Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn

Herman is overleden. Herman was 61 jaar en was een van de bewoners van de kinderafdeling van het Sinaï Centrum. De kinderafdeling was al lang geen kinderafdeling meer, maar bleef zo heten omdat de bewoners als kinderen waren binnengekomen. Die afdeling was inmiddels allang opgeheven en Herman en andere bewoners zijn via andere instellingen voor verstandelijk gehandicapten uiteindelijk in Ons Tweede Thuis in Amstelveen beland of elders.

Of Herman nog familie had, weet ik niet. Hij was uit Duitsland afkomstig, Joods en verder weet ik eigenlijk niets over hem. Als Herman mij zag glunderde hij en riep uit: Jude! Hij wilde mij vertellen dat hij ook Joods was. En mijn taak als geestelijk verzorger van het Joods Psychiatrisch Ziekenhuis het Sinaï Centrum was om ook hem, van de afdeling verstandelijk gehandicapten, op zijn eigen niveau geestelijke bijstand te verlenen. Heb ik iets kunnen betekenen voor Herman? Heb ik iets met hem bereikt? Is het juist dat ik met mijn hoge opleiding mijn tijd verpruts met Joodse les aan mensen van een heel laag geestelijk niveau?

Meerdere keren werd mij door het bestuur van mijn Inter Provinciaal Opperrabbinaat gevraagd of ik full time in dienst wilde komen en mijn baan als geestelijk verzorger in de psychiatrie wilde overdragen aan iemand anders. En telkenmale heb ik dat verzoek zonder nadenken resoluut afgewezen. Wie kan mij overtuigen dat het contact met Herman en zijn reactie naar mij “Jude”, minder belangrijk was dan een lezing voor een intellectueel gezelschap met applaus na afloop? Waarom de ziel van Herman 61 jaar op deze wereld moest ronddwalen? We zullen er tijdens ons zijn op hier aarde nooit achter komen, maar kennelijk had ook hij een doel en een opdracht die nu volbracht is.

Ik word niet snel kwaad, maar ik herinner me dat een collega-rabbijn mij aan een buitenlandse rabbijn voorstelde en mij introduceerde als opperrabbijn Jacobs, rabbijn van het gekkenhuis. Ik weet dat een Professor in onze samenleving hoger staat aangeschreven dan Herman. Maar wie er echt hoger is, wordt Boven bepaald. En hoe dat Boven zal uitpakken weet niemand.

Ik veronderstel dat er nauwelijks mensen aanwezig zullen zijn bij de begrafenis. Het ontbreken van belangstelling bij een Joodse begrafenis is helaas vrij normaal. De meesten die overlijden zijn slachtoffers van de Holocaust. Zij hadden het overleefd, maar 80% van hun familie werd afgevoerd, vernietigd. En dus was gisteren de onthulling van de grafzerk op een graf op de Joodse Begraafplaats in Utrecht met kinderen, kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen, binnen Joods Nederland een triest unicum. Het is meer regel dan uitzondering dat ik met een paar vrijwilligers uit de Joodse gemeenschap als enigen aanwezig zijn bij een lewaja-begrafenis.

En terwijl ik mijn dagboek wil afronden met iets dat niet in het teken van de dood staat, bereikt mij het bericht dat op de oude Joodse begraafplaats in Worms-Duitsland, waar grote Joodse geleerden hun laatste rustplaats hebben gevonden, tientallen grafzerken beklad zijn. Helaas geen primeur, ook voor Duitsland anno 2020.

Terug naar Herman. Hoewel ik al officieel negen jaar niet meer werkzaam ben in het Sinaï Centrum en officieus vijf jaar, blijf ik me verbonden voelen en word ik af en toe van stal gehaald. Vandaag nog kreeg ik een lastig klusje toebedeeld. Het oogt onoplosbaar, maar juist dan word ik ingeschakeld en ga ik ermee aan de psychische en creatieve slag: nooit opgeven zeg ik als ervaringsdeskundige en accepteren kan altijd nog. Nog steeds ben ik, in mijn hoedanigheid als GV (geestelijk verzorger), bestuurder van de VGVZ, de  landelijke Vereniging van Geestelijk Verzorgers.

Vandaag had ik een bespreking met de secretaris van die Vereniging. In zijn e-mail ondertekent hij met “emeritus geestelijk verzorger en predikant”. Of dat emeritus ook betrekking heeft op predikant is mij niet geheel duidelijk. Ook ik ben “emeritus”, maar dat emeritus heeft bij mij geen betrekking op “rabbijn” en al helemaal niet op “predikant”, hoewel er nog steeds predikanten zijn die erop azen om de “rabbijn” tot “predikant” te verleiden, maar bij mij zijn ze dan echt aan het verkeerde adres.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

 

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *