
Het ware normaal geweest indien we vol goede gevoelens na de Hoge Feestdagen, na Simchat Thora, het nieuwe Joodse jaar zouden zijn binnen gedanst. Het pakte echter geheel anders uit. Israël in oorlog en de wereld toont zijn ware gezicht, ook in ons land. Ben ik verbaasd dat dit in ons land kan gebeuren? Geheel niet. Met oogkleppen voor halen we mensen binnen die onze Nederlandse cultuur niet kennen, opgegroeid zijn met andere normen en waarden. Ik stond vooraan bij de protesterenden die zich blauw ergerden (ondanks mijn kleurenblindheid) aan de laksheid waarmee de Afghanen die onze troepen in Afghanistan hadden geholpen, naar ons land werden gehaald. Zij verkeerden in groot gevaar vanwege de Taliban die in Afghanistan aan de macht was gekomen. Mijns inziens moer ieder medemensa in nood geholpen worden en dus zeker deze Afghanen.
Maar toen ze hier dan eindelijk waren aangekomen, gered uit een fanatieke hel: wat hebben wij Nederlanders gedaan aan hun integratie? Al deze vluchtelingen zijn antisemieten en haten christenen. En mensen met een geaardheid die ze niet aanstaat mogen in hun optiek vermoord worden. Op initiatief van een journalist van het Financieel Dagblad werd er jaren en jaren geleden een gesprek georganiseerd tussen een Iman, een Bisschop, de scriba van de PKN en mijn persoon. We besloten om met z’n vieren AZC’s te bezoeken en te tonen hoe wij, ondanks onze religieuze verschillenden zienswijzen, ondanks onze diversiteit, gewoon hier in ons land naast en met elkaar kunnen staan en zelfs bevriend zijn. Het COA weigerde echter om ons initiatief op te pakken. De toegang tot AZC’s werd ons botweg ontzegd omdat wij ‘religieus zijn’. Mijns inziens moeten alsnog de ambtenaren die het verbod er hebben doorgedramd aangepakt worden. Terroristen worden niet als terrorist geboren! Zij worden door opvoeding gevormd of beter gezegd: misvormd! En wat is er dan beter en mooier dat een Iman, een scriba, een bisschop en een opperrabbijn samen de boodschap van eenheid in diversiteit uitstralen. Maar van hogerhand werd dat dus niet geoorloofd. Wat doen wij als Nederlanders hieraan? Hoe kan het dat op sommige scholen de oorlog (die van ’40-’45) niet meer besproken mag en kan worden? En waarom accepteren we dat?
Ik zit nu in het vliegtuig van JFK, New York, naar Schiphol en schrijf dus dit dagboek, maar ik heb ook nog wat gelernt. En wat lernde ik? Maimonides schrijft dat de Menora gedurende Chanoeka acht dagen moet worden aangestoken en voor het raam geplaatst om de duisternis te verdrijven. Maar, en nu komt het, als dat gevaarlijk is vanwege antisemitisme dan moet de Menora binnen worden geplaatst, onttrokken aan het gezicht.
Voor velen, zo hoor ik om me heen, is onze Nederlandse samenleving al dusdanig afgezakt, dat dit jaar velen uit angst de menora niet zichtbaar durven te ontsteken. Maar het kan toch niet zo zijn dat Joodse Nederlanders hun geloof niet meer zichtbaar mogen beleven!
De jaarlijkse Kinus Hasjeloechim, de conferentie waaraan dit jaar ook weer meer dan vierduizend Chabad Rabbijnen deelnamen, was anders dan andere jaren. Negentig procent van de Israëlische rabbijnen kon niet lijfelijk aanwezig zijn omdat ze in het leger dienden of hun gezinnen niet konden verlaten. En toch waren ze er voor een groot deel wel en niet aanwezig. Er was namelijk een live-verbinding met Jeruzalem. En zo deden wij in New York mee met de Kinus in Jeruzalem en deed Jeruzalem mee met de vierduizend Chabad Rabbijnen in New York. De imposante jaarlijkse foto was dit jaar anders, niet qua foto, maar qua sfeer. Alle gegijzelden werden gedurende de conferentie in gebed vele keren vermeld. De gesneuvelde soldaten, onze IDF die met groot gevaar voor eigen leven Israël en de mondiale Joodse wereld staan te verdedigen.
Overigens heb ik de laatste week, voor mijn vertrek van de USA , nog nooit zoveel politie over de vloer gehad. En zodra ik dadelijk thuis ben moet ik me meteen melden. Ik heb geen klagen, er wordt niet alleen vanuit Boven over mij gewaakt, maar ook vanuit de aardse regionen. Ben ik bang? Zeker niet. Maar de alertheid is nog nooit zo hoog geweest. Ik mijd plaatsen waar Anti-Joodse demonstraties zijn. Anti-Joods, hoor ik u hardop denken? Ik hecht eraan om het beestje gewoon bij zijn naam te noemen, vandaar: anti-Joods.
Ik word vrijwel dagelijks door de media gebeld. Podcast, een quote, een interview. Ik voel me schuldig, want door al die media en politieke aandacht, vergeet ik dat er ook gewone zieken zijn die ik had moeten bezoeken of op z’n minst een telefoontje.
En terwijl de landing is ingezet, klinkt in mijn oren het gezang tijdens de foto. Vierduizend rabbijnen die al zingend G’d smeken voor de uiteindelijke verlossing, de echte vrede, niet alleen voor Israël maar voor “Uw gehele aarde.”
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

De inhoud van mijn dagboek, als ik vergelijk met een maand geleden, is wel erg veranderd. Reden; mijn dag is een andere dag geworden. Bijna alles staat in het teken van Israël, Gaza en antisemitisme. Zorgen, vertrouwen, hoop. De wreedheid is onbeschrijfelijk, de Verenigde Naties niet bepaald pro-Israël, antisemitisme = antizionisme, de Joden zijn uiteraard schuldig en ik blijk een echte profeet te zijn geweest want er is een anti-Israël resolutie aangenomen en nog vele zullen volgen, zoals ik in mijn dagboek van 8 oktober profetisch voorspelde. En Iran werd de voorzitter van de afdeling van de VN die zich bezighoudt met de rechten van de mens!? Kan het nog gekker?
Ik bemerk dat ik een beetje in de war raak. Enerzijds probeer ik mijn gewone ritme erin te houden, anderzijds meen ik op de hoogte te moeten blijven van de ontwikkelingen in de wereld. Maar als je daaraan begint ben je met niets anders meer bezig dan met het kijken naar allerlei video’s en het lezen van een tsunami aan artikelen. Voeg daaraan toe dat zeker tien procent van de e-mails die me willen informeren wat er gaande is in deze wereld, voorzien zijn van een bijna dwangmatige oproep/noodkreet dat ik deze video echt moet zien of dit artikel echt moet lezen. En het resultaat zou zo maar kunnen zijn dat ik fulltime achter de computer zit. Daar doe ik dus niet aan mee!
Er zijn er nog een paar
Ongetwijfeld zal ik niet de enige zijn die momenteel bijna dag en nacht bezig is om het imago van Israël op te krikken. Normaliter wordt met opkrikken bedoeld dat de persoon die opgekrikt moet worden zich dient te veranderen om een betere indruk te maken, maar ik zou niet weten wat Israël zou moeten en kunnen verbeteren. Het is toch onvoorstelbaar dat een minuut nadat er ‘iets’ was gevallen op het ziekenhuis in Gaza, Hamas en de hele anti-Israël wereld al alle gewonden en omgekomen slachtoffers kennelijk hadden geteld. Ongetwijfeld lagen slachtoffers onder het puin, maar ook die waren klaarblijkelijk binnen een minuut gelokaliseerd! Echt een wonder (of een flagrante leugen?)!
Als u mij vraagt hoeveel toespraken ik heb gehouden bij onthullingen van monumenten, Stolpersteine, Yad Vashem-uitreikingen en aan de oorlog gekoppelde herdenkingen, dan moet ik u het precieze antwoord schuldig blijven, maar het zullen er honderden zijn.
Twee intensieve dagen in Zagreb vanwege een groot congres over, raad u maar, antisemitisme. Dinsdag had ik dus om 14:15 uur naar Kroatië zullen vliegen, maar mijn vlucht moest ik enige uren uitstellen om mee te kunnen gaan met ‘een kleine delegatie’, die de Joodse gemeenschap zo breed mogelijk vertegenwoordigde, voor een ontmoeting met onze Minister-President Rutte. Een warm en duidelijk gesprek. Onze regering staat achter Israël, zonder een ‘maar’ !
Jom Kippoer was geweldig. De sfeer in sjoel was intens, bij de toespraken was het muisstil, de mensen waren meer dan voldaan en het Awienoe Malkeenoe moet Boven luidkeels gehoord zijn. Menigeen, zoals me dat na afloop van de dienst werd verteld, was tot tranen toe bewogen. Ik was dankbaar dat onze Amersfoortse sjoel, die bijna 300 jaar bestaat, zo Joods werd gebruikt. Het was meer dan een doorsnee Jom Kippoer! Het luide en doordringende Sjema Jisraeel aan het einde van de Neïla-dienst, de Slotdienst, zit nog steeds in mijn gehoor.