Dagboek van de Opperrabbijn van 17 december

De Chanoeka-Toer 5784 behoort alweer tot de voltooid verleden tijd. In mijn dagboek dien ik alleen nog de woensdag en donderdag te vermelden, het zevende en achtste kaarsje. Zijn die twee laatste vieringen anders dan de voorgaande? Niet echt, maar toch heeft iedere bijeenkomst iets eigens en unieks. Neem nou bijvoorbeeld die woensdagavond in Groningen. Aan die Buiten-Menora was heel wat denkwerk voorafgegaan: wel of niet de Menora buiten voor de sjoel aansteken of, om veiligheidsredenen, dit jaar uitsluitend binnen. En als de menora binnen blijft, wordt het wel of niet met  ‘toeschouwers”. Het werd dus buiten, mede na overleg met burgemeester Schuiling, die duidelijk aangaf dat de Joodse Gemeente gewoon moet doen wat het altijd doet en dat de beveiliging zijn probleem is en niet van de Joodse Gemeente! Het was een enorm goede bijeenkomst, met duidelijke boodschappen van zowel de burgemeester alsook van René Paas, de commissaris van de koning, prima georganiseerd door de Joodse Gemeente en rabbijn Spiero en met heel veel cadeautjes voor de kinderen. Ook mijn waarschuwende boodschap kwam over.

 

Op de laatste dag werd in Sderot onze grote Nederlandse Menora aangestoken in aanwezigheid van o.a. de directeur van Christenen voor Israël, de honorair consul van Israël voor de noordelijke provincies in Nederland, de directeur van Keren Hayesod, vertegenwoordiger van de Jewish Agency, de vertegenwoordiger van Colel Chabad in Israël en een delegatie uit Urk!

Hoe graag hadden Blouma en ik daarbij aanwezig willen zijn en hoezeer werd er bij ons op aangedrongen om Nederland kortstondig in te ruilen voor Israël! Maar onze opdracht ligt in Nederland, ook kortstondig, en dus waren wij bij het achtste lichtje in het historische Stadhuis van Maastricht. Nadat rabbijn Awraham Cohen en de nieuwe burgemeester Wim Hillenaar samen de Menora hadden aangestoken, voorzitter Ernst de Reus zijn goed voorbereide welkomsttoespraak had afgestoken, ik mijn verhaaltje had verteld, werd er op z’n Maastrichts door rabbanit Etty Cohen uitgepakt: een overvloed aan drankjes, aan pita’s en aan alles waarmee de pita gevuld kan worden. Ook hier een overweldigende opkomst w.o. een groot aantal studenten uit Israël die aan de universiteit van Maastricht studeren en ook was er, wel/niet helaas,  zware politiebeveiliging. Namens de Ambassade van Israël was Benoit Wesly, de honorair Consul van Israël voor de zuidelijke provincies, aanwezig.  Als allerlaatsten verlieten wij het Stadhuis en reden huiswaarts waar we kort na middernacht onze Chanoeka-Toer 5784 uitgeput en voldaan beëindigden. Maar helaas was ons goede voldane gevoel voorzien van een bezorgde rouwrand vanwege de situatie in Israël en vanwege het mondiale antisemitisme.

 

Het is gebruikelijk om bij de afsluiting van een geslaagde bijeenkomst de organisatoren te bedanken voor hun bijdrage. En dus, ter afsluiting van onze achtdaagse Chanoeka-Toer 5784, wil ik mijn oprechte dank betuigen aan mijn vrijwillige chauffeurs die samen goed waren voor 2732 km, zegge: tweeduizend zevenhonderd en tweeëndertig kilometer!  Onvermeld mogen ook niet blijven onze niet-joodse-vrienden-van-Israël. Voor zover mij bekend waren ze bij alle publiekelijke Menora bijeenkomsten aanwezig om te bemoedigen , om op een vredige wijze voor Israël te demonstreren en om onze piepkleine Joodse gemeenschap van volume te voorzien! Met eigen ogen heb ik u gezien in Bourtange op de Markt, in Middelburg in het Stadhuis, in Zutphen in de steeg voor de sjoel, in Nijmegen op de Grote Markt, in de tuin van de sjoel van Arnhem,  in de mooiste sjoel van Nederland die in Enschede staat, in de steeg voor de sjoel van Groningen en tenslotte trof ik u allen in de hal van het Stadhuis te Maastricht.  Maar ook waar ik niet was, was u wel, zoals in het Griftpark in Utrecht, in het Stadhuis van Den Haag, voor het Stadhuis van Lelystad, op de Dam en de Zuidas in Amsterdam, in Almere en op nog meer plaatsen. Dank!

Dank ook aan de burgemeesters die duidelijk en moedig met hun toespraken hun positie kenbaar maakten en aangaven dat hun Joden niets aangedaan mag worden. Ik wil hierbij toch aangeven dat niet alle burgemeesters even zichtbaar participeerden. Het meest aanwezig waren de burgervaders met toespraak, met ketting en met keppel. Sommige hunner hielden wel een toespraak, maar zonder ketting. Een burgervader weigerde een keppeltje, maar stak wel een goed betoog af met ketting. En u weet het: een burgemeester is als een fiets, zonder keppel is hij niets! Dus voor mijn gevoel zette die ketting het ontbrekende keppeltje weer recht.

Wie had voor 7 oktober kunnen bedenken dat het publiekelijk aansteken van de vredige en onschuldige Menora zo zou veranderen in een demonstratie voor licht en dus indirect tegen duisternis!

 

Sjabbat ben ik bijgekomen van de vermoeienis en vernam ik na de sjoeldienst bij de kiddoesj (want tijdens de dienst wordt er niet gesproken, hm…hm.) dat donderdagavond de Joodse Gemeente Amersfoort zich op een gigantische opkomst mocht verheugen: de sjoeltuin en de steeg konden de mensenstroom nauwelijks verwerken (ik bedoel fysiek!).

 

Vandaag, zondag, moet ik een manuscript lezen over kamp Amersfoort, om het van een voorwoord te kunnen voorzien. Ook een uitnodiging/verzoek van de Werkgroep Herkenning  (kinderen van foute ouders)  naar aanleiding van mijn toespraak op de begraafplaats in Ysselsteyn, moet ik beantwoorden. En ik ga ook goed nadenken in hoeverre ik me wil/kan inzetten voor de totstandkoming van een monument in het Volkspark in Enschede ter herinnering aan de Aramese Genocide in 1915. Een politiek gevoelige kwestie, want Turkije erkent die genocide niet en zowel Nederland alsook Israël zitten er halfslachtig in.

 

Er speelt zich iets tegenstrijdigs af. Enerzijds ben ik intens bezig met de herdenking van de Shoa en alles wat daaraan gekoppeld zit. Een soort afronding en afscheid van een tachtigjarig verleden. Voornaamste reden van die afronding is ‘herdenken en voorkomen dat’.

Maar anderzijds moet er opnieuw gestreden worden tegen het wakker geworden openlijke antisemitisme dat zich van kwaad tot erger ontwikkelt.  We beginnen weer van voren af aan, zo voel ik het. Moeizaam en deprimerend! Maar tegelijkertijd zagen we de Chanoeka lichtjes fier en trots de eeuwen trotseren, dat geeft dan weer een goed gevoel.. Am Jisraeel Chaj!

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de opperrabbijn 13 december 2023

“Ik ben niet joods. Maar lichtjes neerzetten voor het raam met elke dag eentje extra dat lukt me wel, bedoeld als teken van protest tegen Jodenhaat, en teken van solidariteit met u en alle joden in Nederland en in Israël.”  Dit bericht ontving ik van een mij onbekende. Ik ben ervan overtuigd dat zijn boodschap de voorpagina van de Telegraaf niet zal halen omdat hij niets schokkend zegt en omdat hij een onbekende is. En toch kwamen deze woorden van solidariteit bij mij binnen en waren mij tot steun en correctie, juist met Chanoeka. Ik leg het uit: gisteren zat ik welgeteld negen uur en zevenenveertig minuten in de auto en hebben we 703 km gereden om een toespraak te houden in Nieuws Poort, de menora aan te steken in Bourtange en daarna in Arnhem, waar ook de coördinator antisemitismebestrijding aanwezig was en de aanwezigen heeft toegesproken.

De opkomst in Bourtange was groter dan ooit en in Arnhem overweldigend. Ook nadat de Arnhemse keukenploeg in allerijl de reuze soefganiot in tweeën had gesneden, was er nog bij lange na niet genoeg. En ik kan getuigen dat als het inkoop van eten betreft de Arnhemmers absoluut niet tot de zuinigen behoren. Gelukkig waren er in Bourtange meer dan genoeg broodjes zalm en kaas, omdat in Bourtange bijna alle aanwezigen (uit de wijde omtrek) zich hadden moeten opgeven. Maar, en nou komt het, als ik me al die uren en kilometers had bespaard en gewoon naar de bijeenkomst in de Kastelenstraat, de Dam of de Zuidas in Amsterdam zou zijn gegaan en daar het woord zou hebben gevoerd, had ik een breder publiek gehad en onvergelijkbaar minder uren op de snelwegen doorgebracht. Maar zou het juist zijn om zo te redeneren? (Dit even los van de vraag of mijn hele Chanoeka-toer iets meer of iets minder toehoorders oplevert, want de optelsom van de dertien Chanoeka plaatsen die ik dit jaar aandoe reikt ook in een getal met drie nullen.) De lichtjes in de menora zijn kleine zuivere vlammetjes, geen doldrieste fakkels, waarmee de boodschap wordt uitgestraald, want de kwaliteit is essentieel, niet de kwantiteit. En dus heb ik geen spijt van mijn afgelegde kilometers en de kilometers die nog in aantocht zijn want er zijn nog twee dagen Chanoeka te gaan. Vanavond Groningen en morgenavond het achtste lichtje in Maastricht. Dit jaar tot nog toe onverwacht grote belangstelling die mijns inziens het gevolg is van de duistere situatie in de wereld waar wij Joden uieraard weer schuldig aan zijn. U kent toch het grapje. Vraag:  wie is schuldig, de lantaarnpaal of de Jood? Antwoord: hoezo lantaarnpaal?

Maar to the point: de vierde dag Chanoeka kwamen kwantiteit en kwaliteit, (Inter)nationale politiek en individuele hulpverlening, samen. In de ochtend waren bij mij thuis de twee medewerkers van de Gemeente Enschede die beiden belast zijn met integratie. Dat was een ontluikend gesprek, open en ter zake. Kern van mijn insteek was dat als we als Nederland vluchtelingen binnenlaten en ze de hulp bieden die ze nodig hebben, dan moeten we ze ook aanleren dat sommige denkwijzen door onze multiculturele samenleving niet kunnen worden geaccepteerd. Vrouwen zijn in ons land geen gebruiksvoorwerpen en antisemitisme is niet aanvaardbaar. Ik hoop dat ik via deze twee medewerksters iets in beweging heb kunnen zetten. Ze toonden zich in ieder geval zeer ontvankelijk.

 

Dat was mijn ochtendprogramma. Toen naar Zutphen voor de grote Menora in de steeg voor de sjoel. Afgeladen! Na het aansteken van de Menora waren er in de sjoel voor alle aanwezigen de jaarlijkse soep en latkes. Ondertussen drie nieuwe leden aangebracht voor de Joodse Gemeente Stedendriehoek! En toen richting Enschede voor het Chanoeka concert, herhaling van zondagavond in het concertgebouw in Amsterdam. Meer dan 350 belangstellenden hadden zich aangemeld, een volle (sjoel)bak dus. Op weg naar sjoel belde de burgemeester van Enschede mij: een rel! Hij had (niet erg tactvol) aangegeven niet in sjoel bij het concert te willen zitten naast de ambassadeur van Israël en als hij hem zou begroeten, hetgeen hij zeker wilde doen, dan mochten er geen foto’s worden gemaakt. De burgemeester wilde neutraal blijven! Het verdere verloop kunt u in de diverse media volgen. Gisterochtend in Nieuws Poort, tijdens de bijeenkomst voor parlementsleden, hield de ambassadeur een toespraak en vermeldde dat de burgemeester hem had gebeld en excuus had aangeboden. Dit hele gedoe, heeft mij wel geïnspireerd om in mijn toespraak in Nieuws Poort te benadrukken dat neutraal niet bestaat. We steken of wel of niet het Chanoeka-lichtje aan. Met het aansteken van het kaarsje verdrijven we duisternis. En als we geen licht willen verspreiden, dan kiezen we dus voor duisternis.  De link naar Hamas en het wel of niet bestrijden van terrorisme werd hopelijk door de aanwezigen begrepen. Chris Stoffer, fractievoorzitter van de SGP en medeorganisator van deze parlementaire Chanoeka bijeenkomst, refereerde in zijn toespraak aan, zoals hij het verwoordde,  mijn scherpe boodschap. Het was overigens fijn te zien dat bijna alle fracties vertegenwoordigers hadden afgevaardigd en dat ook bestuurlijk Joods Nederland breed vertegenwoordigd was.

