Over straat met mijn geweertas

Pas even op! Er bestaat een joodse wet dat het verboden is om te roddelen, kwaad te spreken over anderen. Maar even zozeer mag ik niet veroorzaken dat anderen over mij gaan roddelen en dus: Zondag 4 oktober was het de Tweede Dag Soekot en ook op de Tweede Dag Soekot is ‘werken’ niet toegestaan en dus even ter verduidelijking en ter voorkoming van achterklap: pas na nacht ben ik aan dit dagboek begonnen!

Allereerst een welkom terug aan het NIW. Twee weken was het NIW met vakantie en werd mijn dagboek wel braaf naar het NIW gestuurd, maar even zo braaf niet geplaatst. CIP ging natuurlijk wel gewoon door en de facebooken ook, maar geen NIW en dus weet ik dat een aantal van mijn trouwe lezers mij (hopelijk) gemist hebben.

Na donderdag zo’n beetje de hele dag gepuzzeld te hebben over het dilemma wel of niet naar Maastricht voor de eerste dagen Soekot, zijn we uiteindelijk toch niet gegaan. Met pijn in het hart gewoon thuisgebleven. Even een korte uitleg: al tientallen jaren wordt er door een Joodse orthodoxe cateraar uit Antwerpen zomervakantie, wintervakantie en Soekot gearrangeerd. Gasten komen uit Zwitserland, België, Engeland, USA en Israël. Omdat hij zich richt op het orthodox Joodse publiek, zal hij moeten kunnen aantonen dat alle maaltijden koosjer zijn en ORT – Onder Rabbinaal Toezicht worden bereid.

En daar kom ik dan in de picture. Ik ben zijn ‘koosjer stempel’ voor de maaltijden en voorzie de gasten tijdens de maaltijden en de synagogediensten van droosjes, inspirerende toespraken. En dus had ik in Maastricht kunnen zijn in het Crowne Plaza Hotel aan de Maas. Maar de onzekerheid over de gasten uit België en uit Londen t.a.v. corona, heeft me doen besluiten om niet te gaan. Houden ze social distance? En dus zaten we thuis in onze eigen Soeka, Loofhut, die ik wel al ‘voor de zekerheid’ had opgezet, hadden we onze “eigen” gasten, natuurlijk sjoeldiensten in onze “eigen” sjoel en genoot ik van mijn eigen vijfsterrenmaaltijden van mijn dierbare echtgenote. 

Naast de loofhut hebben we ‘nog wat’ met Soekot, namelijk de loelav. Iedere ochtend gedurende Soekot nemen we een loelav (tak van een dadelpalm), twee wilgentakjes, drie mirthetakjes en een etrog (soort citrusvrucht) en spreken daarover een lofzegging uit. De betekenis heb ik in mijn vorige dagboek een beetje uitgelegd. Vanochtend liep ik dus met dit loelav-stel, zoals we dat noemen, naar de synagoge. Mensen keken me vreemd na. Stel u voor: er loopt een rabbijn met zwarte hoed, zwarte jas en om zijn schouder hangt een leren tas die lijkt op een draagtas voor een geweer. Op die tas zit dan ook nog een doosje (voor die etrog) dat lijkt op een doosje voor reserve munitie. Wat moet een onschuldige en nietsvermoedende voorbijganger hiervan denken? “Rabbijn-ogende man met geweer in binnenstad op weg naar synagoge!” Enfin zonder kleerscheuren en zonder politiealarm veroorzaakt te hebben, heb ik de synagoge bereikt en ben ik ook weer gewoon thuisgekomen.

Maar er zit hieraan een geschiedenis gekoppeld. Hoe kom ik aan die leren loelav schoudertas? Vijf jaar geleden was ik in Mariupol (Oekraïne) en heb ik kenbaar gemaakt aan de rabbijn dat ik de beveiliging van zijn synagoge onverantwoord slecht vond. Resultaat was dat vanuit Nederland sindsdien een beveiliger wordt betaald die voor de deur van de synagoge staat. En enige maanden geleden vond er inderdaad een aanslag plaats en heeft de door Nederland betaalde beveiliger de terrorist kunnen ontdoen van zijn bijl en zo het leven gered van de rabbijn en van de andere aanwezigen. Twee jaar geleden ontving ik, net voor Soekot, de leren loelav-tas die lijkt op een geweerhoes. Maar dit jaar besef ik pas hoe toepasselijk die leren loelav-geweerhouder was als dank voor mijn inzet een beveiliger te hebben geregeld. Vorig jaar zou ik daaraan nog niet hebben gedacht. Het was dus onbewust een erg passend cadeau!

Stiekem moest ik vanochtend, toen ik vreemd werd nagekeken, denken aan die Molukker die ten tijde van de treinkaping in Wijster in 1975 met een vioolkist door de stad liep. Er werd meteen alarm geslagen en door de politie werd hem zijn vioolkist ontfutseld. En wat zat er in die vioolkist? Een geweer. Waarop de Molukker verbouwereerd uitriep: o nee, nu zit mijn broer met een viool in de trein!

Ik vraag me af of ik deze “grap” wel had mogen neerschrijven. Maar ja, ik moest er toch echt aan denken vanochtend met mijn geweertas over mijn schouder. En weet u, de kaping toen was volstrekt onaanvaardbaar, maar de Molukkers zijn in mijn optiek ook onaanvaardbaar slecht door de Nederlandse overheid behandeld. Maar omdat ze rustige nette mensen zijn, kregen ze geen aandacht. Ik heb nooit kunnen aanvaarden de manier waarop ze hier in Nederland ontvangen zijn. Er moest helaas een treinkaping aan te pas komen om aandacht te vragen voor hun leed…….En juist vanwege mijn sympathie richting Molukkers, durfde ik deze ongepaste grap te delen. Want ook een goede niet-joodse vriend mag aan mij een grap over Joden vertellen die, uit de mond van een antisemiet, totaal onaanvaardbaar zou zijn.

Even terug naar mijn jachtgeweer. De Jood die met zijn Loelav zichtbaar door de straat loopt toont op te komen voor zijn geloof, zich niet te generen en laat aan de hem omringende niet-joodse gemeenschap zien dat hij (een Joodse) ruggengraat heeft. Voeg daaraan nog toe dat de dadelpalm, die eruitziet als een ruggengraat, symbool staat voor de studie van de Thora, de ruggengraat van het Jodendom, en de symboliek is weer helemaal compleet: geweer, Joodse ruggengraat en Thorastudie!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW  publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Loofhuttenfeest

Het voelde vreemd, maar langzaam ben ik eraan gaan wennen om mensen niet meer op kantoor en zelfs niet meer in huis maar in onze tentsjoel te ontvangen. En zo ontving ik vandaag vier mensen in de Jacobs’ tent. Ondertussen raak ik wel een beetje gestrest van alle (terechte?) paniek. Wel mondkapjes, geen mondkapjes. Vervolgens wordt er bij mij op aangedrongen dat ik alle bestuurders benader met advies wat ze wel en/of niet moeten doen met wel/niet bijeenkomsten en/of wel/niet synagogediensten gedurende het Loofhuttenfeest-Soekot. Na enig polderwerk heb ik de volgende tekst samengesteld, door twee hoogleraren laten bekijken en vervolgens laten versturen aan de Joodse Gemeenten:

Aan de besturen, rabbijnen en voorgangers van de Joodse Gemeenten,

Allereerst wens ik u allen nog vele jaren in voorspoed, goede gezondheid en shalom.

Waarschijnlijk ten overvloede wil ik u erop attenderen dat in het geval er in uw kehilla sjoeldiensten de komende Jom Tov dagen zullen plaatsvinden, het een absolute vereiste is de regels van het RIVM te volgen. Met name is het van belang dat ook en juist in kleinere sjoels de afstand van 1½ meter wordt gerespecteerd en ik kan niet genoeg benadrukken dat ventilatie van essentieel belang is.

Gezien de grootte en de ventilatiemogelijkheden van sjoel tot sjoel verschillen, verwacht ik dat er per gemeente naar bevind van zaken wordt gehandeld en het advies van de regering t.a.v. het dragen van mondkapjes ook in deze wordt meegenomen.

Gut shabbos en gut Jom Tov!

Uiteindelijk is iedere synagoge anders qua oppervlakte, qua ventilatiemogelijkheden en qua bezetting. Ondertussen is mijn loelav-stel aangekomen en ook de etrog en zitten we nog te tobben of we de eerste dagen Soekot, sjabbat en zondag wel/niet naar Maastricht zullen gaan. In Maastricht zal namelijk een catering zijn (vanuit Antwerpen) die andere jaren in Beekbergen is en onder mijn rabbinale toezicht staat. Er zullen nu maar weinig mensen komen en de cateraar is nog nerveuser dan als alles gewoon is. Er zijn twee geboden gekoppeld aan Soekot. 1: het ‘wonen’ is de soeka- loofhut gedurende het gehele Loofhuttenfeest en 2: het loelav-bensjen. En hoewel dit mijn dagboek is en geen cursus Jodendom voor beginners, toch even een minimale uitleg.

Nadat we de Ontzagwekkende Dagen achter ons hebben gelaten, gaan we nu feitelijk alles opnieuw beleven, maar dan vanuit vreugde. We weten ons omringd door de loofhut en beseffen dat we afhankelijk zijn van Boven. De essentie van de loofhut is namelijk het dak dat van riet of andere takken is gemaakt. Je kunt door het riet de hemel zien en voelen (als het regent) en beseft de relativiteit van het beschermende huis. Maar ook nemen we vier soorten vruchten in onze hand. De loelav (dadelpalm), 3 Mirthe-takjes, 2 wilgentakjes en de etrog, een citrusvrucht. Die vier vruchten nemen we samen en spreken daarover een lofzegging uit. De dadel heeft een heerlijke smaak, maar ruikt niet. De Mirthe-takjes ruiken heerlijk, maar hebben geen smaak. De wilgentakjes ruiken niet en hebben ook geen smaak. De etrog ruikt heerlijk en smaakt voortreffelijk.

Dit wijst op de vier soorten Joden. Sommige hebben veel kennis (smaak). Anderen leggen de nadruk op het doen van goede daden, maar qua kennis scoren ze niet hoog. Dan zijn er ook nog mensen die niet veel geboden naleven en ook hun kennis is minimaal. Tenslotte is er de etrog die uitmunt in kennis en in het naleven van de geboden in de praktijk. We nemen deze vier soorten samen en zwaaien ermee naar alle kanten en benadrukken hiermee o.a. de eenheid die het Joodse volk steeds moet nastreven en ook in de wereld moet brengen aan andere volkeren. Een mondiale eenheid in diversiteit!

De loofhut zal in Maastricht bij de synagoge staan want om een loofhut bij het hotel te bouwen moest er een bouwvergunning zijn, die niet werd verkregen. Doet me denken aan die man die zijn loofhut voor zijn huis midden op de straat had gebouwd. Politie komt en sommeert hem om de loofhut af te breken. Na langdurig gefilosofeer en tegenpruttelen, stemt de man eindelijk in om de loofhut, die hij net had opgebouwd, af te breken maar, zo heeft hij netjes weten te bedingen: het afbreken hoeft pas over acht dagen! (En mocht u het niet snappen: over acht dagen is het geen Loofhuttenfeest meer en hebben we geen soeka meer nodig!)

We gaan dus, zoals het er nu voorstaat, morgen naar Maastricht en maandag, als we weer terug hopen te zijn, komt m’n nieuwe auto en hopelijk ook de nieuwe computer, want de computer die ik nu gebruik heeft bijna de snelheid van een invalide slak. De nieuwe computer is er al bijna, want de factuur had ik al ontvangen en zelfs al betaald ook. Naar ik begrijp zal de nieuwe computer twee keer zo snel werken als de huidige. Met als resultaat: of het schrijven van uw dagboek kost mij de helft van de tijd of het dagboek zal 2 x zo lang zijn, want ik werk per uur, niet per woord.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

 

 

Dagboek van een Opperrabbijn, 30 september 2020

Doordat ik gisteren de hele dag niet heb bewogen, want ik zat of bij die conferentie of in de auto, ben ik nu al wakker. Het is tien voor drie in de ochtend. En dus heb ik me voorgenomen om dadelijk, als het echt ochtend is en ik het ochtendgebed heb uitgesproken, een stevige wandeling te gaan maken. En de rest van de dag? Vanmiddag komen er een aantal mensen op bezoek. Mensen die anders op mijn Rabbinaat zouden zijn gekomen. Maar omdat ik vanuit huis werk, komen ze nu naar Amersfoort en worden ze ontvangen in de tentsjoel/sjoeltent en niet in ons huis vanwege ventilatie en social distance. En verder zie ik wel wat er op mij afkomt. Of niet. Maar meestal is er altijd wel wat aan de rabbinale hand. Sowieso moet ik mijn zoomcursus voor de 60+, die ik donderdagmiddag ga geven, voorbereiden. Zo’n voorbereiding is qua tijd lastig in te schatten, maar enige uren zal het vergen. En ondertussen, als ik van verveling niet meer zou weten wat te doen, kan ik vast mijn toespraken voor de eerste dagen Soekot, het Loofhuttenfeest, voorbereiden. Dat zullen we in ieder geval al vier zijn. Een voor ingaande Soekot, dus vrijdagavond, een overdag bij de sjoeldienst, dan weer een toespraak zondagavond en dan zondag overdag bij de sjoeldienst. Voor mezelf moet ik wel aantekeningen maken wanneer ik wat zeg. Geen uitgeschreven toespraken, maar wel punten per toespraak op schrift om te voorkomen dat ik niet alle vier de toespraken door mekaar haal. Vier toespreken fabriceren neemt een fiks aantal uren die ik vandaag of morgen zal moeten inplannen.

Maar het regulier kantoorwerk gaat ook door, maar dan vanuit huis. Zojuist een zogenaamde rabbinale verklaring afgegeven. Om lid te kunnen worden van een Joodse Gemeente of om elders in de wereld een Choepa, een Joods religieus huwelijk, te kunnen krijgen of om aan een pasgeboren jongetje een Brit Mila, besnijdenis, te kunnen geven, moet er een bewijs van Jood-zijn worden getoond. En dus wordt er van mij regelmatig om zo’n verklaring gevraagd. Uiteraard geef ik uitsluitend zo’n verklaring af als het Jood-zijn, hetzij van geboorte of vanwege een toetredingsprocedure, bewezen is. In feite heet zoiets een Jood-Verklaring, maar vanwege alle nare mogelijke associaties noem ik dat altijd een Rabbinale-Verklaring. Klinkt iets vriendelijker!

Overigens heeft die boze meneer van gisteren (zijn boosheid was terecht!) het gesprek, nadat ik excuus had aangeboden en toegezegd persoonlijk de plechtigheid rond de onthulling van de grafzerk te zullen leiden, afgesloten met de volgende woorden: “zo, nu ben ik het kwijt en heeft u (dat ben ik dus) het probleem.” Dat deed me denken aan Moos en Saar. Het is midden in de nacht en Moos kan maar niet slapen. “Waarom slaap je niet?”, vraagt Saar. “Nou”, zegt Moos, “ik heb van onze buurman en onze goede vriend Sam tienduizend Euro geleend maar ik zie geen enkele mogelijkheid om het terug te betalen en pieker me dus suf.” Saar begint hierop te bonken op de muur. Sam wordt wakker en brult wat er aan de hand is. “Sam”, antwoordt Saar, “Moos kan je die tienduizend Euro onmogelijk terugbetalen.”  Dit gezegd hebbend zegt ze tegen haar Moos: “Zo, nu kan hij verder piekeren en jij rustig slapen”.

En toch ben ik tevreden dat die boze mijnheer met zijn klacht over de niet goed verlopen begrafenis mij heeft gebeld. Natuurlijk ben ik niet schuldig, maar wel verantwoordelijk en dus was mijn excuus oprecht gemeend en hoop ik dat de boosheid, of beter verwoord de teleurstelling, door mij is overgenomen en bij de familie enigszins verzacht is.  Hij reageerde in ieder geval zeer positief op mijn voorstel dat ik zelf de plechtigheid ga leiden bij de onthulling van de matsewa-grafzerk.

Maar: Ik heb inderdaad slecht geslapen, maar dat doe ik al jaren!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks

 

Antisemitisme op Jom Kippoer in Zweden

In Brussel was vandaag een conferentie met verschillende Europarlementariërs georganiseerd door EJA, de European Jewish Association. Onderwerpen: veiligheid, koosjer slachten, besnijdenis. De hele conferentie uiteraard via zoom met slechts enkelen fysiek aanwezig, waaronder mijn persoon. Om 10:15 uur vertrokken en zojuist weer thuis aangekomen, precies 12 uur later. De vertegenwoordiger van Zweden mv. Saskia Pantell, voorzitter van de Zweeds-Israëlisch samenwerkingsverband, had afgezegd vanwege de nazi-demonstraties op Jom Kippoer.

U leest het goed. Demonstraties tegen Joden op Jom Kippoer in Zweden waar slechts een handjevol Joden woonachtig zijn. Geen demonstratie tegen Israël, maar gewoon puur tegen de Joden. Joodse Zweden kregen brieven in hun bus met o.a. de opmerking dat Joden hun kinderen besnijden om kinderbloed te kunnen proeven. Kijkt u hier maar even. Ik hoop dat de Nederlandse media hieraan ook aandacht willen besteden ondanks het feit dat de demonstratie en de antisemitische folders niet tegen Israël waren gericht. Mijn fijne en optimistische Jom Kippoer gevoel was plotsklaps verdwenen. Niet goed.

De Israëlische minister van Diaspora Mv. Omer Yankelevich deed ook mee aan de conferentie, als zoomer. Duidelijk stelde zij dat om als Joods volk te overleven wij niet onze keppeltjes moeten gaan verbergen of anderzijds ons moeten verstoppen. Integendeel: om te overleven moet de Joodse gemeenschap zijn identiteit juist behouden en versterken. Maar om antisemitisme te bestrijden moeten er ook coalities worden gevormd met niet-Joodse groeperingen, hetgeen we in Nederland duidelijk doen.

Duidelijk werd verwoord dat antisemitisme van alle kanten komt: extreemrechts, extreem-links en Moslimextremisme. Om te voorkomen dat ik te depressief zou worden heb ik maar naar mijn autogarage gebeld om te vragen wanneer mijn nieuwe leaseauto klaarstaat. De auto was inmiddels wel al gearriveerd. Mijn depressie was al bijna verdwenen.

Maar denkend aan de nieuwe auto dwaalden mijn gedachten af naar Jom Kippoer: G’d vroeg ons echt niet in welke auto wij hebben gereden. Wel zal Hij ons hebben gevraagd of wij onze medemensen geholpen hebben om op de juiste plaats aan te komen, hun doel te bereiken. G’d vroeg ons ook niet hoe groot ons huis was, maar wel hoeveel gasten er over de vloer kwamen. G’d zal ook geen navraag hebben gedaan over de grootte van onze klerenkast, onze garderobe, maar Hij zal wel graag weten hoeveel arme mensen we hebben mogen kleden. En, zo kwam het in mijn gedachten op, zal G’d ook niet geïnteresseerd zijn geweest in het aantal vrienden dat wij hadden, maar wel zal Hij benieuwd zijn aan hoeveel medemensen we vriendschap hebben gegeven. En tenslotte is het zelfs niet belangrijk in welke buurt we woonden, maar essentieel is wel hoe we omgingen met onze naasten.

Ondertussen werd er gesproken over de veiligheid en beveiliging van synagogen en andere Joodse gebouwen. De veiligheidsdeskundige waarschuwde dat politici de neiging hebben te vergeten want het is alweer een tijdje geleden dat er een terreuraanslag heeft plaatsgevonden. Het moge stil zijn, maar de vijand slaapt niet en dus, waarschuwde de EU-deskundige, mogen de Joodse instellingen niet indommelen.

Het was het dagje wel. Na overleg met mijn (lijf)arts zag hij geen bezwaar aan mijn deelname aan deze EU-conferentie, mits 1,50 m social distance, handen wassen en ventilatie, ventilatie, ventilatie. Ondertussen heb ik ervoor gezorgd dat ik de conferentie voor 18:00 uur heb verlaten zodat ik geen verplichting/advies heb om in quarantaine te gaan. Onderweg nog een hele tijd stilgestaan op een parking voor een belangrijk telefoongesprek.

En nu dus thuis en rustig naar bed, dacht ik. Want er kwam nog een telefoontje want er was iets misgegaan bij een begrafenis. De functionaris functioneerde niet, was niet genoeg zichtbaar en kwam knullig over, zo in het kort was de inhoud van het gesprek dat ik met de zoon mocht voeren. Ik voel me schuldig, want ik had dus de lokale jonge rabbijn beter moeten uitleggen hoe e.e.a. in z’n werk gaat. Een gemiste kans. Juist bij een begrafenis is de pastorale zorg zo heel erg belangrijk. Of de kritiek op de rabbijn terecht was of niet, is niet relevant: het blijft een triest gegeven dat de zoon en ook de kleinkinderen met een naar gevoel zijn blijven zitten, en dat had niet gehoeven…..

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Columnist in RD schrijft demoniserende verhale

Nog vele jaren wens ik u allen, terwijl ik vermoeid na bijna 26 uur niet gegeten en niet gedronken te hebben, achter mijn computer ben gekropen om dit dagboek te schrijven. Met de wens dat het een goed en zoet jaar voor alle bewoners van Uw aarde moge worden, eindigde ik mijn toespraak voordat het Slotgebed werd uitgesproken. Waarom ‘goed en zoet’? Is alleen goed of alleen zoet niet voldoende? En waarom dopen we op Joods Nieuwjaar de appel in de honing? Het ware logischer geweest dat we bijvoorbeeld mierikswortel, het bittere kruid, in de honing dopen. De symboliek is dan veel aansprekender: we wensen dat het bittere het komende jaar uitsluitend zoet zal mogen worden.

Dus waarom goed en zoet? Een operatie is pijnlijk, maar leidt tot genezing. Het voelt verre van goed, maar het resultaat, de genezing, is goed, daar gaat het om. Andersom: een heerlijke sigaar, zoet, kan ernstige ziekte tot gevolg hebben. Van vele kanten hoor ik de positieve benadering dat corona een onverwachte éénheid brengt. Mensen staan klaar voor elkaar, helpen elkaar, jongeren doen boodschappen voor de ouderen. En ten aanzien van onze Schepper: ieder voelt dat uiteindelijk wij mensen niets voor het zeggen hebben, de verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen. De Almachtige wordt veel zichtbaarder.

De verafgoding van onszelf heeft een fikse knauw gekregen.

En toch is dit niet wat we elkaar wensen aan het begin van het Joodse Nieuwjaar. We willen geen verleiding die een tijdelijk goed en bevredigend gevoel geeft, maar leidt tot misère en zelfs geen bittere tijden, corona, die genezing brengen, lichamelijk of geestelijk. Neen, wij vragen de Eeuwige een goed en een zoet jaar! Vrede die eenheid brengt of eenheid die overvloeit in vrede, een totale en echte shalom, voor ieder mens en voor de gehele mensheid.

De dienst ingaande Jom Kippoer, zondagavond, en vandaag van 9:30 uur tot 20:30 uur non-stop was goed. Normaliter is de sjoel op Jom Kippoer vol. Dit jaar helaas dus niet. Kon ook niet vanwege de 1,5 meter afstand. Maar speelt bij andere geloofsgemeenschappen alleen corona, bij ons Joden zitten we met het probleem dat ventilatie lastig kan zijn, want er mogen vanwege onverhoopte terreur geen deuren open en ook geen ramen aan de straatkant! En dus, als er wel een deur in de synagoge waar ik vandaag was open moet, moet er beveiliging worden geregeld. Welkom in Nederland anno 2020!

Omdat een goede vriend niet naar zijn synagoge kon deze Jom Kippoer omdat ‘zijn’ synagoge geen dienst had vanwege….. verbleef hij bij ons de gehele Jom Kippoer en uiteraard heeft hij na Jom Kippoer de maaltijd bij ons genuttigd alvorens huiswaarts te keren. Om reden die verder niet relevant is, vertelde hij dat hij een broertje heeft gehad. Dat wil zeggen zijn ouders hadden net voor de oorlog een zoontje gekregen. Dat jongetje zat ondergedoken met de duiknaam Keesje. In 1945 werd hij ziek en namen zijn (duik)ouders hem naar de huisarts. Die weigerde het vijfjarige kind te behandelen omdat hij besneden was en dus is Keesje overleden……een gewone Nederlandse huisarts!

Jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving.

Misschien een goed idee voor de Israël columnist van het RD om daarover eens iets te schrijven in plaats van polariserende en demoniserende verhalen over ultraorthodoxe Joden. Waarschijnlijk was Alfred Muller op z’n vingers getikt omdat hij had geschreven dat ultraorthodoxe Joden en Arabieren de schuld zijn van corona in Israël. In de zaterdageditie op blz. 7 heeft hij dat hersteld door te schrijven: “In Israël is veel geklaagd over het gedrag van haredim. Vele ultraorthodoxen houden zich onvoldoende aan de afstandsregels en blijven bij elkaar komen-met alle risico’s van dien……” en nu komt het: “Met name de Chassidim die een derde deel van de haredim vormen, willen daarvan niet afwijken …”.

Weet de columnist überhaupt wat haredim en wat Chassidim zijn? Ik behoor zelf tot een chassidische stroming en herken mij hierin totaal niet. Ik ga zeer zorgvuldig om met de coronamaatregelen. Maar gelukkig is er ook nog iets goeds aan de Grote Verzoendag want, en hij zegt dan een rabbijn Pfeffer te citeren, “De Misjna (de oudste rabbijnse neerslag van de mondelinge Thora) zegt dat op de Grote Verzoendag de ongetrouwde meisjes naar de wijngaarden gaan. Daar komen jonge mannen om hun partners te kiezen. Het is een dag van liefde tussen God en het Joodse volk en de wereld in het algemeen.”

Misschien kan de columnist mij even laten weten waar in Israël of elders in de wereld ongetrouwde meisjes op de Grote Verzoendag de wijngaarden zijn ingetrokken. (Of misschien alleen dit jaar niet vanwege de 1,5 m afstand?) Het is jammer dat een gerenommeerd dagblad ruimte geeft aan dit soort onware misleidende berichtgeving. Typisch een voorbeeld van de klok horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt. Jammer, triest en niet goed in een tijd van opkomend antisemitisme.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Laat die anderen maar eens uitverkoren zijn

Maandag zal er geen dagboek van mij te lezen zijn. Natuurlijk zal er zich op vrijdag, sjabbat en zondag van alles en nog wat hebben afgespeeld, maar maandag is het Jom Kippoer-Grote Verzoendag en gelijk ik geen publicaties wil op de sjabbat, wil ik ook geen publicaties op de Grote Verzoendag omdat het dagboek dan op de Grote Verzoendag zelf geplaatst zal worden. Dus u en ik een vrije dagboek-dag! En dinsdag ben ik dus weer in de lucht of beter gezegd: online!

Ondertussen heb ik vandaag lichamelijk werk verricht: de soeka-loofhut gebouwd. De dinsdag na Jom Kippoer word ik in Brussel verwacht voor een after-Rosh Hashana receptie voor Europarlementariërs. Voorafgaande aan deze bijeenkomst is er een bespreking met EU-leiders over antisemitisme, vrijheid van godsdienst en veiligheid. Maar of ik naar Brussel kan, weet ik nog niet want de provincie Utrecht is inmiddels rood, heeft men mij verteld. (Dit moest mij verteld worden want, omdat ik kleurenblind ben, zie ik het zelf niet!).

Het was vandaag een volle Halagische dag. Meer dan gewoonlijk kreeg ik allerlei Joods wettelijke vragen voorgelegd: wel of niet medicijnen innemen op de Grote Verzoendag waarop we meer dan 25 uur niet eten en niet drinken; vragen over wel/niet Joods zijn; een vraag over lidmaatschap; een herziening van een reglement lidmaatschap Joodse Gemeente; een vraag ten aanzien van een Joods religieuze huwelijksinzegening; ……: …… . Het was vandaag echt een Halagische potporie! En ondertussen stromen de e-mails binnen over de sjoeldiensten op de Grote Verzoendag die worden afgelast in Israël en in vele andere landen.

Helaas heb ik door de potporie mijn voorgaan in de dienst nog niet kunnen voorbereiden. Ingaande Jom Kippoer ga ik voor van 20:15 – 21:30 uur en dan de volgende dag van 9:30 – 13:00 uur non stop, dan weer van 16:30 – 20:30 uur en dan ook nog een toespraak. Hoe zal het dit jaar zijn? Veel minder mensen dan andere jaren. Maar op z’n minst hebben we een dienst, terwijl elders…Overigens houdt mijn gewaardeerde collega rabbijn Shimon Evers de toespraak maandagavond en doet hij dienst van 13:00-16:15 uur overdag op de Grote Verzoendag, ook geen sinecure.

Vanavond nog een zoom-cursus gegeven voor RabbijnenNL en zag ik tot mijn vreugde op CIP dat SGP-fractievoorzitter Kees vd Staaij z’n verbazing kenbaar maakt, of beter geformuleerd zijn verbijstering, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken van mening is en blijft dat de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) terecht investeert in het bekeuren van het Israël Producten Centrum vanwege in hun ogen foutief gelabelde flessen wijn. Wat een opwinding om niets! Maar goed, wel goede gratis reclame voor het IPC in Nijkerk. Dat de dreiging vanuit Libanon steeds grilliger wordt en dat ook in diverse landen in de EU-opslagplaatsen liggen met dat levensgevaarlijke materiaal waarmee recentelijk half Beroet van de kaart is geveegd, krijgt geen aandacht. Neen, die paar flesjes wijn uit Israël, dat is hoofdprioriteit.

Wij Joden, Israël dus, zijn het Uitverkoren Volk, vandaar waarschijnlijk die extra aandacht? Regelmatig hoor ik vanuit de Joodse Gemeenschap: laat die anderen maar eens een tijdje uitverkoren zijn! Het deed me even denken aan de uitspraak van Albert Einstein: “De wereld is een gevaarlijke plek om te wonen; niet vanwege de mensen die kwaad willen, maar vanwege de mensen die daar niets tegen doen.” Wellicht een idee om deze wijsheid boven de ingang van ons eigen Ministerie van Buitenlandse Zaken te plakken.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stromingen, Dagboek van een Opperrabbijn, 23 september 2020

Gisteren had ik beloofd om uitleg te geven over de diverse stromingen binnen het Jodendom en hoewel uitleg en leringen niet echt tot een dagboek behoren, ben ik toch maar zo vrij om de vrijheid die ik heb te misbruiken.  Van-huis-uit ben ik een typische jekke. Ik vermoed dat u, speciaal mijn niet-joodse lezer, het even niet kunt volgen. Het Jodendom bestaat uit stromingen die weliswaar precies dezelfde uitgangspunten hebben qua wetgeving (halaga) en qua geloofspunten, maar die onderling verschillen in beleving. Uitleg: een gezin met tien kinderen. Allen gaan ze dagelijks naar school (althans in het precorona tijdperk), ze doen allen aan sport, eten allemaal, slapen, lezen etc. Allen doen ze alles, alleen de een legt meer de nadruk op sport, de ander is meer een boekenwurm. Zo ook bestaat het Traditionele Jodendom, dat de eeuwen heeft weten te trotseren, uit stromingen die onderling geen dogmatische verschillen kennen, maar wel andere aspecten benadrukken. Een voorbeeld: er is een stroming die vrij in zichzelf is gekeerd, om zichzelf een muur heeft gebouwd om het moreel verval van onze huidige maatschappij buiten de deur te houden. Een andere stroming zal juist omdat er ‘buiten’ veel rotzooi is, geen muur opwerpen maar juist het ‘buiten’ opzoeken om de wereld te verbeteren. Beide benaderingen hebben hun voor en tegen. Door om mezelf en om mijn gezin een muur te bouwen, loop ik het risico dat de sfeer thuis verstikkend werkt en de kinderen als het ware uitbreken, de engte van het geloof niet meer aankunnen en hun leven buiten het geloof gaan plaatsen. En als er geen muren meer zijn, bestaat het risico dat niet de rabbijn de samenleving beïnvloedt, maar de alles-mag-en-en-alles-kan-cultuur de rabbijn. Welk van de twee stromingen is de juiste? Antwoord: beiden zijn juist, maar verschillend. Ik zit dus bij die tweede stroming, vandaar mijn naar-buiten-treden, vandaar dit dagboek, vandaar contact met andersdenkenden. Maar vandaar ook dat ik voortdurend moet oppassen geen grenzen te overschrijden en me niet door de omgeving te laten beïnvloeden. Maar ook moet ik ervoor waken geen situaties te creëren die verkeerd vertaald zouden kunnen worden. Was het veertig jaar geleden geen enkel probleem om een bejaarde dame thuis te bezoeken, heden ten dage moet ik daar erg voorzichtig mee omgaan. Derden zouden vertaalslagen kunnen maken die ongepast zijn en schadelijk. Maar dat is toch niet uw probleem, hoor ik u denken. Mis! Gelijk kwaadsprekerij een verbod is, is het ook verboden door je eigen gedrag anderen de gelegenheid te bieden om over jou te gaan roddelen. En dus trek ik erop uit en ben voortdurend mezelf aan het afvragen: waar ligt de grens? Maar, en daarmee begon ik dit dagboek, wat is een jekke? Jekkes zijn Duitse en Nederlandse Joden. Heel punctueel, altijd op tijd, alles van tevoren vastgelegd, een dagelijks ritme dat weinig ruimte laat voor het toeval. In het Nederlands zouden we zeggen: typisch Calvinistisch. Maar ik heb een beetje en langzaam dat jekkische huis verlaten en vertoef nu in de sfeer van dat Jodendom zonder muren, maar wel met die ietwat neurotische drang naar geordendheid. Vandaar onder andere dit dagboek, dat dus al maandenlang verschijnt en dagelijks precies op tijd klaar is. Mijn geordende achtergrond laat het niet toe om af en toe toch een dagje over te slaan!  U kunt me nu dus een beetje beter plaatsen.

Maar vandaag had ik geen goed omlijnd programma. Voorbereiding voor Jom Kippoer, de Grote Verzoendag, zondagavond en de gehele maandag. Toespraak voorbereiden. Ook nog morgenavond een zoom-lezing. En natuurlijk, omdat ik voorga in de gebeden, dat weer voorbereiden. Ik ken de gezangen en melodieën wel, maar toch moet ik dat ieder jaar weer opnieuw vooraf doornemen. Een jonge collega wil dat ik een bepaald deel van de dienst inzing op zijn whatsapp, dus dat heb ik vandaag ook nog even gedaan en, zeer belangrijk, mijn wandeling-op-tempo ontbrak vandaag niet, hoewel ik de laatste dagen wel te veel spijbel in dezen. Niet goed en strookt niet met mijn jekkisch geordende gedrag.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks

Alle Nederlanders zijn een beetje calvinistisch.

Het is nu 4:30 uur in de ochtend. Ik ben op, heb 5 uur geslapen en voel me heerlijk uitgeslapen. Het nadeel van die korte nachten is dat ik dan ergens overdag toch de neiging vertoon om een half uurtje iets minder goed bij de les te zijn.

Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en dus zit ik achter mijn computer om mijn dagprogramma in te vullen, want het moge dan zo zijn dat ik qua stroming binnen het Jodendom tot het chassidisme behoor, van huis-uit ben ik een typische jekke. Morgen zal ik dat nog uitleggen, maar het komt erop neer dat ik nogal georganiseerd ben. Niets mis mee, hoor ik u denken. Klopt, want de meeste Nederlanders zijn ook georganiseerd. Alle Nederlanders zijn ondanks verschillende geloven, toch een beetje calvinistisch. Tien uur is tien uur. Niet vijf voor tien en niet tien over tien.

Als iemand met mij een afspraak heeft om elf uur dan zie ik ze soms al om een paar minuten voor elf voor de deur staan, maar om precies elf uur bellen ze aan. Zo zitten wij Nederlanders in elkaar. Dat is op zichzelf een goede zaak, maar af en toe gaan we iets te neurotisch om met onze punctualiteit. En dus moet ik voor mezelf weten wat ik vandaag moet doen. Agenda: mijn toespraak voorbereiden voor Jom Kippoer; dagboek voor vandaag; voor morgenavond een Zoom-les voor de Joodse gemeenschap voorbereiden; toespraak voorbereiden voor zondagochtend op de begraafplaats te Haarlem; een paar pastorale telefoontjes; mensen bedanken voor de bloemen die we voor Rosj Hasjana ontvingen. Dat is het, maar ik moet altijd ruimte hebben voor het beantwoorden van e-mails en het te woord staan van mensen die me bellen.

Die oningevulde ruimte, die iedere dag zichzelf vult, is de dagelijkse onzekere factor in mijn agenda waarmee ik rekening moet houden. Overigens ben ik vergeten te vermelden dat ik om 14:30 uur naar Den Haag moet voor de opening van een tentoonstelling op de ambassade van Litouwen. De tentoonstelling genaamd “Kindness of one’, is geïnspireerd door de Japanse diplomaat Chiune Sugihare en de Nederlandse diplomaat Jan Zwartendijk, die beiden in Kaunas (Litouwen) aan duizenden Joden ‘visas for life’ hebben uitgereikt in een paar dagen tijd en met hun heldendaad duizenden Joden het leven hebben gered. Na de oorlog werd Sugihare in Japan ontslagen en heeft Jan Zwartendijk in plaats van erkenning en een meer dan verdiende Koninklijke Onderscheiding, een reprimande gekregen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het verstrekken van deze illegale visums.

Boosheid voel ik in mezelf opkomen als ik dan eraan denk dat de burgemeester van een plaats in de nabijheid van Utrecht, zo werd me gisteren door iemand verteld, geheel vrijwillig en nog voordat het van burgemeesters werd gevraagd door de nazi’s, reeds een lijst met Joden had gemaakt. Soms is het braafste-jongetje-van-de-klas-zijn een kwalijke en criminele eigenschap. Hier moest ik gisteravond ook even aan denken toen ik onze minister van Buitenlandse Zaken vanuit Brussel hoorde vertellen dat het besluit om de oppositie in Wit-Rusland te steunen niet meteen ten uitvoer kan worden gebracht want er moet eerst nog een formele weg worden bewandeld via het ambtelijke EU-apparaat. En ondertussen worden de moedige demonstranten in Minsk en in vele anderen steden hardhandig de gevangenissen ingetrapt…. Ik verlaat dit dagboek nu even, want me opwinden zo vroeg in de ochtend is niet gezond. Ik ga nog even een uurtje naar bed. Tot straks!

Inmiddels 22:30 uur en een volle dag achter de rug. De bijeenkomst in de ambassade van Litouwen was fijn, waardig en indrukwekkend. Een telefoontje van iemand die mij ooit ergens had ontmoet. Of ik contact kan opnemen met een hoogbejaarde dame bij wie de oorlog weer helemaal bovenkomt. Ook nog even een aanbevelingsbrief geschreven voor de aanvraag van een Koninklijke Onderscheiding voor iemand die het echt verdient. En een verzoek om voor iemand anders ook zo’n aanbevelingsbrief te schrijven. Maar of ik dat wil doen weet ik niet. Soms weet ik namelijk te veel…

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Dagboek van een Opperrabbijn21 sept. 2020

Wie zijn schuldig? Ultraorthodoxe Joden en Arabieren…..

Vandaag was ik aan het bijkomen van twee dagen Rosj Hasjana. Intensieve dagen en voor het eerst sinds lange tijd weer in de ´echte’ synagoge. De ventilatie was dusdanig goed dat er wordt gekeken of het misschien iets minder kan, om te voorkomen dat de ventilatie weliswaar beschermt tegen corona, maar we worden weggetocht vanwege de ijzige kou. En de helaas benodigde beveiliging was ook helemaal goed, als vanouds, voor de coronacrisis. Uiteraard en helaas waren er minder mensen aanwezig bij de diensten vanwege angst voor besmetting, hetgeen gerespecteerd moet worden, maar niet leuk is. En daarom toch even tot de leden van de Joodse Gemeente die dit jaar verstek lieten gaan vanwege corona: jullie hebben wel wat gemist! Het waren inspirerende diensten.

Anders dan andere jaren was ook het sjofarblazen. De tonen waren uiteraard dezelfde, maar de locatie was aangepast. Ik blies namelijk voor de open tuindeur en dus kon de hele binnenstad meegenieten omdat ik namelijk over een zeer goede blaas beschik (Grapje. Leuk?) De beveiligers kregen van een buurvrouw de vraag of dat geluid uit de synagoge kwam, waarop de niet van humor gespeende beveiliger antwoordde dat het geschal waarschijnlijk afkomstig was van een pand achter de synagoge. Voor de sjoeltuin had zich een groep toeristen verzameld om mee te luisteren! Ik geloof dat het monumentendag was en indien dat niet zo was: het wemelde van de dagjesmensen die de binnenstad aandoen en verrast werden door een echte rabbijn, blazend op een echte ramshoorn in het echte stadshart.

Uitgaande Rosj Hasjana trof ik op mijn WhatsApp: “Voor de Joodse gemeenschap; gelukkig nieuwjaar. Zo mooi, de kruimels die straks in stromend water gestrooid worden als zonden die in het diepst van de zee worden geworpen. Zo goed voor de zoete dagen van inkeer richting Grote Verzoendag Jom Kippoer. Cruciaal, verzoenen brengt ons van ‘steeds opnieuw’ naar ‘nooit meer’, zei ik bij de herdenking van de fatale Slag om Arnhem, die de bevrijding ernstig vertraagde.” De afzender? Ahmed Marcouch, de burgemeester van Arnhem. Een mooi begin voor het nieuwe Joodse jaar. Meteen na afloop, zondagavond dus, kreeg ik een telefoontje van rabbijn Mendel Cohen, de rabbijn van Mariupol die, net bijgekomen van een aanslag, corona had gekregen, via Odessa naar Israel was overgebracht in een privé ambulancevliegtuig en nu in een ziekenhuis in Israel ligt. Omdat ik hem voor sjabbat niet kon bereiken, was ik bezorgd en tijdens de gebeden kwam hij vele keren op in mijn gedachten. G’d zij dank is het goed met hem. Nou ja, goed?  Het ademhalen blijft een probleem, maar het zal goedkomen, verzekerde hij mij. Wat niet goed ging en waaraan ik me blijf ergeren, is de column in het Reformatorisch Dagblad van Alfred Muller. Ik citeer: “De belangrijkste oorzaak (van de tweede lockdown in Israel) is dat te veel burgers het te gemakkelijk hebben genomen om de kansen van de pandemie te verkleinen. Dat was voornamelijk het geval onder ultraorthodoxe Joden en Arabieren.” Terwijl wij in onze gebeden shalom vroegen aan de Eeuwige voor alle inwoners van Uw aarde, kon de heer Muller het niet nalaten om een polariserende opmerking te plaatsen. Het ware netjes geweest als hij zijn Israel column op Rosj Hasjana gebruikt zou hebben om Israel toe te wensen dat meer Israel omringende landen, Arabieren, het pad van de vrede zouden kiezen. Maar ja, denk ik dan heel stout, als er rust komt in het Midden-Oosten, waarover zal Muller dan moeten schrijven? En klopt het dat ultraorthodoxe Joden de coronaregels aan hun laars lappen? Zeker zullen er zijn die dat doen. Maar er zij ook ultra-anti-orthodoxe seculiere Joden die hetzelfde gedrag vertonen. Idem bij christenen, bij Islamieten bij….en bij…. En er zijn ook ultraorthodoxe Joden die fanatiek de coronaregels wel in acht nemen. Maar ja, dat vermelden polariseert niet en trekt dus geen lezers. Maar goed dat ik zijn column pas na Rosj Hasjana las, zodat ik me er op Rosj Hasjana niet aan hoefde te ergeren. En na Rosj Hasjana had ik eerst ook nog de bemoedigende WhatsApp van de Arnhemse burgermeester Ahmed Marcouch gelezen. Ik was dus gelukkig niet van mijn optimistische en goede Rosj Hasjana gevoel af te krijgen. En alsnog, want een goede wens komt nooit te laat: een goed, voorspoedig, gezond en vredig 5781, voor u en voor alle bewoners van Uw aarde.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

