De Chanoeka-Toer 5784 behoort alweer tot de voltooid verleden tijd. In mijn dagboek dien ik alleen nog de woensdag en donderdag te vermelden, het zevende en achtste kaarsje. Zijn die twee laatste vieringen anders dan de voorgaande? Niet echt, maar toch heeft iedere bijeenkomst iets eigens en unieks. Neem nou bijvoorbeeld die woensdagavond in Groningen. Aan die Buiten-Menora was heel wat denkwerk voorafgegaan: wel of niet de Menora buiten voor de sjoel aansteken of, om veiligheidsredenen, dit jaar uitsluitend binnen. En als de menora binnen blijft, wordt het wel of niet met ‘toeschouwers”. Het werd dus buiten, mede na overleg met burgemeester Schuiling, die duidelijk aangaf dat de Joodse Gemeente gewoon moet doen wat het altijd doet en dat de beveiliging zijn probleem is en niet van de Joodse Gemeente! Het was een enorm goede bijeenkomst, met duidelijke boodschappen van zowel de burgemeester alsook van René Paas, de commissaris van de koning, prima georganiseerd door de Joodse Gemeente en rabbijn Spiero en met heel veel cadeautjes voor de kinderen. Ook mijn waarschuwende boodschap kwam over.
Op de laatste dag werd in Sderot onze grote Nederlandse Menora aangestoken in aanwezigheid van o.a. de directeur van Christenen voor Israël, de honorair consul van Israël voor de noordelijke provincies in Nederland, de directeur van Keren Hayesod, vertegenwoordiger van de Jewish Agency, de vertegenwoordiger van Colel Chabad in Israël en een delegatie uit Urk!
Hoe graag hadden Blouma en ik daarbij aanwezig willen zijn en hoezeer werd er bij ons op aangedrongen om Nederland kortstondig in te ruilen voor Israël! Maar onze opdracht ligt in Nederland, ook kortstondig, en dus waren wij bij het achtste lichtje in het historische Stadhuis van Maastricht. Nadat rabbijn Awraham Cohen en de nieuwe burgemeester Wim Hillenaar samen de Menora hadden aangestoken, voorzitter Ernst de Reus zijn goed voorbereide welkomsttoespraak had afgestoken, ik mijn verhaaltje had verteld, werd er op z’n Maastrichts door rabbanit Etty Cohen uitgepakt: een overvloed aan drankjes, aan pita’s en aan alles waarmee de pita gevuld kan worden. Ook hier een overweldigende opkomst w.o. een groot aantal studenten uit Israël die aan de universiteit van Maastricht studeren en ook was er, wel/niet helaas, zware politiebeveiliging. Namens de Ambassade van Israël was Benoit Wesly, de honorair Consul van Israël voor de zuidelijke provincies, aanwezig. Als allerlaatsten verlieten wij het Stadhuis en reden huiswaarts waar we kort na middernacht onze Chanoeka-Toer 5784 uitgeput en voldaan beëindigden. Maar helaas was ons goede voldane gevoel voorzien van een bezorgde rouwrand vanwege de situatie in Israël en vanwege het mondiale antisemitisme.
Het is gebruikelijk om bij de afsluiting van een geslaagde bijeenkomst de organisatoren te bedanken voor hun bijdrage. En dus, ter afsluiting van onze achtdaagse Chanoeka-Toer 5784, wil ik mijn oprechte dank betuigen aan mijn vrijwillige chauffeurs die samen goed waren voor 2732 km, zegge: tweeduizend zevenhonderd en tweeëndertig kilometer! Onvermeld mogen ook niet blijven onze niet-joodse-vrienden-van-Israël. Voor zover mij bekend waren ze bij alle publiekelijke Menora bijeenkomsten aanwezig om te bemoedigen , om op een vredige wijze voor Israël te demonstreren en om onze piepkleine Joodse gemeenschap van volume te voorzien! Met eigen ogen heb ik u gezien in Bourtange op de Markt, in Middelburg in het Stadhuis, in Zutphen in de steeg voor de sjoel, in Nijmegen op de Grote Markt, in de tuin van de sjoel van Arnhem, in de mooiste sjoel van Nederland die in Enschede staat, in de steeg voor de sjoel van Groningen en tenslotte trof ik u allen in de hal van het Stadhuis te Maastricht. Maar ook waar ik niet was, was u wel, zoals in het Griftpark in Utrecht, in het Stadhuis van Den Haag, voor het Stadhuis van Lelystad, op de Dam en de Zuidas in Amsterdam, in Almere en op nog meer plaatsen. Dank!
Dank ook aan de burgemeesters die duidelijk en moedig met hun toespraken hun positie kenbaar maakten en aangaven dat hun Joden niets aangedaan mag worden. Ik wil hierbij toch aangeven dat niet alle burgemeesters even zichtbaar participeerden. Het meest aanwezig waren de burgervaders met toespraak, met ketting en met keppel. Sommige hunner hielden wel een toespraak, maar zonder ketting. Een burgervader weigerde een keppeltje, maar stak wel een goed betoog af met ketting. En u weet het: een burgemeester is als een fiets, zonder keppel is hij niets! Dus voor mijn gevoel zette die ketting het ontbrekende keppeltje weer recht.
Wie had voor 7 oktober kunnen bedenken dat het publiekelijk aansteken van de vredige en onschuldige Menora zo zou veranderen in een demonstratie voor licht en dus indirect tegen duisternis!
Sjabbat ben ik bijgekomen van de vermoeienis en vernam ik na de sjoeldienst bij de kiddoesj (want tijdens de dienst wordt er niet gesproken, hm…hm.) dat donderdagavond de Joodse Gemeente Amersfoort zich op een gigantische opkomst mocht verheugen: de sjoeltuin en de steeg konden de mensenstroom nauwelijks verwerken (ik bedoel fysiek!).
Vandaag, zondag, moet ik een manuscript lezen over kamp Amersfoort, om het van een voorwoord te kunnen voorzien. Ook een uitnodiging/verzoek van de Werkgroep Herkenning (kinderen van foute ouders) naar aanleiding van mijn toespraak op de begraafplaats in Ysselsteyn, moet ik beantwoorden. En ik ga ook goed nadenken in hoeverre ik me wil/kan inzetten voor de totstandkoming van een monument in het Volkspark in Enschede ter herinnering aan de Aramese Genocide in 1915. Een politiek gevoelige kwestie, want Turkije erkent die genocide niet en zowel Nederland alsook Israël zitten er halfslachtig in.
Er speelt zich iets tegenstrijdigs af. Enerzijds ben ik intens bezig met de herdenking van de Shoa en alles wat daaraan gekoppeld zit. Een soort afronding en afscheid van een tachtigjarig verleden. Voornaamste reden van die afronding is ‘herdenken en voorkomen dat’.
Maar anderzijds moet er opnieuw gestreden worden tegen het wakker geworden openlijke antisemitisme dat zich van kwaad tot erger ontwikkelt. We beginnen weer van voren af aan, zo voel ik het. Moeizaam en deprimerend! Maar tegelijkertijd zagen we de Chanoeka lichtjes fier en trots de eeuwen trotseren, dat geeft dan weer een goed gevoel.. Am Jisraeel Chaj!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

“Ik ben niet joods. Maar lichtjes neerzetten voor het raam met elke dag eentje extra dat lukt me wel, bedoeld als teken van protest tegen Jodenhaat, en teken van solidariteit met u en alle joden in Nederland en in Israël.” Dit bericht ontving ik van een mij onbekende. Ik ben ervan overtuigd dat zijn boodschap de voorpagina van de
Telegraaf niet zal halen omdat hij niets schokkend zegt en omdat hij een onbekende is. En toch kwamen deze woorden van solidariteit bij mij binnen en waren mij tot steun en correctie, juist met Chanoeka. Ik leg het uit: gisteren zat ik welgeteld negen uur en zevenenveertig minuten in de auto en hebben we 703 km gereden om een toespraak te houden in Nieuws Poort, de menora aan te steken in Bourtange en daarna in Arnhem, waar ook de coördinator antisemitismebestrijding aanwezig was en de aanwezigen heeft toegesproken.
De aftrap voor Chanoeka 5784 begon eigenlijk voor mij op donderdagochtend in Den Haag, nog voordat Chanoeka was begonnen. Ik mocht vooroplopen in de stille tocht vanaf het Malieveld via de Tweede kamer en het hoofdkantoor van het Rode Kruis, waar petities werden overhandigd, en dan weer terug naar het begin van de lange imposante pro-Israël wandeling door Den Haag. Maar ’s avonds was het echte begin, het aansteken van het eerste lichtje op de Grote Markt van Nijmegen. Burgemeester Bruls was dik op tijd aanwezig om met de aanwezigen te spreken en ze te bemoedigen. In zijn toespraak gaf hij duidelijk aan dat er in Nijmegen geen sprake kon en mocht zijn dat uit angst voor dreiging dit jaar de menora niet publiekelijk zou worden aangestoken. En dus gingen de burgemeester en rabbijn Mendel Levine, de Nijmeegse Rebbe, in een hoogwerker omhoog, om gezamenlijk het eerste lichtje te ontsteken om de duisternis te verlichten. Rabbijn Levine ontpopte zich als een gedreven ceremoniemeester, alles was tot in de puntjes geregeld en toen rabbijn en burgemeester geland waren en nadat ik mijn toespraak had mogen afsteken, was er rijkelijk gezorgd voor de inwendige mens. Dank rabbijn en mevrouw Levine, burgemeester Bruls en alle vrijwilligers en niet in de laatste plaats de velen die zich de moeite hadden getroost om juist in deze moeizame periode voor de Joodse gemeenschap hun solidariteit te tonen met hun aanwezigheid.
Ik heb het gevoel dat ik me aan het voorbereiden ben voor mijn bar mitswa want de komende dagen moet ik dertien toespraken houden! Nou geef ik eerlijk toe dat die dertien toespraken niet allemaal volledig van elkaar zullen verschillen, want een paar zullen gewoon bijna hetzelfde zijn, maar toch. Voordat ik een toespraak in mekaar probeer te fabriceren, moet ik wel eerst weten voor wie ik mijn toespraak aan het componeren ben en, het allerbelangrijkst: wat mijn boodschap moet zijn.
Het is inmiddels maandagochtend vijf uur in de vroegte en ik haast me om dit dagboek, dat ik gisteren had moeten inleveren, alsnog uit mijn digitale vulpen te laten verschijnen. Ik duik hiervoor mijn kalender in om te kijken waar ik de afgelopen dagen, beginnend met de donderdag want tot en met woensdag had ik al geschreven, ben geweest. Ja, ik moet daarvoor mijn agenda gebruiken want mijn dagen zijn zo vol (en mijn geheugen kennelijk zo beperkt) dat ik het zonder agenda niet meer kan reproduceren. Ondertussen hoor ik een klik en zet u, mijn trouwe dagboeklezer, even in de wacht, want er schijnt een e-mail binnen te zijn gekomen…
Het klaslokaal van de Joodse School Leeuwarden was tot aan de nok toe gevuld. In Leeuwarden woonachtige Israëliërs, leden van de Joodse Gemeente Friesland en Vrienden van Israël kwamen bijeen om… Ja, waarom eigenlijk? In de aankondiging stond vermeld dat de bijeenkomst, last minute georganiseerd, zou gaan over “hoe gaan we hier in Nederland om met de moeizame situatie in Israël, waarmee verschilt deze Chanoeka van alle andere Chanoeka-jaren en wat is de diepere betekenis van het Chanoeka-licht”. Het werd een erg fijne en zinvolle bijeenkomst. Ik heb uiteraard wel onvoorbereid gesproken, maar de Friese namiddag was eigenlijk meer een gesprek met, dan een lezing voor! Uiteindelijk werd er door de groep-niet-joodse-aanwezigen besloten om de Joodse Gemeente dusdanig te beschermen dat ze geen enkele angst voor geweld hoeven te hebben als ze voor de deur van de Joodse School bij het monument de Menora gaan ontsteken.
présence te geven bij de opening van het nieuwe studiejaar van Het Seminarium in hun nieuwe behuizing in het gebouw van Amos aan de Kalfjeslaan. Had ik bij de opening een functie? Neen dus, maar door aanwezig te zijn laat ik wel zien dat ik het initiatief steun, en ook dat heeft een functionele waarde en bovenal een bemoediging. Les voor eenieder: ook aanwezigheid zonder eraan te verdienen kan voor derden een bemoediging zijn. En dat is winst!
Als gevolg van de vele bijeenkomsten, had ik geen tijd om deze week, zoals gewoonlijk, twee dagboeken te produceren. En dus nu, uitgaande sjabbat, een dagboek met flitsen van de gehele afgelopen week. Waar was ik zoal? Ik duik mijn agenda in en zie: Ysselsteyn (bij Venray), met Zeeland in Antwerpen, Groningen bij de burgemeester, op Urk (en niet in Urk), in de Hoofdstraat van Veenendaal, op de twintigste verdieping van het Stadskantoor Utrecht en in de Snoge.
Het waren me wel een paar daagjes!