Het Chazzanoet-concert, maandagavond: Geweldig! Maar toch knapte er iets bij mij. De situatie in Israël, onze soldaten die sneuvelen, de families die smachtend wachten op de terugkomst van hun dierbaren (ik vermoed helaas … , maar we moeten positief blijven denken). Het concert, dat al een jaar geleden was vastgelegd vanwege het 95-jarig bestaan van de Mooiste Sjoel van Nederland, had dus officieel niets te maken met de situatie in Israël. Maar, hoe kan het ook anders, zeker ook als de chazan de hoofd-voorzanger is van de IDF, de gebeden die gezongen werden voor het welzijn van Israël, voor de veilige terugkeer van de gegijzelden… Ik voelde de tranen in me opkomen.

En sommige burgemeesters maar neutraal willen blijven omdat ze niets te maken willen hebben met het conflict elders! Wat conflict elders? Bij alle publieke Chanoeka-bijeenkomsten was dit jaar extra beveiliging aanwezig. En Nederland is verhoogd naar dreigingsniveau 4. Het is of het kaarsje wel aansteken of niet aansteken. Een half vlammetje bestaat niet.

 

Jaap Velema, de burgemeester van Bourtange die ook Ter Apel onder zich heeft, twijfelde na 7 oktober geen halve seconde. Hoewel enkele leden van de Joodse Gemeenschap zich angstig afvroegen of dit jaar de publieke menora wel doorgang kon vinden op de Markt van het Vestingstadje, viel hierover met Velema niet eens van gedachten te wisselen.

En wat denkt u van Ahmed Marcouch? Ik citeer de laatste woorden, bijna verbeten klinkend, uit zijn toespraak, staande met keppeltje voor de grote menora in de tuin van de Arnhemse synagoge:

Wie hier in onze stad aan onze Joden komt, krijgt met mij van doen!

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 10 december 2023

De aftrap voor Chanoeka 5784 begon eigenlijk voor mij op donderdagochtend in Den Haag, nog voordat Chanoeka was begonnen. Ik mocht vooroplopen in de stille tocht vanaf het Malieveld via de Tweede kamer en het hoofdkantoor van het Rode Kruis, waar petities werden overhandigd, en dan weer terug naar het begin van de lange imposante pro-Israël wandeling door Den Haag. Maar ’s avonds was het echte begin, het aansteken van het eerste lichtje op de Grote Markt van Nijmegen. Burgemeester Bruls was dik op tijd aanwezig om met de aanwezigen te spreken en ze te bemoedigen. In zijn toespraak gaf hij duidelijk aan dat er in Nijmegen geen sprake kon en mocht zijn dat uit angst voor dreiging dit jaar de menora niet publiekelijk zou worden aangestoken. En dus gingen de burgemeester en rabbijn Mendel Levine, de Nijmeegse Rebbe, in een hoogwerker omhoog, om gezamenlijk het eerste lichtje te ontsteken om de duisternis te verlichten. Rabbijn Levine ontpopte zich als een gedreven ceremoniemeester, alles was tot in de puntjes geregeld en toen rabbijn en burgemeester geland waren en nadat ik mijn toespraak had mogen afsteken, was er rijkelijk gezorgd voor de inwendige mens. Dank rabbijn en mevrouw Levine, burgemeester Bruls en alle vrijwilligers en niet in de laatste plaats de velen die zich de moeite hadden getroost om juist in deze moeizame periode voor de Joodse gemeenschap hun solidariteit te tonen met hun aanwezigheid.

Vrijdag reden we naar Middelburg, klinkt ver weg en dat is het ook. Maar meer dan de moeite waard, want de waardering die wij ondervinden door onze aanwezigheid is omgekeerd evenredig met het aantal afgelegde kilometers. Wij, Blouma en ik, kwamen echter niet om alleen vrijdagavond voor het begin van de sjabbat de menora in sjoel aan te steken, het tweede lichtje. Het werd een sjabbaton met na het aansteken van de menora in sjoel en na de vrijdagavond-sjoeldienst, een heuse uitgebreide sjabbat-maaltijd voor de hele Joodse gemeente. Ja, denkt u wellicht, dat is makkelijk te organiseren zo’n maaltijd want de Joodse Gemeente Zeeland is niet zo groot. Klopt! Maar de warmte, de sfeer, de saamhorigheid en niet te vergeten de maaltijden van Hoffy’s, waren niet te evenaren. Wat een eenheid! Wat een onderlinge verbondenheid! Hoe welkom voelden we ons! Om 16:00 uur begonnen we en om 22:30 uur waren we klaar met bensjen. Wij moe terug naar ons hotel op 450 meter afstand van de sjoel, maar helaas: deur op slot! De bel was elektrisch, kloppen hielp niet, maar de koude viel gelukkig mee. Uiteindelijk hebben we toch nog onze kamer weten te bereiken en hebben we de benodigde nachtrust gekregen. En dat was nodig, want sjabbat begon met de sjoeldienst om 9:30 uur en werd een non-stop geweldige dag tot na 20:00 uur, toen we eindelijk, vermoeid maar dankbaar en voldaan, de terugreis konden aanvaarden. Zonder te veel in details te treden: in sjoel werd een bar-mitswa gevierd van een zeventigplusser die voor het eerst naar sjoel kwam, dus ook voor het eerst werd opgeroepen voor de Thora, maar zeker vaker gaat komen. De hele dag was sjoeldienst, maaltijden, lernen, sociale contacten, nog een paar mensen met persoonlijke vragen kunnen helpen en toen, om 17:00 uur, met z’n allen naar de hal van het prachtige Stadhuis. Met nacht, om half zes,  was er in het Stadhuis sjoeldienst, daarna havdala en aansluitend in aanwezigheid van de burgemeester werd de grote menora aangestoken. De Stadhuishal was propvol, honderden waren komen opdraven. Uiteraard leden en nog-niet-leden van de Joodse Gemeente Zeeland, maar de meesten waren niet-joodse Zeeuwenaren die in veel grotere getale waren gekomen dan andere jaren om juist in deze donkere tijden de Joodse gemeenschap steun te betuigen.

U kunt zich voorstellen dat we onze thuis-bedden pas in de vroege uurtjes konden zien.

Inmiddels is het 00:30 uur, zondagavond of beter gezegd maandagochtend. Ik ben erg moe, heb net de menora thuis aangestoken en zit nu aan mijn dagboek te werken. Nou ja, werken? Te relaxen. Maar tegelijkertijd ben ik niet erg happy. Ik ben bezorgd over de toestand in Israël. De informatie die mij bereikt klinkt niet goed. Maar of die informatie klopt weet ik natuurlijk ook niet. Maar Israël heeft geen keus en zal veder moeten gaan. Om vier uur vanmiddag (zondagmiddag dus) stonden we voor het Stadhuis van Eindhoven. Burgemeester Dijsselbloem stond al klaar met z’n ketting en, behalve de meer dan 350 aanwezigen, was er ook een delegatie van de RK en een Iman. De voorzitter Max Loewenstein van de Joodse Gemeente sprak als eerste, daarna de burgemeester en na afloop van het aansteken van het vierde lichtje spraken rabbijn Simcha Steinberg en mijn persoontje. Ook hier weer een buitengewoon goede organisatie met na afloop van de plechtigheid soefganiot, koffie, thee en sapjes en bovenal: heel veel mensen! Wij konden maar beperkte tijd blijven wat we moesten om 19:30 uur in Amsterdam zijn voor het Chanoeka-concert. Hoe het concert was, laat ik u graag in mijn volgende dagboek weten, want morgenavond komen ze naar Enschede en daar zullen ze ook een concert geven. De ambassadeur van Israël, die vandaag in het Concertgebouw was, zal ik morgen ook in Enschede treffen. Ik moet nu stoppen want morgenochtend om 11:00 uur komen twee dames van de Gemeente Enschede bij mij op bezoek om te spreken over integratie en antisemitisme. Een van de twee is een moslima. Toen ik haar enige maanden geleden ontmoette en ik vernam dat zij belast is met integratie was ik benieuwd naar haar kennis over Joodse Feestdagen en Joodse gebruiken. Niet dat de immigranten joods willen worden, maar het zou fijn zijn indien er aan de vluchtelingen kan worden uitgelegd dat in hun nieuwe land vrouwen geen gebruiksvoorwerpen zijn en Joden niet vervolgd mogen worden.

Morgenochtend eerst dus die twee dames, dan…?……?

Wordt vervolgd. Maar toch ben ik erg bezorgd. De hele wereld tegen Israël, zoals te doen gebruikelijk!

O ja, mocht u in de buurt zijn: donderdagmiddag aanstaande wordt in Sderot in aanwezigheid van een Nederlandse delegatie de Grote Nederlandse Menora aangestoken. Aanvang: 15:00 uur. Ook vanuit Gaza zal het licht te zien zijn en met G’ds hulp duisternis verdrijven.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn van 6 december 2023

Ik heb het gevoel dat ik me aan het voorbereiden ben voor mijn bar mitswa want de komende dagen moet ik dertien toespraken houden! Nou geef ik eerlijk toe dat die dertien toespraken niet allemaal volledig van elkaar zullen verschillen, want een paar zullen gewoon bijna hetzelfde zijn, maar toch. Voordat ik een toespraak in mekaar probeer te fabriceren, moet ik wel eerst weten voor wie ik mijn toespraak aan het componeren ben en, het allerbelangrijkst: wat mijn boodschap moet zijn.

Laat ik eerst even terugblikken naar de inwijding van het imposante monument, door een Joodse Amerikaan die in Berlijn woonachtig is, staande te midden van tweeëndertigduizend Duitse oorlogsgraven op de nazi-begraafplaats in Ysselsteyn, maandag jongstleden. Drie jaar geleden werd ik benaderd door een fanatieke anti-antisemitisme strijder en werd ik door hem dringend verzocht om mijn handtekening te plaatsen onder een petitie tegen de verering van SS’ers en ander nazi-tuig die vereerd zouden worden op de nazi-begraafplaats in Ysselsteyn. Nou ben ik geen fanaticus maar meer van het oer-Nederlandse poldermodel en ga ik dus niet zomaar een handtekening plaatsen, zeker niet onder een petitie die tegen iets is en ook nog is geschreven in een extreme, agressieve en polariserende taal. Maar ook een extremist kan gelijk hebben en daarom heb ik uiteindelijk en weloverwogen de polder verlaten en meegetekend. En zo is het gekomen, zou  (voor de ouderen onder mijn dagboekeniers) Wim Zonneveld met een zachte ‘g’ hebben gezegd. Na tegenstand vanuit mijn eigen achterban, na me niet te hebben laten beïnvloeden maar wel steeds een weegschaaltje te hebben gehanteerd, na nieuwe partners in crime te hebben ontdekt, en na vergadering en bespreking en vele whatsapps te hebben meegemaakt, was dus nu de indrukwekkende onthulling van het monument. Maar inmiddels ben ik, dankzij die handtekening onder de petitie, lid van de Adviesraad van de Nederlandse Oorlogsgraven Stichting geworden, behoor tot de intimidi van de Duitse Ambassade, heb met mijn vriend de  Duitse Ambassadeur de primeur gehad om op 4 mei samen een krans te leggen op het ereveld in Loenen en heb ik mijn netwerk weten uit te breiden met contacten binnen de Nederlandse (voormalige) Militaire Strijdkrachten. Dit laatste is bijzonder, want toen ik op achttienjarige leeftijd moest aantreden voor de verplichte militaire dienst heb ik aan de militaire psycholoog bij de keuring uitgelegd dat mijns inziens het Nederlandse leger kan worden opgeheven omdat er toch nooit meer oorlog zal komen en ik daarom achttien maanden dienstplicht als tijdverkwisting beschouw. Uiteindelijk ben ik dus wel goedgekeurd, werd mijn verzoek tot studie-uitstel afgewezen en ben ik benoemd tot buitengewoon dienstplichtig. Ik moest dus paraat blijven, maar hoefde vooralsnog niet te verschijnen. Als ik me goed herinner kreeg ik op mijn veertigste eervol ontslag, maar helaas zonder medaille.

 

Dinsdag werd ik thuis afgehaald door drie jongemannen. Zij houden zich bezig met Tijdlijn, een project dat tot doel heeft om onderling begrip tussen christenen, moslims en Joden te kweken door naar elkaar te luisteren en te proberen om elkaar te begrijpen vanuit de godsdienst en de historie. Ze maken zeer professionele video’s/YouTube en proberen die op scholen te vertonen. De interviewer is een gelovige moslim en geschiedenisdocent, de regisseur een gewone Nederlandse jongeman die weet heeft hoe e.e.a. op de markt te krijgen en de geluid- en beeldtechnicus is een negroïde, Nederlandse jongeman met een Tunesische- Marokkaanse achtergrond. Ze brachten mij naar de sjoel van Enschede. Om 9 uur vertrokken en om 17:00 uur werd ik weer netjes thuis afgeleverd, na een diepgaand interview van iets meer dan tweeëneenhalf uur, non-stop. Het resultaat krijg ik uiteraard te zijner tijd te zien, voordat het de scholenwereld zal worden ingestuurd.

 

Dadelijk, want het is nu woensdagochtend, een life-stream opname in Nijkerk. We gaan het zeker hebben over de stille pro-Israël demonstratie morgen, donderdag, in Den Haag. Hoewel er geen toespraken zullen zijn , geen opruiende spandoeken, geen schreeuwende leuzen, is mij wel verzocht om aan het begin een paar inspirerende woorden te spreken. Dat korte toespraakje heb ik gisteravond tijdens mijn snel-wandeling bedacht. Donderdagavond begint Chanoeka en steken we het eerste lichtje aan in de Menora. Licht om duisternis te verdrijven. Er bestaat een discussie in de Talmoed tussen de Leerschool van Hilleel en de Leerschool van Sjammaj. Hilleel is van mening dat op de eerste dag één lichtje wordt aangestoken en ieder dag komt er dan een kaarsje bij tot er op de laatste en achtste dag van Chanoeka acht lichtjes branden. Volgens Sjammaj moeten er op de eerste dag acht kaarsjes branden en op dag acht slechts één. Over deze Talmoedische discussie wil ik voorafgaand aan de stille tocht mijn licht luchtig maar qua boodschap duidelijk laten schijnen.

Maar eerst dadelijk de life-stream in Nijkerk, dan mijn online sjioer/cursus genaamd ‘diepgang’ over de diepere betekenis van Chanoeka en daarna moet ik mijn korte toespraak voor de Stille Tocht verder uitwerken. Moet lukken!

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 4 december 20223

Het is inmiddels maandagochtend vijf uur in de vroegte en ik haast me om dit dagboek, dat ik gisteren had moeten inleveren, alsnog uit mijn digitale vulpen te laten verschijnen. Ik duik hiervoor mijn kalender in om te kijken waar ik de afgelopen dagen, beginnend met de donderdag want tot en met woensdag had ik al geschreven, ben geweest. Ja, ik moet daarvoor mijn agenda gebruiken want mijn dagen zijn zo vol (en mijn geheugen kennelijk zo beperkt)  dat ik het zonder agenda niet meer kan reproduceren. Ondertussen hoor ik een klik en zet u, mijn trouwe dagboeklezer, even in de wacht, want er schijnt een e-mail binnen te zijn gekomen…

Het is inmiddels een half uur later, heb de e-mail bekeken en ben er meteen mee aan de slag gegaan, want zo zit ik in mekaar. Of ik binnen vierentwintig uur de KLM kan bellen vanwege een ticket naar Krakau. Even een korte uitleg: we gaan over zes weken een paar dagen naar Krakau vanwege een symposium van de EJA, European Jewish Association, over antisemitisme. Dag één zijn de lezingen en dag twee is het bezoek aan Auschwitz. De deelnemers zijn voornamelijk EU-Parlementariërs. Omdat mijn Blouma van de KLM een voucher had ontvangen vanwege haar verjaardag, maar die voucher maar een maand geldig was en ik net dat ticket naar Krakau al had gekocht, heb ik gisteren braaf de KLM gebeld om te bedanken en tegelijk te vragen of die verjaardag-voucher alsnog achteraf gebruikt kan worden als bijdrage aan de betaling voor het ticket dat ik net (te vroeg dus) had gekocht. Nou had ik daags tevoren een beetje gezeur gehad over een ander ticket dat was omgeboekt vanwege een annulering en de oplossing die mij toen werd aangereikt had me niet echt een goed gevoel gegeven. Ik dus gisteren aan de KLM-employé mijn ongenoegen kenbaar gemaakt over eergisteren en met een en al geduld en begrip werd mijn ongenoegen over de geannuleerde vlucht weggenomen, middels een kleine wijziging.  En wie had ik zojuist aan de KLM-telefoon? Precies, diezelfde vriendelijke employé die nu ook een heel fijne oplossing had gevonden voor de verjaardags-voucher van mijn Blouma. Mijnheer de employé: dank voor uw vriendelijke en geduldige houding. Hoewel de verjaardags-voucher geen gigantisch kapitaal vertegenwoordigde heeft u mij wel, aan het prille begin van deze maandagochtend, een kostbare les voorgehouden: gewoon naar de medemens luisteren, vriendelijk en begripvol. Dat kost niets en kan zoveel betekenen! Dank!

 

Ondertussen had ik nog een e-mail gezien die vannacht om 2:42 was gestuurd door een mij onbekende die kennelijk (ook) niet veel slaap nodig heeft.

Zijn moeder was recentelijk 25 jaar geleden overleden:  “Er gaat geen dag voorbij dat ik niet vol emotie aan haar terugdenk. In Auschwitz heeft zij velen het leven kunnen redden. Ik heb een aantal van hen zelf kunnen spreken ter bevestiging hiervan.

Groot was mijn teleurstelling dat mijn moeder zich liet cremeren en uitstrooien

op zee, want zij had mij dat nimmer verteld. In een brief aan mij gericht, die ik in haar nalatenschap vond, beschreef ze dat ze solidair met haar ouders wilde zijn, die na aankomst in Auschwitz… Beste rabbijn Jacobs, mag ik met u een gesprek om te kijken of we toch nog ergens op een gepaste plaats een grafzerk voor haar kunnen plaatsen.”

Er gaat bijna geen dag voorbij zonder een bijzonder voorval. Wat ben ik dankbaar dat bovenstaande mij mocht bereiken en ik met G’ds hulp iets voor deze zoon, 25 jaar na het overlijden van zijn moeder, mag betekenen. Ja, met hulp van Bovenaf is het mij gegeven om voor de medemens iets te mogen betekenen.  Het zijn juist heel vaak die kleinigheidjes die zo betekenisvol kunnen zijn.

Ik dook dus mijn agenda in en wat zie ik:

Donderdag, vrijdag, sjabbat en zondag vol met kleinigheidjes:

We hadden elkaar na jaren weer eens ontmoet, bij de voorvertoning van de film over zijn grootvader prof. Cohen die de voorzitter was van de Joodse Raad.  De kleinzoon, Rob Oudkerk, voormalig wethouder van Amsterdam en bekend politicus, was donderdag bij ons thuis, we spraken, filosofeerden, dachten na en besloten om samen op te trekken tegen hetgeen ons momenteel helaas bindt: het antisemitisme! Hoe we dat gaan doen weten we nog niet, maar vooralsnog zaten we gewoon samen, gezellig, eensgezind en voelden we ons verbonden. Een kleinigheid?

Vrijdagavond een unieke sjabbat-maaltijd in Amstelveen met medewerkers van het Sinai Centrum. De geestelijk verzorger, Daniel van Praag, wiens leidinggevende ik jarenlang heb mogen zijn, vierde zijn 25-jarig dienstverband. Een Joodse, warme en indrukwekkende bijeenkomst. Wat een eenheid en wat een eendracht om klaar te staan voor de medemens in geestelijke nood.

Zondag, gisteren dus, was mijn Brusselse gioer-dag. Eens in de zes weken ben ik op het kantoor van de RCE, Rabbinical Center of Europe. Ingewikkelde gevallen van gioer, waar de lokale rabbijn niet uitkomt (leuke woordspeling: de lokale rabbijn komt-niet-uit een geval van uit-komen!) mag ik dan proberen op te lossen. Het was mentaal een uiterst zware dag. Twee kandidaten die voor de uiteindelijke laatste afwikkeling kwamen en dus niet-joods binnenkwamen en vreugdevol en dankbaar Joods het Beth Duin verlieten. Maar daarna zes nieuwe kandidaten die dus tot het Jodendom willen toetreden en bij ons kwamen omdat hun lokale rabbijnen er niet uit kwamen en/of niet over een eigen lokaal Beth Din, Joodse Rechtbank bestaande uit drie rabbijnen, beschikten. Ik ben tegenpartij, moet met volledige overgave me in hun gedachtewereld weten te verplaatsen, erg goed luisteren naar hun woorden en bodylanguage en doordrongen zijn van mijn verantwoordelijkheid en vooral erg voorzichtig omgaan met de wetenschap dat de kandidaten zich volledig van mij afhankelijk voelen.

Ik was dus gisteren redelijk bekaf. En toch kon ik het goed aan, want de sjabbat had me zoveel kracht gegeven. Allereerst dus de Sinai Vrijdagavond. Maar daarna onze overnachting bij mijn oud-collega Dr. Fedia Jacobs (geen familie) en zijn echtgenote die inmiddels ook met pensioen is. Oude herinneringen opgehaald en samen, in het holst van de sjabbat-nacht, ouderwets gelernd. En sjabbat-overdag in Amos, de sjoel van rabbijn Menachem Sebbag. Het was enorm vol vanwege een bar-mitswa. Maar voor ieder was er aandacht. We voelden ons dan ook buitengewoon warm en welkom onthaald. Misschien is dat normaal, maar niet overal is het normaal,normaal. Geweldig wat rabbijn Sebbag en zijn echtgenote daar hebben opgebouwd. Dank voor die fijne sjabbat. Nadat we bij onze kleindochter in Buitenveldert van de sjabbat-maaltijd hadden genoten, bleef Blouma bij onze kleindochter, ons achterkleinzoontje en schoonkleinzoon (heet dat zo?) en liep ik in sneltreinvaart naar Fedia om samen naar sjoel Amstelveen te lopen/hollen. Collega rabbijn Groenewoudt had mij gevraagd om tussen mincha en maäriv (het middag- en avondgebed) voor te lernen. Er werd gezongen, gegeten en het voelde als een warm vroom en oprecht geestelijk bad. Dank sjoel Amstelveen.

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 29 nov. 2023

Het klaslokaal van de Joodse School Leeuwarden was tot aan de nok toe gevuld. In Leeuwarden woonachtige Israëliërs, leden van de Joodse Gemeente Friesland en Vrienden van Israël kwamen bijeen om…  Ja, waarom eigenlijk? In de aankondiging stond vermeld dat de bijeenkomst, last minute georganiseerd,  zou gaan over “hoe gaan we hier in Nederland om met de moeizame situatie in Israël, waarmee verschilt deze Chanoeka van alle andere Chanoeka-jaren en wat is de diepere betekenis van het Chanoeka-licht”. Het werd een erg fijne en zinvolle bijeenkomst. Ik heb uiteraard wel onvoorbereid gesproken, maar de Friese namiddag was eigenlijk meer een gesprek met, dan een lezing voor! Uiteindelijk werd er door de groep-niet-joodse-aanwezigen besloten om de Joodse Gemeente dusdanig te beschermen dat ze geen enkele angst voor geweld hoeven te hebben als ze voor de deur van de Joodse School bij het monument de Menora gaan ontsteken.

Dat ik voor mijn uitstapje naar Leeuwarden al in Amsterdam was vanwege een klein bescheiden feestje op het Cheider omdat 3 kleine kleutertjes (die niet op dat hek zaten!) ingewikkeld in een talliet (gebedsmantel) de klas werden ingebracht voor hun eerste lesje alef-beet, wil ik hier niet vermelden, omdat mijn dagboek niet echt als dagboek bedoeld is. Het doel van mijn geschrijf is primair iets meegeven, een boodschap, een gedachte, een stukje inspiratie. Om u, mijn trouwe dagboekenier, slechts mijn dagelijkse doen- en laten te vertellen is misschien leuk, maar in mijn optiek zinloos. Nou moge het zo zijn dat af en toe iets zinloos doen, ook zijn betekenis kan hebben, maar mij ligt zoiets dus niet.

Na Leeuwarden via de Afsluitdijk weer terug naar Amsterdam om acte de présence te geven bij de opening van het nieuwe studiejaar van Het Seminarium in hun nieuwe behuizing in het gebouw van Amos aan de Kalfjeslaan. Had ik bij de opening een functie? Neen dus, maar door aanwezig te zijn laat ik wel zien dat ik het initiatief steun, en ook dat heeft een functionele waarde en bovenal een bemoediging. Les voor eenieder: ook aanwezigheid zonder eraan te verdienen kan voor derden een bemoediging zijn. En dat is winst!

Maandag was ik finaal kapot! Niet gewandeld vanwege de pijpenstelen en niet eens de hele dag achter de computer. Neen, het bleek achteraf een pastorale dag te zijn geworden. Ik had dat niet echt zo opgezet, maar zo werkte het niet bestaande toeval het uit. Nou klinkt pastoraal, herderlijk dus, best vriendelijk en relaxing. Je kunt als we spreken over pastorale zorg denken aan een rabbijn die een kop koffie komt drinken, het gesprek aangaat, belangstelling toont. Maar dat was mijn dag dus van geen kant. Drie mensen op bezoek en twee buitenlandse zoom gesprekken. Diepgaande problemen die ik mocht aanhoren om te adviseren. Klinkt nog steeds weinig ingewikkeld, maar bij mij komen gewoonlijk niet de eenvoudige klusjes. De twee zoom-gesprekken betroffen buitenlanders die door hun lokale rabbijn naar mij waren doorverwezen omdat de lokale rabbijn geen antwoord meer wist te bedenken voor hun ingewikkelde problematiek. Uiteraard wil ik geen enkel woord vermelden over de drie lijfelijke bezoekers die mijn advies/aandacht vroegen omdat er door een te loslippig geschreven woord toch het risico bestaat dat een derde herkent, en dat mag nooit geschieden. Stel ik ken iemand uitsluitend vanuit mijn werk in het Sinaï Centrum, dan zal ik de persoon in kwestie nooit groeten in aanwezigheid van derden.

