Mijn leraar en beste vriend rabbijn Ies Vorst is niet meer. En dus word ik benaderd om een in memoriam te schrijven voor het NIW en andere media. En toen stopte mijn schrijverspen. Hoewel ik meen een zeer vlot schrijver te zijn en de artikelen, columns en dagboeken bijna automatisch uit mijn digitale pen rollen, weet ik niet wat ik over Ies zl. moet, kan en wil schrijven. Zestig jaar van innige wederzijdse vriendschap, verbondenheid, ervoor elkaar zijn. Ik kan uren en uren, hoofdstukken en hoofdstukken over onze besprekingen en beslissingen schrijven, maar de vertrouwelijkheid zal veel te veel op de proef worden gesteld. Mensen zouden beschadigd kunnen worden, want onze contacten gingen bijna altijd over mensen: orthodox, liberaal, wel rabbijn, niet rabbijn. En niet te vergeten: bestuurders. En gioer-gevallen, huwelijksproblemen, de oorlog, het persoonlijke verlies van zijn moeder wiens foto hij altijd in zijn binnenzak droeg. Het niets meer weten over het kampgebeuren, en vervolgens zich geroepen voelen om juist de oorlog niet onbesproken te laten en ermee naar buiten te treden. Toen Ies en ik ons eraan ergerden dat er in Westerbork kadiesj werd voorgedragen door in een Duitsland gelegerde jonge, niet-religieuze US leger-rabbi, ben ik erin geslaagd om jaarlijks rabbijn Vorst op het podium van Westerbork te krijgen om hem, als overlevende, het kadiesj te laten uitspreken. Hij was de goedheid zelve, een volkomen rechtschapen mens. Moge hij Boven bij de Allerhoogste voor ons allen uitsluitend zichtbaar goed weten te bepleiten. En moge de Algoede zijn lieve Dobbe en al zijn nazaten tot steun zijn bij het omgaan met de gapende wond die is ontstaan voor hen en voor geheel Joods Nederland.
Voor de lewaja op donderdagmiddag jl. was ik in Voorschoten in Kasteel Duivenvoorde ter gelegenheid van de postume uitreiking van de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon in Goud aan Jan Zwartendijk. Jan Zwartendijk heeft als consul der Nederlanden in de prille beginjaren van de oorlog in Litouwen 2345 verklaringen afgegeven waarmee vele duizenden Joden de gelegenheid kregen om Litouwen, bezet door Nazi-Duitsland, via Japan te ontvluchten en de hel van Auschwitz te overleven. Terug in bezet Nederland zweeg hij uiteraard over zijn heldendaden, waarvan hij zelf vond dat hij slechts zijn plicht had gedaan. Maar ook na de oorlog bleef hij zwijgen. Zijn jongere zoon vertelde mij zo’n twintig jaar geleden toen ik hem ontmoette bij een herdenkingsbijeenkomst voor Jan Zwartendijk en zijn Japanse collega Sugihara in Brussel, dat hij, de zoon, tot zijn 35ste levensjaar niet wist van zijn vaders oorlogsverleden. Overigens werd Sugihara na de oorlog door de Russen gearresteerd en belandde twee jaar in de gevangenis en terug in Japan werd hij van alle overheidsfuncties ontslagen. Zwartendijk kreeg van de Staat Israël de Yad Vashem onderscheiding en werd daardoor tot Rechtvaardige onder de Volkeren verklaard. In Litouwen werd in Kaunas een monument voor hem opgericht en in 2014 kreeg de consul en oud-directeur van Philips in Eindhoven ook een monument. Na de oorlog echter ontving hij van de Nederlandse Overheid een berisping vanwege het oneigenlijke gebruik van de uitreisvisa waarmee hij, tegen de regels in, duizenden Joden had gered.
En ondertussen hebben we twee dagen Rosj Hasjana gevierd, de sjofarklanken tot ons laten doordringen, grote kiddoesj na afloop van de diensten op beide dagen.
We hadden zojuist bezoek: Koen Carlier en zijn moedige echtgenote. Koen is, voor zover nog niet bekend, het hoofd van Christenen voor Israël in Oekraïne. Ze zijn een paar dagen gestopt met hun reddingswerk in Oekraïne. Honderden en honderden Joden hebben ze ondanks de overvliegende raketten toch naar Israël weten te brengen. Duizenden voedselpakketten hebben ze verspreid. Ze zijn even hier in Nederland omdat hun dochter vandaag 16 jaar is geworden. De dochter woont hier, papa en mama in Oekraïne. En morgen gaan ze weer terug. Niet ver van hun huis is een ziekenhuis met een eerstehulppost. Hier komen de soldaten die op de mijnen zijn gelopen. Mensen zonder benen, zonder armen. Afschuwelijke mensonwaardige taferelen. Hoe lang moet dit nog doorgaan? Aan de Russische kant van de oorlog zal het niet veel anders toegaan. Doden, voor het leven verminkte mensen. De zwager van Koen is arts in Veniza op de emergency afdeling. Soms moet hij 36 uur achter elkaar werken. Hij is uitgeput. Niet vanwege de uren, maar vanwege de slachtoffers wier levens volledig zijn vernietigd. Levens zonder benen, zonder werk, zonder geld, zonder handen.
En wat met de oorlogen in Afrika waaraan we nauwelijks aandacht besteden omdat ons dat minder boeit. En omdat daar geen journalisten met smeuïge verhalen te vinden zijn. Maar het leed is er daar niet minder om.
De uiteindelijke verlossing moet snel komen. Zoveel leed, zoveel pijn, zoveel doden. Het is bijna Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. Op deze dag wordt het lot van al Uw schepselen vastgelegd
Beste Ies, reb Moshe Jitschak ben Tsipora Channa, help ons! Vraag aan Hashem om ons, bewoners van Uw aarde, te bevrijden van alle misère. Laat er toch eindelijk echte sjalom heersen. Voor ieder land, voor ieder volk, voor Israël en in ieder (mede)mens!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

Bijna weer een jaar voorbij en weer een nieuw jaar voor de Joodse (en niet-joodse) boeg! En dus is er sprake van een verjaardag. Niet de verjaardag van de wereld, door G’d geschapen, maar de verjaardag, de scheppingsdag, van de eerste mens, Adam.
We waren drie weken afwezig. Nou ja, afwezig. Het rabbinale werk continueerde gewoon via de digitale en telefonische wegen, alleen zaten we fysiek aan de andere kant van de Oceaan. Eerst waren we in Montreal en daarna New York.
Nog tien dagen en het is Rosj Hasjana, het begin van het Nieuwe Joodse jaar. En dus? Gezelligheid? Appeltje met honing? Ja en nee. Hoewel de gezelligheid, de appel met honing en de klanken van de sjofar een essentieel onderdeel vormen van Rosj Hasjana, gaan de Hoge Feestdagen, gelijk alle wetten en gebruiken binnen Thora en Traditie, veel dieper. Rosj Hasjana, letterlijk vertaald “hoofd van het jaar” heeft alles te maken met zelfoverpeinzing. Wat heb ik het afgelopen jaar onverhoopt verkeerd gedaan, hoe voorkom ik herhaling in het komende jaar.
Vrij recentelijk vond er een ongeluk plaats met een bakfiets die kinderen vervoerde. De kinderen die vervoerd werden belandden in een sloot, maar G’d zij dank kwamen allen met de schrik en met natte kleren ervan af. Ook kwam het Stintdrama van enige jaren geleden weer in de belangstelling omdat de eigenaren toch vervolgd gaan worden omdat ze nalatig zouden zijn geweest met de dood van vier kinderen tot gevolg. Als er inderdaad een vervolging tegen de fabrikant zal plaatsvinden zal de rechter tot een uitspraak moeten komen. Maar ongeacht de uitspraak gaat er van de vervolging alleen al een keihard signaal uit naar fabrikanten: denk niet uitsluitend aan winst, maar wees doordrongen van je verantwoordelijkheid met je productie, ongeacht welk product je op de markt zet.
Mijn excuus dat ik het dagboek van zondag jl. heb overgeslagen en er dus deze week bij uitzondering maar een dagboek verschijnt in plaats van twee. De reden is dat we, tijdens onze vakantie-afwezigheid, een aantal onverwachte klusjes kregen. Twee buitenlandse rabbinale verzoeken om na te gaan of iemand wel/niet Joods is. Twee besprekingen met (jongere ) collega’s over gioer. Beide rabbijnen gingen er vanuit dat gioer kandidaten naar ons Beth Din in Brussel gestuurd kunnen worden en wij dan voor de verdere begeleiding zorgen. Nee dus! Wij, is dus het Beth Din van de RCE, het Rabbinical Center for Europe. En wij zijn er om lokale rabbijnen te helpen met een eventuele afronding van een gioer procedure als de lokale rabbijn niet over een lokaal of eigen Beth Din beschikt en zelf geheel achter de kandidaat staat. Maar dit bekend zijnde bij EU-rabbijnen, word ik meer en meer als een expert, al dan niet terecht, gezien, bellen lokale rabbijnen voor begeleiding en advies. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vraag wie wel of niet Joods is en of er gesproken kan worden van op z’n minst een twijfel. Gisteravond laat kreeg ik een Joodse man aan de telefoon uit België, woonachtig in Congo, die een niet-joodse vriendin heeft uit India die Joods zou willen worden. Vraag één was of zij inderdaad Joods wil worden of dat hij wil dat zij dat wordt. Want toetreden tot het Jodendom kan alleen omwille van het Jodendom, het geloof in G’d en Zijn Thora en Traditie.
Gezien toeval niet bestaat heeft het dus zo moeten zijn dat ik een overeenkomst onder ogen kreeg die aangaf wanneer Delta Airlines wel en wanneer ze zich niet verantwoordelijk acht voor vertraging of uitvallen van hun vluchten. Ik citeer vertalend: “We nemen geen verantwoordelijkheid voor Acts of G’d and Nature.” In Nederland zou dit helaas vandaag de dag volkomen ondenkbaar zijn. Een erkende Nationale Luchtvaartmaatschappij die aangeeft dat wij mensen niet alles onder controle hebben, maar de eindverantwoordelijkheid Boven ligt en wij daarop geen grip hebben en dus ook geen verantwoordelijkheid kunnen nemen. Interessant overigens dat Delta eigenlijk niet alleen over G’d als eindverantwoordelijke spreekt, maar ook geeft Delta een eigen verantwoordelijkheid aan de Natuur, die dan ook in hun statement met een hoofdletter staat geschreven. Als we dit statement vanuit de Joodse filosofie bekijken dan klinkt hun opstelling erg Joods filosofisch. Want ook in het Jodendom erkennen we G’d als de overkoepelende kracht en Schepper van de totale Schepping en van al wat er op deze aarde en in deze wereld geschiedt. Maar de Natuur wordt niet gezien als een naast G’d opererende kracht, maar als een manifestatie van Hem, de Eeuwige. Daarom ook is de getallenwaarde van Ellokiem, G’d zoals hij zich manifesteert in de natuur, gelijk aan de getallenwaarde van het Hebreeuwse woord voor de Natuur en zouden we vanuit het Jodendom redenerend niet de Natuur met een hoofdletter schrijven. Maar mijn dagboek dreigt nu te religieus te worden en daarom kort samengevat: ik was verbaasd dat een nationale luchtvaartmaatschappij openlijk erkent dat niet de mens maar de Eeuwige uiteindelijk beslist. Ik kan me niet voorstellen dat de KLM, onze nationale luchtvaartmaatschappij, in een contract naar G’d zou verwijzen.
Sjabbat jl. werd er in alle sjoels ter wereld het deel van de Thora gelezen dat begint met de woorden “Rechters en (politie)beambten zult gij aanstellen in al uw poorten” en laat ik nou toevallig (toeval bestaat niet!) de laatste dagen van doen te hebben gehad met (on)recht. Mijn jongste dochter belt op vanuit Montreal. Totale paniek. Haar man liep zijn kantoor uit naar zijn auto om naar huis te rijden en wat ziet hij? Niets dus, want zijn auto was verdwenen. Maar niet zomaar van straat verdwenen, neen, van een bewaakt parkeerterrein! De beveiliger gaf hem een telefoonnummer dat hij kon bellen om erachter te komen waar zijn auto zich bevond. En inderdaad, de man achter het telefoonnummer wist waar de auto stond en was zeer welwillend om hem dat te vertellen op voorwaarde dat hij bereid was om het nummer, vervaldatum en het driecijferige getal op de achterkant van de creditcard te geven zodat er $80 van zijn rekening kon worden afgegeven. De beveiliger van de parkeerplaats adviseerde hem om gewoon de gevraagde informatie te geven omdat, naar zijn zeggen, we hier te maken hebben met gangsters van een georganiseerde en gevaarlijke bende…
Het was in Amersfoort een bijzondere Brom-Sjabbat. Even een korte uitleg van Brom-Sjabbat. Toen wij naar Nederland kwamen en in dienst o.a. bij de Joodse Gemeente Amersfoort, was de heer Mottel Brom de voorzitter en de vrijwillige chazan-voorzanger. Brom was in het dagelijks leven de directeur van Middeloo, een instituut dat opleidde tot muziektherapeut. Toentertijd was Middeloo een begrip in de wereld van de psychiatrie en klinische psychologie. Meneer Brom, zoals hij genoemd werd, was een combinatie van therapeut, directeur, voorzanger, psycholoog, vader en echtgenoot, voorzitter van de Joodse Gemeente, gabbe (koster) in de synagoge en last but not least was hij componist. Hoewel ik hem in de beginjaren best af en toe lastig vond, omdat hij mij voor mijn gevoel als zijn leerling beschouwde en me dus ook zo behandelde, had hij achteraf bezien meestal gelijk en heeft hij mij dus, aan het begin van mijn carrière, gecoacht en daardoor mede gevormd. Zijn drie kinderen waren inmiddels het ouderlijk huis ontvlogen, getrouwd en wonen nu in Israël en de USA. En afgelopen sjabbat was het Brom-Sjabbat in Amersfoort. Danny en Michel (beiden inmiddels al na de pensioengerechtigde leeftijd) waren met gedeeltelijke maar grote aanhang in Amersfoort en lieten ons genieten van hun prachtige voordawenen, voorgaan in de dienst. Veel van de Amersfoortse sjoel melodieën zijn composities van meneer Brom en gelden inmiddels als typisch Amersfoorts. Toen mijn schoonzoon rabbijn Stiefel pas in Almere kwam, waar hij de rabbijn is, en Amersfoortse melodieën gebruikte in de dienst op sjabbat, werd hem verzocht om niet de Chabad melodieën te gebruiken, maar de Nederlandse. Hij had de Brom melodieën braaf geleerd, niet wetend dat die melodieën uniek Amersfoorts-Broms waren en verder in Nederland onbekend. Prachtig, zo voelde ik het, dat in onze bijna 300-jarige sjoel de oude Brom blijft leven en hopelijk bij de viering van 300 jaar sjoel Amersfoort in 2027 zijn zelf gecomponeerde muziek zal klinken als onderdeel van de viering/herdenking.