Een week was ik uit de lucht. Geen vakantie, maar het overlijden van onze oudste zoon. Hij lag al bijna drie weken in coma en de prognose was verre van gunstig. Maar waar leven is, is hoop en we hoopten op een wonder. Maar helaas, het wonder bleef uit en vorige week sjabbat om 3:30 uur in de ochtend heeft de Eeuwige hem tot zich genomen nadat wij hem 47 jaar als ons kind mochten hebben. Vorige week zondag was de lewaja, de begrafenis, in Londen. Zijn vrouw laat hij achter. Vanwege corona konden we er niet naartoe. We hadden uitgaande sjabbat met de nachtboot naar Engeland willen varen, maar omdat ongeveer veertig van de tachtig bemanningsleden positief waren getest, konden er geen passagiers aan boord. En de volgende ochtend lukte ook niet omdat we geen test konden krijgen en los hiervan werd ons afgeraden om naar Engeland te gaan……
En toen dus de treurweek. Niet thuis want dat kon niet vanwege social distance, maar in de zaal van een hotel. Voor ons schermen tegen corona. Maar ook ervoor gezorgd dat het bezoek verspreid over de dag zou komen. Van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat werden we beziggehouden. Tijd om na te denken was er eigenlijk niet. En nu, zondag, is de treurweek voorbij. We hoeven niet meer op een lage stoel te zitten. We mogen weer zelf koken en denken met innige dankbaarheid terug aan al die lieve mensen die voor ons de hele week hebben gekookt. De ingescheurde kleren hebben we uiteraard uitgedaan en we mogen weer gewoon naar buiten.
Ik denk terug aan die week. Aan die honderden e-mails, telefoontjes, WhatsApps en zelfs reguliere brieven. Ik wist niet dat mensen nog gewoon met een vulpen of ballpoint konden schrijven. Wat ging en gaat er in ons/mij om? Wil ik dat met u delen? Ik weet dat ik erg open kan zijn, maar mijn gevoelens en gedachten van zoiets privés met derden delen, lukt me niet. Allereerst is er al geen sprake van ‘ons’. Ik weet dat mijn echtgenote het anders verwerkt dan ik. Hetzelfde geldt voor onze andere kinderen. En dat ‘er anders mee omgaan’ mag en moet ruimte krijgen. Maar één ding hebben wij gemeen, zonder dat dat is uitgesproken: wij weten en zijn ervan doordrongen dat uiteindelijk alles van Boven komt. Onze zoon had kennelijk zijn taak op deze aarde volbracht en keerde terug na een zeer succesvolle vaart. Overal verschijnen artikelen over hem. Omdat hij het summum was van bescheidenheid vertelde hij nooit zoveel. Vandaag heb ik mijn gewone werk weer een beetje opgepakt. Een voormalig collega van mij heeft gezeur op z’n werk en dus telefoongesprekken. En dan de vele condoleances, die nog steeds binnenkomen. Steunbetuigingen, telefoontjes uit Australië, USA, Canada, Zweden, Oekraïne, Israel, België, Frankrijk, IJsland, Zwitserland, Brazilië, Hongarije, Nederland…….Iedereen zegt bijna hetzelfde, maar toch is iedere keer ‘hetzelfde’ waardevol en van grote steun. Hoe belangrijk woorden kunnen zijn. Hoe geweldig zelfs een zwijgend telefoontje. Ik wil daarover in mijn dagboek van morgen verder gaan. Voor vandaag een stukje van een artikel dat in een Israelisch magazine is verschenen en ook in het Engels werd verspreid en dat ik graag met u wil delen:
—————————————————————–
- Rabbi Reuveni Garbarchik from London writes a farewell column on Yisroel Jacobs, who passed away last Shabbos at the age of 47.
Yisrolik, the heart refuses to believe, to accept, that you are not with us, for several days since you were taken from us abruptly and I still do not find peace of mind.
Taken to the hospital in the dead of night and after weeks of praying and waiting for a miracle came the bitter news, you are gone, God has taken you, all of a sudden.
We will no longer hear your voice declare, “Tracht Gut, Vet Zayn Gut” or “We must thank the Almighty for what we have and ask for more”, not to mention the expectation of the revelation of Moshiach that flowed in your veins and that you made sure to constantly remind us.
You were all full of life, full of a strong desire to experience life to the fullest, to pour real content into your smile, you were a true messenger, of encouragement, of reinforcement, of planting confidence and faith in those around you, in those who came in contact with you, who lived by your side. For others, you have been a wonderful interlocutor, full of interest, know what to respond, feel others, sensitive and encouraging.
You were full of incredible force of a strong desire to succeed in achieving your goals despite the difficulties, despite the limitations, you did not make assumptions, whether it was attending praying with a minyan, whether it was attending class. With incredible determination, you succeeded where others had failed. You opened the door where others saw no way out.
I remember you from many years ago, the student from Holland who studied in Kfar Chabad. Your kind European appearance as well as the quiet you projected caught the eye, you were all full of life in the classes, events, and did not give up experiencing anything.
About two decades ago we crossed paths and since then we have lived together in the same community, in Stamford Hill in London. We met each other while flying from New York to London, when I was travelling to my wedding and you as a cousin of my future wife (the daughter of your uncle) served as my ‘guard’. We got to speak a lot, in fact only then I began to get to know you, understand your greatness, the depth of your understanding, your piety, your pure soul.
Over the next few years, we got to spend many hours together, we would sit in classes together, at Farbrengens, at family events, your presence could not be ignored. I remember you sitting in the weekly classes we had here in the community, despite your visual impairment you would sit and at first glance you would seem to be in your own world as if you were not following and not interested, but then suddenly you asked something about what was said in the conversation, and immediately it became clear that you understand and listen well to what was said in class, the questions you asked, the discussions that followed your questions showed you had broad knowledge and deep understanding of the Jewish teachings.
Yisrolik, we will forever remember you as a miraculous figure, strong in the face of challenges, strong in the face of difficulties, as a follower full of innocence, warmth, vitality, love and reverence for G-d. Thank you for the merit of knowing you, the much encouragement that I would receive from you, for the many hours and days together
“And God wiped away a tear from every face” and we will see you very soon speedily with the complete redemption.
Now I will send my heartfelt condolences to your family, the dear Jacobs Family, המקום ינחם אתכם בתוך שאר אבלי ציון וירושלים ולא תוסיפו לדאבה עוד.
The writer in tears and many longings, Reuven Garbarchik
Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken dagelijks op https://niw.nl/category/dagboek/

Soms word ik blij en na enig nadenken een beetje verdrietig. Vanuit Israël werd mij bovenstaande foto gestuurd van de sjoel uit Terborg! Eerst dacht ik dat een Israëlische toerist in Terborg was geweest, maar toen realiseerde ik me dat er vanwege corona geen Israëlische toeristen in Nederland kunnen zijn en dat de sjoel in 1945, net voor het einde van de oorlog, getroffen was door een bom van de geallieerden en totaal verwoest. Maar na even nadenken en het bijgevoegde bericht gelezen te hebben begreep ik dat het een replica betreft van de sjoel die eens in Terborg stond en nu in een stadje in Israël staat. Prachtig, dacht ik. Een soort eerbetoon aan de leden van Terborg die niet ‘terugkwamen’. Leeft Terborg toch nog een beetje en dan nog wel in Israël. Maar anderzijds een keihard teken dat wat eens was er echt niet meer is. De Thorarollen waren overigens in de oorlog verborgen en overleefden dus wel. De leden van de Joodse gemeente nauwelijks.
Claire en ik delen dezelfde overgrootouders Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, die beiden zo’n honderd jaar geleden zijn overleden. Samen stonden wij zo’n tien jaar geleden op de begraafplaats van de Joodse Gemeente in Muiderberg. Wij lijken op elkaar en hebben volgens mijn vrouw dezelfde gelaatstrekken. Ik denk ook dat wij beiden gemengde gevoelens hebben over Aletta Jacobs met wie wij beiden dezelfde familierelatie hebben. Trots over haar inzet voor gelijkberechtiging van de vrouw en tegen de gangbare achterstelling, maar ook hebben wij beiden moeite met bepaalde onderdelen van haar strijd/levensvisie op het gebied van de ethiek. Claire en ik behoren beiden tot de orthodoxe kern van de Joodse gemeenschap. Mijn lieve zorgzame en overbezorgde vader heeft me altijd verteld dat er van de familie Jacobs nog één persoon in leven moet zijn. Een achternichtje met de naam Claire, kleindochter van zijn tante Bella, de zus van zijn vader. Mijn opa Jacobs had een zus en drie broers. Allen vermoord met kinderen, aangetrouwde kinderen en kleinkinderen. Een neef, Sampe, had de oorlog overleefd maar had zijn vrouw en kind verloren in een van de kampen. Hij was op de bruiloft van mijn ouders in 1948 het enige familielid van de kant van Jacobs. Sampe, zo vertelde mijn vader mij, was zwaar depressief en is hertrouwd met een vrouw uit Manchester. Er wordt een meisje geboren die de naam Claire krijgt. Korte tijd na de geboorte komt Sampe te overlijden. De moeder van Claire hertrouwt. Met wie en waar wist mijn vader niet. Maar de naam Claire ben ik niet vergeten. Zo’n tien jaar geleden krijg ik een telefoontje van de Joodse Gemeente Den Haag. Een zekere Claire is op zoek naar haar afkomst. Ze woont in Melbourne. Ik hoefde niet lang na te denken, heb de telefoon genomen en heb met Claire gesproken, mijn achternicht, de enige nog in leven zijnde Jacobs. Zij wilde weten wie haar grootouders waren geweest en ook details over haar vader. Haar moeder was maar korte tijd getrouwd geweest met hem en wist feitelijk maar bar weinig over hem te vertellen. Omdat mijn vader toen aan het begin stond van dementie heb ik aan Claire gezegd dat ze, als ze nog details van mijn vader wilde horen over haar opa en oma, ze nu moest komen. En dus ontmoette ik een week later Claire. Dat gevoel was heel bijzonder. Nu nog, als ik terugdenk, schieten mij de tranen in de ogen. Mijn opa en haar oma waren broer en zus. Nadat ze mijn vader ontmoet had zijn we samen naar Muiderberg gegaan en stonden vol ontroering voor de graven van Salomon Levie Jacobs en Froukje Jacobs-Leek, onze gezamenlijke overgrootouders. Claire is opgevoed door haar moeder en haar tweede vader. Maar er is haar niet verteld dat haar stiefvader niet haar echte vader was. Die stiefvader heeft nooit onderscheid gemaakt tussen Claire en de later geboren kinderen. Moeder en stiefvader wilden haar niet belasten met de echte vader die er niet meer was. Of dat ethisch juist of onjuist was, is niet meer relevant. Zo hadden haar moeder en stiefvader besloten met de beste bedoelingen ter wereld. Twee weken voor haar choepa-huwelijk hebben ze aan haar aanstaande man verteld dat de echte vader van Claire niet meer leeft. Hij, de aanstaande echtgenoot, wilde dat Claire dat ook te weten komt, maar vanwege de mogelijke emotionele klap hadden ze besloten om te wachten tot een week na de bruiloft. Ze heeft het aangehoord, tot zich genomen, emotioneel verwerkt, maar er verder niets mee gedaan. Ze was net getrouwd, bezig een gezin op te bouwen, daarna kinderen……en toen, tien jaar geleden, toen de kinderen inmiddels uit huis waren en zij en haar man het rijk voor zichzelf hadden, wilde ze weten: “Wie waren mijn grootouders en wie was mijn vader?” Ik heb nog iemand kunnen vinden die haar vader heel goed had gekend. We hebben de graven gevonden van de ouders van haar vader en we hebben elkaar gevonden. Eigenlijk zijn we alleen maar verre familie van mekaar, twee mensen die elkaar nooit eerder hadden ontmoet. Maar beiden zijn we nazaten van dezelfde overgrootouders, leven we in hun voetsporen, zijn beiden voor zover bekend de enige overlevenden van die grote familie Jacobs. Beiden dankten we G’d dat we daar samen mochten staan op de begraafplaats van de Joodse Gemeente Amsterdam, want we beseften dat bij de meeste graven op de Joodse begraafplaatsen nooit iemand zal komen, omdat er niemand meer is overgebleven. En terwijl ik mijn dagboek bijna had afgesloten ontving ik per e-mail een uitnodiging van Claire voor de choepa van een van haar kleinkinderen op 5 januari in Monroe New York