Terug naar mijn pastorale gesprekken. Een van de twee zoom-gesprekken betrof een vader en moeder van wie de dochter heeft besloten dat ze zoon wil worden. Ze/hij is nog een paar jaar minderjarig en wil dat haar/zijn ouders haar/hem steunen om een ombouw te regelen. Dochter wil mee naar sjoel en dan meegeteld worden in het minjan. Maar het belangrijkste probleem voor de ouders, die haar wel al hem noemen, is hun al dan niet bereidheid mee te werken, financieel, aan de ombouw. Van mij wordt dan primair verwacht om heel goed naar de vraagstelling vanuit de ouders te luisteren, de situatie van de dochter heel goed in te schatten, vanuit de halacha de problematiek te bekijken, het welzijn van de ouders, want die wenden zich tot mij, voor ogen te hebben en ook het medische aspect te vatten. Er is in dit geval sprake van een psychiater, die de dochter al voor twee andere psychische aandoeningen met medicijnen behandelt, een psycholoog en een therapeut. Wat de therapeut, geen idee wat zijn opleiding is, precies doet en aan kennis heeft, is mij en ook de ouders niet duidelijk. De therapeut, die zelf van vrouw tot man was verbouwd, stimuleert de ombouw van hun dochter, maar doet dit wel op een zeer afgewogen wijze met begrip voor de lastige positie van de ouders die bovenal het welzijn van hun dochter voor ogen hebben, maar vanuit hun religieuze orthodox-Joodse geloof in principe tegen zijn. Voor de ouders ben ik dus de persoon die een aantal knopen moet doorhakken, nota bene op advies van de gender-vriendelijke therapeut(e). De behandelend psychiater geeft, strikt vertrouwelijk en off the record, een negatief advies, dat hij eigenlijk niet zou mogen geven. De therapeut(e) is bedachtzaam voor en waar de psycholoog precies staat begrijpen de ouders niet echt. Voeg aan dit verhaal nog toe dat dochter heel veel respect heeft voor haar ouders en ze niet wil kwetsen en af en toe overweegt een eind aan haar leven te maken.

Het andere zoom-pastorale-buitenlandse gesprek was minder gecompliceerd. Gewoon een huwelijksprobleem, waarbij de vrouw wil scheiden en de man niet. Maar de man die dus niet wil scheiden, heeft wel een geheime relatie, zo vertrouwt hij mij toe, waarvan zijn vrouw geen weet heeft. De relatie kan (en wil) hij niet opgeven, maar ook wil hij onder geen beding scheiden omwille van de nog jonge kinderen en ook omdat hij zijn echtgenote erg waardeert en van haar houdt. Complicerende factor is dat zijn geheime vriendin ook gehuwd is en haar man niets vermoed van de overspelige relatie. Ik mag het dus even oplossen. Hoe en wat heb ik nog niet helemaal voor de geest, daar ga ik eerst een nachtje over slapen of juist wakker blijven.

Toch wel een leuk baantje, opperrabbijn! En leuk dat jongere buitenlandse collega’s me weten te vinden.

Op naar Chanoeka. Ik hoop dat Leeuwarden toch besluit om de Menora buiten publiekelijk aan te steken, juist dit jaar! Maar ik begrijp hun bezorgdheid en respecteer dat ook.

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 25 nov. 2023, uitgaande sjabbat

Als gevolg van de vele bijeenkomsten, had ik geen tijd om deze week, zoals gewoonlijk, twee dagboeken te produceren. En dus nu, uitgaande sjabbat, een dagboek met flitsen van de gehele afgelopen week. Waar was ik zoal? Ik duik mijn agenda in en zie: Ysselsteyn (bij Venray), met Zeeland in Antwerpen, Groningen bij de burgemeester, op Urk (en niet in Urk), in de Hoofdstraat van Veenendaal, op de twintigste verdieping van het Stadskantoor Utrecht en in de Snoge.

Wow, schiet het door me heen, best een drukke week achter de rug en als je dan gaat nadenken over de betekenis van al die bijeenkomsten, de invloed, het nut en de strekking, dan zie ik een duidelijke lijn en af en toe een door mij aangebrachte zijlijn.

Het meest afwijkend was een schrijven gericht aan het bestuur van een Joodse Gemeente. Gezien het bestuur niet wist hoe hierop te reageren, was ik achter de schermen de klos. Ik wil dit schrijven gedeeltelijk met u delen:

 

Als gelovige in God, de God van Abraham, Izak en Jacob zit ik met een vraag betreffende bepaalde teksten in de Talmoed.  De teksten die daar staan zijn vrij heftig en ik neem aan dat de Talmoed doelt op de zoon van Maria en Josef.

Maar hoort de Talmoed ook echt bij het joodse geloof of is de Talmoed gezaghebbend voor een klein groepje gelovige joden?

Ik wil er zelf ook wat meer onderzoek naar doen want zulke boeken waarin de stichter van het christendom zo besmeurd wordt horen niet in Nederland , dat roept problemen op en voor zover ik de bijbel ken roept God nu alle joden bij elkaar rondom Jeruzalem, en dan komt Het Koninkrijk volgens de bijbel.

De inwoners van Israel zijn trouwens voor mij geen joden maar Israëlieten. De 12 stammen en het volk dat nu in de staat Israel woont heeft is vrijwel goddeloos etc. Daarom zal het daar ook wel uit de hand gaan lopen volgens de profeten. Zacharia 12     Zacharia 14      Ezechiël 38

Als het wel echt zo is dat de echte gelovige joden zo denken dan wordt het tijd dat de joden hier in Nederland vertrekken en daar gebruikt God de moslims voor. 

Ik zie graag uit naar uw antwoord.

 

Ik hoor u denken dat negeren het enige antwoord moet zijn. Ik ben het daarmee eens, maar ontspanning is ook belangrijk en dus heb ik een antwoord gefabriceerd dat me wel aardig leek.

