
“Wajechie is de laatste Sidra van Bereesjiet-Genesis, het eerste boek van de Thora, de vijf boeken Mozes. Voordat de laatste zin in de synagoge op sjabbat wordt voorgelezen door de Ba’al Koree, de voorzanger, staan alle aanwezigen op, en nadat de voorzanger de laatste zin heeft gelaajnd, voorgelezen, roepen alle aanwezigen met luide stem: ‘Chazak, chazak wenitchazeek – Wees sterk, wees sterk en mogen wij gesterkt worden.’ Hoewel deze drie woorden ook bij de beëindiging van de andere vier boeken Mozes worden uitgeroepen, is dit dus de eerste keer en mogen we de vraag stellen waarom we dit zeggen? Hebben we dan specifiek nu extra kracht nodig en zo ja, waarvoor dan? En waarom zeggen we dit niet iedere week na iedere Sidra, na iedere Thora voorlezing?
De Thora heeft eeuwigheidswaarde
Het boek Bereesjiet, Genesis, is het boek van de aartsvaders Awraham, Jitschak en Ja’akov. Sjemot, Exodus, het tweede boek, behandelt de slavernij in Egypte en ook de bevrijding uit die slavernij, die 210 jaar zou gaan duren. Het Joodse volk zal een bittere ballingschap moeten gaan beleven. ‘De daden van de voorouders zijn een teken voor de nazaten,’ leren we in de Spreuken der Vaderen. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de daden van onze Aartsvaders (en Aartsmoeders) slechts een soort richtingwijzer zijn voor de nazaten, maar hun daden geven ook aan de nazaten kracht om door het leven te gaan en de hobbels die ieder op zijn of haar levensweg tegenkomt, ongeschonden te kunnen nemen.
Het Joodse volk staat aan het begin van een bittere en zware tijd. Een slavernij met vele beproevingen, verdriet en valkuilen. Zullen we dit aankunnen, vroegen de Joden zich af. Ze wisten dat ze een slavernij zouden moeten doorstaan, omdat G’d dat al aan Awraham had aangekondigd. En ook was hen bekend dat ze uiteindelijk met rijkdom die slavernij zouden verlaten. Toch was de kennis over die duistere toekomst geen sinecure. Ze zagen de toekomst dreigend op zich afkomen. Dat er licht aan het einde van de tunnel zou zijn, betekende op dat moment niet zoveel, want de tocht door de tunnel zou eeuwen duren… Maar juist op dat moment wisten ze zich óók gesterkt door de wetenschap dat de Aartsvaders hen de kracht hadden gegeven om tegen de beproevingen opgewassen te zijn.
De Thora heeft eeuwigheidswaarde. ‘Wees sterk, wees sterk en mogen wij gesterkt worden,’ gold dus niet uitsluitend voor de toenmalige generatie, die aan de vooravond van de Egyptische slavernij stond. Door de eeuwen heen heeft het Joodse volk vele ballingschappen moeten doorstaan. Vele keren stonden ze aan de vooravond van een nieuwe, onbekende ballingschap. Steeds weer waren ze ervan overtuigd dat uiteindelijk ook aan die ballingschap weer een eind zou komen.
Ook als individu maak ik ballingschappen mee; moeizame perioden in het leven. Hoe kijk ik tegen de voor mij liggende ballingschap aan? Ontken ik dat die eraan komt? Raak ik in paniek? Word ik suïcidaal? Genesis begint met de meest essentiële levensles. Een levensles die letterlijk van vitaal belang is. Die les is dat we, voordat we proberen te begrijpen, er eerst van doordrongen dienen te zijn dat we niet alles kúnnen vatten. Een ballingschap, lijden, pijn en verdriet kunnen wij mensen niet vatten. En daarbij dienen we ervan doordrongen te zijn dat al wat van Boven komt in essentie goed is, ook als we er geen touw aan vast kunnen knopen. En die kracht, om ondanks alles toch te aanvaarden, hebben wij van onze voorouders Awraham, Jitschak en Ja’akov meegekregen.”
Enige jaren geleden verscheen “Rab&Rik”. Rab ben ik. Rik is de baas van www.cvandaag.nl, de grootste christelijke website van Nederland. Rik en ik zijn, jaren geleden, samen in Oekraïne en in Israël geweest en zodoende kennen we elkaar en, na een aantal keren samen een lezing te hebben gegeven, is het boek Rab&Rik ontstaan. Als u wilt weten wat Rab&Rik is, gewoon even googelen!
Afgelopen sjabbat las ik even uit eigen werken, zoals dat zo mooi klinkt, en zie: bovenstaande tekst verscheen. Wat ik beoogde met Rab&Rik was om aan te tonen dat alle verhalen, geschiedenissen, wetten en gebruiken die in de Thora staan te allen tijde actueel zijn. En als er geen praktische actualiteit is dan is er op z’n minst een theoretische betekenis die voor ieder mens in iedere situatie een levensles bevat. Met andere woorden:
De Thora heeft eeuwigheidswaarde.
De eeuwigheidswaarde die ik in bovenstaande Rab&Rik verwoordde, werd door mij gebracht in de vorm van een belangrijke levensles. In de Thora was er sprake van dat het Joodse volk fysiek aan de vooravond stond van 210 jaar slavernij in Egypte. Gezien er, toen ik Rab&Rik schreef, geen sprake was van een moeizame periode voor het Joodse volk als geheel, vertaalde ik de Egyptische slavernij naar de beproevingen die ieder mens in zijn persoonlijke dagelijkse leven kan ontmoeten. Van echte slavernij was bij het schrijven van Rab&Rik toentertijd totaal geen sprake!
Maar, zo vroeg ik me, hoe zit dat nu, anno 2024? Heeft de slavernij in Egypte nog een theoretische vertaalslag nodig om de eeuwigheidswaarde aan te tonen? Of krijgt die slavernij gewoon weer een pijnlijke fysieke betekenis, nu het antizionisme en antisemitisme weelderig bloeien? Het is een retorische vraag die ik u ter overdenking voorleg. Ik verwacht geen antwoord!
Maar wat uw antwoord ook moge zijn. Of we nu Hamas wel of niet vergelijken met de Bijbelse Egyptenaren: uiteindelijk volgde er na de slavernij in Egypte een gigantische overwinning en wisten de Joden zich gesterkt door de kracht van onze Aartsvaders die er door de eeuwen heen voor zorgden dat Am Jisraeel Chaj – het Joodse volk leeft en altijd overleefd.
Mocht u Rab&Rik in uw boekenkast willen hebben: Uitgeverij Gideon zal het u graag toesturen. (Sluikreclame! Hoewel: sluik?)
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

“ Het laten vollopen van de tunnels zou de culturele expressies en de praktijken van het Gazaanse volk, zoals kunst, literatuur en folklore die geïnspireerd worden door de tunnels, kunnen raken”, aldus de VN-mensenrechtenraad. U leest het goed ! De tunnels zijn, volgens de Verenigde Naties, een culturele expressie van het Gazaanse volk! Ik vroeg me af, dit gelezen hebbend:
De Chanoeka-Toer 5784 behoort alweer tot de voltooid verleden tijd. In mijn dagboek dien ik alleen nog de woensdag en donderdag te vermelden, het zevende en achtste kaarsje. Zijn die twee laatste vieringen anders dan de voorgaande? Niet echt, maar toch heeft iedere bijeenkomst iets eigens en unieks. Neem nou bijvoorbeeld die woensdagavond in Groningen. Aan die Buiten-Menora was heel wat denkwerk voorafgegaan: wel of niet de Menora buiten voor de sjoel aansteken of, om veiligheidsredenen, dit jaar uitsluitend binnen. En als de menora binnen blijft, wordt het wel of niet met ‘toeschouwers”. Het werd dus buiten, mede na overleg met burgemeester Schuiling, die duidelijk aangaf dat de Joodse Gemeente gewoon moet doen wat het altijd doet en dat de beveiliging zijn probleem is en niet van de Joodse Gemeente! Het was een enorm goede bijeenkomst, met duidelijke boodschappen van zowel de burgemeester alsook van René Paas, de commissaris van de koning, prima georganiseerd door de Joodse Gemeente en rabbijn Spiero en met heel veel cadeautjes voor de kinderen. Ook mijn waarschuwende boodschap kwam over.
“Ik ben niet joods. Maar lichtjes neerzetten voor het raam met elke dag eentje extra dat lukt me wel, bedoeld als teken van protest tegen Jodenhaat, en teken van solidariteit met u en alle joden in Nederland en in Israël.” Dit bericht ontving ik van een mij onbekende. Ik ben ervan overtuigd dat zijn boodschap de voorpagina van de
Telegraaf niet zal halen omdat hij niets schokkend zegt en omdat hij een onbekende is. En toch kwamen deze woorden van solidariteit bij mij binnen en waren mij tot steun en correctie, juist met Chanoeka. Ik leg het uit: gisteren zat ik welgeteld negen uur en zevenenveertig minuten in de auto en hebben we 703 km gereden om een toespraak te houden in Nieuws Poort, de menora aan te steken in Bourtange en daarna in Arnhem, waar ook de coördinator antisemitismebestrijding aanwezig was en de aanwezigen heeft toegesproken.
De aftrap voor Chanoeka 5784 begon eigenlijk voor mij op donderdagochtend in Den Haag, nog voordat Chanoeka was begonnen. Ik mocht vooroplopen in de stille tocht vanaf het Malieveld via de Tweede kamer en het hoofdkantoor van het Rode Kruis, waar petities werden overhandigd, en dan weer terug naar het begin van de lange imposante pro-Israël wandeling door Den Haag. Maar ’s avonds was het echte begin, het aansteken van het eerste lichtje op de Grote Markt van Nijmegen. Burgemeester Bruls was dik op tijd aanwezig om met de aanwezigen te spreken en ze te bemoedigen. In zijn toespraak gaf hij duidelijk aan dat er in Nijmegen geen sprake kon en mocht zijn dat uit angst voor dreiging dit jaar de menora niet publiekelijk zou worden aangestoken. En dus gingen de burgemeester en rabbijn Mendel Levine, de Nijmeegse Rebbe, in een hoogwerker omhoog, om gezamenlijk het eerste lichtje te ontsteken om de duisternis te verlichten. Rabbijn Levine ontpopte zich als een gedreven ceremoniemeester, alles was tot in de puntjes geregeld en toen rabbijn en burgemeester geland waren en nadat ik mijn toespraak had mogen afsteken, was er rijkelijk gezorgd voor de inwendige mens. Dank rabbijn en mevrouw Levine, burgemeester Bruls en alle vrijwilligers en niet in de laatste plaats de velen die zich de moeite hadden getroost om juist in deze moeizame periode voor de Joodse gemeenschap hun solidariteit te tonen met hun aanwezigheid.
Ik heb het gevoel dat ik me aan het voorbereiden ben voor mijn bar mitswa want de komende dagen moet ik dertien toespraken houden! Nou geef ik eerlijk toe dat die dertien toespraken niet allemaal volledig van elkaar zullen verschillen, want een paar zullen gewoon bijna hetzelfde zijn, maar toch. Voordat ik een toespraak in mekaar probeer te fabriceren, moet ik wel eerst weten voor wie ik mijn toespraak aan het componeren ben en, het allerbelangrijkst: wat mijn boodschap moet zijn.
Het is inmiddels maandagochtend vijf uur in de vroegte en ik haast me om dit dagboek, dat ik gisteren had moeten inleveren, alsnog uit mijn digitale vulpen te laten verschijnen. Ik duik hiervoor mijn kalender in om te kijken waar ik de afgelopen dagen, beginnend met de donderdag want tot en met woensdag had ik al geschreven, ben geweest. Ja, ik moet daarvoor mijn agenda gebruiken want mijn dagen zijn zo vol (en mijn geheugen kennelijk zo beperkt) dat ik het zonder agenda niet meer kan reproduceren. Ondertussen hoor ik een klik en zet u, mijn trouwe dagboeklezer, even in de wacht, want er schijnt een e-mail binnen te zijn gekomen…
Het klaslokaal van de Joodse School Leeuwarden was tot aan de nok toe gevuld. In Leeuwarden woonachtige Israëliërs, leden van de Joodse Gemeente Friesland en Vrienden van Israël kwamen bijeen om… Ja, waarom eigenlijk? In de aankondiging stond vermeld dat de bijeenkomst, last minute georganiseerd, zou gaan over “hoe gaan we hier in Nederland om met de moeizame situatie in Israël, waarmee verschilt deze Chanoeka van alle andere Chanoeka-jaren en wat is de diepere betekenis van het Chanoeka-licht”. Het werd een erg fijne en zinvolle bijeenkomst. Ik heb uiteraard wel onvoorbereid gesproken, maar de Friese namiddag was eigenlijk meer een gesprek met, dan een lezing voor! Uiteindelijk werd er door de groep-niet-joodse-aanwezigen besloten om de Joodse Gemeente dusdanig te beschermen dat ze geen enkele angst voor geweld hoeven te hebben als ze voor de deur van de Joodse School bij het monument de Menora gaan ontsteken.
présence te geven bij de opening van het nieuwe studiejaar van Het Seminarium in hun nieuwe behuizing in het gebouw van Amos aan de Kalfjeslaan. Had ik bij de opening een functie? Neen dus, maar door aanwezig te zijn laat ik wel zien dat ik het initiatief steun, en ook dat heeft een functionele waarde en bovenal een bemoediging. Les voor eenieder: ook aanwezigheid zonder eraan te verdienen kan voor derden een bemoediging zijn. En dat is winst!
Als gevolg van de vele bijeenkomsten, had ik geen tijd om deze week, zoals gewoonlijk, twee dagboeken te produceren. En dus nu, uitgaande sjabbat, een dagboek met flitsen van de gehele afgelopen week. Waar was ik zoal? Ik duik mijn agenda in en zie: Ysselsteyn (bij Venray), met Zeeland in Antwerpen, Groningen bij de burgemeester, op Urk (en niet in Urk), in de Hoofdstraat van Veenendaal, op de twintigste verdieping van het Stadskantoor Utrecht en in de Snoge.
Het waren me wel een paar daagjes!