Dagboek van de Opperrabbijn van 27 november 2025

Het waren intensieve dagen, feitelijk te intensief, want ik zit nu hoestend, nog net niet proestend, en bijna gevloerd op mijn vlucht naar Nederland te wachten op het vliegveld van Belgrado. Gisteren heen gevlogen en vandaag weer terug, maar niet uit Servië, maar uit Montenegro. De RCE, Rabbinical Center of Europe, helpt lokale rabbijnen die ergens met een probleem zitten, maar het probleem niet zelfstandig kunnen oplossen. Wij komen dan te hulp met een expert. Ik mag een van die expertjes zijn en mijn dingetje is o.a. het natrekken van het Jood-zijn. Enfin, we hebben kunnen oplossen en omdat ik er toch was heb ik ’s avonds een lezing gegeven. Vandaag viel het me op dat de Serviërs en Montenegoreanen of boos zijn of gewoon depressief. Geen idee waarom dat is, maar het valt wel op. Nooit een vriendelijke glimlach, een woord van welkom bij een balie, een stewardess die je een goede reis wenst. Wat was mijn programma de dagen voor Montenegro?

Maandag Leeuwarden/Sneek en dinsdag Urk.

Tachtig jaar na de oorlog werden twee Thora-schilden, die uit de sjoel van Sneek waren geroofd door Nederlandse NSB’ers en ook gewoon door Nederlandse niet-NSB’ers, teruggebracht naar daar waar ze horen te zijn. Nou ja, niet helemaal natuurlijk of nog iets duidelijker: helemaal niet! Want teruggebracht hadden ze moeten worden naar de sjoel van Sneek en bij ontstentenis van die synagoge naar de Joodse Snekernaren… die niet meer zijn.  En toch was de Leeuwardense bijeenkomst in de Joodse School (die geen school meer is!) bijzonder. Het was een emotionele bijeenkomst die me deed denken aan de terugkeer van de stoffelijke resten van de 7-oktober-gijzelaars.

Maar er voltrok zich ook iets heel kostbaars. Gelijk de Thora-schilden de Thora beschermen en tegelijkertijd de Thora aanzien geven, zo ook wist de Joodse Gemeente Friesland zich tijdens de plechtige overdracht gesterkt en gesierd door vele niet-Joodse intense vrienden. Wat een rijkdom! En wat een warme uitstraling van veiligheid en geborgenheid!

En toen ik maandag nog nauwelijks van het Friesland-gevoel bekomen was, was het dinsdag geworden! Een grandioze avond op(!) Urk met meer dan tweehonderdvijftig menselijke schilden, de christelijke vrienden van Israël. Tweehonderdduizend euro hebben deze kostbare pleiters voor en verdedigers van het Heilige Land bijeen gedineerd voor het Jaffo project. En dat in een klimaat waarin de huidige NSB’ers niet ophouden zich zorgen te maken over het welzijn van al die Palestijnse kindertjes die onzichtbaar uitgehongerd zijn en die met Jodenhaat worden opgevoed. Overigens vind ik zestigduizend omgekomen Palestijnen aan de krappe kant. Ik ga er van uit dat Israël regelmatig doel treft en dat van die zestigduizend minstens de helft terroristen zijn. Die dertigduizend mogen dubbel worden geteld, want toen zij waren uitgeschakeld waren ze niet alleen hun aardse leven kwijt, maar ook de illusie van het toekomstige bestaan met de zeventig maagden. Overigens had ik voor mezelf ook een fiks bedrag die avond op(!) Urk kunnen binnenhalen. Ik had het ‘kunnen’ krijgen, maar heb het toch maar niet willen accepteren omdat ik te honkvast ben. Meerdere keren heeft de Lubavitcher Rebbe mij duidelijk gemaakt dat pensioen en verhuizen voor mij niet is weggelegd. Daarom heb ik weer de nieuw te bouwen villa op(!) Urk niet aanvaard! Mocht u denken dat ik dit verzin, dan adviseer ik u om even Urk te bellen en te vragen naar Willem de Boer of naar een paar grote Urkse visbedrijven… ik ben daar meer dan welkom! Ik zou bijna dit Urk- verhaal eindigen met: Met vriendelijke groet, Binyomin Jacobs, opperrabbijn (op!) Urk.

En dan vanavond: Onlangs heeft het Internationaal Gerechtshof voor de derde keer in twee jaar op verzoek van de Algemene Vergadering van de VN een Advies (Advisory Opinion) uitgebracht over de toestand in Israël. Wij kijken er niet meer van op dat Israël in dit Advies opnieuw wordt veroordeeld en de wandaden van de Palestijnen/Hamas nagenoeg buiten beschouwing blijven.    De adviezen van het Internationaal Gerechtshof zijn weliswaar “slechts” adviezen, maar ze wegen zwaar en er schuilt een groot gevaar in deze gang van zaken.

Er is een duidelijke trend waarneembaar: de adviezen worden steeds eenzijdiger en agressiever inde veroordeling van Israël enerzijds, en het veronachtzamen van de wandaden van de Palestijnen en islamitische terroristen anderzijds. En elk advies geeft de VN weer aanleiding om de joods staat opnieuw en nog feller te delegitimeren.

Wij hebben hier te maken met een spiraal van politisering van het internationaal recht, die niet alleen het bestaan van de Staat Israël bedreigt, maar ook de internationale rechtsorde zelf. Wij zien dit zowel in de wisselwerking tussen Algemene Vergadering en Internationaal Gerechtshof als bij het Internationaal Strafhof – beide hoven gevestigd in Den Haag. The Hague Initiative for International Cooperation (thinc.) is in het leven geroepen om tegen deze trend te ageren – ten dienste van Israël en de internationale rechtstaat in het algemeen.

Graag nodigen wij u uit voor een besloten bijeenkomst op 27 november a.s. van 19:30-22:00 uur in Amersfoort, waarin wij met u willen spreken over dit thema:

Recht, diplomatie en projecten die ertoe doen. De themalezing zal worden verzorgd door Prof. Dr. Geert-Jan Knoops.

Een rabbijn moet zich niet met de politiek bemoeien, maar omdat ik daarin niet zo goed ben (met dat bemoeien, bedoel ik) gaan Blouma en ik dadelijk naar deze besloten avond.

Dagboek van de Opperrabbijn van 24 november 2025

Inmiddels is het maandag zeer vroeg in de ochtend en ben mezelf aan het afvragen of ik wel of niet de (gelukkige?) bezitter ben van een jetlag.  Direct na sjabbat zijn we namelijk, voorzien van vier grote koffers, twee handbagage koffertjes, een sjeitel-box (voor de pruik van Blouma), een hoedendoos (voor mijn sjabbat-hoed) en de nodige losse zakken, een taxi ingestapt om via JFK en Schiphol bijna uitgeput gisteren, zondag dus, onze eigen voordeur te mogen openen en dankbaar terug te mogen denken aan de spreuk die bij mijn lieve ouders in de gang hing: oost-west thuis best en zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. Mocht u deze veel te lange zin niet meer begrijpen: we zijn weer thuis van weggeweest en het is nu maandagochtend vijf uur en tien minuten. Waarom ik zo vroeg wakker ben? Jetlag, want er zijn voor ons zes uur vervlogen, is het vijf uur in de ochtend, maar voor ons gevoel zes uur eerder. Na de conferentie, waarover ik in mijn vorige dagboek schreef, was het ons gegeven om te dansen op de chassene, Joodse bruiloft, van de eerste kleindochter die de naam Jacobs droeg en die achternaam dus nu heeft ingeleverd. Tien dagen waren we afwezig, hoewel: een rabbijn behoort altijd aanwezig te zijn, ook als hij er niet is. E-mails gaan door, de telefoon heeft een mondiaal bereik en als herder mag je je schaapjes nooit uit het oog verliezen of uit je gedachten hebben verwijderd. Het was een schitterende choepa, bruiloft, en ik heb weer heel wat afgedanst met als resultaat vele complimentjes en de nodige spierpijn want ik word kennelijk toch een dagje ouder.

Een paar uur na thuiskomst zat ik in de auto op weg naar Warnsveld waar de laatste avond sjiwwe (treurweek) werd gehouden voor Ronnie Noach zl. Een groot minjan was komen opdagen, de woonkamer was vol. In mijn toespraakje beschreef ik Ronnie, mijn maatje en bestuurder, als een diepreligieuze man die niet alleen van grote betekenis is geweest voor de Joodse gemeenschap, maar ook als een ambassadeur van het Jodendom naar buiten trad. Dadelijk ga ik aan mijn Chanoeka-agenda werken, want juist dit jaar is het publiekelijk aansteken van de Menora belangrijker dan ooit.

Onze nieuwe (schoon)kleinzoon was enige maanden geleden in Amsterdam vanwege een tussenstop. Uiteraard bracht hij een bezoek aan de Snoge en belandde hij op de Dam in een pro-Palestina demonstratie. Toen de (orde)politie mijn bekeppelde (schoon)kleinzoon ontwaarde, lieten ze hem duidelijk weten dat hij z’n keppel om veiligheidsredenen maar beter kon afzetten, hetgeen mijn (schoon)kleinzoon en zijn vriend pontificaal hebben geweigerd! En juist daarom is het publiekelijk aansteken van de Menora dit jaar waardevoller dan ooit: wij weigeren om het Joodse zuivere vlammetje te doven, tonen publiekelijk onze zichtbare aanwezigheid en we zullen voortgaan met het brengen van licht in een samenleving die meer en meer duisternis veroorzaakt.

Ik hoop dit jaar meer plaatsen dan ooit te gaan bezoeken in de acht dagen durende Chanoeka-week. Licht in duisternis!

Hoe belangrijk de sjiwwe-week is voor de nabestaanden, Ronnies echtgenote Norma en dochter Danielle, was gisteravond wel duidelijk. Ze wisten zich omringd door vrienden en bekenden die allen bijeen waren gekomen om Ronnie te herdenken en voor zijn zielenrust te dawenen, maar tegelijkertijd om Norma en Danielle tot steun te zijn en even het verlies te kunnen vergeten.

Bij de sjiwwe vertelde een van mijn schaapjes mij dat hij erg leed onder een slaapprobleem. Na twee uur slapen was hij alweer wakker. En dus benader je de rabbijn, de Joodse klusjesman, voor advies. Mijn medisch sociaal psychologisch rabbinaal advies: gewoon aanvaarden dat je minder slaapt en vooral geen paniek. En mocht je jezelf vervelen midden in de nacht, weet dan dat je welkom bent bij de club van niet-slapers en stuur ze gewoon een appje. Goed voor jezelf en tegelijkertijd steun je ook de andere slecht-slapers.

Ik ga nog even onder de wol, want om elf uur word ik afgehaald om aanwezig te zijn en een toespraak te houden in Leeuwarden. Details volgen in mijn volgende dagboek. De reden dat ik Leeuwarden toch nog even aansnijd is omdat toen ik gisteren op Schiphol aankwam, ik werd onthaald door een delegatie van het bestuur van de Joodse Gemeente Friesland, Zo’n welkom had ik echt niet verwacht. De delegatie trouwens ook niet, want ze bleken helemaal niet naar Schiphol te zijn gekomen om mij te verwelkomen, maar om hun dochter naar Schiphol te brengen. Ik dus blij voor niets!

Dagboek van de Opperrabbijn van 17 november 2025

De jaarlijkse conferentie van shluchim – afgezanten van de Rebbe- is weer voorbij. Meer dan zesduizend rabbijnen kwamen bijeen om elkaar te inspireren. De bijeenkomst was indrukwekkend. Wat de meeste indruk op mij heeft gemaakt was de rabbijn die als soldaat beide benen heeft verloren, maar vol spirit doorging vanuit een nieuwe positie, zoals hijzelf verwoordde. Wat mij ook sterk is bijgebleven is dat duidelijk werd benadrukt dat een rabbijn die in een piepkleine Joodse Gemeente net zo belangrijk werk doet als een rabbijn in een gemeenschap met duizenden leden. Ik was gevraagd om een lezing te geven over hoe het Jood-zijn kan worden aangetoond van een aangewaaide persoon die beweert Joods te zijn. Ik ben best wel een beetje trots (niet goed!) dat mijn sessie erg positief werd beoordeeld en dat ik velen met mijn expertise heb mogen steunen.

Maar tegelijkertijd moest ik helaas vernemen dat mijn vriend, mijn voormalig bestuurder, mijn maatje Ronnie Noach is overleden. Het gaat me niet lukken om vanuit New York eerder terug te vliegen en dat doet me intense pijn. Juist nu had ik Norma, Ronnie’s vrouw, en dochter Danielle bij moeten staan door fysiek aanwezig te zijn. “A hero is someone who gives of their life to something bigger than oneself.”  Ronnie cijferde zichzelf weg als er hulp geboden moest worden. Dat was Ronnie.

En dat zijn ook veel van de Chabad-rabbijnen die op de meest afgelegen plaatsen wonen. Ik denk even aan de rabbijn in Kenia, met wie ik veel contact heb. Aan de rabbijn in Boekarest, in Montenegro, Slovenië, Zweden…  En dan denk ik er ook aan dat je geen superheld hoeft te zijn om de wereld te veranderen. Een vriendelijk woord, een luisterend oor, is vaak meer dan voldoende.

Vorige week was ik in Nieuw-Loosdrecht, een lezing voor een kerkelijk gezelschap. Er waren geen honderden aanwezigen, slechts ongeveer vijftig. Maar omdat mijn lezing over “kan het oeroude Jodendom antwoord geven op hypermoderne vragen” ook via een livestream te volgen was en het aantal volgers kon worden gezien, bleek na afloop dat meer dan 260 mensen mijn voordracht hadden bekeken en beluisterd. Toch niet gek voor zo’n klein landje als Nederland!

Ondertussen was ik al bijna het gezeur met het Concertgebouw vergeten, ware het niet dat vanuit diverse hoeken, Joods en niet-Joods, mij werd gevraagd naar mijn mening over het compromis. Een van de schrijvers liet me weten: “veel succes Concertgebouw, maar ik persoonlijk blijf altijd over jullie zeggen: bah, bah, bah.” Anderen waren tevreden want uiteindelijk mag de chazan gewoon blijven optreden. Alleen ’s middags zal een apart concert worden georganiseerd, waar hij niet mag optreden, een soort “Apartheids-concert”, want voor het (merendeels) Joodse publiek zijn er ’s avonds twee besloten concerten.

Regelmatig wordt mij gevraagd waar ik de tijd vandaan haal voor al mij reisjes, lezingen, columns en dagboeken. Het schrijven van de dagboeken en columns vergt veel tijd, soms enige uren. Maar: een schrijver die ogenschijnlijk wezenloos voor zich uit zit te staren, is feitelijk gewoon aan het werk! En zo vergaat het mij ook. Achter in de auto (niet aan het stuur) of gewoon een rustmoment op de bank, worden mijn dagboekjes voorbereid. En dan later wordt mijn dagdromen aan het digitale papier toevertrouwd.

Ondertussen heb ik mijn Chanoeka-artikel klaar en staan we weer gepakt en gezakt klaar om terug te vliegen naar onze thuishaven. Als u dit dagboek onder ogen krijgt zijn we alweer terug en is mijn volgende 24-uurs reis naar Montenegro. Wat ben ik toch bevoorrecht om ver-weg-rabbijnen te mogen helpen en de KLM financieel te mogen steunen. Dat wordt wel gewaardeerd, want op onze stoel van Amsterdam naar JFK lag een allervriendelijkst persoonlijk met de handgeschreven welkom.

En dat komt dan weer overeen met de eerder gebrachte gedachte: Een vriendelijk woord, een luisterend oor, is vaak meer dan voldoende. Dit naar de medemens. Maar wat met jezelf?  

Kijk dagelijks in de spiegel en ga op zoek naar je eigen kwaliteiten en gebreken. En zodra je die gebreken hebt gevonden, moet je ervan doordrongen zijn dat zelfkennis zinloos is als die kennis niet leidt tot verbetering.

Dagboek van de Opperrabbijn van 2 november 2025

In de Sidra van sjabbat jl. lezen we dat G’d aan Abraham opdracht geeft om zijn vaderland, zijn woonplaats en zijn ouderlijk huis te verlaten en te gaan naar het land ‘dat IK u zal tonen’. Anders uitgedrukt en op mezelf toegepast: alles wat ik tegenkom, heeft zo moeten zijn en daar ligt mijn/onze opdracht.

Maar donderdag jongstleden werd mij wel erg veel getoond. Na een scala van ontmoetingen de hele dag door kwam ik uitgeput na middernacht weer veilig maar bekaf thuis. Het was eigenlijk te veel, maar ik ben niet zo goed in uitstellen en al helemaal niet in het nee-zeggen en dus had mijn agenda zich gevuld met te veel opdrachten. 

De dag begon met een kennismaking bij mij thuis met de nieuwe directeur van de Bond tegen vloeken. Ik zit in het Comité van aanbeveling van deze zwaar christelijke organisatie en voel me daar ook best thuis, niet vanwege het christelijke, maar wel omdat ze strijden tegen de secularisatie, tegen de verbanning van G’d uit de maatschappij.

Aansluitend had ik een delegatie op bezoek van de politie midden-Nederland en een vertegenwoordiger van de NCTV, de Nationaal Coördinator Terrorisme Bestrijding. Met hen ging het gesprek niet over secularisatie, maar wel over veiligheid. Over dreiging naar de brede Joodse gemeenschap. Het is onacceptabel dat ieder Joods uitstapje, bijeenkomst, school, feestje, herdenking enz., beveiliging behoeft.

Daarna rabbinaal overleg met Amsterdamse collega’s die zowaar de tocht van Amsterdam naar Amersfoort hadden afgelegd, een unicum want gewoonlijk is in de Amsterdamse optiek, de afstand Amsterdam- Amersfoort aanzienlijk groter dan Amersfoort-Amsterdam.

Een half uur later, omstreeks drie uur, verscheen een delegatie van het IKC, het Interkerkelijk Kennis Centrum, dat programma’s maakt voor zo’n achthonderd scholen en was het aan mij om antisemitisme aan de kaak te stellen.

De rest van de dag en avond gaf ik een lezing in Ljussens. Onderwerp? Antisemitisme. Hoewel vanwege veiligheid de organisatie mijn komst niet breed had aangekondigd, waren meer dan honderd man aanwezig. Met ‘man’ bedoel ik ook natuurlijk ‘vrouw’, maar op mijn lagere school mocht je nog gewoon spreken over ‘man’ zonder dat daarmee de ‘vrouw’ werd uitgesloten. Of dat nog zo is, is me niet meer duidelijk, vanwege het opgefokte gender-gedoe. Voor het geval u denkt dat er sprake is van een typefout omdat u Ljussens niet op de lagere school tijdens topografie hebt geleerd, kan ik u geruststellen: ik was echt in Ljussen in de Dorpsstraat nummer zestien. Afstand van mijn huis naar die Dorpsstraat? 194 km. Naar mijn woorden werd meer dan aandachtig geluisterd. Als iemand per ongeluk een speld zou hebben laten vallen…

 

Om acht uur begon ik mijn verhaal en om tien uur werd er afgesloten met het onderstaande gezang op de melodie van het Hatikwa.

Door de eeuwen heen zwierf een volk,

voortgedreven en vervolgd;

in verdrukking hield het stand,

smachtend naar een vaderland.

 

Refr.: G’d van toekomst en verleden,

           Sterk uw volk met hoop en kracht;

           Geef het wijsheid, schenk het vrede,

           In het land waar U hen bracht

 

In Europa’s zwartste nacht

werden velen omgebracht.

Uit de as van dood en pijn

rees een volk, nog zwak en klein.

Refr.

 

In het vroeger vaderland

kwam een nieuwe staat tot stand;

dwars door strijd en grote druk

vocht men moedig voor geluk.

Refr.

 

Van het dorre, droge zand

maakten ze een vruchtbaar land.

Hoop bloeit op in de woestijn;

laat het tot een teken zijn!

Refr.

 

In de dreiging om hen heen,

stond het volk heel vaak alleen,

maar door trouwe vriendschapsband

kwam er uitkomst, hield het stand.

Refr.

 

En nog altijd brengt de strijd

dat men aan twee zijden lijdt.

Heer, hoe lang nog duurt dit voort?

Kom, vervul uw hoopvol woord.

Refr.

 

Uit volle borst werd door allen meegezongen. Wat een warmte, wat een verbondenheid, wat een eendracht en liefde voor Israël. Goed na middernacht kon ik mijn bed induiken en was ik vandaag, zondag, in Maastricht, 197 km zuidwaarts, om aan een groep trouwe Limburgse leden van de Joodse Gemeente een instructief verhaal te houden over de tahara, de religieuze wassing van een overledene. Geen gezellig onderwerp, maar hoort wel bij het leven. De betrokkenheid van de deelnemers was indrukwekkend, oprecht, geïnteresseerd. We, Blouma en ik, begonnen om 13:45 uur onze sjioer en om 16:15 uur verlieten we Maastricht, op weg naar Schiphol om vandaar te vliegen naar…

 

Wat niet bij het leven mocht en mag horen is Auschwitz. We zitten nu in de lounge van Schiphol. Om 21:05 vliegen we naar Krakau – Auschwitz waar morgen een tweedaagse conferentie begint van de EJA, European Jewish Association, voor Europese parlementariërs om ze bij te brengen hoe het toentertijd fout kon gegaan en dat, als we niet oppassen, het morgen weer kan gebeuren. En terwijl ik met deze pessimistische en hopelijk irreële woorden mijn dagboek van vandaag ga afsluiten en lees dat het jaarlijkse Chanoeka-concert door het concertgebouw wordt geweigerd, hoor ik in mijn gedachten uit het verre Friese Noorden, uit de Dorpsstraat in Ljussen, het refrein op de wijs van het Hatikwa:

 

G’d van toekomst en verleden,

 Sterk uw volk met hoop en kracht;

 Geef het wijsheid, schenk het vrede,

 In het land waar U hen bracht.

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 27 oktober 2025

Geen druppel regen heeft dit jaar ons verblijf in de soeka verstoord. Meestal is het dak-open, dak-dicht, kachel-aan, kachel uit. Het was aangenaam warm en het woord regen was uit ons vocabulaire verdwenen, geen druppel water te bekennen. Maar nu zitten we in onze serre, die gedurende Soekot omgebouwd was tot een loofhut, met een enorme waterschade. Het plenst en om de een of ander reden komt de regen naar binnen met bakken. Serre en keuken beiden onder water. Regen, waarvoor we sinds Soekot een speciale bede dagelijks invoegen, is een zegen, speciaal in Israël.  Maar voor ons voelt het meer als de zondvloed en doet ons denken aan de ark van Noach waarover afgelopen sjabbat in alle synagogen ter wereld werd gelezen. Hoewel: de ark van Noach was omringd met water, maar was binnen kurkdroog en had geen lekkage zoals bij ons. Lees verder “Dagboek van de Opperrabbijn van 27 oktober 2025”

Dagboek van de opperrabbijn van 23 oktober 2025

Er zijn van die dagen dat ik zo’n beetje de hele dag achter de computer zit en als ik er niet achter zit, zit ik wel in de auto of ben ergens aangekomen waar ik dan gewoonlijk een toespraak mag houden. Maar woensdag, gisteren, was het wel erg vol. Een zoom-vergadering van de Adviesraad van de Oorlogsgravenstichting, een online interview met een journalist over een (weer) op handen zijnde aanval op de sjechita en een interview met een Rechtenstudent van de Universiteit Leiden en aanwezigheid bij het vijftienjarig bestaan van Zikna. Lees verder “Dagboek van de opperrabbijn van 23 oktober 2025”

Dagboek van de Opperrabbijn van 21 oktober 2025

Hoewel er van alles speelt in het Midden-Oosten en het onbegrijpelijk is dat de moordpartijen in Gaza door Hamas nauwelijks in de Nederlandse media aandacht krijgen, ben ik daarover geheel niet verbaasd. Joden zijn namelijk schuldig en als ze ergens niets mee van doen hebben, dan nog hebben de Joden het gedaan. Ik wil dan ook voorstellen dat in plaats van het verzwijgen van de onderlinge moordpartijen, er gepubliceerd gaat worden dat ook de onderlinge wrede en onmenselijke moordpartijen indirect veroorzaakt zijn door Israël want als… De verdere onderbouwing laat ik graag aan onze Nederlandse media en politici over. Zo nodig ben ik bereid om te adviseren hoe e.e.a. te verwoorden! Lees verder “Dagboek van de Opperrabbijn van 21 oktober 2025”

Dagboek van de Opperrabbijn 16 oktober 2025

“Namens de Friese Joodse gemeenschap en ook namens onze Opperrabbijn Jacobs, (dat ben ik dus) spreken wij onze oprechte dank uit aan allen die zich in de afgelopen periode betrokken hebben getoond bij de aanslag op 7 oktober 2023, de verschrikkelijke nasleep daarvan en al het leed dat daaruit voortgevloeid is. Wij zijn diep geraakt door de vele vormen van steun – zowel tastbaar als geestelijk – en in het bijzonder door de wekelijkse samenkomsten waarin gebeden wordt voor de behouden thuiskomst van de gegijzelden en voor het beëindigen van de oorlog in het Midden-Oosten. Onze gedachten en gebeden gaan uit naar alle onschuldige slachtoffers, ongeacht wie of wat ze zijn of waren. Wij hopen en bidden dat er wijsheid en menselijkheid zal zijn bij alle betrokkenen, zodat verzoening, vrede en vertrouwen kunnen groeien. Ook willen wij onze dank uitspreken aan iedereen die bijdraagt aan de wederopbouw en aan het delen van kennis en begrip. Laten wij samen blijven bouwen aan vertrouwen en elkaar met menselijke waardigheid, normen en wederzijds respect tegemoet treden. Dit alles is mede mogelijk gemaakt door de inzet en de gebeden van velen. Hiervoor zeggen wij: toda raba — hartelijk dank.” Lees verder “Dagboek van de Opperrabbijn 16 oktober 2025”

Dagboek van de Opperrabbijn 5 oktober 2025

Van nature, beste lezer van mijn dagboek, ben ik zeer geordend. Ik regel doorgaans alles op voorhand (nou ja, alles ook weer niet, maar wel veel), ga uit van worse case scenario (= doemdenken) en wil dus ook dat mijn dagboek op tijd bij u aankomt. En dus had ik al voor Jom Kippoer mijn dagboek van vandaag netjes voor driekwart klaarstaan. Dat dagboek bestond voor een groot deel uit de toespraak die ik in sjoel had zullen uitspreken voor het Slotgebed, Neïla. Maar gedurende de korte pauze in de Jom Kippoer-dienst vernam ik van een van de politie beveiligers over de aanslag op een synagoge in Manchester en dus had ik mijn toespraak aangepast, met als gevolg dat dit dagboek door mij gewist werd en ik nu weer een blanco document voor me heb. Lees verder “Dagboek van de Opperrabbijn 5 oktober 2025”

Dagboek van de Opperrabbijn, 29 sept. 2025

Rosj Hasjana ligt alweer achter ons, het Joodse nieuwe jaar 5786is begonnen en de luide klanken van de sjofar galmen nog na in mijn hoofd en mijn gedachten. De honderd tonen van de ramshoorn riepen ons op om wakker te worden, niet in te dutten, niet weg te kijken en vooral ook aan zelfonderzoek te doen. Want het is veel eenvoudiger om de brede samenleving en anderen te bekritiseren, dan aan jezelf te werken, je eigen fouten en misstappen te herkennen en vooral te erkennen. De 48 uur van Rosj Hasjana was de periode van de goede voornemens, geweldig, maar blijven de goede voornemens slechts voornemens of worden ze ook uitgevoerd? Om te bezien wat er van goede voornemens is terecht gekomen hebben we de zeven dagen tussen Rosj Hasjana en Jom Kippoer, dagen van zelfonderzoek, introspectie. En dan Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, vergelijkbaar met de dag van het eindexamen, de dag waarop Boven wordt gekeken hoe oprecht mijn voornemens beneden waren. Lees verder “Dagboek van de Opperrabbijn, 29 sept. 2025”