Er werd niet geblazen…

Dit jaar hebben we op de eerst dag van Joods Nieuwjaar-Rosj Hasjana niet op de sjofar geblazen want, zo staat in de Talmoed: Misschien vergeet iemand dat het sjabbat is en draagt hij per ongeluk de sjofar op straat en op sjabbat is dat niet toegestaan, vanwege het draagverbod. Hoe kan het, zo wordt de vraag gesteld, dat zo’n belangrijk gebod als het sjofarblazen wordt afgelast vanwege een zeer onwaarschijnlijke overtreding?

Het jaar waarin de Eerste Tempel in Jeruzalem werd verwoest was ook een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. En ook de verwoesting van de Tweede Tempel viel in een jaar waarin ook op de eerste dag Rosj Hasjana niet op de sjofar werd geblazen. Geen goed voorteken dus dat we dit jaar niet op de sjofar konden blazen op de eerste dag Rosj Hasjana.

Maar behalve dit negatieve is er ook iets positiefs in onze geschiedenis dat heeft plaatsgevonden juist in een jaar waarin de eerste dag Rosj Hasjana op sjabbat viel. In het 40ste jaar na de Uittocht uit Egypte trok het Joodse volk Israel binnen en ook in dat jaar viel de eerste dag op sjabbat. En ook het jaar waarin G’d vergiffenis schonk aan het volk vanwege het dienen van het Gouden Kalf, was een jaar dat begon zonder de sjofar op de eerste dag.

Dus reist de vraag: is het negatief of positief dat we dit jaar begonnen zijn zonder het sjofarblazen op de eerste dag?

In een zeker land werkte in het paleis van de koning een bediende. De bediende was erg toegewijd, maar desondanks kwam hij op een gegeven dag op het idee om een staatsgreep te plegen. Hij werd betrapt, gearresteerd en moest verschijnen voor de rechtbank waarbij de opperrechter de koning zelf zou zijn. De bediende ging op zoek naar een advocaat die bereid zou zijn hem te verdedigen, maar geen enkele advocaat durfde deze klus op zich te nemen. De verrader verdedigen ten overstaan van de koning!? Uiteindelijk kwam zijn vrouw op het idee dat zijzelf de verdediging zou voeren. Die verdediging verliep geweldig. De rechtbank, onder leiding van de koning, hoorde van de verdediger wat voor een goede vader en echtgenoot haar man was, hoe trouw hij in essentie was aan de koning en hoe hij vol spijt en berouw was over zijn poging tot staatsgreep. De verdediger, de echtgenote, heeft de verdediging zo goed gevoerd dat de bediende er met een heel lichte straf afkwam.

Een tijd later doet zich een soortgelijk geval voor. Ook weer een bediende die de koning van de troon wilde stoten. En ook hij kon geen verdediger vinden. En ook hij kwam op het idee om zijn vrouw als verdediger te laten fungeren. Maar hun relatie was verre van goed en zijn vrouw peinsde er niet over. Maar na zware ruzies en spanningen heeft ze, onder zware druk van haar man, toch ingestemd. Bij de rechtbank verscheen ze met haar hand in een zwachtel en een blauw oog. Resultaat van een echtelijke wrijving. Ze voerde de verdediging maar kwam verre van goed over met als gevolg dat haar man een nog zwaardere straf kreeg dan aanvankelijk was geëist.

Na de Schepping van de wereld kwam de sjabbat met een klacht bij G’d. Lieve Heer. Zondag heeft maandag. Dinsdag heeft woensdag. Donderdag heeft vrijdag. Alleen ik, de sjabbat, ben alleen, zonder partner. G’d hoorde de klacht van de sjabbat aan en bracht een oplossing: het Joodse volk zal jouw partner zijn.

En zo staat op Rosj Hasjana, de dag van de rechtspraak, de sjabbat als verdediger van het Joodse volk voor de Allerhoogste. Als we een goede relatie hadden met de sjabbat, de sjabbat respecteerden en eerden, dan zal de sjabbat als verdediger goed overkomen en komen we er goed vanaf. Als we een slechte relatie hadden…

Hoe zit het met onze relatie met sjabbat? Er zijn toch helaas vele Joden die de sjabbat niet helemaal eerbiedigen?

Reb Levie Jitschak van Barditsjev heeft hierover het volgende gesprek met G’d:
Lieve G’d. Kijk naar Uw volk. Stel, in een bepaald land is het aan de Joden verboden om op Rosj Hasjana op de sjofar te blazen. Ze krijgen alleen toestemming als ze eerst voor Rosj Hasjana miljoen dollar aan de overheid betalen. Alle Joden, en ook de Joden die normaliter niet eens naar sjoel zouden gaan, zullen dan alles in het werk stellen om het bedrag bijeen te rapen, om het bedrag omlaag te krijgen of om kwijtschelding te verkrijgen: er moet op de sjofar geblazen kunnen worden!

Maar omdat er één mening in de Talmoed is die aangeeft dat het blazen op de sjofar tot een mogelijke overtreding van de Heilige Sjabbat zou kunnen leiden, blaast geen enkele Jood ter wereld op de sjofar wanneer Rosj Hasjana op de sjabbat valt.

Kijk, Almachtige G’d, wat een geweldig indrukwekkende band Uw volk heeft met de Heilige Sjabbat!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP en NIW publiceren deze bijzondere stukken dagelijks.