De predikant is niet-joods, de rabbijn wel, Dagboek van een opperrabbijn

Omdat ik nu al maandenlang aan het “dagboeken” ben, ben ik benaderd met de vraag of ik er iets voor voel om een aantal van de dagboeken uit te geven in een boekvorm. De vraag kwam van meerdere kanten. Nou heb ik er weleens over nagedacht om mijn vijfenveertig jaar rabbijn-in-functie aan het papier en dus aan de historie toe te vertrouwen, maar het probleem is dat ik er dan niet onderuit zou kunnen om mensen te beschamen, en daarvoor pas ik, hoe interessant voor de toekomst dit ook moge zijn. En dus geen “Autobiografie Jacobs. Nooit zit hij op een kruk, want altijd is iemand bezig de poten onder zijn stoel vandaan te zagen”. Dat gaat het dus niet worden, terwijl de titel die ik wel al in mijn gedachte had, boekdelen spreekt.

Maar een boek van dagboeken? In eerste instantie vroeg ik me af wat voor nut het zal hebben en wie zou daarin nou geïnteresseerd zijn? En het grootste probleem: Bitoel Thora! Ik leg het uit: we hebben als Jood/mens de verplichting om voortdurend te lernen of anderzijds bezig te zijn met het verrichten van goede daden. Niet onze tijd te verdoen. Bitoel Thora betekent: verkwisting van tijd. En die verkwisting van tijd is een overtreding. Ik had iets goeds kunnen doen, ik had een psalm kunnen uitspreken, een deel van de Talmoed bestuderen, iemand in nood kunnen bijstaan etc. en in plaats daarvan zit ik een film te bekijken of verdoe ik mijn tijd op een andere manier. Als ik mijn dagboek schrijf probeer ik mensen te inspireren en giet ik daartoe de inspiratie in een (hopelijk) aantrekkelijk jasje, ik bouw er een verhaal omheen opdat de boodschap gehoord wordt. Maar om nou al die dagboeken van mij te gaan bundelen? Schiet dat zijn/mijn doel niet voorbij? Is dat geen verkwisting van tijd? En bovenal: wie zit hier nou op te wachten?

Vanochtend bracht ik een bezoek aan een echtpaar, overlevenden van de Sjoa, vanwege een bijzondere verjaardag, 90 jaar. Vitaal en goed van geest. Wat wil een mens nog meer? Er al kletsend vertelden ze mij dat ze een van mijn dagboeken hadden gestuurd naar een christelijke kennis. In zijn reactie op mijn dagboek stond het volgende te lezen: “De rabbijn heeft een heel eigen stijl die wij in onze kerk niet kennen. Een grapje, iets uit het gewone dagelijkse leven, daardoorheen een Bijbelse les aangereikt als handvat om met het gewone dagelijkse om te gaan.” Dat was voor mij interessant te vernemen want een van de partijen die mijn dagboeken wilde uitgeven gaf aan dat mijn benadering anders is dan de gemiddelde benadering van de predikant en dus zou ik iets verfrissends kunnen geven aan die predikant. Tegelijkertijd werd mij gevraagd, door een van de partijen voor wie ik het dagboek schrijf, om mijn stijl juist te veranderen, een ander format. Eerst een Bijbeltekst en die dan op een Joodse manier uitwerken. Dus in plaats dat ik de predikant mag veranderen, wordt mij gevraagd om mezelf te veranderen en meer de taal van de predikant te spreken.

Ik herinner mij van tientallen jaren geleden een soortgelijk dilemma: ik was nog maar pas geestelijk verzorger in de psychiatrie en voelde me een beetje dom. Er liepen daar psychiaters, psychologen, psychiatrisch verpleegkundigen en zo’n beetje de enige die geen psy voor zijn naam had was ik als rabbijn. En dus ging ik me aanpassen. Mensen zaten niet meer in de put, maar waren manisch depressief. Mensen die minder stabiel waren, werden in mijn aangepast taalgebruik borderline patiënten en ik kende de namen van bijna alle pilletjes. Ik deed dat kennelijk zo goed dat de directie voorstelde dat ik op hun kosten en in hun tijd klinische psychologie kon gaan studeren. En toen schrok ik wakker. Want wie ben ik dan dadelijk na die opleiding? Ben ik dan psycholoog of rabbijn? De geestelijk verzorger in de psychiatrie heeft een eigen zeer specifieke taak. De psychiater geeft de medicatie, de psycholoog de therapie, de maatschappelijk werker zoekt naar zinvolle dagbesteding en de geestelijk verzorger, ongeacht van welke denominatie, steunt de patiënt met zingeving en acceptatie van het lijden. Als ik psycholoog word, wie neemt mijn specifieke taak van zingeving over? Valt het te combineren?

En dus bleef ik gewoon rabbijn, geestelijk verzorger met uiteraard kennis van de wereld der psychiatrie. Maar mijn gereedschap is en bleef Thora en Traditie. Bij mij zagen de mensen het gewoon niet meer zitten en psychofarmaceutische medicatie waren gewoon pilletjes.

Hetzelfde zien we hier ook. Het is prima als de predikant weet hoe de rabbijn zijn dagboek schrijft, zijn toespraak opbouwt. En voor mij is het fijn te zien hoe een priester of een dominee zijn predicatie samenstelt. Maar laat mij gewoon mezelf blijven. Zo niet dan zou je kunnen denken dat het enige verschil tussen een predikant/pastoor en een rabbijn eruit bestaat dat de predikant niet-joods is en de rabbijn wel! En dat zou toch jammer zijn, waarschijnlijk voor beiden!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

 

 

Aangevallen en bedreigd: Advies gevraagd!

Afgelopen sjabbat, terwijl ik mij sjabbat-middag-dutje deed, werd ik wakker door een enorm lawaai. Ik dacht aan het geluid van de luchtballonnen die vaak op sjabbatmiddag over ons huis vliegen en dan hoor je een geluid van, naar ik vermoed, het gas dat wordt ontstoken of zoiets. Maar dat was het dus niet. Neen, voor ons huis, midden op de rijweg, een Turkse bruiloft.
 
Dat het een Turkse was werd duidelijk door de vele Turkse vlaggen. Maar los van die zichtbare vlaggen was luidkeels hoorbaar een trommel, een of andere fluit, heel veel witte auto’s met loeiende motoren, dansen, lawaai. Kortom: Heel gezellig en het deed mij even de drukkende bedomptheid van de hittegolf vergeten. Het verkeer kon er niet echt meer door en ook een autobus stond braaf te wachten. Een passerende auto, die er toch in slaagde door de meute heen te komen, raakte een van de feestvierders, al dan niet opzettelijk, aan zijn hand. Gevolg: boosheid, irritatie, een gewonde hand en vier feestvierders die hun witte auto insprongen en de achtervolging inzetten. En dan zie je iets gebeuren in die groep. Een heel klein aantal is erg geëmotioneerd en opgewonden, maar de meerderheid is rustig en probeert te kalmeren.
En zo gaat het ook, dacht ik, in Gaza en in vele andere brandhaarden van onze woelige verhitte aarde. Verreweg de meeste mensen, ongeacht afkomst, ras, of geloof willen gewoon rust en vrede. Maar ze worden geïndoctrineerd, in een denkpatroon geperst via media en schoolboeken Het vormen van een eigen mening bestaat niet, niet in praktijk en zelfs niet in theorie. Het ‘kleine groepje’ beheerst namelijk alles. Dit soort criminele overheersing leidt tot gijzeling, willekeurige schietpartijen, zelfmoordaanslagen, totale onderdrukking. Vaak vecht het groepje elkaar ook de tent uit en overheerst alles en iedereen, desnoods onder het mom van religie.
Recentelijk kwam mij een boek onder ogen over de interne intriges in het leiderschap van nazi-Duitsland. Vrienden werden geëlimineerd, vijanden naar voren geschoven. Het enige doel was en is: het dienen van de afgod IK, buiten en binnen de groep.
Maar helaas bestaat in die meeste brandhaarden geen mogelijkheid om het ‘kleine groepje’ te kalmeren, zoals voor mijn deur in de straat wel het geval was. Maar wat doen we eraan? Wat kunnen we eraan doen? Geen idee, helaas.
Waarom ik dit nu naar voren breng? Ik zit zelf met een dilemma. In mijn dagboek van een paar dagen geleden vermeldde ik dat er 1. een auto op mij was ingereden en dat ik, geheel los hiervan, 2. een dreigtelefoontje had gekregen. Ik zou namelijk geschreven hebben, hoewel ik het niet heb kunnen natrekken, dat de BLM-beweging marxistisch is. Nogmaals mijn opvatting over BLM: Ik veroordeel iedere vorm van racisme. Als Zwarte Piet door mensen als beledigend wordt opgevat, moeten we ermee stoppen. Maar ik vind BLM een gevaarlijke beweging alleen al vanwege de antisemitische spreekkoren die bij demonstraties tegen racisme worden gescandeerd en vanwege hun felle antizionistische opstelling.
Terug naar mijn 1. en 2. Hoe ga ik hiermee om? Door te vermelden dat iemand op mij inreed of het dreigtelefoontje van een ‘verward persoon’, zoals de politie hem omschreef, in mijn dagboek op te nemen, krijgt de intimidatie precies de aandacht die ze willen. Bovendien kan het anderen op gedachten brengen om ook te dreigen of daadwerkelijk te beschadigen. En dus kreeg ik een telefoontje van een goede vriend met de opmerking: Dit had je niet moeten vermelden. Geef ze geen platform!
Een korte piepkleine enquête bij een paar bekenden leverde echter ook de zienswijze op dat verzwijgen onacceptabel is. Niet benoemen betekent aanvaarden. Het zal wel goedkomen als we maar stil zijn, heeft geen resultaat gehad in de holocaust, zelfs niet in Nederland.
Beste lezer van mijn dagboek: ik zit in dubio. Ik heb gekozen om wel te benoemen en wil daarmee eigenlijk verder gaan. Maar is dit een goede keus? Of breng ik mezelf hierdoor nodeloos in gevaar? Ik hoor het graag van u. Mag het per e-mail? U kunt mij hier  bereiken.
 
 

De bisschop, Deuteronomium 11:20 en Beiroet – Dagboek van een opperrabbijn

Een bisschop en een rabbijn wonen in dezelfde straat. Op een zekere dag komt de bisschop helemaal neurotisch bij de rabbijn. In de buurt wordt namelijk heel veel ingebroken en de bisschop, regelmatig slachtoffer, vraagt aan de rabbijn of hij er ook zoveel last van heeft. Tot zijn stomme verbazing antwoordt de rabbijn dat bij hem nooit wordt ingebroken. Hoe dat kan?

De rabbijn legt uit dat hij aan zijn deurpost een mezoeza heeft, een perkamentje met een voorgeschreven Bijbeltekst (zie: Deuteronomium 11:20). Verrast door de beschermende kracht van een mezoeza vraagt de bisschop of zo’n mezoeza ook zijn huis beveiliging zal geven tegen inbraak. De rabbijn stelt voor om het te proberen en geeft de bisschop een mezoeza. Na twee weken komt de bisschop volledig over zijn toeren weer bij de rabbijn. En, vraagt de rabbijn, heeft de mezoeza gewerkt? Heb je geen last meer gehad van inbrekers? De bisschop geeft toe dat geen inbreker hem meer heeft bezocht, maar dat hij stapelgek werd van de bedelaars die dachten dat zijn huis een Joodse bewoner had en wisten dat Joden bedelaars niet met lege handen laten vertrekken…………

Aan deze grap moest ik denken toen afgelopen sjabbat het deel uit de Thora centraal stond waarin onder andere de verplichting van het plaatsen van een mezoeza ‘aan al uw deurposten en poorten’ gelezen werd. Er staan meerdere wetten in de Thora vermeld waaraan een beloning zit gekoppeld. “Eert uw vader en uw moeder, opdat u een lang leven beschoren zal zijn” en zo kan ik nog vele voorbeelden brengen. En ook bij de mezoeza wordt vermeld dat het naleven van dit gebod jou en je nazaten een lang leven zal geven. Maar de vraag rijst dan of het juist is om de ge- en verboden te volgen vanwege een beloning. En als dat dan niet de juiste opstelling is, waarom vermeldt de Thora dan de beloning? Een van de verklaringen is dat het natuurlijk beter is om te geven met een bijbedoeling dan niet te geven. Vaak heeft iemand een aansporing nodig: een prijsje, een medaille, een applaus. Maar de meest zuivere vorm van het dienen van de Eeuwige is het dienen van Hem om-niet! Zonder bijbedoeling.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het geven van liefdadigheid. Geef ik uit eigenbelang, omdat ikzelf er beter van word, of geef ik om te geven? Liefdadigheid heet daarom ook niet in het Hebreeuws liefdadigheid, maar gerechtigheid-tsedaka. Als ik de arme man/vrouw geld geef is dat niet lief van mij, neen, het komt hem/haar toe. G’d heeft mij geld gegeven opdat ik er anderen mee behulpzaam kan zijn: mijn geven is dus een vorm van gerechtigheid, het komt hen toe.

We hebben de afgrijselijke beelden gezien van de ontploffingen in Beiroet. Drama’s! En dus vind ik dat we uit humanitair oogpunt te hulp moeten komen en er keihard voor moeten zorgen dat het geld komt waar het moet zijn. Het feit dat wellicht corruptie de oorzaak van de ramp is, maakt het leed er niet minder om. En daarom ben ik trots en dankbaar dat Israël meteen voor en achter de schermen hulp heeft aangeboden. Voor de schermen door specialistische hulp aan te bieden bij de opsporing van mensen die onder het puin bedolven liggen. Dat vóór de schermen zou nog vertaald kunnen worden als een propagandastunt, een bijbedoeling, eigenbelang. Maar de hulp achter de schermen, is de echte en meest zuivere vorm van naastenliefde. Gaat u naar de ziekenhuizen en zie zelf wie daar ook behandeld worden, zonder enige vorm van publiciteit, en weet dat die vorm van individuele onbaatzuchtige naastenliefde, God zij dank, hoog in de Israëlische vaandel staat!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Column ter gelegenheid van 40 jaar advocatuur

Beste vrienden,

40 jaar is een lange tijd. Gedurende 40 jaar zwierven de Joodse voorouders in de woestijn. En het is nu ook precies 40 jaar dat ik mij als advocaat begeef in, wat sommigen noemen, de ‘woeste wereld’ van de advocatuur.

Zo woest heb ik het nooit ervaren. De naam die de advocatuur bij sommigen heeft – wat dat betreft verandert er in 40 jaar weinig – is dat deze vol zit met vals spel en misleiding. Ik moet u teleurstellen: dat valt in de regel wel mee. Maar dat het niet zo woest is, wil niet zeggen dat in de advocatuur zo weinig te beleven valt als in een woestijn. Iedere dag is anders en iedere cliënt en zaak is uniek. En dat is maar goed ook, want anders had ik het geen 40 jaar volgehouden. De verveling had dan allang toegeslagen.

In al die jaren heb ik binnen en buiten de rechtszaal de degens gekruist met talloze rechters, officieren, advocaten, overheidsfunctionarissen, deskundigen, politici en wederpartijen. Niet allemaal zijn ze mijn beste vriend geworden. Ik moet u zeggen: dat vind ik niet zo een probleem. Het belang van mijn cliënten staat voor mij bovenaan en vanaf dag één gold voor mij dat als ik moe(s)t kiezen tussen het (zonder concessies te doen) dienen van dat belang enerzijds of anderzijds het vriendjes maken met anderen in de branche, ik dan zonder enige aarzeling voor dat eerste koos – en kies. Zo kijk ik er al 40 jaar naar en dat zal in de komende 40 jaar waarschijnlijk niet veranderen. Het is overigens ook wat ik probeer mee te geven aan mijn kantoorgenoten en medewerkers, waaronder een aantal van mijn zonen.

Is er in 40 jaar dan helemaal niets veranderd? Toch wel. Ik heb er tot een jaar of 10 geleden altijd bewust voor gekozen geen mensen in dienst te nemen. Het was mij teveel gedoe en ik focuste liever op het juridische werk dan op het commercieel uitbreiden van de praktijk. Toen mijn zonen echter ook interesse in het beroep toonden, was er natuurlijk wel plaats in de praktijk. Zij wilden de degelijkheid van een intiem, huiselijk kantoor combineren met modernisering en professionalisering en, toegegeven, dat lukt meer dan aardig. Naast mijn zonen prijs ik mij inmiddels gelukkig met een aantal andere zeer loyale en capabele collega’s. Mijn praktijk heeft mede daardoor de afgelopen jaren een mooie groei doorgemaakt en ik aanschouw dat met trots.

Anders dan ikzelf destijds hoefde, specialiseert de jongere generatie zich op specifieke rechtsgebieden, zoals (bij ons) het contractenrecht, ondernemingsrecht, arbeidsrecht, familierecht en strafrecht. En dat is nodig. Het recht is uitgekristalliseerd en voor jonge nieuwelingen is het werken binnen allerlei verschillende rechtsgebieden niet meer goed te doen. Als ouwe rot vind ik dat soms jammer, omdat het werken in verschillende gebieden het beroep van advocaat – voor mij – altijd extra uitdagend heeft gemaakt. 

Over uitdagingen gesproken. In aanloop naar dit jubileum hoefde ik niet lang na te denken over de vraag of ik nog door ga als advocaat. Die toga hang ik voorlopig nog niet aan de wilgen. Van mij zijn ze nog niet af. Maar dat betekent niet dat er niets verandert.

Er is iets dat mij al lang dwars zit. Het zal u niet verbazen dat dat met de oorlog te maken heeft. Tijdens en na de oorlog zijn er ongelooflijk veel misstanden geweest, zeg maar gerust misdaden gepleegd, tegen de Joden in Nederland. Dan heb ik het niet over de grootste misdaad, gepleegd door de Nazi’s, namelijk de moord op meer dan 100.000 Nederlandse Joden. Naast die massamoorden, werden Joden op misselijkmakende wijze beroofd van hun eigendommen door medeburgers en (met behulp van) de overheid. Onroerend goed werd ingepikt of voor veel te lage bedragen gekocht ‘op vrijwillige basis’. Verschillende ‘functionarissen’, zoals notarissen, speelden daarbij een even cruciale als bedenkelijke rol. Kunst, bankrekeningen en andere eigendommen werden beroofd op vergelijkbare wijze. En er is meer van dat alles. Sommigen van die misdaden zijn rechtgezet na de oorlog, maar heel veel ook niet. In de woorden van Koning Willem-Alexander: het is iets dat mij niet loslaat.

Ik besef mij goed dat de laatste Holocaust-overlevenden op leeftijd zijn. Als dit ooit nog rechtgezet kan worden, is het nu. Beter gezegd: dan móet het nu. De overheid maakt hier – ondanks herhaaldelijk aandringen – geen werk van. En dus is de enige resterende optie, om dat te doen wat ik voor andere cliënten in zo een geval ook doe: rechtsmaatregelen treffen. Procederen. Voor verschillende cliënten ben ik hieraan al begonnen. Maar ik geloof dat er nog veel werk te verzetten is. Het doel? Compensatie voor overlevenden van de oorlog en/of hun nabestaanden. Deze zaken verjaren nooit – en terecht.

Ik zal daarom vanaf nu één dag in de week vrijmaken voor het behandelen van dit soort zaken, omwille van het verkrijgen van rechtsherstel voor degenen die dat toekomen. Ik zal niet rusten totdat hier aandacht voor komt en dat ofwel via de politiek ofwel via de rechter, rechtsherstel (voor zover daarvan al gesproken kan worden) zal plaatsvinden. Bent u of kent u iemand die naar zulk rechtsherstel op zoek is, dan kunt u zich melden bij mijn kantoor.

Uiteraard geldt, dat als u naar andere juridische hulp op zoek bent, ik samen met mijn team tot uw beschikking blijf staan.

Ik dank u voor het vertrouwen in de afgelopen 40 jaar en kijk met belangstelling uit naar de toekomst. Dit was mijn eerste column in 40 jaar. De volgende verschijnt naar verwachting in augustus 2060.

Alle goeds voor u allen!

Herman Loonstein

Groot Blankenberg 49
1082 AC Amsterdam
T:  +31 (0)20 6731555   
F:  +31 (0)20 6753388
E:   info@loonsteinadvocaten.nl  
W: www.loonsteinadvocaten.nl

Dagboek van een Opperrabbijn, 5 augustus 2020, Stond de wekker aan de verkeerde kant van de grens?

Vandaag is het 15de van de Joodse maand Menachem Aw. Op deze dag is er in het verleden van alles en nog wat gebeurd en wordt deze dag in zekere zin gelijkgesteld aan de Grote Verzoendag. Deze dag is gekoppeld aan diverse vreugdevolle gebeurtenissen.  Een van die gebeurtenissen is dat vanaf de eerste Niesan (niet die auto, maar de maand van de Uittocht uit Egypte!) tot 15 Menachem Aw, dus gedurende 3½ maand, hout werd gesprokkeld dat bedoeld was om te gebruiken in de Tempel voor de offerdienst. Ik vermoed dat u nog niet van uw stoel valt van verbazing en dat u wellicht reageert: nou en? Maar laat ik het uitleggen. 15 Menachem Aw was een grote feestdag omdat op die dag de voorbereiding klaar was, er werd vanaf die dag geen nieuw hout meer gesprokkeld om de offerdienst uit te voeren. Op de negende van dezelfde maand, dus zes dagen eerder, herdachten we de vernietiging van de Tempel, het begin van het Ballingschap waarin we ons nog steeds bevinden. Het summum dus van misère. En vandaag gedenken we de voorbereiding die nodig was en nodig is om de Tempel weer te laten terugkeren naar zijn religieuze functie. Het bericht is erg duidelijk: voorbereiding naar iets positiefs is essentieel. Als we allen de neuzen de goede kant op hebben staan, komen we er. Dan krijgen we uiteindelijk de echte shalom, voor de gehele mensheid. De Derde Tempel in Jeruzalem zit onlosmakelijk gekoppeld aan de komst van de Mosjiach, of beter geformuleerd: de echte shalom voor elk en ieder schepsel. Die voorbereiding vieren we.

Ik moest speciaal hieraan denken n.a.v. de afschuwelijke ramp in Beiroet. De hele wereldpers staat bol van de informatie over de (onverhoopte) corruptie van Netanyahu. De rechter zal hierin uitspraak moeten doen en dat gaat ook gebeuren. We spreken hier over financiële malversaties, die niet kunnen, zeker niet voor een premier. Over Beiroet wordt nu geschreven, nu letterlijk heel Beiroet ontploft is, dat de HH-politici van dat land corrupt zijn. Waarom hebben we daarover tot nu toe nauwelijks iets in de media gezien of gehoord. Goed dat dat nu zichtbaar wordt. Ik hoop, maar verwacht het niet, dat die corruptie nu dan eindelijk de volle aandacht krijgt die het verdient. Maar ook de corruptie van de Libanese Overheid vind ik minder interessant. Mijn verbijstering is: waarom geen aandacht voor de vraag waarom 2750 ton Ammoniumnitraat, oorzaak van de gigantische ontploffingen, daar überhaupt lag opgeslagen als we weten dat dit stofje gebruikt wordt bij terroristische aanslagen. Het dringt nu spaarzaam door tot de media dat er al eerder ontploffingen waren geweest. Wat deed dat vernietigende spul daar? En waarom heb ik nooit eerder in de media gelezen over de opslag en dus de voorbereiding van deze gevaarlijke stof die daar opgeslagen lag als voorbereiding voor…….Terwijl de Joodse kalender benadrukt hoe belangrijk het is om voorbereidingen te treffen voor de ultieme shalom ten behoeve van de gehele mensheid, zweeg en zwijgt de wereld als het duidelijk is dat hier de voorbereiding lag, al vele jaren, voor het tegenovergestelde van shalom. Waar zijn de Verenigde Naties? Waarom niet nu meteen een resolutie tegen Libanon conform de voortvarendheid waarmee resoluties tegen Israel worden aangenomen? En waarom nooit eerder opgemerkt en uitgelicht door de media, want al veel vaker waren er kleinere ontploffingen. Kennelijk waren die niet luidruchtig genoeg en/of lagen ze aan de verkeerde kant van de grens. De wekker was al meerdere keren afgegaan, maar de wereld sliep. Israel is wakker, klaarwakker. Niet om te verwijten, maar om te helpen! Of ze zullen mogen helpen is nog niet bekend, maar ik hoop en bid dat de hulp aanvaard zal worden, ook als die om politieke redenen buiten het radar moet blijven, want als het gaat om mensenlevens moeten we de politiek maar even politiek laten en de media de media.

Dagboek van een Opperrabbijn 4 augustus 2020

Mijn dagboek wordt wel gelezen!

Het heeft me goed gedaan dat ik vandaag een aantal dankbetuigingen heb gekregen. De arts uit het Academische Ziekenhuis dankte mij voor mijn bemiddeling tussen hem en een patiënt in Zuid-Amerika. Enige dagen geleden kreeg ik een telefoontje uit Israel. Een mij onbekende man vertelde mij dat zijn nicht op sterven ligt, geen lid is van de Joodse Gemeente en dus ook niet van een begrafenisvereniging, maar hij wilde graag dat ze desondanks een Joodse begrafenis zou krijgen. Ze is overleden en de Joodse Gemeente waar ze woonachtig was, was een en al begrip en gisteren was de begrafenis. Gewoonlijk zou het dan daarbij gebleven zijn, maar niet in dit geval. De neef, ook al op leeftijd en woonachtig in Israel, heeft mij uitgebreid per whatsapp bedankt. En tijdens mijn dagelijkse snel-wandeling weer een dame die me een warm shalom toeroept. De begrafenis van de veel te vroeg overleden echtgenoot en vader, verliep naar tevredenheid van de naaste familie. En dat is belangrijk, want een begrafenis van een dierbare blijft bij…….Weer vandaag enige keren contact gehad met rabbijn Mendel Cohen uit Mariupol. De aanslag heeft hij fysiek overleefd, maar er is schade bij hem ontstaan, psychisch. De terrorist loopt nog steeds vrij rond en Mendel en zijn echtgenote zijn daarom bezorgd, bang dat de antisemiet na een korte pauze weer bij hun voor de niet-te-beschermen-deur van de synagoge staat. Rabbijn Mendel en zijn vrouw willen zo spoedig mogelijk verhuizen, naar een gebouw dat beveiligd kan worden. Ze hebben al een gebouw op het oog, alle informatie al ingewonnen. Voor een jaar hebben ze de huur al weten te verkrijgen.  Ze kunnen het niet goed meer aan, de voortdurende angst gonst ze door het hoofd. Maar er komt hulp. De ambassadeur van Oekraïne in Nederland, een goede bekende uit mijn netwerk, heeft rabbijn Mendel gebeld en voor hem een afspraak gemaakt met een hoge functionaris bij de nationale politie in Kiev. Politie gaat alles op alles zetten om de terrorist in het gevang te krijgen. Toch handig om een (Joodse) ambassadeur van Oekraïne in Nederland als vriendje te hebben!  Komt nu bijzonder goed van pas, want rabbijn Mendel weet zich echt door hem bemoedigd.

Ondertussen heb ik laten uitzoeken of mijn dagboek wel wordt gelezen. Iedere dag schrijven en nadenken wat ik heb kunnen en mogen doen voor Joods Nederland. Het Joods Cultureel Kwartier had hierom gevraagd. Maar, laat ik heel eerlijk zijn, schrijven en schrijven, weten dat er te zijner tijd iets mee gebeurt, is fijn om in het achterhoofd te hebben, maar ik heb behoefte aan iets tastbaars. En dus verschijnt mijn dagboek ook op ‘Joods bij de EO’, op Facebook van IPOR, mijn eigen facebook genaamd ‘opperrabbijn’ en op de website van het IPOR. Bij navraag heb ik in de maand juli 36.911 lezers gehad op bovenstaande FB’s.  De FB secretaris van de Opperrabbijn, de website www.christenenvoorisrael.nl  en de grootste christelijke online CIP www.cip.nl niet meegerekend! Ik schrijf dus niet voor niets. Ik heb die zekerheid nodig als stimulans. Maar ik weet dat ik onzin verkondig want als ik slechts een enkele lezer zou hebben en die ben ik tot steun met mijn dagboek………loont die inspanning al.

Maar vanavond, toen ik met mijn echtgenote wandelde kwam er een kink in de kabel van mijn blijde gevoel: Een auto kwam ons tegemoet, gaat plotseling met een rotvaart onze richting op, we worden in een vreemde taal scherp en keihard uitgescholden en de auto scheurt verder.  De rest van de wandeling luister ik naar het geluid van iedere auto en sta klaar om opzij te springen. Het was kennelijk een te positieve dag, het mocht niet mooi blijven. Mijn gedachten dwalen af naar mijn studententijd in de Ecole Rabbinique de Paris. Toen was het volstrekt normaal dat auto’s op je inreden, omdat je er Joods uitzag. En rond de tijd van Kerstmis zaten we bij toerbeurt op wacht om te voorkomen dat een auto of brommer de binnenplaats zou binnenrijden om lukraak met een mes willekeurige studenten te lijf te gaan, zoals al eens was geschied.

En toch laat ik het fijne gevoel van vandaag overheersen. De ambassadeur van Oekraïne die te hulp is gekomen in Mariupol; Dat Pieter Omtzigt en Martijn van Helvert scherpe Kamervragen hebben gesteld aan de minister over de financiële steun aan de Palestijnen, zo informeerden ze mij per whatsapp. O ja, al bijna vergeten. Ik kreeg recentelijk een telefoontje van een onbekende die de mening is toegedaan dat de opa van zijn vrouw, de man achter de februari-staking in 1941, tekort is gedaan. Hij stelt mij financieel aansprakelijk en dus moet ik hem schadevergoeding betalen. Enige tonnen, en zo niet……Enfin, ik natuurlijk de politie gebeld. Ze gingen er meteen achteraan. Vandaag de conclusie van hun onderzoek: de man is verward en dus heb ik niets te vrezen………. Maar die conclusie deel ik niet, want ik meen me vaag te herinneren dat de meeste terroristen verward zijn! Maar toch: de politie ging er meteen achteraan en dat voelt erg goed en dankbaar!

 

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!

 

Dagboek van een Opperrabbijn 3 augustus 2019

Of het nu ligt aan het dagboek of aan iets anders, ik weet het niet, maar ik krijg verzoek na verzoek over van alles en nog wat. En het vervelende is dat ik eigenlijk alle verzoeken wil honoreren. Een voorbeeld: een stichting die zich inzet voor een nauwere band tussen Joden en christenen wil graag dat ik regelmatig voor ze ga schrijven. Een man die zich inzet voor het welzijn van de Oeigoeren wil graag mijn daadwerkelijke steun om zijn strijd voor gerechtigheid kracht bij te zetten en een historicus geeft een wetenschappelijk boek uit over moraliteit. En omdat ik in een van mijn dagboeken aangaf dat ik van mening ben dat secularisatie bestreden moet worden en de historicus het hier faliekant meer oneens is, ben ik verzocht om in zijn boek een artikel te schrijven. Overigens ben ik niet de enige schrijver, maar er zijn er nog honderddertig, vertelde hij mij vanochtend. Laat ik nou gedacht hebben dat ik een van hooguit drie zou zijn! Maar toegezegd is toegezegd en dus ga ik schrijven, als eenling tégen secularisatie omringt door honderdnegenentwintig vóór. Ondertussen een belletje van rabbijn Mendel uit Mariupol. Hij blijft uiteraard in Mariupol bij zijn mensen en niemand van zijn sjoelbezoekers en deelnemers aan andere activiteiten komt uit angst niet opdagen, integendeel: iedereen komt, ook zij die tot heden minder vaak kwamen. Maar Mendel en zijn vrouw zijn wel bang. De aanslagpleger is niet opgepakt, loopt dus nog vrij rond. Het sjoelgebouw is in feite niet te beschermen want ook een hotel en een kantoor gebruiken dezelfde entree. Ja, dankzij Christenen voor Israel stond er een beveiliger. En ja, die bewaker heeft niet te veel nagedacht en met blote handen de aanvaller zijn bijl ontfutseld. En ja, het was een wonder en alles komt uiteindelijk van Boven. Maar een Joodse regel is: op wonderen mag je niet vertrouwen. Dat er hier niets gebeurd was, was een wonder. Zonder wonder had het scenario er echt anders uitgezien. Mendel en zijn vrouw voelen zich niet meer veilig in dit gebouw. Hun kinderen die tot voor de aanslag vrijdagmiddag challot, sjabbat-broden, brachten naar de oude en eenzame mensen, mogen van Esty, de vrouw van Mendel, niet meer alleen over straat. Esty heeft vanochtend bij Blouma uitgehuild. Ze huilde niet letterlijk, maar is bezorgd. Heel bezorgd en bijna panisch als ze bedenkt wat er had kunnen gebeuren als de beveiliger zijn verstand had gebruikt en tot de conclusie zou zijn gekomen dat hij nooit had kunnen winnen van een jonge man van rond de twintig die vastbesloten was om met een bijl….het is goed dat Esty haar angsten aan mijn Blouma kenbaar maakt, maar toch moeten wij hen aansporen om zo snel mogelijk een ander gebouw te betrekken. En wat dan met de nieuwe keuken die er nog maar pas inzit? Die kan mee! Maar zelfs als hij niet mee kan. Wat is belangrijker, de keuken of……. In Voorthuizen zijn een paar Joodse families neergestreken in een bungalowpark. Ze zijn van plan om op maandagochtend en op donderdagochtend de ochtenddienst in Tuinsjoel Jacobs te houden. Maandag en donderdagochtend wordt er namelijk uit de Thora voorgelezen, net zoals op sjabbat en wij zijn in het bezit van een koosjere Thora. Alleen is de Thoralezing op sjabbat langer. Ondertussen heeft de cateraar uit Antwerpen, die gewoonlijk de hele zomer een hotel heeft afgehuurd in Beekbergen en onder mijn rabbinale toezicht gasten uit de hele wereld ontvangt, net een whatsapp gestuurd of het akkoord is dat hij volgende week in Baarlo opengaat. Onder mijn verantwoordelijkheid dus. Maar ik weet het niet. Er naartoe gaan wil ik al helemaal niet. Het kasjroet is geen probleem, maar corona wel. Ik vind het veel te riskant. Afstand is in een hotel nauwelijks te handhaven als de mensen dat onzin zouden vinden. De caterer zal het respecteren, ik ook. Maar wie weet of de gasten die komen het afstand houden wel of niet accepteren. En als ze het protocol overtreden: wat kan ik daaraan doen? Dus door mijn certificaat dat de maaltijden koosjer zijn, breng ik mensen in corona gevaar. Ik ben er nog niet uit. Misschien zie ik het te zwart, maar wellicht ook niet. Ik ga even wandelen. Mijn hoofd leeg maken. Mijn les voor mijn 60+ groepje van morgen voorbereiden. En nadenken wat te zeggen bij de begrafenis morgen. Hans zl. was veel te jong, slechts 56 jaar. Meer dan tien jaar ziek met ups en downs. Drie dochters en een zorgzame echtgenote blijven achter. Op wonderen mag je niet vertrouwen, maar als ook hier een wonder zou zijn geweest, had dat veel verdriet voorkomen. Maar ja: Uw wegen zij niet MIJN wegen. En uw gedachten zijn niet MIJN gedachten. We bidden, hopen, verwachten. Maar uiteindelijk kunnen we slechts accepteren, hoe moeilijk dat soms ook moge zijn.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
 
 
 

Dagboek van een Opperrabbijn 2 augustus 2020

Ik vroeg me af of ik niet te veel refereer naar de Holocaust en dus ben ik gaan kijken naar NIW en ook internationale Joodse pers zoals JTA (Jewish Telegraph Association) en Daily Briefing. Conclusie: ik zie dat ik toch echt niet de enige ben.
 
Maar los hiervan: nog nooit heb ik zoveel e-mails/telefoontjes gehad van kinderen of bekenden van oorlogsoverlevenden die juist nu in een depressie belanden, gekoppeld aan de onderduik of de kampen. Bijna allemaal slikken ze medicijnen, maar medicijnen zijn slechts hulpmiddelen – de oorzaak nemen ze niet weg. Sterker nog: de oorzaak ís niet weg te nemen. Mijn stelling dat ‘iemand die de oorlog heeft overleefd en normaal is gebleven is gestoord’ blijkt helaas meer en meer te kloppen. Maar vandaag werd mij door een ontwikkelde intelligente vrouw verteld dat ook mijn generatie van direct na de oorlog, beschadigd is door onze gestoorde opvoeding. En ik denk dat deze psychologe gelijk heeft.
 
Begrijp me niet verkeerd: ik heb een geweldige opvoeding genoten. Pas nu besef ik hoezeer ik tekort ben geschoten in het uiten van dankbaarheid aan mijn ouders. Alles gaven ze voor mij. En als ik spreek over mezelf, dan bedoel ik de hele generatie van na de oorlog. Maar: óf alles werd verzwegen, óf precies het tegenovergestelde en alles werd gekoppeld aan voor-en-na-de-oorlog. Overbezorgde ouders die gezworen hadden dat hun kinderen nooit zouden mogen meemaken wat zij hadden doorgemaakt. En dus denk ik dat die vriendelijke en intelligente psychologe gelijk heeft als ze mij vertelt dat ik toch een beetje gestoord ben net zoals zijzelf, naar eigen zeggen.
 
Maar behalve deze ontluisterende diagnose, heb ik verder een fijne sjabbat gehad. Op sjabbat hadden we sjoeltuin of tuinsjoel. Ik bedoel te zeggen dat we in plaats van in de synagoge de sjabbatdienst in onze tuin hadden. Alle medewerking van de politie die zelfs een deel van de dienst heeft bijgewoond. Voordeel? Perfecte coronaproof ventilatie, daar kan geen synagogegebouw tegenop.
 
Overigens is het natuurlijk niet zo dat iedere Joodse overlevende depressief is. G’d zij dank niet. Alleen ik krijg natuurlijk geen telefoontje als iemand zich goed voelt, vrolijk is, ondanks alles, en er op geweldige wijze in is geslaagd om het verleden het verleden te laten en ook de voordelen van de coronaperiode te ervaren. Dus ik besef goed dat niet alles kommer en kwelling is. Dat bleek ook weer uit het volgende: na afloop van de tuinsjoeldienst heb ik met Avi, mijn leerling en leermaatje, de gebruikelijke sjabbat-natuur-wandeling gemaakt door het achter ons huis liggende natuurgebied. Veel mensen kom je daar niet tegen en toch: drie keer werd ons toegeroepen door niet-joodse fietsers: sjabbat shalom! Dat was warm en fijn. Het geeft de (Joodse) burger moed. Niet één keer nagescholden, wel drie keer warme en oprechte shalom.
Maar uitgaande sjabbat (na 22:30 uur!) en zondagochtend weer nare berichten. Twee sterfgevallen. Niets van doen met corona, maar gewoon overleden aan een nare ziekte. Beiden veel te jong en beiden verdriet achterlatend. En dus begrafenissen regelen, bijstand verlenen, er zijn voor de nabestaanden. Maar dit soort tragedies laten me verre van onberoerd. Praktisch kan ik gelukkig altijd bouwen op mijn collega-rabbijnen Spiero en Evers die waar nodig overnemen, maar de emotie blijft bij mij.
 
Tussendoor nog een medewerker van een Joodse instelling, die door zijn bestuur geplaagd wordt, mogen adviseren. Juist vanwege mijn jarenlange ervaring als hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging van het Sinai Centrum en als lid van het Scheidsgerecht van het Ziekenhuiswezen, ken ik de slagen van de personeelszweep en weet ik hoe te overleven en meen ik goed te kunnen adviseren als een medewerker zich in het nauw gedreven voelt.
Maar het hoogtepunt van dit weekend: een enorm fijne bijeenkomst ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’. Ik zal iets duidelijker zijn. Omdat in Enschede al een tijdje helaas geen sjoeldiensten hebben plaatsgevonden vanwege corona, heeft het bestuur besloten om een lunch te organiseren in tenten achter de prachtige synagoge. Een geweldige opkomst. Een perfecte lunch en na een introductie van de voorzitter mocht ik de goegemeente toespreken. Om een lang verhaal kort te houden (waarin ik overigens niet zo goed ben!): toen de Thora op verzoek van de Griekse koning Talmi in het Grieks was vertaald door vijf grote rabbijnen, viel er een duisternis over de wereld. Vreemd, want ook Mozes had de Thora vertaald en wel in zeventig talen, waaronder het Grieks. Wat was er mis met de vertaling in opdracht van koning Talmi? Vertaling is toch juist erg goed; het maakt de Thora toegankelijk?! Inderdaad. Vertalingen zijn goed, maar ook beperkend. Ieder woord in de Thora heeft vele betekenissen, maar in een vertaling kun je slechts één betekenis weergeven. De rest gaat verloren. En zelfs kunnen vertalingen misleidend zijn: sjabbat is bijvoorbeeld echt geen rustdag. En rein en onrein hebben niets te maken met schoon en smerig. Maar waarom was de vertaling die Mozes maakte dan wel goed? Heel in het kort: bij de vijf rabbijnen was de opdrachtgever een Griekse koning, een afgodendienaar. Mozes vertaalde op verzoek van de Eeuwige. We maakten daar ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’ een vertaalslag naar de politieke actualiteit. Kritiek op het beleid van Israël mag, maar de grote vraag is: wie uit die kritiek? Door welk gedachtegoed wordt de journalist of de politicus gedreven? Afhankelijk van de ‘opdrachtgever’ is die kritiek koosjer of niet-koosjer en dus een uiting van antizionisme=antisemitisme. De gemoederen van de toehoorders raakten in beroering. Verhalen kwamen boven. Zorg over de toekomst van Joden in Nederland. Onze overheid is ons goed gezind, beschermt ons en doet z’n best om de Joodse Gemeenschap voor Nederland te behouden. Maar toch: onze ouders dachten in groten getale in de jaren voor de oorlog dat het ‘ons’ niet zou gebeuren want wij zijn Nederlanders. Onze overheid zal dit niet tolereren. Maar het gebeurde toch… Het was duidelijk dat bij alle Joodse Tukkers de algemene harde conclusie luidde: alertheid is geboden, want het gevaar ligt op de loer, zelfs ‘achter-de-mooiste-sjoel-van-Nederland’.
 
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks, behalve in de twee weken vakantie. Dan neemt Christenen voor Israel het over. Een mooie samenwerking!
 
 

NIK en Mediene-kehillot beslechten conflict, gaan ‘samen naar de toekomst’

Het conflict tussen het bestuur van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) en het ressort Mediene is opgelost. Dat meldt het bestuur (de Permanente Commissie of PC) in een persbericht aan Jonet.nl. Het geschil binnen het kerkgenootschap duurde ruim twee jaar en ging over een nieuwe bestuurlijke indeling. Op vrijdag is er een vaststelling tussen beide spelers ondertekend. Ze begraven de strijdbijl en willen samen door naar de toekomst. Die overeenkomst moet nog wel worden goedgekeurd inde eerstkomende vergadering van de Centrale Commissie (CC), maar daar is alle vertrouwen in. Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR – dat onder het ressort Mediene valt – heeft aan Jonet.nl bevestigd dat de overeenkomst door haar is ondertekend.

De grond van het geschil
Het conflict binnen het NIK ontstond meer dan twee jaar geleden. Het kerkgenootschap is ingedeeld in ressorten (districten). De Joodse gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden zijn in drie ressorten ingedeeld. De overige Joodse gemeenten waren tot en met mei 2018 ingedeeld in een vierde ressort: het IPOR. Destijds werd besloten de indeling te wijzigen door het ressort IPOR op te splitsen in een ressort Nederland-Midden en een ressort Mediene. De gemeenten die in het laatst genoemde ressort vielen, verzetten zich echter tegen de nieuwe indeling en stapten naar de rechter. De rechtsgang mondde uiteindelijk uit in een mediationproces waarvan overeenkomst van vrijdag de uitkomst was.

Opgetogen en tevreden
Voorzitter Joop Elzas van het NIK is opgetogen. “Ik ben verheugd te kunnen mededelen dat dit geschil is opgelost en
dat we ons nu gezamenlijk op de toekomst kunnen richten. Gerechtelijke procedures worden gestaakt, de Mediene-kehillot gaan weer volledig deelnemen aan het besturen van het NIK,” aldus Elzas. “Daarmee is de strijdbijl begraven en wordt het draagvlak voor herstructurering van het NIK, een onderwerp dat nu volle aandacht kan krijgen, gedeeld door de kehillot in het hele land.” Ook voorzitter Ellen van Praagh is tevreden. “Wij onderschrijven de vaststellingsovereenkomst volledig en willen samen gaan bouwen aan de toekomst,” zegt ze tegen Jonet.nl.

Geen bodemprocedure
Toen Elzas in 2019 samen met de huidige bestuursleden aantrad, werd hij geconfronteerd ‘met een tegen het NIK aangespannen rechtszaak van een ontevreden nieuw gevormd ressort Mediene dat de splitsing in twee ressorten wilde aanvechten’. In de vaststellingsovereenkomst is vrijdag bepaald dat deze nieuwe indeling alsnog wordt geaccepteerd en dat de rechtsgang wordt stopgezet. Een bodemprocedure lijkt daarmee definitief afgewend. “We willen als PC met deze overeenkomst ook nadrukkelijk tot uitdrukking brengen het belang van de kehillot in de Mediene te erkennen,” aldus de NIK-voorzitter.

Ressort Mediene terug in CC
Door het geschil werd de deelname geblokkeerd van afgevaardigden uit het ressort Mediene aan de Centrale Commissie (CC), de verenigde vergadering van bestuurders van de aangesloten NIK-gemeenten. In de vaststellingsovereenkomst is dit nu ook opgelost. Verder zal de PC zich inzetten om, nadat de afgevaardigden van de groep Mediene in de CC weer aan tafel zitten, een CC-lid uit die kring benoemd te krijgen in de PC. Elzas: “Wij zullen één van hen kandidaat stellen om met de zittende PC-leden het bestuur van het kerkgenootschap te vormen.” De vaststellingsovereenkomst regelt ook de vereffening van het IPOR waaronder ook de toegang tot de bankrekeningen.

Vertrouwen
Op 30 augustus zal de CC weer bijeenkomen en wordt de reeds ondertekende vaststellingsovereenkomst aan de CC-leden ter stemming voorgelegd. Elzas: “Ik heb er alle vertrouwen in dat de Centrale Commissie haar goedkeuring zal hechten aan de overeenkomst. Wat nu is gerealiseerd is in het belang van de toekomst van het NIK en de kehillot. We gaan samen vooruitkijken op basis van onderling vertrouwen, in plaats van met de rug naar elkaar toe te staan.” Voorzitter Ellen van Praagh van het IPOR onderschrijft deze insteek. “Ik ben ooit voorzitter geworden om iets op te bouwen en dat is waar ik ook voor wil gaan.” Ze heeft er alle vertrouwen in dat de CC akkoord zal gaan met de vaststellingsovereenkomst.

bron: Jonet