De inhoud van mijn dagboek, als ik vergelijk met een maand geleden, is wel erg veranderd. Reden; mijn dag is een andere dag geworden. Bijna alles staat in het teken van Israël, Gaza en antisemitisme. Zorgen, vertrouwen, hoop. De wreedheid is onbeschrijfelijk, de Verenigde Naties niet bepaald pro-Israël, antisemitisme = antizionisme, de Joden zijn uiteraard schuldig en ik blijk een echte profeet te zijn geweest want er is een anti-Israël resolutie aangenomen en nog vele zullen volgen, zoals ik in mijn dagboek van 8 oktober profetisch voorspelde. En Iran werd de voorzitter van de afdeling van de VN die zich bezighoudt met de rechten van de mens!? Kan het nog gekker?
Ik begrijp angst, ik respecteer veiligheidsmaatregelen, maar afgelasten van bijeenkomsten met een Joods karakter, veroordeel ik. Nogmaals: ik begrijp het, ik respecteer de keuze, maar: angst is een slechte raadgever en is weinig zinvol! Bij mij is een vuistregel: nooit en te nimmer ruimte geven aan chantage, geestelijk en fysiek!
Zoals ik al eerder, in een vorig dagboek, heb aangegeven: Chanoeka is in aantocht! Chanoeka leert ons dat een heel klein en zuiver vlammetje een gigantische hoeveelheid duisternis kan verdrijven.
Mijn (over)bezorgde (overtuigend bewijs dat ze Joods was!) liefste moeder ter wereld had als een soort lijfspreuk: Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert. We gaan dadelijk de Menora weer op vele duidelijk zichtbare plaatsen aansteken in het openbaar. Om de duisternis te verdrijven, ook in de niet-joodse samenleving waarvan wij een onderdeel zijn, lukt het best als het pikdonker is. Maar: als het buiten licht is, zijn er ook kleine vlammetjes. Maar die vlammetjes zijn bijna onzichtbaar. Je moet ze zoeken, er oog voor hebben en beseffen dat als je het kleine niet eert, dan ben je het grote niet weert! Als het buiten licht is en de duisternis als het ware onzichtbaar, dan zijn er ook heel veel kleine lichtpunten die je moet gaan zoeken om ze te kunnen zien. Heel veel prachtige lichtjes hebben mij de laatste dagen toe gestraald.
- Vier meisjes uit het voortgezet onderwijs kwamen helemaal uit Goes naar mijn huis om me te interviewen over de Joodse Raad. Uiteraard kwam Israël ter sprake. Vierkant staan ze achter Israël en ergerden ze zich aan de vele Palestijnse vlaggen die hier in mijn woonplaats meer aanwezig zijn dan de gewone Nederlandse driekleur, desnoods in omgekeerde volgorde.
- Een oud-klinkende dame belt me op met de vraag wat ze voor de Joodse Gemeenschap kan doen.
- Een man van middelbare leeftijd wil het adres van Netanyahu omdat hij hem, naar ik vermoed, wil adviseren hoe Hamas aan te pakken. En nadat ik hem had aangeraden om zijn brief ter attentie van premier Netanyahu naar de ambassade van Israël in Den Haag te sturen en de beste man had bedankt voor zijn aanbod om de complexe situatie kennelijk op te lossen, vroeg hij mij of ik toevallig ook het adres had van Abbas. Hij wilde ook Abbas een brief sturen. Op de vraag wat hij dan precies aan Abbas en aan Netanyahu wilde schrijven en hoe hij dacht het probleem in het Midden-Oosten op te lossen, vertrouwde hij mij zijn briljante plan toe: hij adviseert beiden om samen te komen op een geheime plaats, vrede te sluiten en dan samen Hamas te vernietigen! Persoonlijk geef ik het voorstel weinig kans van slagen, maar wel erg lief geprobeerd!
- Omdat mijn rijbewijs verlengd moet worden, heb ik enige uren achter de computer verknald met de invulling van allerlei formulieren en verklaringen. Ik moest een keuringsarts bezoeken en een foto maken bij een fotograaf die erkend is door RDW en/of CBR. Ik dus naar een geregistreerde fotograaf. Een Iraniër! We voeren een erg fijn gesprek. In Iran woonde hij naast de synagoge en ook hier in Nederland is de synagoge op een steenworp afstand van zijn winkel. We vergaten bijna dat ik was gekomen voor een pasfoto.
- De laatste dagen ben ik bijna niet negatief nageroepen, maar het aantal keren dat ik gegroet werd en sjalom te horen kreeg, was excessief veel.
- Hoewel ik middels een ANP bericht mijn zorg heb kenbaar gemaakt over het afgelasten van bijeenkomsten van de Joodse Gemeenten en eigenlijk, tussen de regels door, burgemeesters verzoek om ervoor te zorgen dat alle activiteiten met een Joodse signatuur doorgang kunnen vinden, ontving ik het volgende bericht: Inmiddels heb ik uw schrijven aan het ANP doorgestuurd aan mijn contactpersoon bij de politie . Zijn antwoord is duidelijk : Chanoeka wel door laten gaan ! Er komt zo nodig wel extra politie. Alles cancelen is gemakkelijk, maar maakt van Nederland een land waar Joden geen toekomst meer hebben . En terwijl ik deze lichtpuntjes benoem, de kleine vlammetjes waarvoor we ook oog moeten hebben, ontvang ik een video waarop een jongetje het gebed zingt voor het welzijn van onze soldaten die met groot gevaar voor hun jonge levens op de fronten actief zijn om ervoor te zorgen dat Joden, waar ook ter wereld, kunnen leven en overleven. Ik zat te huilen tijdens het gebed waarin dat prachtige stemmetje de Eeuwige smeekt om onze soldaten te beschermen, waar ook ze zich bevinden: op het land, op zee en in de lucht!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

Ik bemerk dat ik een beetje in de war raak. Enerzijds probeer ik mijn gewone ritme erin te houden, anderzijds meen ik op de hoogte te moeten blijven van de ontwikkelingen in de wereld. Maar als je daaraan begint ben je met niets anders meer bezig dan met het kijken naar allerlei video’s en het lezen van een tsunami aan artikelen. Voeg daaraan toe dat zeker tien procent van de e-mails die me willen informeren wat er gaande is in deze wereld, voorzien zijn van een bijna dwangmatige oproep/noodkreet dat ik deze video echt moet zien of dit artikel echt moet lezen. En het resultaat zou zo maar kunnen zijn dat ik fulltime achter de computer zit. Daar doe ik dus niet aan mee!
Er zijn er nog een paar
Ongetwijfeld zal ik niet de enige zijn die momenteel bijna dag en nacht bezig is om het imago van Israël op te krikken. Normaliter wordt met opkrikken bedoeld dat de persoon die opgekrikt moet worden zich dient te veranderen om een betere indruk te maken, maar ik zou niet weten wat Israël zou moeten en kunnen verbeteren. Het is toch onvoorstelbaar dat een minuut nadat er ‘iets’ was gevallen op het ziekenhuis in Gaza, Hamas en de hele anti-Israël wereld al alle gewonden en omgekomen slachtoffers kennelijk hadden geteld. Ongetwijfeld lagen slachtoffers onder het puin, maar ook die waren klaarblijkelijk binnen een minuut gelokaliseerd! Echt een wonder (of een flagrante leugen?)!
Als u mij vraagt hoeveel toespraken ik heb gehouden bij onthullingen van monumenten, Stolpersteine, Yad Vashem-uitreikingen en aan de oorlog gekoppelde herdenkingen, dan moet ik u het precieze antwoord schuldig blijven, maar het zullen er honderden zijn.
Twee intensieve dagen in Zagreb vanwege een groot congres over, raad u maar, antisemitisme. Dinsdag had ik dus om 14:15 uur naar Kroatië zullen vliegen, maar mijn vlucht moest ik enige uren uitstellen om mee te kunnen gaan met ‘een kleine delegatie’, die de Joodse gemeenschap zo breed mogelijk vertegenwoordigde, voor een ontmoeting met onze Minister-President Rutte. Een warm en duidelijk gesprek. Onze regering staat achter Israël, zonder een ‘maar’ !
Jom Kippoer was geweldig. De sfeer in sjoel was intens, bij de toespraken was het muisstil, de mensen waren meer dan voldaan en het Awienoe Malkeenoe moet Boven luidkeels gehoord zijn. Menigeen, zoals me dat na afloop van de dienst werd verteld, was tot tranen toe bewogen. Ik was dankbaar dat onze Amersfoortse sjoel, die bijna 300 jaar bestaat, zo Joods werd gebruikt. Het was meer dan een doorsnee Jom Kippoer! Het luide en doordringende Sjema Jisraeel aan het einde van de Neïla-dienst, de Slotdienst, zit nog steeds in mijn gehoor.
Mijn leraar en beste vriend rabbijn Ies Vorst is niet meer. En dus word ik benaderd om een in memoriam te schrijven voor het NIW en andere media. En toen stopte mijn schrijverspen. Hoewel ik meen een zeer vlot schrijver te zijn en de artikelen, columns en dagboeken bijna automatisch uit mijn digitale pen rollen, weet ik niet wat ik over Ies zl. moet, kan en wil schrijven. Zestig jaar van innige wederzijdse vriendschap, verbondenheid, ervoor elkaar zijn. Ik kan uren en uren, hoofdstukken en hoofdstukken over onze besprekingen en beslissingen schrijven, maar de vertrouwelijkheid zal veel te veel op de proef worden gesteld. Mensen zouden beschadigd kunnen worden, want onze contacten gingen bijna altijd over mensen: orthodox, liberaal, wel rabbijn, niet rabbijn. En niet te vergeten: bestuurders. En gioer-gevallen, huwelijksproblemen, de oorlog, het persoonlijke verlies van zijn moeder wiens foto hij altijd in zijn binnenzak droeg. Het niets meer weten over het kampgebeuren, en vervolgens zich geroepen voelen om juist de oorlog niet onbesproken te laten en ermee naar buiten te treden. Toen Ies en ik ons eraan ergerden dat er in Westerbork kadiesj werd voorgedragen door in een Duitsland gelegerde jonge, niet-religieuze US leger-rabbi, ben ik erin geslaagd om jaarlijks rabbijn Vorst op het podium van Westerbork te krijgen om hem, als overlevende, het kadiesj te laten uitspreken. Hij was de goedheid zelve, een volkomen rechtschapen mens. Moge hij Boven bij de Allerhoogste voor ons allen uitsluitend zichtbaar goed weten te bepleiten. En moge de Algoede zijn lieve Dobbe en al zijn nazaten tot steun zijn bij het omgaan met de gapende wond die is ontstaan voor hen en voor geheel Joods Nederland.
Bijna weer een jaar voorbij en weer een nieuw jaar voor de Joodse (en niet-joodse) boeg! En dus is er sprake van een verjaardag. Niet de verjaardag van de wereld, door G’d geschapen, maar de verjaardag, de scheppingsdag, van de eerste mens, Adam.