Hoewel ik geen groot krantenlezer ben, viel mijn oog op een interview in het ND (Nederlands Dagblad, voor krant-analfabeten) van 13 februari met Caspar Veldkamp, lid van de Tweede Kamer en voormalig ambassadeur der Nederlanden in Israël. De kop van het artikel luidde: “Ik zie grote misverstanden in debat over Israël”. Een genuanceerd verhaal met een genuanceerde kop. Die kop is essentieel omdat helaas de gemiddelde krant-lezende Nederlander niet verder komt dan de koppen. De kop van een ander artikel, naast het interview met Veldkamp, luidde “Winkeliers samen in actie tegen winkeldief”. Dat artikel beschrijft hoe de winkeliers in Hoog Catharijne lijden onder terreur, want zo klinkt het, van brutale ongeremde winkeldieven. Het gaat zelfs zo ver dat er toestemming is verkregen om beelden van de dieven/oproerkraaiers, zichtbaar op de vele camera’s, openbaar te maken.
Ik plaats de twee koppen, die ogenschijnlijk geen causaal verband hebben, even naast elkaar: 1: “Ik zie grote misverstanden in debat over Israël” en 2: “Winkeliers samen in actie tegen winkeldief”. Er bestaat in het Hebreeuws een uitdrukking “hij die het begrijpt, begrijpt het”. Ik wil het bij deze uitdrukking laten en er geen woord meer aan toevoegen, en zeker geen “ja, maar”.
En nog nauwelijks klaar met bovenstaande cryptische verband, word ik gebeld door een journalist van het RD (Reformatorisch Dagblad voor, wederom, de krant-analfabeten) over de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) dat “België niet in overtreding was om de koosjere slacht te verbieden omdat hiermee de Vrijheid van godsdienst niet werd aangetast”. België mag zich van de EHRM baseren op het welzijn van dieren om daarmee in “bijna heel België” koosjer slachten te verbieden (kennelijk lijden beesten niet in heel België van het koosjere en halal slachten in dezelfde mate?!). Deze uitspraak heeft in principe voor ons land geen gevolgen omdat er in juni 2012 een ‘convenant on-bedwelmd slachten volgens religieuze riten’ van de Joodse en Islamitische gemeenschap met de Overheid werd gesloten en daaraan wordt gehouden. Overigens baseert de EHRM zich ook, naar hun eigen zeggen, op de “publieke moraal” waarbij een ontwikkeling te zien is met een richting die meer begrip heeft voor dierenleed. Het rekening houden met publieke moraal vind ik moeizaam. In de oorlog collaboreerde 5% met de nazi’s, 5% zat in het verzet en 90% vertoonde kuddegedrag. Die kudde keek niet uitsluitend de andere kant op, maar koos voor de makkelijkste weg. Dat was in de oorlog gewoon meedoen met de nazi’s, Joden verraden tegen aantrekkelijke beloning en hand en spandiensten verlenen aan de nazi’s, als dat beter uitkwam. Als we spreken over ingewikkelde kwesties als bijvoorbeeld euthanasie, voltooid leven, nu aangewakkerd door Van Agt, en het vluchtelingenbeleid dan zal ook 5% fanatiek gemotiveerd tegen zijn, 5% weer fanatiek gemotiveerd vóór en de meerderheid zal of vóór of tégen zijn (kuddegedrag vertonend) onder invloed van media, zonder eigenlijk precies te weten waarover het gaat. Met betrekking tot het koosjere slachten weet ik uit ervaring dat van de 90% een hoog percentage tegen onverdoofd slachten is, maar, bij navraag, niet weet wat de verdoving inhoudt en hoe koosjere slacht verloopt. Mijns inziens kan een rechtelijke uitspraak zich niet, ook niet gedeeltelijk, laten beïnvloeden door de “publieke moraal”. Om misverstand te voorkomen: ik beschuldig de EHRM zeker niet van antisemitisme en breng de 5%, 5% en 90% van de historicus Prof. Presser uitsluitend om kuddegedrag door de eeuwen heen aan te geven, omdat ik geloof dat het altijd zo gaat en waarbij het ook zomaar kan zijn dat de kudde, zonder feitelijke kennis van zaken, volgzaam de goede kant oploopt.
Verder waren de afgelopen dagen gewoon. De Amerikaanse student die zijn Joodse weg een beetje kwijt is, naar zijn zeggen, nu zoekend door Europa trekt en met wie ik in Krakau uitgebreid kennis heb gemaakt, komt volgende week het Sjabbat-weekend bij ons. Hij wil verder spreken over zijn levensvisie en antwoorden krijgen op vele vragen, die juist Krakau-Auschwitz bij hem opwierpen. Zo heeft die Krakau-Sjabbat voor mij (én voor hem) nog een spiritueel staartje gekregen en besef ik nu pas goed waarom ik voorafgaand aan de EJA-conferentie voor Europarlementariërs over antisemitisme, me heb laten overhalen om Sjabbat de gast te zijn van de rabbijn en de Joodse gemeenschap van Krakau. Kennelijk moest ik voor die Amerikaanse verdwaalde student en soort ANWB-richtingwijzer zijn.
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

De Brith Milah in Lelystad ben ik nog steeds niet vergeten. Tsores moet je vergeten en simches koesteren. En dus hierbij nog een foto die me werd nagestuurd. Maar er waren de laatste dagen, zelfs vandaag, ook een paar mooie verrassingen. Al enige jaren doe ik mee met de rubriek “Vraag het de rabbijn”. Het werkt als volgt: mensen sturen via een link een vraag in en die wordt dan door de initiatiefnemer beoordeeld en indien goedgekeurd, ontvang ik hem. De vraag wordt niet doorgestuurd als de vraag geen vraag is maar zomaar iets onzinnigs. Ook een poging om mij te bekeren wordt niet doorgestuurd, want de initiatiefnemer van de site wil niet dat ik bekeerd word, want dan zit hij bij “Vraag het de rabbijn” zonder rabbijn en dus krijg ik vragen die rieken naar bekering nooit doorgestuurd.
De hakenkruizen op de vriendelijke totaal onschuldige synagoge van Middelburg hebben mij afgelopen dagen beziggehouden. Duidelijk is dat het niet toevallig een voorbijganger was die plotseling dacht “ik heb even niets te doen dus laat ik maar een hakenkruis aanbrengen” en toevallig had hij een spuitbus bij zich en wederom zeer toevallig stond hij net voor de synagoge van Middelburg. Maar of de bekladder extreemrechts is of extreem-links, gewoon extreem sukkelig of product van een moeizame opvoeding, is momenteel nog niet bekend en dus moeten we oppassen met het trekken van conclusies. Maar hoe je het ook draait, wendt of keert, de bekladding is niet goed, maar heeft toch ook iets moois opgeleverd: een zee aan bloemen.
En toen de ontmoeting in de Tweede Kamer:
Het was een heel fijne sjabbat. Een erg goede opkomst in sjoel. De nieuwe voorganger, Shaja Groenewoudt, zoon van mijn Amsterdamse collega, voelt zich al helemaal thuis, ik hoor alleen maar positieve geluiden uit de kehilla over zijn functioneren en de goegemeente blijft langer en langer aanwezig bij de kiddoesj na afloop, een goed teken. Hoewel ik niet iedere sjoelbezoeker ervan verdenk dat hij met volledige devotie alle gebeden in sjoel volgt, zingt iedereen luidkeels en vol overgave mee of luistert aandachtig als het gebed voor de Staat Israël en voor het welzijn van onze soldaten wordt uitgesproken. Ik schrijf bewust ‘onze’ soldaten omdat meer en meer bij ons, Nederlandse Joden, gevoeld wordt dat als ik hier in Nederland niet meer kan blijven, de grens van het Heilige Land voor ons openstaat. Mijn ouders, denk ik dan, konden in de jaren ’40-’45 geen kant op. Nergens waren ze welkom. Wat dankbaar moet ik zijn dat Israël bestaat.
Het waren best fijne en succesvolle dagen. Toebisjwat, het nieuwjaarsfeest der bomen, was ik
Over afwisseling heb ik niet te klagen! Ik zit nu in Krakau, had bijna mijn vlucht gemist op vrijdag, ik vind het onacceptabel dat er een geheime onthulling van een monument moet plaatsvinden omdat er gezwicht wordt voor chantage, een caissière heeft zich met de politiek bemoeid, een ontzettend fijne bijeenkomst heeft plaatsgevonden op de ambassade van Israël, ik heb het gevoel dat ik een paar jonge mensen tot steun mocht zijn en ik mocht me verheugen op een aandachtig luisterend publiek uit Engeland, Israël, de VS, Warschau en Antwerpen in een sjoel in Krakau.
Het is woensdag 17 januari en de klok geeft aan dat het 5:16 uur is in de vroege ochtend. Ja, ik ben al helemaal wakker en ben volledig (bijna) uitgeslapen. Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en te laat om weer naar bed te gaan. En dus begin ik maar vast aan mijn dagboek om dan tegen het eind van mijn dagboek-woensdag de rest te eindigen. Iedere woensdag en iedere zondag geeft mijn agenda een reminder dat ik een dagboek moet schrijven. Dit naast de 3 x per maand NIW- column en de (onregelmatige) toespraken die ik moet voorbereiden, zoals voor vanmiddag. Vanmiddag word ik in de sjoel van Arnhem verwacht vanwege de Dag van het Jodendom, georganiseerd door de Rooms Katholieke Kerk. Kardinaal Eijk zal ook het woord voeren, uiteraard David Simon, voorzitter van de Joodse Gemeente Arnhem, en het geheel zal muzikaal omlijst worden door chazan Sacha van Ravenswade. Omdat ik maar10 minuten spreektijd heb en het niet op de seconde zal aankomen, ga ik geen toespraak op papier zetten, maar wil ik a l’improviste spreken. Dat heeft z’n voor en z’n tegen. Voor is dat zo’n toespraak beter en spontaner overkomt. Nadeel is wel dat het kan gebeuren dat ik na afloop niet helemaal gezegd heb wat ik had willen vertellen en het zou ook zomaar kunnen zijn dat ik minder dan de toebedeelde 10 minuten van me laat horen of, en dit ligt meer in de lijn der verwachting, dat ik te lang spreek. Wat is overigens te lang als mensen aandachtig luisteren?
Mijn korte wintervakantie in Engeland had ik met een dag verkort om aanwezig te kunnen zijn bij de pro-Israël demonstratie, donderdag jl., voor het Vredespaleis in Den Haag. Omdat ik nou eenmaal uitsluitend nuttig bezig wil zijn heb ik een balans opgemaakt. Maar alvorens mijn nuttigheidsrendement met u te delen, hoor ik u vragen: moet alles dan nuttig zijn? Mijn antwoord: absoluut! Het antwoord ‘als je maar gelukkig bent ‘ en ‘als je maar gezond bent’ zijn mijns inziens betrekkelijk, want het moge dan zeker zo zijn dat gezondheid en geluk ontzettend belangrijk zijn en van de Joodse wet topprioriteit vereisen, zijn toch geluk en gezondheid geen doel, maar middel. Het doel dat de Thora van ons mensen verlangt, is om een goed en vroom mens te zijn. Het middel om dat hoge doel te bereiken zijn gezondheid, geluk en voorspoed.
Omdat ik in Londen was voor de jaartijd van onze oudste zoon Yisrolik zl., die drie jaar geleden is overleden en in Londen, zijn geboorte- en woonplaats, is begraven, heb ik een dagboek overgeslagen, waarvoor, mocht u het bemerkt hebben, mijn excuus. We zijn uiteraard bij zijn graf geweest en zijn weduwe, onze schoondochter, bezocht. Het gaf een erg goed en dankbaar gevoel dat Franklin de Liever, die bijna 30 jaar bestuurder/secretaris was van de Joodse Gemeente Amersfoort, van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat en lid van de Centrale Commissie van het Ned. Israëlitische Kerkgenootschap, ons op zijn sterfdag een warme en persoonlijke whatsapp stuurde als teken van medeleven. Franklin: geweldig bedankt. Hoewel je geen secretaris meer bent, ben je het kennelijk toch wel in geest gebleven en toon je, zoals altijd, begrip voor gevoelens en ben je een expert in het vinden van de juiste woorden.