Hoe de Joodse gemeenschap in de Achterhoek bijna compleet verdween

De synagoge in Winterswijk.

Tot de oorlog waren er in de Achterhoek en Liemers levendige Joodse gemeenschappen. Ongeveer 5.100 Joden woonden in deze grensregio. 75 jaar later is er van het Joodse leven in de Achterhoek, Liemers en eigenlijk alle plattelandsgebieden vrijwel niets over. Bijna kan worden gesteld dat de Holocaust hier is ‘gelukt’.

 

Mirjam Schwarz in de synagoge in Winterswijk.

 
Mirjam Schwarz in de synagoge in Winterswijk. © Jan Ruland van den Brink

‘De vicevoorzitter opende deze eerste vergadering met een woord van welkom tot de gelukkigerwijze teruggekeerde geloofsgenoten en sprak de innige hoop uit dat nog zeer vele der thans vermisten spoedig wederom in ons midden zullen mogen vertoeven.’

Deze zin staat in het verslag van de bijeenkomst van de Nederlands-Israëlitische gemeente in Winterswijk op zondag 17 juni 1945. Elf Joodse mannen komen deze dag voor het eerst na de oorlog bijeen op uitnodiging van Aron van Gelder in zijn woning in Winterswijk. Het is anderhalve maand nadat Engelse troepen op 30 maart het Achterhoekse grensdorp bevrijdden.

Hoe de stemming onder de elf mannen was, is uit het verslag niet op te maken. En die is ook niet te lezen tussen de vooral zakelijke regels. ‘Het doel dezer bijeenkomst was allereerst alles in het werk te stellen tot wederopbouw onzer Joodsche gemeenschap’, schrijft Van Gelder.

Joden in Nederland en de Achterhoek

– In Nederland woonden voor de oorlog ongeveer 140.000 Joden. Daarvan zijn er na de bevrijding circa 38.200 teruggekeerd.

Voor 1940 waren er 139 orthodoxe Joodse gemeenten. Daaronder synagogen in de Achterhoek en Liemers in Zevenaar, Doesburg, Doetinchem, ’s-Heerenberg, Winterswijk, Aalten, Groenlo, Eibergen, Lochem, Borculo en Zutphen.

– Na de oorlog waren er in 1953 nog 58 orthodoxe gemeenten over. In 1971 was dat aantal gedaald tot 45, in 1991 tot 33. In 2009 waren er nog 28 gemeenten, nu nog 20. Daaronder Nijmegen, Arnhem, Enschede, Winterswijk en de stedendriehoek (Apeldoorn, Deventer, Zutphen). In Haaksbergen is nog een kleine liberale Joodse gemeente.

– In 1940 woonden er in de Achterhoek en Liemers ongeveer 5100 Joden. Historicus Bart Wallet schat dat er dat op dit moment nog tussen de honderd en tweehonderd zijn.

‘Bij de eerste vergadering was er hoop’

Het verslag komt uit het archief van Mirjam Schwarz (65). Samen met haar man Ben Westerveld woont ze in de synagoge met badhuis en begraafplaats in de Spoorstraat in Winterswijk. Haar vader Salli was een van de elf mannen die de bijeenkomst in huize Van Gelder meemaakte.

,,Mijn vader was ondergedoken geweest”, zegt Schwarz. ,,Bij de eerste vergadering was er hoop dat nog veel meer mensen terug zouden keren. Mijn moeder keerde ook uit de onderduik terug, net als mijn oudste zusje. Maar ze behoorden tot de weinige gelukkigen.”

Winterswijk kende een bloeiende Joodse gemeenschap waarvan er voor de oorlog tientallen waren in de dorpen en stadjes in de Achterhoek en Liemers. In januari 1941 woonden er 287 Joden in Winterswijk, is te lezen in Het Oude Volk (2002), het standaardwerk van bijna vijfhonderd bladzijden over het Joodse leven in de Achterhoek, Liemers en het Duitse grensgebied.

Het boek is geschreven door Arnhemmer Hans Kooger. Van deze 287 waren er eind juni 1945 ruim 50 teruggekeerd in Winterswijk. Daarbij bleef het.

 

We hebben te weinig inkomsten om dit unieke joodse erfgoed op termijn in stand te houden

De Joods begraafplaats in Doetinchem.

 
De Joods begraafplaats in Doetinchem. © Jan Ruland van den Brink

Als in heel Nederland is het ook in de Achterhoek en Liemers door de eeuwen heen een komen en gaan van Joden als gevolg van grote en kleine vervolgingen. Maar tussen 1860 en 1940 is er volgens Kooger een bloeiperiode. Er zouden ongeveer 5.100 Joden in deze grensregio hebben gewoond, circa 30 procent van de totale Joodse bevolking in heel Gelderland.

Het waren veelal veehandelaren, slagers, kleermakers, kooplieden, marskramers en winkeliers. Eenvoudige burgers die gaandeweg net zo ‘plat’ spraken als de rest van de bevolking.

Sommigen staken boven het maaiveld uit en exploiteerden bekende bedrijven als destilleerder Perlstein en meubelgroothandel Mogendorff (beide in Doetinchem), perkamentfabriek Nathan Elzas & Zonen (Borculo), hoeden- en pettenfabrikant Krukziener (Zutphen) en textielfabrikant Poppers (Winterswijk).

Anderen speelden een vooraanstaande rol in de samenleving en schopten het tot gemeenteraadslid, zoals Elzas, die ook wethouder werd. Dat lukte ook Jacob Themans in Doetinchem, naar wie vijftien jaar na de oorlog een straat is vernoemd. De gemeenschappen waren ook zo groot dat er bijvoorbeeld in Winterswijk een Joodse toneelvereniging was.

‘De grens was geen obstakel’

Borculo onderscheidde zich landelijk als een van de vroomste Joodse gemeenten. ,,Borculo was vermaard”, zegt Bart Wallet, als historicus van de Vrije Universiteit in Amsterdam gespecialiseerd in het Joodse leven in Nederland.

,,Bekend was dat de opperrabbijn van Arnhem geregeld naar Borculo toog om daar de Talmoed te bestuderen. In Borculo kon dat namelijk op niveau en trof hij gelijkgestemden.”

Dat er relatief veel Joden in de Achterhoek en Liemers woonden, komt volgens Wallet, door de ligging aan de grens. ,,Veel Joden kwamen vanuit Duitsland de grens over en vestigden zich in de Achterhoek en Liemers. De grens was geen obstakel en ze spraken dezelfde vorm van Jiddisch.’’

Ze hadden meer met de Joden uit Duitsland dan die uit Amsterdam. ,,Vaak begon het ontstaan van een Joodse gemeenschap met een koosjere slager die zich in een dorp vestigde. Dan was er voedsel en gingen er andere Joden wonen.”

De open blik van protestanten

Jaap Nijstad (63), die als kind van Joodse ouders opgroeide in Lochem, noemt nóg een reden waarom deze regio aantrekkelijk was voor Joden om zich te vestigen. ,,De Achterhoek is grotendeels protestant met hier en daar katholieke enclaves”, zegt Nijstad, die woont in Gelselaar en op scholen in de regio vertelt over het jodendom.

,,Protestanten hebben altijd met een open blik gekeken naar ‘het oude volk’, zoals wij Joden worden genoemd. Dit in tegenstelling tot de katholieken. Ik herinner me dat een katholieke onderwijzer in Lochem in de jaren ’60 tegen zijn klas zei dat de Joden Jezus hadden vermoord. Dat werd ons nageroepen op straat.”

Betalen voor de synagoge

Het interieur van de synagoge in Winterswijk ligt na de bevrijding in de tuin.

 
Het interieur van de synagoge in Winterswijk ligt na de bevrijding in de tuin. © Collectie Miriam Schwarz

Terug naar Winterswijk, juni 1945. De synagoge aan de Spoorstraat heeft de bezetting overleefd. Wel ligt de inventaris in de tuin, waaronder de zitbanken. Bovendien hebben de Duitsers het gebouw verkocht aan de gemeente die het gebruikt als gymnastieklokaal.

De gemeente is in eerste instantie niet van plan de synagoge terug te geven aan de teruggekeerde Joden. ,,De Joodse gemeenschap moest hetzelfde geld betalen als wat de gemeente aan de Duitsers had betaald”, zegt Schwarz.

,,Dat besluit werd wel weer teruggeschroefd en de Joodse gemeenschap kreeg het godshuis terug. Daarna is de synagoge opnieuw ingericht, onder meer met spullen uit de synagoges van Elburg en Zwartsluis. Daar was alle Joodse leven verdwenen. In 1951 is de synagoge weer geopend.”

Behalve in Winterswijk keren na de oorlog ook in Zutphen genoeg Joden terug om weer diensten te houden in de synagoge. Verder is het vrijwel overal in de Achterhoek en Liemers een probleem regelmatig een dienst te houden. Wat niet meehelpt is dat voor een dienst is vereist dat er tien mannen (ouder dan 13 jaar) aanwezig moeten zijn.

Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw wordt het houden van een dienst in Winterswijk ook steeds lastiger. ,,Dan komen er ook Joden uit Groenlo en Aalten naar Winterswijk om de dienst te houden”, zegt Schwarz. ,,Mijn vader Salli ging tot 1984 voor in de dienst. Toen werd hij blind en ging het niet meer.”

75 jaar na de oorlog is er bitter weinig over van het Joodse leven in de Achterhoek. Bijna kan worden gesteld dat de Holocaust in deze regio is geslaagd. In elk geval heeft het Joodse leven zich na de Holocaust niet hersteld. In centrumstad Doetinchem – toch een paar eeuwen een thuis voor honderden Joden – verwijst een monument in de binnenstad naar de vermoorde Joodse inwoners.

De Synagogestraat geeft aan dat hier vroeger een Joods gebedshuis stond. Het gebouw is in de jaren ’70 gesloopt. De andere synagoge in de Waterstraat was kort voor de bevrijding al verwoest bij een bombardement. Wel is de Joodse begraafplaats er nog. Maar die kan de piepkleine Joodse gemeenschap zelf amper onderhouden.

Trek naar Amsterdam of Nijmegen

Doetinchem is illustratief voor het verdwenen Joodse leven in de rest van de Achterhoek en Liemers en eigenlijk voor alle plattelandsgebieden. ,,De Joden die terugkwamen na de oorlog hadden veelal geen vertrouwen meer in Europa”, zegt Nijstad.

,,Ze gingen naar Israël, Canada of de Verenigde Staten. Want daar was het veiliger. Of ze stopten met hun religieuze leven: waarom nog geloven als God – de eeuwige – zo slecht voor ons zorgt? En er was de trek naar Amsterdam, Enschede of Nijmegen. Grote steden waar nog wel een Joodse gemeenschap was.”

Ook historicus Bart Wallet noemt de trek naar de steden en voegt eraan toe dat de Nederlandse overheid dat bevorderde. ,,Voor de oorlog was in elk dorp of stad een slager die koosjer vlees verkocht. In de oorlog verbood de bezetter dit.’’ 

Na de oorlog besloot de overheid de verkoop van koosjer vlees maar in een beperkt aantal plaatsen toe te staan, ook omdat er nog maar weinig Joden waren. ,,Veel Joodse slagers konden op het platteland de deuren sluiten. Dat was funest voor vrome gemeenschappen.”

Laatste dienst vijf jaar geleden

Schwarz loopt door het schooltje bij de synagoge in Winterswijk. Vijf jaar geleden is hier voor het laatst een dienst gehouden, zegt ze. Ze laat ons de mikwe, het badhuis voor Joodse vrouwen, zien die sinds de oorlog niet meer is gebruikt.

Haar man Ben Westerveld spreekt in de synagoge een groep middelbare scholieren toe uit het Duitse Lüdinghausen. ,,In Duitsland zijn er door de Kristallnacht in november 1938 bijna geen synagoges meer”, zegt Westerveld. ,,We geven geregeld rondleidingen. Er komen hier vierduizend bezoekers per jaar.”

Eigenlijk is dat, naast een handvol begraafplaatsen, wat er over is van het Joodse leven in de Achterhoek en Liemers: de synagoge als museum. ,,Maar we hebben te weinig inkomsten om dit unieke Joodse erfgoed op termijn in stand te houden”, zegt Schwarz. ,,Dát is nu ons probleem.

bron:De stentor

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *