En dus mag detective Jacobs aan de slag. Dagboek van de Opperrabbijn 13 juli 2022

Dinsdagavond was ik wel even goed uitgeput. Maandagavond om 21:00 uur kwam ik aan in Parijs en dinsdagavond om 22:30 uur weer thuis. Een zogenaamd bliksembezoek. De reden was dat er een bijscholing voor jonge rabbijnen was georganiseerd door de RCE, Rabbinical Center of Europe. Hoewel ik me nog steeds jong voel, had ik me niet aangemeld. Maar omdat de opperrabbijn van Parijs en de voorzitter van de Consistoire de Paris, van de Joodse Gemeente dus, met mij een gesprek wilden hebben en de opperrabbijn bij de conferentie aanwezig was, en bij die bespreking ook een medewerker van de RCE aanwezig moest zijn, hebben we alles gecombineerd. Ik lag dus om 24:00 uur uitgeput in bed, maar wel voldaan want allereerst was de missie, waarvoor ik met een peperduur ticket naar Parijs was gevlogen, geslaagd en doordat ik toch aanwezig was heb ik uiteraard  mee kunnen en mogen luisteren naar de inspirerende sprekers. Een van de sprekers zette uiteen hoe de verhouding rabbijn-bestuurder moet zijn. Heel belangrijk dat jonge rabbijnen dit horen! Jammer dat er geen jonge bestuurders bij aanwezig waren, want om een huwelijk in stand te houden moeten beide partners zich gedragen. Als een blok in slaap gevallen. Maar om 4 uur ook weer klaarwakker en ben me gaan bezighouden met een van de laatste correcties van mijn/ons nieuwe boek: Rab&Rik. Gedachten van de week aan de hand van de Sidra van de week.

Toen dat klaar was (het was inmiddels bijna acht uur) ben ik gaan dawenen en de lewaja gaan voorbereiden. Mevrouw Stegers-Jacobs was overleden. Een door en door goede vrouw. Stond altijd voor iedereen klaar, altijd vriendelijk en oprecht meelevend. Maar ook heel veel meegemaakt. Na de oorlog, ze was in 1938 geboren, wist ze nagenoeg niets over haar afkomst. Er is een zoektocht begonnen met als resultaat dat ze uiteindelijk weer thuis was gekomen. Niet letterlijk, maar thuis in het Jodendom, binnen de Joodse gemeenschap. En in die zoektocht heeft ze ook anderen geholpen om de weg naar het Joodse thuis te vinden. Een bijzondere vrouw. Haar man, tot voor kort nog de voorzitter/penningmeester van de Joodse Gemeente Arnhem, zal alleen verder moeten, maar weet zich gesteund door zijn/hun twee zonen en zes kleinkinderen. Wat een rijkdom!

Een telefoontje uit Israël vanuit een van de Overheidsinstanties. Een vreemd verhaal. Een niet-joodse vrouw uit Syrië heeft gioer gedaan in een Europees land waar geen Beth Din is, woont vervolgens enige jaren in Nederland en wil nu het Israëlische Staatsburgerschap krijgen. Of ik even kan kijken wat er wel en niet klopt van dit verhaal. En dus mag detective Jacobs aan de slag. Het deed me denken aan een soortgelijk geval van zo’n dertig jaar geleden. Een voormalig directeur van een Katholieke Middelbare school wil met mij een gesprek. Hij heeft namelijk een Joodse kennis die uit Irak is gevlucht. Hij wil graag lid worden van de Joodse Gemeente. En dus verschenen de rector en de Joodse vluchteling bij ons thuis. Mijn taak is dan, nu er geen documenten zijn die zijn Jood-zijn kunnen bevestigen, om heel goed te luisteren en ook de bodylanguage te laten spreken. Het eerste wat opviel was het zotte dat de RK rector wel met hem (gebrekkig) in het Nederlands kon spreken, maar ik niet. Vreemd. Ik liet hem maar zoveel mogelijk spreken met de rector als tolk. Hij legde uit hoezeer hij zijn jood-zijn moest verbergen, speciaal ook omdat hij helikopterpiloot was geweest in het Iraakse leger. Op mijn vraag over zijn familie wist hij mij te vertellen dat zijn moeder vrij recentelijk was overleden, op de Joodse begraafplaats was begraven en dat er een grote opkomst was. Dat begreep ik even niet, want als het gevaarlijk was om publiekelijk je Jood-zijn te tonen, hoe kon er dan een grote Joodse begrafenis zijn op de Joodse begraafplaats? Tijdens ons gesprek heb ik hem telefonisch laten spreken met een bekende van mij die Arabisch spreekt. Conclusie van de bekende: zijn Arabisch is perfect, maar de Joden hadden in die regio een ander accent. Omdat hij ook aangaf dat hij Perzisch sprak want zijn regio lag op de grens met Perzië, heb ik weer een andere kennis ingeschakeld die vloeiend Perzisch spreekt. Probleem, volgens bekende nummer twee: Joden in die regio spraken geen Perzisch!  Tenslotte heb ik, toen hij nauwelijks mijn huis had verlaten, zijn broer in tel Aviv gebeld waarvan hij mij het telefoonnummer had gegeven. De ‘broer’ die ik in Tel Aviv aan de lijn kreeg had nog nooit van hem gehoord! Maar een kwartier later belde zijn broer wel uit zichzelf, maar dan wel vanaf een onzichtbaar nummer en met een andere stem. Waarom hij lid wilde worden van de Joodse gemeente? Dat is niet mijn probleem, maar kan misschien door psychologen worden uitgelegd. Voor mij was duidelijk dat deze man niet joods is, maar wel de gemeenschap op een ogenschijnlijke koosjere manier wilde binnenkomen. Dit verhaal kwam in mijn gedachten na het telefoontje vanuit Israël. Maar ik ga het uitzoeken, want het ene geval hoeft niet gelijk te zijn aan het andere, maar ik heb nu wel al mijn gerede twijfels.

 

Opperrabbijn Jacobs houdt sinds het begin van de coronatijd een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken twee keer per week.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

RSS
Follow by Email