofd halen! Maar hun leeftijdgenootjes… het wordt met de paplepel ingegeven. En dus is mijn oproep naar onze lokale en landelijke overheden: pak antisemitisme aan, zonder MAAR…
Hedenochtend kreeg ik een paniektelefoontje. Uit de Israëlische matzes die bij de Hema waren gekocht, was een stukje gebeten. En dus werd ik gebeld. Een typisch Opperrabbinaal probleem. Misschien waren alle matzes vergiftigd en of ik daarom uit voorzorg via een matze-alert de Joodse gemeenschap kon waarschuwen. En dus trad ik meteen in contact met de Hema en zie het bericht hieronder dat binnen een uur vanuit de Aviv Matze fabriek werd verstuurd: