Dagboek van de opperrabbijn 25 febr. 2026

Omdat Blouma enige jaren geleden in Berlijn was geweest en toen een bezoek had gebracht aan het J?disches Museum Berlin en zeer onder de indruk was van wat ze toen had gezien, wilde ze graag nu, alvorens we de terugreis uit Berlijn zouden aanvaarden, ons Berliner-verblijf afsluiten met een bezoek aan dat museum. ’s Morgens in sjoel had ik navraag gedaan bij een autochtone Berlijner over parkeergelegenheid, toegang, openingstijden en of zo’n bezoek de moeite waard was. Dat was het volgens hem alleen als ik ge?nteresseerd ben in moderne architectuur, was zijn reactie. Toch maar gegaan en helaas had hij gelijk. Wat ze veranderd hadden in het museum sinds Blouma daar was geweest, weten we niet, maar na vrij snel de nodige zalen te zijn doorgelopen, trap op, trap af, keerden we teleurgesteld terug naar onze auto en aanvaardden we de terugreis met drie uur vertraging vanwege het museum. De geschiedenis van de Berlijnse Joodse gemeenschap hadden we verwacht en een Joodse uitstraling. Ik vermoed, zeker in Duitsland, dat scholen aandacht besteden aan het zwaar gedecimeerde Joodse leven van voor de oorlog en dat binnen dat kader het J?disches Museum Berlin wordt bezocht. Maar welke les de leerlingen hier moeten meekrijgen is mij niet duidelijk. Aan de deuren geen mezoeza, het restaurant, waar ik graag iets had willen nuttigen, was niet koosjer. Wel aan de muur werden begrippen als parve, melkkost en vleeskost uitgelegd en hing er een recept voor het bakken van challe-broden. Overigens hing er ook een groot bord aan de muur met daarop in het Hebreeuws dat alle producten kersvers zijn. Nou bestaat in het Hebreeuws het woord ‘kersvers’ niet, maar om aan te geven dat iets kersvers is zeggen we ‘Tarik Meod’, maar dan geschreven in Hebreeuwse letters. De letterlijk vertaling hiervan luidt ‘Ergh Vers’. Beste dagboekenier: het zal u opgevallen zijn dat er normaliter in mijn dagboek geen spellingsfouten voorkomen en mocht ik die wel maken, dan zijn ze eruit gevist door mijn assistente. Bij deze, Joke mijn assistente: hartelijk bedankt voor je gevis. Als de fouten in de spelling uit mijn teksten worden verwijderd, waarom, hoor ik u vragen, staat ‘Ergh’ dan met een ‘h’ aan het eind? Antwoord: omdat er ook een spellingsfout zat in het Erg Vers zoals die aan de muur hangt van het niet-koosjere Joodse Museum restaurant. Zo’n beetje het enige wat er J?disch was aan het Museum, was voor zover ik dat heb kunnen bemerken, de naam J?disches Museum.
Mijn gedachten dwalen af naar het JCK, het Joods Cultureel Kwartier, dat in Amsterdam gevormd wordt door het Joods Museum, gevestigd in de voormalige Ashkenazische sjoel, de Portugese Synagoge (Snoge), het Holocaust Museum en de Hollandsche Schouwburg, waar de Joden werden verzameld alvorens op transport te worden gesteld. Het JKC heeft een uitstraling, het geeft mij iedere keer weer een bijzonder gevoel, waarschijnlijk omdat ik geboren en getogen ben in wat eens Mokum heette, omdat mijn vader in dat JCK naar de Joodse HBS was gegaan, ik vele jaren in mijn vrije tijd gids was in de Snoge, ook omdat ik tachtig procent van mijn familie nooit heb gekend. En juist daarom wil ik in het Museum-restaurant iets kunnen eten. Geen “Ergh Vers” in Hebreeuwse letters aan de muur, maar dat hoeft niet en zeker niet met een spellingsfout. Maar wat wel voor mijn gevoel belangrijk is en niet mag ontbreken is een hechsjer, kasjroet-verklaring, zodat iedere Jood er kan eten (vroom, vrij of normaal, eten doen we allemaal!). Ik miste dat in Berlijn en ik mis dat in mijn eigen Joods Amsterdam ook. Wat daarvoor nodig is? Twee partijen die beiden zoeken naar een aanvaardbare oplossing en beiden de wil hebben om die oplossing te vinden. Poerim staat voor de deur, op Poerim sturen we elkaar twee direct eetbare (koosjere) producten, Poerim hebben we een gezamenlijke (koosjere) Poerim-feestmaaltijd. In de IDF zijn de maaltijden koosjer omdat je niet kunt verlangen van een Jood die volgens de Halaga wil leven dat hij niet-koosjer eet, maar er zullen geen Joden zijn die om principi?le redenen een koosjere maaltijd zullen weigeren. (Hoewel ik er ??n ken die om bijna religieuze redenen niet-koosjer eet, maar dat tussen haakjes.) Vele Joodse toeristen doen het JCK aan. Wat mooi zou het zijn en hoe inspirerend om dan in het Joods Museum een echte Joodse (Poerim)maaltijd te kunnen nuttigen in een omgeving die eens was en nu niet meer is.
Op de terugreis kregen we berichten uit New York over burgemeester Mamdani die een verbod om op straat te gaan had uitgevaardigd. Er is nogal wat deining om zijn persoon. Moslim, anti-Isra?l en bepaald geen Jodenvriend. Natuurlijk had ik al een paar dagen eerder hierover gehoord, maar niet echt goed begrepen waarom hij de Joden aan het treiteren was. Antisemitisme kan soms vreemde vormen aannemen, dacht ik. Omdat we uren moesten rijden had Blouma, als ik reed, de gelegenheid om de whatsapps (voor)te lezen. En wat werd duidelijk? Sneeuw en onbegaanbare wegen waren de oorzaak van het uitgaansverbod. Had niets te maken met antisemitisme en zelfs niets met Isra?l. Voor mijn gevoel sta ik al tientallen jaren in de voorste gelederen van de strijd tegen antisemitisme en dus ook tegen het bagatelliseren van Jodenhaat met woorden zoals ‘het zal zo’n vaart niet lopen, het zal wel meevallen, het zijn de jaren ’30 niet’ en dus had ik het New Yorks uitgaansverbod meteen gekoppeld aan antisemitisme, want toen mochten de Joden ook de straat niet op. Ik had de plank dus volkomen misgeslagen, gelukkig alleen voor mezelf en binnenskamers. Waarom ik deze oppervlakkige antisemitisme bestempeling hier dan met u deel? Niet om tegen antisemitisme te waarschuwen, dat doe ik volgens sommigen al te veel. Neen, ik vermeld mijn Mamdani-misvatting, als waarschuwing dat niet achter iedere boom een antisemiet staat.
Vanmiddag werden verzetsstrijders herdacht tijdens de Nationale Herdenking Joods Verzet 2026, achter de Stopera in Amsterdam, midden in het Joods Cultureel Kwartier. Vele Joden zagen geen enkele uitweg, alle grenzen waren voor hen gesloten, geen land konden ze binnen, Nederland konden ze niet uit, de Staat Isra?l bestond alleen nog maar in theorie. Ze waren slachtoffers, onbewapend, zonder rechten, met als enige mogelijkheid om te overleven, zo dachten velen, ‘dan maar tewerkstelling in het Oosten’. En dan toch de wapens pakken, positie nemen tegen de bezetter met alle daaraan verbonden risico’s als Jood, jezelf volkomen wegcijferen. Toen ik de microfoon in de hand nam voor mijn toespraak, moest ik plotseling denken aan oom Joseph, de broer van mijn oma Sophie. Oom Joseph was een arts-internist. Hij was erin geslaagd om reeds aan het begin van de oorlog valse identiteitspapieren te krijgen, zonder J en met een valse naam. En toen hij die had en zonder risico de oorlog kon overleven, ging oom Joseph in het verzet. Hij werd opgepakt en als verzetsstrijder gefusilleerd. Duizenden Joodse verzetsstrijders als oom Joseph hebben we vandaag herdacht. Hulde aan de organisatoren van deze jaarlijkse herdenking om hen te eren en tevens om te waarschuwen dat wat toen geschiedde morgen en vandaag zo weer kan gebeuren. De minuut stilte galmt nog na in mijn hoofd.

Dagboek van de opperrabbijn 22 febr. 2026

“Beste rabbijn Jacobs, beste Binyomin, mijn vriend,
Je hebt mij de vraag voorgelegd of het klopt dat het moment van overlijden vaak (maar niet altijd) onduidelijk is. Zeker, er is veel onduidelijkheid rond het verloop van het bewustzijn tijdens het stervensproces. Uit mijn eigen ervaring en onderzoek weet ik dat dit zo is tijdens het natuurlijke stervensproces, tijdens reanimaties, en ook geassisteerd sterven. Ik heb hier samen met onderzoekers uit Oxford in 2019 over gepubliceerd. Dit betekent dat neuronale processen niet abrupt stoppen en kunnen fluctueren tijdens het stervensproces maar ook tijdens een coma of narcose. Bijvoorbeeld, tijdens narcose kan er sprake zijn van gewaarworden van geluid (we spreken van “awareness”), zoals is aangetoond met behulp van het EEG. Ook is het mogelijk om het stervensproces te verlengen door de gewaarwording van uitwendige stimuli, zoals ook de Talmoed ons leert (Nezikim, Avoda Zarah 18a). Het uiteindelijke verlies van bewustzijn en het moment van overlijden is dan ook niet altijd duidelijk.
Groet
Prof (em) dr. Albert Dahan”

Wat betekent dit voor ons in de praktijk van het leven? Ik herinner mij dat ik waakte, zoals we dat noemen, bij een stervende. Doordat onverwacht een grasmaaimachine precies onder het raam van de kamer van de stervende zijn luidruchtige werkzaamheden begon te verrichten, kon de man zichtbaar niet inslapen. En dus hebben we de tuinman vriendelijk verzocht om te gaan harken. Of als familieleden met de beste bedoelingen in aanwezigheid van de overledene, en vaak zelfs nog voordat officieel de dood is ingetreden, de lewaja, begrafenis, gaan regelen, verzoeken wij hen om daarover nog niet te praten en als dat wel zo noodzakelijk zou zijn, dat dan niet te doen in aanwezigheid van de overledene. Hetzelfde geldt ten aanzien van ruzi?n over de afwikkeling van de erfenis. Respect voor de doden, respect voor de levenden en zeker ook respect voor de stervenden.

Past het om in mijn dagboek te spreken over sterven, vroeg ik mezelf af, nadat ik in mijn vorige dagboek mij had gebogen over de vraag of het offici?le tijdstip van overlijden samenvalt met het wegvallen van het bewustzijn en ook in dit dagboek breng ik dat onderwerp weer ter sprake. Behoren dit soort serieuze “ongezellige” onderwerpen in mijn “gezellige” dagboeken? Wat wil ik met mijn geschrijf bereiken, vroeg ik me af. Alleen maar laten zien waarmee ik zoal bezig ben? De medemens bemoedigen? Of zomaar schrijven om te schrijven? En dus heb ik even een schrijfpauze ingelast en heb mijn dagboekgeschrijf onder een kritisch vergrootglas gelegd en ben al vrij snel tot de conclusie gekomen dat het dagboek niet alleen een soort pastorale functie heeft, maar ook een educatieve, naar zowel de Joodse alsook naar de niet-Joodse lezer. En ja, ik probeer te bemoedigen, maar ook realistisch, naar ik hoop, te waarschuwen, zodat in onverhoopt voorkomend geval de juiste beslissing kan worden genomen ten aanzien van verhuizen om het antisemitisme te ontvluchten of wanneer je onverhoopt wordt geconfronteerd met een stervende en er van jou een beslissing wordt verwacht als kind, als ouder, als partner.
Nadat ik donderdag op een intensive care een zieke had bezocht en vrijdag een lewaja, begrafenis, had geleid zaten zondagochtend, weliswaar niet voor dag en dauw, maar wel in de vroege uurtjes, Blouma en ik al in de auto op weg naar Berlijn naar de bar-mitswa viering van Mendel , de zoon van Jehoeda Teichtel, de power achter Joods Berlijn en een fijne collega. Zo is het leven, een mix van verdriet en vreugde en onze opdracht is om de vreugde te koesteren en met verdriet vooral gedoceerd om te gaan. Het was overigens wel een bar-mitswa om er U tegen te zeggen. Zeker duizend gasten waren aanwezig, een tig-gangen diner, een receptie vooraf en ook na afloop nog een heel buffet. Een heel orkest, een chassidische zanggroep en vader en moeder van de bar-mitswa-boy hadden heel veel aan tsedaka, liefdadigheid, gegeven. Was het overdreven? Drie jaar geleden op weg naar sjoel was de huidige bar-mitswa-jongen op een zebrapad aangereden en dusdanig zwaar gewond geraakt, dat voor zijn leven werd gevreesd. Toen de levensdreiging na weken voorbij was, werd het bijna erg duidelijk dat lopen, spreken en nog een paar functies niet zouden terugkeren. medisch bezien was een volledig of bijna volledig herstel ondenkbaar. En nu: een geweldig en volledig gezond bar-mitswa-knaapje. Toen ik zijn vader vroeg hoe lang geleden het zware ongeluk had plaatsgevonden, corrigeerde zijn vader mij. Hun zoon had geen ongeluk gehad, neen, met hun zoon was een wonder geschied. En toen ik mijn vraag anders had geformuleerd en vroeg naar de datum van het wonder, toen pas wilde de vader mij antwoorden. Overigens had de aanrijding, hoe ernstig ook, niets met antisemitisme te maken. De chauffeur was tijdens het rijden aan het whatsappen. Halverwege het diner geschiedde er iets bijzonders. Alle gasten moesten de zaal verlaten en zich richting uitgang begeven. Ik verwachtte dat we dan allen weer naar binnen zouden moeten gaan waar een of andere bijzondere verrassing zou klaarstaan. Mis, het alarm was afgegaan en binnen een mum van tijd was het hotel omringd met politie en brandweerwagens en waren een paar VIP’s, waaronder de ambassadeur van Israel, naar buiten getrokken en in klaarstaande auto’s van de beveiliging gesleept. Uiteindelijk was er iets technisch mis met een brandalarm en was het geen afgesproken onderdeel van het programma.. Het feest ging gewoon door. Inmiddels zijn we klaar voor vertrek, terug naar Nederland.

Dagboek van de opperrabbijn 16 febr. 2026

Veel mensen die overlijden, krijgen in het ziekenhuis vaak nog de woorden ’het tijdstip van overlijden is…’ bewust mee, zegt dr. Sam Parnia, die onderzoek deed naar reanimatie aan de New York University. Nieuw bewijs suggereert dat biologische en neurale functies niet abrupt stoppen. In plaats daarvan nemen ze geleidelijk af, van minuten tot uren, wat erop wijst dat de dood zich ontvouwt als een proces in plaats van een onmiddellijke gebeurtenis. Uit eerder onderzoek bleek dat 20 procent van de mensen die na een hartaanval dood waren verklaard, maar toch weer tot leven kwamen, bewuste herinneringen had van die tijd. Hoewel dit soort kwesties thuishoren in wetenschappelijke medische tijdschriften en niet in mijn dagboek, heb ik toch gemeend bovenstaande naar mijn vriendje, een gerenommeerde medicus, te moeten sturen om zijn mening te vernemen en dat dan vervolgens met u te delen. Wordt dus vervolgd.
Vandaag kreeg ik een telefoontje uit de Emiraten. Nou heb ik daar een vriendje genaamd Amjad Taha أمجد طه (CEO of Crestnux, Emirati Expert in Strategic and Political Affairs of the Middle East | Author | Analyst and Researcher), maar ik herkende zijn telefoonnummer niet. Dat was ook niet vreemd, want niet hij, maar iemand anders, namelijk de lokale rabbijn, schoonzoon van mijn collega en vriendje uit Brussel, belde mij over Bobruisk een stadje in Wit-Rusland. Hij wilde dat ik iets zou regelen voor een ‘bekende van hem’ die deels in Duitsland woont, deels in Budapest en regelmatig Dubai aandoet. Hij belde mij omdat hij eerst had gebeld met rabbijn Akiva Camissar, de Chabad Sjeliach voor de Israëliërs in Nederland, omdat zijn vader, die in dezelfde straat in Londen woonde als Blouma’s vader, een overgrootvader had die uit Bobruisk afkomstig was, zoals mijn schoonvader. Om een lang topografisch verhaal kort te maken: de eerdergenoemde ‘bekende van hem’ was geboren in Bobruisk en wilde daar een Joods Museum gaan opzetten. Om dat Joodse Museum van de grond te kunnen krijgen wilde hij een gesprek met iemand van het Joods Museum in Amsterdam. Voor de oorlog was 60% van de populatie in Bobruisk Joods en ook daar was ooit een Joodse wijk. Hij wilde dat Joodse Museum koppelen aan een JCK, Joods Cultureel Kwartier, gelijk in Amsterdam het Joods Museum onderdeel is van het JCK. Binnenkort komt de ‘bekende van hem’, die ik dus inmiddels uitgebreid heb gesproken, naar Nederland en heb ik een ontmoeting geregeld met weer een ander vriendje van mij, Emile Schrijver, de directeur van het JCK. Wat leren we uit dit ietwat ingewikkelde telefoontje uit de Emiraten? Ten eerste dat ik veel vriendjes heb, ten tweede dat ik niet te klagen heb over afwisseling, ten derde dat u zich wellicht afvraagt of dit soort karweitjes tot het vakgebied van een rabbijn behoort. Ja, is mijn stellige antwoord, want dat toekomstige Joodse Museum kan een wapen worden in de strijd tegen antisemitisme. En los hiervan heb ik nu drie uitnodigingen lopen om naar de Emiraten te komen: de eerste van Amjad Taha أمجد طه, de tweede van Levi Duchman, de rabbijn, en de derde van ‘de bekende van hem’. Geen van de drie uitnodigingen heb ik aanvaard omdat ik (nog) niet zie wat het doel van zo’n uitstapje zou moeten zijn en Jacobs en doelloos gaan niet goed samen.
Ook vandaag had ik weer een ander (rabbinaal?) klusje met Dov Pinkovitch, de collega/medewerker van Akiva. Hij was benaderd door een Amerikaanse filantroop die met zijn vrouw Europa deden. (Amerikaanse toeristen bezoeken Europa niet, maar ‘they do Europe’). Ze waren voor twee dagen in Nederland en moesten het Anne Frankhuis bezoeken, maar online waren er geen kaartjes meer te krijgen. Hoe lost een Amerikaanse vermogende toerist zoiets op? Hij gaat op zoek naar een Beth Chabad, belandt bij Dov Pinkovitch met de vraag of hij twee toegangskaartjes kon regelen voor vanmiddag. En dus benaderde Dov Akiva en Akiva mij en heeft het filantropische Amerikaanse echtpaar vandaag nog het Anne Frankhuis bezocht, dankzij mijn vriendje in het Anne Frankhuis.
Wat het nuttig rendement van al die telefoontjes zal zijn, weet ik niet, maar niet alles hoeft nut te hebben, maar helpen, ook met ogenschijnlijke nutteloze verzoeken, moet bovenaan de agenda staan van een rabbijn, zelfs als hij opper is. Als je met de hulp aan een medemens je uitsluitend inzet als je er zelf ook van profiteert, dan heet dat geen hulp, maar egoïsme. En egoïsme is een eigenschap die voortdurend op de loer ligt en waartegen we steeds zullen moeten strijden. Het leven zit vol beproevingen, zo heeft G’d deze wereld geschapen. Waarom? Geen idee. Hij heeft ons niet nodig, de wereld heeft Hij ook niet nodig. Voor de schepping en na de schepping is er voor de Eeuwige en in de Eeuwige niets veranderd. En toch hebben wij mensen hier op Zijn aarde een taak en een opdracht: de valkuilen, waarmee we constant worden belaagd, vermijden en ervan doordrongen zijn dat we niet alles kunnen begrijpen. Pas als we dat beseffen gaan we ons bezighouden met het waarom van het leven en het waarom van de vele valkuilen, de vaak onacceptabele beproevingen.
Die beproevingen kunnen ook de gewone irritaties zijn. Zo ontving ik vanochtend (16 februari) een schrijven van mijn zorgverzekering, gedateerd 10 februari 2026. De brief begon als volgt: “Geachte heer Jacobs, Op 24 december 2025 ontvingen wij een machtigingsaanvraag voor…. De aanvraag is volledig of gedeeltelijk goedgekeurd.” Gezien dit antwoord niet volledig en zelfs niet gedeeltelijk door mij werd begrepen, belde ik braaf naar het boven aan de brief vermelde telefoonnummer. Dat gaf uitsluitend een nietszeggend irritant biep, biep, biep.
Regelmatig ontvang ik van rabbijn-dayan Osher Vorst voor het begin van de sjabbat een e-mail uit New York met inspirerende gedachten in het Nederlands. Osher was de klasgenoot van onze oudste zoon Jisrolik zl. Wat las ik vrijdag jl.?
“Ik hoorde iemand vertellen over een kennis die geen makkelijk leven heeft (twee keer gescheiden en zijn kinderen willen hem niet zien), maar desondanks is hij altijd opgewekt. Hoe lukt hem dat? De man vertelde dat hij was geïnspireerd door de Skulener Rebbe. Iemand was met zijn problemen bij de Rebbe gekomen en vertelde aan de Rebbe hoe hij aankeek tegen zijn leven. Het leven is als een half volle beker. Ik probeer steeds mijn blik te richten op het volle deel van de beker en niet op… Maar nog voor hij zijn parabel had afgemaakt onderbrak de Skulener Rebbe hem en zei: Hoe kom je erbij dat je beker maar half vol is? Je beker is helemaal vol en loopt zelfs over! Het probleem is dat jij denkt dat je een veel grotere beker hebt dan je in werkelijkheid bezit!”

dagboek van de opperrabbijn 12 febr. 2026

Jaren geleden, naar ik me herinner, zocht een van de kehillot, Joodse Gemeenten, een chazan, voorzanger. Er meldde zich een geschikte kandidaat, een Israeli die in Wageningen studeerde en er geen moeite mee had om iets bij te verdienen. Hij was bijna aangenomen toen de vergoeding ter sprake kwam. De penningmeester van de Gemeente legde hem uit dat er aan de parttime aanstelling geen betaling was gekoppeld want het voorgaan in de dienst is een mitswa, een goede daad. Waarop de jongeman heel ad rem antwoordde: als ik met die mitswa mijn boodschappen bij de kruidenier kan betalen, ben ik akkoord. Of de student uiteindelijk wel of niet de voorzanger is geworden had mijn geheugen niet opgeslagen.
Een leraar in Joodse vakken mag Halagisch bezien, dus volgens de Joodse wet, eigenlijk niet betaald worden, Thora is ons niet gegeven om er een business van te maken. Wel mag hij vergoeding ontvangen voor de uren die hij heeft besteed omdat hij in die tijd iets anders had kunnen doen. Ik hoor uw wenkbrauwen fronsen. Een leuke slimme escape! Klopt wel en klopt niet. Feitelijk maakt het natuurlijk weinig uit of ik betaald word voor uren Joodse les of dat ik betaald word voor de uren dat ik een normaal vak had kunnen uitoefenen. En toch is er een verschil: wat is mijn opstelling? Zie ik, om het meteen maar op mezelf van toepassing te laten zijn, mijn baantje als business of ben ik dankbaar dat ik ten dienste mag staan van de Joodse gemeenschap en ben ik ingenomen dat ze me ook nog onderhouden. Zo zou een rabbijn erin moeten staan, maar niet de penningmeester. Het is zijn opdracht om zijn voorzanger, zijn leraar of zijn rabbijn een goed gevoel te geven zodat hij met vreugde en onbezorgd zich zal inzetten en zich niet hoeft te voelen als een bedelaar.
Waarom vermeld ik dat nu, vraagt u zich ongetwijfeld af. Solliciteert Jacobs voor loonsverhoging? Mis! Mijn grote vriend Benoit Wesly, de hotelmagnaat, de koning van Maastricht, heeft afscheid genomen als honorair-consul van Israel in Nederland. Hij is vele jaren mijn bestuurder geweest en nog een veel langere periode mijn adviseur. Nog nooit heb ik het gevoel gehad dat zijn inkomen ‘iets hoger’ was dan het mijne. Nog nooit heb ik tevergeefs een beroep op hem gedaan als er geld nodig was voor een of ander project. Dag en nacht stond hij klaar als er geholpen moest worden, fysiek of geestelijk. Mijns inziens heeft hij te vroeg afscheid genomen van het honorair-consul-schap. Hij moge dan tachtig zijn geworden, bejaard is hij absoluut niet. Voor mij had dus de vlag van Israel nog vele jaren mogen wapperen, Achter de Comedie, in het hartje van Maastricht.
Speciaal in deze tijd van sterk toegenomen antisemitisme vond ik de vlag van Israel (vond ik en niet vind ik, want de vlag is inmiddels gestreken) een duidelijk teken van niet toegeven aan bedreigingen, trots en fier ons Jodendom beleven en tonen. En ondertussen is het protesteren tegen Israel niet minder geworden nu de rust in Gaza lijkt te zijn teruggekomen. Maar zelfs als dat niet het geval zou zijn. Protesteren tegen Israel, ja. Maar tegen duidelijke discriminatie en vervolgingen elders in de wereld, bijna taal noch teken. Aan de Olympische Spelen nemen 192 deelnemers deel uit landen waar de vervolging van christenen tot het normaal behoort: Eritrea, Nigeria, Pakistan, Iran, India, Saoedi-Arabië, China, Marokko, Oezbekistan, Mexico, Kirgizië, Turkije, Kazachstan en Colombia. Waar zijn onze vrienden die zich ernstige zorgen maken over de niet-bestaande christen- of moslimvervolgingen in Israel. Aan het Eurovisiesongfestival mag Israel niet meedoen, maar over de veertien landen die aantoonbaar christenen vervolgen en toch gewoon deelnemen aan de Olympische Spelen, taal nog teken.
En toch ben ik van mening dat we ze juist niet moeten uitsluiten, laten we de verbinding zoeken middels sport, middels muziek, middels gesprek. Zoals Wesly zo duidelijk verwoordde bij zijn afscheid: we moeten kijken naar wat we gemeen hebben, niet naar wat ons scheidt.
Vanmiddag even op ziekenbezoek geweest in een ziekenhuis en gisteren heeft Blouma (afdeling teksten van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat) haar hoofd gebogen over een tekst op een Joods-monument ter nagedachtenis aan Joodse inwoners van Valkenburg die niet waren ‘teruggekomen’. Behalve dat de lijst niet helemaal klopte, want er was ook iemand op beland die wel had overleefd en twee die niet waren ‘teruggekeerd’, zoals we dat altijd zo steriel zeggen, stonden niet vermeld. Maar dat was het probleem niet zozeer. Iemand stuurde ons een foto van dit inmiddels bejaarde monument en vroeg ons de vertaling van de Hebreeuwse tekst. Op zichzelf was dat niet zo ingewikkeld, maar het aantal taalfouten in de korte Hebreeuwse tekst was schrijnend en Blouma ervoer dat als een teken van ongepaste onzorgvuldigheid, zelfs als er nooit iemand zal langslopen die de tekst uit de Profeten (Jirmiejahoe) zou kunnen ontcijferen.
Hoe anders was mijn gevoel toen ik zojuist was ‘teruggekeerd’ van de wekelijkse Amersfoortse pro-Israel wandeling (zie foto van fotograaf Willem Jan de Bruin) waar ik nu voor de derde keer aan deelnam. Geen leuzen, geen beledigingen, uitsluitend stilte die werd doorbroken door de psalmen die al wandelend werden gezegd. Een grote opkomst. We hebben dus vele echte goede vrienden die niet met ons aan de wandel gaan, maar voor ons! Het Amersfoortse initiatief is door verschillende plaatsen overgenomen. In Buren, Utrecht en Groningen wordt er al gewandeld, in Zwolle, Dordrecht en Rotterdam zijn de wandelingen in de maak en op 5 maart gaat de wekelijkse solidariteitswandeling in Elburg van start en ben ik gevraagd om die eerste wandeling mee te lopen. Best leuk om naast mijn twee-keer-per-week-dagboek, drie-keer-per-maand-NIW-column, nu misschien ook zoiets te hebben als een een-keer-per-week-wandeling, en dan telkens ergens anders.

dagboek 8 febr. 2026

Ik had mijn dagboek bijna af toen ik kennelijk op een verkeerd knopje drukte en weg waren mijn uren schrijven. Maar, omdat ik niet klakkeloos schrijf maar nadenk wat ik wel of niet wil delen, zal het maar weinig tijd kosten, hoop ik, om dit dagboek te herschrijven, waarmee ik nu dus ben begonnen. 00.00 uur
Maimonides (1138-1204), een van de grootste Joodse geleerden aller tijden, begint zijn beroemde wetboek, Jad Hagazaka, met een introductie die ogenschijnlijk niets van doen heeft met wetten, terwijl Maimonides zelf duidelijk aangeeft dat hij uitsluitend in dit wetboek over praktische wetgeving zal schrijven!
7 Oktober heeft voor zeer veel Joden gewerkt als een wake up call. Ze waren bijna hun Jood-zijn vergeten, leefden een geassimileerd bestaan en kozen bijna principieel steeds voor de makkelijkste weg. En toen kwam 7 oktober en schrokken ze als het ware wakker, voelden zich Joods, en stonden in hun opwelling vooraan om Isra?l waar mogelijk te helpen en te verdedigen.
Ik herinner mij een Joodse hoogleraar, een medicus. Niets deed hij aan zijn Jodendom. Ik weet bijna zeker dat hij nog nooit een sjoel van binnen had gezien. En toen brak in 1973 de Jom Kippoer oorlog uit en als een van de eersten vloog hij naar Isra?l om als vrijwilliger waar mogelijk te helpen.
Regelmatig ontmoet ik Joden die mij komen vertellen dat het naleven van de Joodse wetten voor hun bijzaak is, want de essentie is dat je jezelf Joods voelt. Maimonides begint zijn wetboek met een soort introductie waarin hij aangeeft dat het nesjomme-gevoel, de bezieling, van groot belang is, maar het mag niet bij bezieling blijven. De bezieling moet als het ware naar beneden komen, begrepen en beredeneerd worden. Anders geformuleerd: de bezieling, de emotie, moet een intellectuele basis krijgen om stand te kunnen houden. Maar tegelijkertijd dienen de wetten meer te zijn dan koude technische wetten. In die door G’d gegeven wetten dient de bezieling zichtbaar te weerklinken.
Vandaag heb ik een verzoek gekregen van Koen Carlier, de aanvoerder van de Christenen voor Isra?l delegatie in Oekra?ne. ‘Binyomin, bel een paar van je jongere collega’s, ze hebben je bemoediging nodig, want hun werk is niet bepaald eenvoudig, zit vol gevaar, is fysiek en geestelijk slopend’. Ik heb een paar rabbijnen gebeld en, zonder uitzondering, zijn het allen helden, maar ze hebben het zeer zwaar. De meesten van hen konden en kunnen Oekra?ne verlaten vanwege hun Isra?lisch staatsburgerschap. Maar die meesten verlieten niet, maar bleven op hun rabbinale post en zijn bereid om het schip pas als laatste te verlaten. Rabbijn Ehretrue uit Zaporozhye woont op slechts twintig km van het oorlogsfront. Bij rabbijn Shaul in Veniza vormen de raketinslagen een dagelijks ritueel. Kapotte huizen, ijzige koude, doden, gewonden en bijna geen elektriciteit. Koen en zijn ploeg voorzien twee?ntwintig rabbijnen van voedselpakketten en dieselolie. De voedselpakketten zijn bestemd voor de leden van de Joodse Gemeenten. Tot de normale taken van de Oekra?ne rabbijnen behoort inmiddels voedseldistributie en dieselolie aanleveren voor de aggregaten.
De foto’s die ze me hebben toegestuurd tonen beschadigde huizen, zieke bejaarden met hun dagelijkse voedselpakketten, overbezorgde ouders, innig verdriet. Rabbijn Shaul gaf aan dat de meeste van zijn mensen meer lijden van de kou, dan van de inslagen van de drones. Rabbijn Ehretrue excuseerde zich dat hij geen foto’s kan sturen van jonge mensen want die zitten of in het leger of verbergen zich om aan het leger te ontkomen. Wat kan ik voor jullie doen, heb ik de rabbijnen gevraagd. Bidt voor ons, kreeg ik te horen van beide rabbijnen die ik vandaag heb gesproken.
Het heeft me diep geraakt. Maar wat doe ik met dat ‘diep geraakt zijn’ en wat hebben de rabbijnen en hun gemeenten hieraan? Lees eerder in dit dagboek de wijze woorden van Maimonides.
En dus bid ik dat mijn medeleven geen tijdelijke opwelling zal zijn en dat ik, zolang dat nodig zal zijn, de Eeuwige onze G’d zal blijven smeken om allen die lijden te verlossen, allen van elektriciteit te voorzien, van maaltijden en dat er spoedig in onze dagen een einde zal mogen komen aan deze zinloze oorlog tussen Rusland en Oekra?ne met miljoenen nodeloze slachtoffers en dat het fenomeen oorlog en haat ruimte zal maken voor G’dvrezendheid en naastenliefde, echte sjalom, spoedig in onze dagen.
Mijn stopwatch staat nu op 01:12.

Dagboek van de Opperrabbijn 5 febr. 2026 Aan de slag

Met vriendelijke groet,
בברכת כל טוב
Binyomin Jacobs, opperrabbijn בנימין יאקאבס

Van: rabbi.jacobs@kpnmail.nl <rabbi.jacobs@kpnmail.nl> Verzonden: vrijdag 6 februari 2026 09:43 Aan: ‘Opperrabbijn.dagb@blogger.com’ <Opperrabbijn.dagb@blogger.com> Onderwerp: Dagboek van de Opperrabbijn 5 febr. 2026 Aan de slag

Met een gemengd gevoel werd ik vanochtend wakker. Gisteren was mijn online sjioer (cursus) genaamd ‘diepgang’ erg succesvol. Bewust heb ik een beperkt aantal deelnemers zodat, ondanks het afstandelijke online, het toch een groep is waarbij iedere deelnemer zichtbaar is en we met elkaar lernen. Dus geen eenrichtings-lern-verkeer, maar een met-elkaar-gebeuren. Wederom werd ik voor de tweede keer deze week benaderd door een goede kennis die met de beste bedoeling mij toch waarschuwde om minder negatief te schrijven. De rabbijn moet juist bemoedigen! Maar het lastige voor mij is dat bemoedigen en misleiden soms synoniemen kunnen zijn. Ik zie het dus even, aan het begin van dit dagboek, niet zo zitten. Ja, er zijn vele lichtpunten en die mag ik niet vergeten, maar toch.

Ik deel mijn gedachten-ratjetoe met u, mijn trouwe dagboekenier. Zojuist heb ik toch stiekem even gekeken naar reacties op facebook op mijn vorige dagboek. Ongelofelijk hoeveel dank en steun daar wordt gegeven, dat bemoedigt. Of, en nu komt de pessimist in mij bovendrijven, valt het aantal bemoedigers volledig in het niet bij de steeds maar groeiende massa Jodenhaters? Als ik een artikel schrijf dan vergt dat gewoonlijk niet zoveel tijd, een paar uurtjes. Maar de voorbereiding voorafgaande aan die paar uurtjes kan soms langdurig zijn. En daar ligt de oorzaak van mijn gemengde gevoelens. Ik moet vandaag een artikel schrijven van een paar duizend woorden over ‘de weerslag van 7 oktober op de Joodse gemeenschap in Nederland’. Niet bepaald een gezellig onderwerp! En dus zit ik me bijna suf te denken hoe die weerslag is, wie dit artikel, dat een hoofdstuk zal worden van een boek over ethiek, gaat lezen en wat ik persoonlijk hiermee wil bereiken. Tegelijkertijd lees ik in de Telegraaf de kop ‘Wapenstilstand in Gaza, maar protest gaat gewoon door. Alles wat met Isra?l te maken heeft, moet weg.’ Uiteraard heeft dit weer zogenaamd niets van doen met Jodenhaat, maar is uitsluitend gericht tegen zionisme. Geen hond die dit gelooft, maar bij de niet-denkende en braaf volgende meerderheid gaat het verschil tussen antizionisme en antisemitisme erin als zoete koek. Er zijn politieke leiders voor wie ik mijn handen in het vuur durf te steken dat ze van geen kant van doen hebben met Jodenhaat. Ja, ze denken negatief over de politiek van Netanyahu, mag. Maar de realiteit is dat antisemitisme en antizionisme, zelfs als het geen synoniemen zouden zijn, ze verdraaid veel gelijkenis vertonen. Ja, het is theoretisch denkbaar dat een antizionist (wat precies dat ook moge zijn) geen Jodenhater is. Maar doorredenerend zou het dan ook mogelijk moeten zijn dat er antisemieten bestaan, die pro-Isra?l en pro-Netanyahu zijn. Maar dit soort wezens ben ik nog niet tegengekomen.

Waar zijn de pro-Iraanse demonstraties die de duizenden slachtoffers van de ayatollahs steunen? Wat met de Koerden? Gaat er iemand de straat op om de vele en vele brandhaarden en slachtpartijen in Afrika onder de aandacht te brengen? Waar zijn de VN-resoluties die opkomen tegen het onrecht dat miljoenen medemensen wordt aangedaan op de meest gruwelijke wijze? Synoniem van ‘politiek’ is ‘wegkijken’ (als dat economisch bezien beter uitkomt). Tijdens de online sjioer (cursus) van gisteren lernden we ook over Toe Bisjvat, het Nieuwjaarsfeest der bomen, dat enige dagen geleden werd gevierd. Een mens wordt in de Thora vergeleken met een boom in het veld. Hoe groeit er uit een klein zaadje een trotse vruchtenboom die heerlijke en gezonde Jaffa sinaasappelen levert? Het zaadje poten we in de grond, daarna vergaat het zaadje, een soort rottingsproces, en dan kan er uit dat kleine zaadje, dat er eigenlijk niet meer is, langzaam maar zeker een prachtige boom groeien die de mens zegent met heerlijke vruchten. Een mens, een koning, een politicus kan alleen dan vruchten afwerpen, tot zegen zijn voor de samenleving die hij mag dienen, als dat rottingsproces zich heeft afgespeeld. Het ego is uit hem verwijderd. Maar zolang de politicus, de mens, meer of uitsluitend met zichzelf bezig is, dan is de gemeenschap die hij mag en moet dienen, slechts een bijzaak en een middel voor zijn eigen vermeende grootheid. Alles draait immers om het ego, de gevaarlijkste afgod. En dus omdat het Ego niet gediend wordt met een anti-ayatollah of pro-Koerden demonstratie, doen we daaraan natuurlijk niet mee. Maar anti-Isra?l ligt anders, want daarmee wordt altijd gescoord…

Dank, beste dagboekenier, voor uw bereidheid om even naar mijn pessimistische gedachten te luisteren. Ik ben er nu van bevrijd en heb u er hopelijk niet mee belast! Want pessimisme kan al snel ontaarden in depressiviteit en hoewel depressiviteit op zichzelf binnen het Joodse denken geen zonde is, kan het heel makkelijk leiden tot overtredingen, een zondig gedrag en ‘het hoeft voor mij allemaal niet meer’.
‘De mens is als een boom in het veld’. Een vruchtenboom produceert en maakt anderen blij. Wat ben ik toch bevoorrecht dat ik medemensen kan en mag steunen. De afgelopen dagen heb ik een aantal ernstig zieke medemensen mogen spreken, bezoeken, bellen. Zo’n bezoekje of zelfs een belletje kan zoveel voor de ander betekenen, ook als hij (of zij) niet meer kan genezen. Ieder van ons kan zoveel betekenen voor een ander. Ik weet niet of het verstandig is dat ik de media volg en kennis neem van moord en doodslag. Het taskforce antisemitisme bestrijding rapport heeft als titel: Gevangen in Vrijheden. Dat is precies, alleen iets anders geformuleerd, dat ik meer dan twintig jaar geleden tijdens een 4-mei herdenking in Almere uitsprak:

Voor vrijheid werd gestreden
Toen, morgen en ook heden.
Maar als vrijheid betekent, alles kan en alles mag
En respect verdwijnt voor Overheid en voor gezag.
Dan is vrede ver van ons vandaan
En zal helaas oorlog blijven bestaan.
Maar wij zijn hier bijeen om te bidden en te gedenken
En smeken de Eeuwige om ons de echte sjalom te schenken.

“De mens is als een boom in het veld!” We kunnen voor de ander zoveel betekenen, met andere woorden, om me even politiek uit te drukken: Aan de slag!

dagboek 2 febr. 2026

Weer ben ik (een beetje) te laat met mijn dagboek. De reden is dat mijn nacht volgepropt was met e-mails beantwoorden, waardoor mijn dagboek vertraging opliep.
De bijeenkomst van de Isra?l Actie donderdagavond was meer dan bijzonder. Twee sprekers vormden het hoogtepunt (of misschien wel het dieptepunt): Eli-Ya Cohen, de ex-gijzelaar, en Dani?l Hagari, de ex-woordvoerder van de IDF. ‘Nooit van de waarheid afwijken, zelfs geen millimeter!’, was steeds zijn uitgangspunt, beter zwijgen dan fantaseren of bewust onwaarheden verkondigen. De fysieke oorlog heeft Isra?l duidelijk gewonnen, zo gaf hij aan, maar de venijnige oorlog die “de publieke opinie” heet, heeft Isra?l verloren. En toch, zo gaf Hagari aan, zullen we ook die oorlog winnen, terwijl hij zijn handen ophief richting de hemel en hiermee aangaf dat ook hij begreep dat uiteindelijk alles van Boven komt, en dus zullen we winnen.
Maar voor Hagari, die min of meer vrijwillig de IDF-woordvoerder was geworden, sprak Eli-Ya Cohen, de gijzelaar die het 7-oktober-drama na 505 dagen gevangenschap had overleefd. Zijn verhaal was onbeschrijfelijk indrukwekkend. De martelingen die hij beschreef, het sadisme, de honger, dorst, onbekendheid over het lot van andere gijzelaars en van zijn familie, de vele keren dat hij een einde aan zijn leven had kunnen maken en dat heel bewust niet had gedaan. De talloze keren dat hij het Sjema Jisraeel heeft geroepen in de veronderstelling dat zijn eind nabij was. En de tefillin, gebedsriemen, die hij uiteraard niet had maar wel dagelijks symbolisch aandeed en daarbij de gebruikelijke gebeden uitsprak. Het stukje pita dat hij, als het meezat, vrijdagochtend had gekregen en dat hij bewaarde om er ’s avonds Kiddoesj mee te maken om daarna met medegevangenen te bensjen, het dankgebed na de maaltijd (die er niet was) uit te spreken. De Lubavitcher Rebbe heb ik vaak horen spreken over de kedosjim, de heiligen, die in Auschwitz waren vermoord. Ik heb die term nooit zo begrepen. Over de doden niets dan goeds, was in mijn gedachten de basis van deze verheffing van de slachtoffers. Maar nu ik deze gijzelaar heb horen spreken, begreep ik het helemaal. Wat een onbeschrijfelijke beproevingen en een nog onbeschrijfelijkere moed en geestkracht om zo om te gaan met het onmogelijke. Eli-Ya was voor mij een tsadiek, een jongeman van een zeer hoog spiritueel niveau. Ik had naast hem gezeten, ik heb hem bedankt, terwijl hij vanuit zijn oprechte eerlijke bescheidenheid eigenlijk niet goed snapte waarvoor ik hem bedankte, een door en door goed mens die de hel van Hamas had overleefd met de Eeuwige, de God van Isra?l, steeds voor ogen. Zo hebben de Joden de eeuwen weten te trotseren, ondanks alles.
We vieren vandaag het Nieuwjaarsfeest van de bomen, Toe Bisjvat. De mens wordt vergeleken met een boom in het veld. Een boom kan, dankzij zijn gezonde wortels, de heftigste stormen weerstaan. Am Jisra?l Chaj, het Joodse volk leeft en overleeft, dankzij de generaties die wisten te overleven, onze wortels, onze gijzelaars.
Zondag, de dag voor Toe Bisjvat, was ik aanwezig in Arnhem van twee tot vier. Zo’n zestig man (en vrouw) mochten genieten van een geweldige catering. Broodjes, vruchten, soep en ook nog een voorgerecht. Keukenploeg-Arnhem: dank! Frits Barend was de gastspreker, maar voordat hij zijn boeiende verhaal begon te vertellen, werd de middag geopend door David Simon en daarna mocht ook ik mijn zegje doen. Toen na afloop van mijn verhaal ik kennelijk iets te lang had gesproken, heeft David Simon aan de geboeid luisterende aanwezigheden een oude grap verteld. Wat is het verschil tussen een rabbijn en een radio? Een radio kun je uitzetten, een rabbijn niet. Maar omdat ik me natuurlijk niet zo makkelijk laat uitzetten heb ik aan de heer David Simon een typische Arnhemse vervolgvraag gesteld: wat is het verschil tussen een trolleybus en een rabbijn? Antwoord: een trolleybus stopt als hij de draad kwijt is. Een rabbijn gaat verder.
Van Arnhem naar Groningen! Ook daar een goede opkomst. De tafels stonden prachtig gedekt en aan vruchten geen gebrek. Daar was ik het volledige programma en heb o.a. uitgelegd dat uit een zaadje alleen een boom met vruchten kan voortkomen als het zaadje eerst in de grond is vergaan. De mens is als een boom in het veld. Om te kunnen produceren, vruchten af te werpen, goed te doen, moeten we eerst als het ware vergaan. Dat wil zeggen: iedere vorm van hoogmoed zal uit onszelf verwijderd moeten worden. Alleen als dat gebeurd is zijn we in staat om goede vruchten te produceren. Daarna ging mijn verhaal over naar een uitleg over de ontwikkeling van de Halaga om vervolgens weer uit te komen bij de boom die koosjere vruchten produceert.
Vandaag op tijd naar Nieuwspoort, Den Haag, getogen om aanwezig te zijn bij de presentatie van het rapport “Gevangen in Vrijheden” Rapport Taskforce Antisemitismebestrijding. Ik heb het hele rapport nog niet gelezen, maar dat ga ik zeker doen. Misschien kom ik in een later dagboek hierop terug.
En toen iets heel bijzonders: op bezoek bij rabbijn Awraham Soetendorp en zijn lieve echtgenote. Ze zijn verhuisd naar het Mr. Visserhuis. Soetendorp en ik hebben veel gemeen. Steeds ten strijde trekken t?gen of juist v??r. Er is altijd wel iets in beroering, de ons omringende buitenwereld zit niet stil! Maar ook waren en zijn er gevechtjes tegen de aanvallen van binnenuit: of het nu liberaal is, orthodox of niet-gebonden, naarmate Soetendorp meer bekendheid kreeg, nam de interne weerstand toe. De rabbijn werd verwacht vooral zichtbaar te zijn in de niet-Joodse media. Maar als de rabbijn, of zijn achternaam nu begon met een S of met een J is in deze niet relevant, als de rabbijn erin slaagde om in de krant te verschijnen, dan was er vaak wel een bestuurder die dat niet zo leuk vond, want hij, de rabbijn, was te zichtbaar ten koste van die ene bestuurder, die zelf op die voorpagina wilde verschijnen.
Ik eet nog een laatste stukje fruit, stuur dit dagboek, nog net voordat Toe Bisjvat eindigt, naar mijn assistent die op zoek gaat naar spel- en grammatica fouten en als alles dan verder soepel verloopt, wordt dit Toe-Bisjvat-dagboek morgen verzonden naar uw digitale brievenbus.

Dagboek van de Opperrabbijn van 28 januari 2026

Een vriend van mij vond dat ik te veel in mineur spreek. Steeds op de een of andere manier komt het antisemitisme en antizionisme aan de orde. Van mij als rabbijn verwacht hij een bemoedigend en opbeurend artikel, toespraak of dagboek. Omdat ik zeer gevoelig ben voor (opbouwende) kritiek was de spontane reactie naar mezelf: “Binyomin, minder negatief, meer positief, je moet mensen tot steun zijn!” Maar mijn spontane goede voornemen werd enige dagen later finaal de grond ingeboord. Een andere vriend vertelde mij dat de rabbijnen van voor de oorlog verweten werd dat ze niet voldoende hebben gewaarschuwd, mooie toespraken hielden over vertrouwen en positieve benadering. Of ze inderdaad zo spraken en of dat alle rabbijnen betrof, weet ik echt niet en is ook niet zo belangrijk. Als het inderdaad zo zou zijn, begrijp ik dat ook nog. Hoop en moed houden zijn goede eigenschappen en zwartkijken is negatief. Maar ik zie het momenteel even niet zitten, want ik voel me verantwoordelijk voor mijn mede-Joden en zit in een pijnlijk dubio. Onze Overheid is absoluut niet tegen Joden en niet achter iedere boom staat een antisemiet. Ik durf met zekerheid te verklaren dat Femke Halsema geen antisemiet is, ook al is haar visie op Israël van geen kant de mijne en in mijn optiek afkeurenswaardig.
Een mooi voorbeeld van een mogelijk meningsverschil is een artikel over mijn gewaardeerde collega rabbijn Lody van de Kamp en mijzelf onder de titel “Van de Kamp boos op opperrabbijn Jacobs”. Van de Kamp trekt al 15 jaar op met Saïd, een Marokkaan, en samen tonen ze de wereld dat er best kan worden samengewerkt. Ik juich die samenwerking van harte toe, was daarom aanwezig bij de feestelijke bijeenkomst “15 jaar Saïd&Lody”, maar denk dat er helaas maar weinig Saïd&Lody’s in ons land te vinden zijn. Van de Kamp vindt het verkeerd dat ik de zeldzaamheid benadruk want juist door dit te benadrukken, wordt ongewild het negatieve gestimuleerd. Benader het positief, is eigenlijk zijn meningsverschil met mij. Maar betekent het dat we daarom boos op elkaar zouden moeten zijn? No way! We zijn goede vrienden en of ik het gelijk aan mijn kant heb weet ik uiteindelijk niet met zekerheid.
Maar het klopt wel dat ik meer naar de pessimistische kant neig en bij van de Kamp het optimisme iets zwaarder weegt dan bij mij, maar uiteindelijk verschillen we maar een paar grammetjes van elkaar.
Maar nu ben ik dus in mineur. Moet ik mijn mede-Joden oproepen Nederland te verlaten voor het te laat is en met zo’n oproep paniek zaaien of moet ik duidelijk aangeven dat onze overheid niet van antisemitisme beticht kan worden en we dus gewoon de honderden jaren Jodendom in Nederland kunnen continueren. Ik wil onder geen beding gaan behoren, als ze inderdaad bestaan hebben, tot de Nederlandse rabbijnen die met Auschwitz in het vizier zonder dat ze dat wisten, zouden hebben aangegeven dat het allemaal zal meevallen en een positieve blik altijd goed is.
Waarom zit ik nu plotseling te worstelen met die twijfel?
Op Nieuwjaarsdag wordt er jaarlijks een mars voor de vrede gelopen. De mars begint bij een kerk en de groep loopt dan met fakkels, want de schemering heeft zijn intrede gedaan, naar de sjoel, waar ik de meute positief en bemoedigend toespreek. Vervolgens wordt er via het oorlogsmonument naar de Moskee gelopen, waar de imam zijn bijdrage levert, waarna de vredige stoet bij de kerk, het vertrekpunt, de demonstratie voor vrede eindigt. Maar dit jaar deed de moskee niet mee om, zoals me werd medegedeeld, ‘technische reden’. Die ‘technische reden’ wakkerde mijn pessimistische gevoel goed aan. Geen greintje politiek zat er achter de fakkelwandeling, slechts een eensgezinde bede voor vrede voor alle volkeren van Gods aarde.
Drie weken later kreeg mijn neiging naar het pessimisme weer een nieuwe impuls. Bij de herdenking van de deportatie van de viertienhonderd bewoners van het Apeldoornsche Bosch in de nacht van 21 op 22 januari werd dit jaar tijdens de besloten jaarlijkse bijeenkomst voorafgaande aan de openbare herdenking bij het monument, het Hatikwa, niet gezongen. Ik kan me hier nog iets bij voorstellen omdat, anders dan alle voorafgaande jaren, het volkslied van Israël dit jaar een vertaalslag zou kunnen krijgen die we niet moeten willen en die de waardigheid van de herdenking zou kunnen aantasten. Dat dan wel in een van de toespraken de politiek rond Israël erbij werd gesleept, schoot bij velen in het verkeerde keelgat: “Het afgelopen jaar, 2025, stonden we stil bij 80 jaar vrijheid. We herdachten en we vierden. Maar wat er ook gebeurde in 2025, is dat de staat Israël door de Onafhankelijke Internationale Onderzoekscommissie van de VN is beschuldigd van genocide tegen de Palestijnen. Vanwege langdurig en buitensporig geweld tegen burgers, als reactie op de gruwelijke en onvergeeflijke aanslag door Hamas op Israëlische burgers op 7 oktober 2023.” Het zotte is dat deze misser mij niet eens was opgevallen, kennelijk had ik niet goed geluisterd, maar anderen, boos en verdrietig, benaderden mij.
Dinsdag stond Leeuwarden op het programma. Vertrokken om kwart over acht en weer thuis om kwart voor twaalf. De acht was in de ochtend en de twaalf in de late avond. Ik had de achturige werkdag er dus wel opzitten. Eerst een paar verzamelde klassen van het gymnasium toegesproken over antisemitisme. Je kon een speld horen vallen. ’s Avonds de herdenking van de Holocaust, met een zeer grote opkomst, ondanks de snerpende koude. Na afloop Q & A met de Opperrabbijn (dat ben ik dus). Ik heb aan die inmiddels traditionele bijeenkomst zelf maar een einde gebreid omdat mijn chauffeur de volgende dag weer aan de (zijn) slag moest. Wat een belangstelling, wat een warmte richting Joodse gemeenschap en richting Israël, een en al betrokkenheid. Jammer dat als gevolg van het ‘breekverbod’ de plechtigheid rond de plaatsing van twintig Stolpersteine, die zo zorgvuldig en groots was voorbereid, geen doorgang kon vinden. Mocht u niet weten wat een ‘breekverbod’ is, geneert u zich vooral niet. Ook ik had er nog nooit van gehoord en met mij vele anderen, waaronder ook een drietal door mij benaderde burgemeesters. De plaatsing krijgt op 23 april een tweede kans en ik zal dan weer mogen optreden met mijn Q & A (show). Friesland, waar de meeste onderduikers verborgen zaten, kan voor mij niet kapot als het gaat om liefde voor Israël en het Joodse volk. En dus had zelfs de afgelasting van de Stolpersteine een happy end. Dat het geldende ‘breekverbod’ de verwijdering van een paar tegels en de plaatsing van de kleine monumentjes had verhinderd, was het gevolg van een ietwat sukkelige onderlinge communicatie, maar heeft uiteindelijk geleid tot een nog hechtere vriendschapsband tussen alle betrokkenen, waaronder ook tussen mijn persoontje en de eerste burger van de hoofdstad van Fryslân, Sybrand van Haersma Buma. Fryslân had mijn dag, week en maand gemaakt!

dagboek opperrabbijn 25 januari 2026

Het is zondagochtend, nog te vroeg voor het ochtendgebed, maar wel al op tijd om na te denken over de toespraak die ik dadelijk bij de holocaustherdenking in Gouda ga houden. Maar voordat ik een paar van mijn gedachten aan dit dagboek toevertrouw, wil ik eerst het onverwachte bezoek van donderdagavond met u delen.
Wie staat voor de deur? Koen Carlier, u weet wel, de leider van de Christenen voor Israël ploeg die dag en nacht bezig is in Oekraïne met “Breng de Joden thuis”. Mijn dochter uit Canada beklaagt zich op de familie whatsapp dat het sjabbat in Montreal -37 graden (niet Fahrenheit!) was. Waarop mijn zoon David, de familie clown, zich afvraagt waar de “opwarming van de aarde” is. Grappig en -37 is inderdaad een probleem, maar thuis hebben ze verwarming, voor buiten genoeg warme kleding en ook aan warme maaltijden geen gebrek. Neen, luister dan naar de rampspoed in Oekraïne, onbeschrijfelijk. Via tweeëntwintig gaarkeukens worden door de Koen-ploeg gezinnen van warme maaltijden voorzien, terwijl de bommen hun vernietigende werk uitvoeren en de elektriciteit meer af-dan aanwezig is. Waar hebben wij het lef vandaan om te klagen?
In de Thora lazen we deze sjabbat over de Uittocht uit Egypte. Egypte heet in de Thora Mitsrajim en de vertaling van Mitsrajim luidt: begrenzingen. De Joden moesten Egypte verlaten door grenzen te doorbreken, zeker ook spiritueel. De Uittocht werd voorafgegaan door de Tien Plagen, kennelijk dus een voorwaarde om uit Mitsrajim weg te kunnen komen. De eerste plaag was dat het water van de Nijl veranderde in bloed. De Nijl was de economische slagader van Egypte.
Mijn gedachten dwalen af naar de herdenking dadelijk in Gouda. Hoe kon het gebeuren? En is het slechts verleden tijd? Je hoeft geen profeet te zijn om te zien dat de huidige Nijl, de economische afgod geld, en dus macht, door de eeuwen heen miljoenen slachtoffers heeft opgeëist. We herdenken vandaag op diverse plaatsen de Holocaust, maar uitsluitend herdenken zonder vertaalslag naar het heden is zeker waardevol, maar tegelijkertijd zinloos. Er moeten vertaalslagen worden gemaakt, ogen worden geopend. Ik ben ervan overtuigd dat dankzij de onbaatzuchtige inzet van velen die hun tijd en kracht gegeven hebben om de holocaust herdenkingen te organiseren, de toehoorders wakker zullen worden en dus de afgod economische slagader, Nijl, zullen herkennen. En dan?
Inmiddels zijn we precies (ongeveer) twaalf uur verder. Achter in de auto zit ik op mijn laptop dit dagboek te schrijven.
Om 9:30 uur ons huis verlaten richting Stopera om daar bij de voorontvangst van de Nationale Holocaust Herdenking acte de présence te geven, daarna de stille tocht naar het Auschwitz spiegel monument en ondertussen netwerken. Afspraken maken, contacten leggen, investeren. Bij de herdenking zelf kon ik niet blijven omdat ik om één uur in Gouda werd verwacht als gastspreker en de herdenking bij het Auschwitz monument pas om kwart voor één klaar zou zijn. En dus vóór de herdenking stilletjes naar mijn auto, op weg naar Gouda.
Een grote opkomst in Gouda, een warme voorontvangst en een ijskoude plechtigheid die een en al warmte en betrokkenheid uitstraalde. Er werd geen problematiek van elders binnengehaald, het ging duidelijk over Gouda dat in ’40-’45 met kwalijke overgave zijn Joden liet vermoorden. Uiteraard bleef het huidige antisemitisme niet onvermeld, maar het bleef als een onhanteerbaar en in feite onverklaarbaar gegeven overeind staan. Maar… achteroverleunen en het zien en laten gebeuren: no way! Ik realiseer me nu pas dat ik er ben dankzij Gouda. Mijn moeder heeft haar leven namelijk te danken aan Heitze Wiersma, de politieman uit Gouda, die in Friesland een verzetsknokploeg leidde.
Van Gouda naar Maastricht, meer dan twee uur rijden. Daar zou om vier uur de obsjerenis, haarknippen, van het zoontje van rabbijn en mevrouw Cohen beginnen. Hij was vandaag drie jaar geworden en de minhag, gewoonte, bestaat om tot de derde verjaardag het haar van jongetjes niet te knippen. De mens wordt vergeleken met een boom en gelijk bij een boom de eerste drie jaar niet van de vruchten gegeten mag worden, zo ook laten we zijn haar drie jaar onaangeroerd groeien. Hoewel er na de plechtigheid in Gouda er nog een bijzonder gemoedelijke nazit was waar we konden bijkomen van de kleumende kou en we daardoor pas om kwart voor drie onze reis van twee uur en een kwartier naar Maastricht konden beginnen, kwamen we toch nog dik op tijd aan. Een wonder? Neen! Gewoon veel te hard gereden en bovendien begon het feestje met twee Limburgse kwartiertjes te laat.
Het kwam mij symbolisch over. Eerst twee herdenkingen, herinneringen aan de poging om ons uit te roeien, en daarna een klein Joods jongetje dat zonder concessies en met vreugde en gehuld in een tallis, gebedsmantel, de feestelijk aangeklede zaal wordt binnengebracht. Daar mag hij het alef-beet leren en het Sjema Jisraeel hardop zeggen. Vanaf vandaag zal hij tsietsiet dragen, een onderhemd met aan de vier hoeken van het hemdje, de schouwdraden die ons herinneren aan de zeshonderddertien ge- en verboden. Het was een prachtige bijeenkomst, met muziek, dans en heerlijk eten. De leden van de Joodse Gemeente waren in groten getale gekomen om het feest van hun rabbijn en rabbbanit mee te vieren. Am Jisraeel Chaj, het Joodse volk leeft, zeker ook in Maastricht.
Wat, zo vroeg ik me af, is de gemene deler tussen de herdenking bij het Auschwitz monument in Amsterdam, de plechtigheid in Gouda en het obsjerenis-feestje bij de Joodse Gemeente?
Voordat in Mitsrajim de tiende plaag begon, het sterven van de eerstgeborenen, moesten de Joden een lammetje in huis nemen. Het lammetje was de afgod van de Egyptenaren, moest geslacht worden en het bloed moest aan de deurpost worden gesmeerd opdat G’d de huizen van de Joden zou herkennen en daar zouden de eerstgeborenen niet sterven. Om het lammetje te slachten vereiste grote moed. Het lammetje was immers de Egyptische afgod! Van de Joden werd dus gevraagd om demonstratief afstand te nemen van die afgod! Geen sinecure. Maar de beproeving, het gevaar werd nog eens extra groot omdat de Joden alvorens het lammetje te slachten eerst de afgod vier dagen in huis moesten houden, zichtbaar voor eenieder. Wat was hiervan de reden? G’d wilde dat de Joden niet spontaan, als in een opwelling, afstand zouden nemen van de Egyptische afgodendienst. Er moest over worden nagedacht, de idee moest bezinken, vandaar die vier dagen.
Zeer velen waren aanwezig bij het Glazen Auschwitzmonument, bij de herdenking in Gouda en in Maastricht bij het Joodse feestje. Bij alle drie de gelegenheden kan het niet anders dan dat aanwezigen geïnspireerd raakten, geweldig! Maar alleen die spontane inspiratie ter plekke is niet voldoende, de uitstraling van drie keer vandaag moet blijven hangen, moeten we meenemen in onze gedachten, bij ons blijven dragen. Alleen dan is herdenken en vieren echt zinvol.

Dagboek van de Opperrabbijn van 15 januari 2026

25 Tewet, dit jaar 14 januari, hadden we jaartijd van onze oudste zoon Yisrolik zl. Vijf jaar geleden is hij overleden in Londen, waar hij woonde. Bij zijn begrafenis konden we niet aanwezig zijn vanwege corona. Normaliter ben ik terughoudend over ons privéleven, maar omdat onze schoondochter, zijn weduwe, in de Jewish Tribune een indrukwekkend gedicht aan hem heeft gewijd en de sterfdag daardoor toch al uit de privésfeer is getrokken, wil ik er toch gewag van maken. Het verlies van een kind is geen sinecure en toch gaat het zoals het gaat. Als een kind geboren wordt juichen we, bij overlijden is er intens verdriet, maar als we de emoties aan de kant (kunnen) zetten, is vreugde en verdriet niet zo vanzelfsprekend. Wie weet of de pasgeboren baby zich zal ontwikkelen tot een goed mens? Daar hopen we natuurlijk op, maar het is geen vanzelfsprekendheid. Geen gebrek in onze wereld aan grote en kleine schurken. Dus wat is de vreugde bij een geboorte? Maar als we zien dat iemand na een heel goed leven dit aardse bestaan inruilt voor een hoger leven, dan zou blijdschap en dankbaarheid gepast zijn. En dus zijn Blouma, ik en Nechummele, zijn weduwe, dankbaar dat Yisrolik zevenenveertig jaar zo gigantisch veel heeft weten te betekenen voor de ander. Hij had een lange lijst met telefoonnummers in zijn hoofd van mensen die hij regelmatig belde om ze tot steun te zijn met hun problemen of hun eenzaamheid te doorbreken met een belangstellend en vooral oprecht gemeende “hoe gaat het?”

Gisteravond een avond met de business-club van Christenen voor Israël. Naar ik begreep waren er iets meer dan tweehonderdvijftig van de vierhonderdtwintig clubleden gekomen. Wat een enorme pro-Israël bijeenkomst. In feite hoef ik niet naar zo’n bijeenkomst te gaan want ze stonden, staan en blijven achter Israël staan. Waarom ik dan toch meende te moeten gaan? Om te tonen hoezeer hun ‘achter-Israël-staan’ door ons Joden wordt gewaardeerd.

Tijdens het wandelende buffet kreeg ik een scala aan vragen over me heen, de meeste over teksten uit de Thora, Profeten en Geschriften, dus uit Tenach. Het antwoord ligt dan vaak verscholen in de Hebreeuwse tekst of beter geformuleerd: in het ontbreken van de Hebreeuwse oorspronkelijke tekst. De platte tekst heeft vele betekenissen, die met de vertaling verloren gaan. Sjabbat vertalen we met rustdag, maar ik ben meestal bekaf aan het einde van de Sjabbat… En in het Nederlands noemen we een man, man en een vrouw wordt vrouw genoemd. Twee woorden die geen enkele overeenkomst hebben, in feite onlogisch want in feite zijn mannen en vrouwen hetzelfde, alleen is de man de mannelijke versie van een mens en de vrouw is als het ware de vrouwelijke uitgave. Maar in onze Nederlandse taal is dat niet zichtbaar. Wel in de taal van de Thora. Man en vrouw hebben dezelfde naam, alleen die naam is voor de man mannelijk verbogen en voor de vrouw wordt de vrouwelijke verbuiging gehanteerd: iesj en iesja. En zo kunnen we nog vele dagboeken doorgaan! Conclusie: zonder oorspronkelijke tekst gaat zeer veel aan betekenis verloren. En dus voelde ik mezelf toen het officiële programma was beëindigd en allen de vrije loop mochten nemen en genieten van het buffet, als een soort VVV-informatie-paal! Zeker leuk, interessant, maar uiterst vermoeiend.  En dus dook ik na alle vragen en na thuiskomst mijn bed in. En dat bed-induiken was wel nodig want de volgende morgen, vanochtend dus, moest ik er al als de kippen bij zijn! 

Om negen uur ’s ochtends werden Blouma en mijn persoontje al opgehaald om naar Hotel Adagio in Amstelveen te rijden voor een conferentie van het ICCRR over minderheden in Israël waarvoor we persoonlijk waren uitgenodigd door Mr. Marty Hamburger. Vraag me niet waarvan ICCRR de afkorting is, want dat is mij onduidelijk gebleven. Maar verrassend duidelijk is het wel voor me geworden dat de Midden-Oosten problematiek, waarover de conferentie ging, veel complexer is dan in ons zwart-wit-calvinistisch denkende kikkerlandje wordt aangenomen. Het is niet alleen Joden versus Palestijnen, maar veel en veel meer gaat het over een scala aan minderheden met allen hun eigen cultuur, woongebied, taal en godsdienst. Om vrede in het Midden-Oosten te krijgen moeten de vredemakers eerst de ziekte begrijpen en ervan doordrongen zijn dat de Midden-Oosten-problematiek niet zwart-wit is, maar intens grijs. En als er een goede arts is die de patiënt wil genezen en goed beseft met welk ziektebeeld we te maken hebben, dan is de patiënt reeds half genezen, volgens de Talmoed. Maar zolang de geneesheren meer aan zelfverrijking doen en geen inzicht hebben in het ziektebeeld en vaak ook weigeren een diagnose te stellen vanwege egoïstisch zelfbelang, is genezing helaas nog niet in zicht.

En toen toog ik naar een soort tegenovergestelde: Saïd & Lody. Een Jood en een Marokkaan die samen optrekken, reeds vijftien jaar, de overeenkomsten zoeken en proberen zo te strijden tégen haat en vóór verbroedering.  Wat collega en vriend rabbijn Lody van de Kamp heeft weten te bereiken is indrukwekkend. Als er in meer landen en steden Saïd & Lody figuren zouden zijn…  Het gesprek aangaan, elkaar ontmoeten, van mening mogen verschillen. Maar of er op veel plaatsen in ons land Saïd’s & Lody’s gevonden kunnen worden, weet ik niet. De meeste Saïd’s zijn met een onbespreekbare diepgaande haat tegen de Lody’s opgevoed of, zoals ik in een eerder dagboek schreef: het antisemitisme en antizionisme is met de paplepel ingegeven. Maar juist daarom mijn innige complimenten voor “15 jaar Saïd & Lody”.  

Dadelijk nog een zoom-interview. Ditmaal niet voor een radio, televisie, documentaire of een livestream, maar voor een Nederlands echtpaar in Israël dat al een bewonderenswaardig aantal decennia samen moeizame, mooie en prachtige jaren delen. Kijk, dat is het mooie van mijn opper-rabbinale baantje. Zelfs als ik niets tegen het bruidspaar zou zeggen, maar ze uitsluitend vriendelijk en feestelijk toeknik, zijn ze blij en dankbaar omdat de opperrabbijn hen persoonlijk heeft gefeliciteerd. Lief bruidspaar: als u mijn dagboek leest, vanaf deze plaats reeds, als voorgerecht voor het zoom-interview: mazzeltov, mazzeltov! Nog vele jaren in gezondheid, voorspoed en sjalom!