 

Fijn dat u zich in het Jodendom verdiept. Uw opmerking over de teksten in de Talmoed zijn mij niet bekend, maar zelfs als het wel zou kloppen dat zoiets in de Talmoed staat: heeft u fysieke last ondervonden van deze (niet bestaande?) teksten?  Zijn bij u thuis door Joden de ruiten ingegooid? Wordt u op straat door Joodse jeugd uitgescholden vanwege deze teksten?

In Luther lees ik de meest afschuwelijke denkbeelden over Joden. Wij, de Joodse gemeenschap, zijn vanwege die algemeen bekende christelijke denkbeelden over Joden eeuwenlang daadwerkelijk vervolgd, op de brandstapels vermoord, in de gaskamers gestikt.

Vanuit de Joodse gemeenschap door de eeuwen heen zijn er nooit pogroms geweest naar onze christelijke broeders en zusters. Onze kinderen zijn opgevoed met respect voor andersdenkenden.

Mocht u met dit antwoord niet tevreden zijn,  dan adviseer ik u om uw predikant of dominee te benaderen, want antisemitisme is niet het probleem van de Jood, maar van de brede Nederlandse samenleving.

 

Hoe anders was de warme douche die ik mocht beleven op Urk. Enige honderden vrienden van Israël die tijdens een sponsor diner eventjes €100.000 inzamelden! Samen zongen ze uit volle borst het Hatikwa en Blouma en mij werd een huis met tuin op Urk aanboden mocht het te bedreigend worden in onze huidige woonplaats. In de Hoofdstraat van Veenendaal was ik aanwezig bij de onthulling van Stolpersteine. Geweldig te mogen zien hoe met grote en liefdevolle inzet de plechtigheid was georganiseerd. Rabbijn Katz uit Amsterdam, geboren en deels getogen in Veenendaal, hield een emotionele toespraak. De eerste twee stenen die werden onthuld betroffen zijn pleeg-grootouders. De vader van rabbijn Katz was als kind uit Duitsland naar Nederland gekomen en werd grootgebracht bij de Joodse familie Van Essen in Veenendaal.

In Antwerpen waren Blouma en ik bij Hoffy’s aanwezig voor de jaarlijkse vergadering/etentje met het bestuur van de Joodse Gemeente Zeeland en het bestuur van de Stichting Synagoge Middelburg. Meer dan tien jaar geleden was er namelijk een ruzie tussen de Joodse Gemeente en de Stichting. De sjoel dreigde gesloten te worden. Na uren reistijd, spannende vergaderingen en vele felle emotionele discussies, werd toen de vrede gesloten. Als voorwaarde had ik gesteld om eens per jaar samen te komen en dan potentiële conflicten te bespreken om een uitbarsting zoals toen, te voorkomen. De mogelijke ruzies bleven uit, maar het etentje Hoffy’s is gebleven.

 

De bezoeken aan de burgemeesters van Groningen en Utrecht en ook het gesprek met Prof. Emile Schrijver, directeur van het Joods Cultureel Kwartier, hadden allen te maken met het antisemitisme en hoe hiermee mijns inziens om te gaan.  De rode draad die door de gesprekken heen liep en ook de kern vormde van de toespraken bij de bijeenkomsten en plechtigheden was dat alle activiteiten door moeten gaan in ongewijzigde vorm. Aanpassen of afgelasten is toegeven aan chantage.

Onze Aarts moeder Sara werd honderdzevenentwintig jaar. Waarom, zo stellen onze geleerden de vraag, staat er in de Thora niet gewoon honderdzevenentwintig, maar honderd jaar en twintig jaar en zeven jaar. Het antwoord luidt: om te benadrukken dat Sara onder alle omstandigheden dezelfde Sara bleef. De les: ook wij dienen ons niet te laten beïnvloeden door externe gebeurtenissen of interne angsten. De burgemeesters moeten ervoor zorgen dat de Joodse activiteiten of herdenkingen gewoon doorgang kunnen vinden. En ook Joodse Gemeenten moet niet bijeenkomsten uit angst gaan afgelasten. Gedurende Chanoeka (7-14 december) moeten de lichtjes zichtbaar  voor iedere voorbijganger de duisternis verdrijven!

 

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 19 november 2023

Het waren me wel een paar daagjes!

Woensdag de hele dag in Berlijn geweest. Nou ja, hele dag? De ene helft van de dag in taxi’s, vliegtuigen en luchthaven lounge en de andere helft rabbinaal advies aan een lokale rabbijn met als doel een familie die zich in een lastige situatie bevond,  eruit te halen. Resultaat? Operatie volledig geslaagd!

En toen donderdag: Blouma en ik naar de film. Klinkt gezellig, maar was dat absoluut niet. Veertig jaar had Hans Knoop aan de geschiedenis van de Joodse Raad gewerkt en nu dan een verfilming van het drama van toen: “De Joodse Raad”.  Minstens net zo goed en belangrijk als “de zaak Menten”.  Alleen de zaak Menten was voor mij een schoolvoorbeeld van corruptie. Los van de moord op Joden van toen toonde deze schandalige kwestie hoe ook na de oorlog deze crimineel met geld wist weg te komen en een scala aan toppers voor zijn criminele karretje wist te spannen.

Maar “De Joodse Raad” reikte helaas veel en veel dieper. Nog nooit heb ik een film over het verleden, zo op het nu betrokken. Het was muisstil in het auditorium van de EO. Ik weet honderd procent zeker dat alle aanwezigen precies hetzelfde voelden en beleefden. Ik begreep dat ik ongenuanceerd had aangekeken tegen mensen die misschien ook wel een piep klein beetje aan zichzelf dachten, maar zeker geen egoïstische schurken waren wier enige doel zou zijn geweest om zelf te overleven en het proletariaat naar de hel te sturen. Een aanwezige kleinzoon van een van de hoofrolspelers die ik meerdere keren had ontmoet en met een scheef oog aangekeken vanwege zijn grootvader, was ook aanwezig, keek mee en beleefde hetzelfde gevoel als ik, alleen vanuit een iets andere positie. Wil ik in maart de hele serie gaan bekijken of is voor mij de gedeeltelijke voorvertoning wel genoeg? Ik weet het nog niet. Naar Auschwitz wilde ik ook nooit gaan, omdat ik in het Sinai Centrum al genoeg had gehoord. Dus misschien ga ik toch uiteindelijk wel alle afleveringen bekijken, als ze dan inderdaad vertoond zullen mogen worden van de publieke omroep. Waarom niet, hoor ik u denken. Wel, sommigen zullen wellicht aanstoot nemen aan deze geschiedenis omdat Israël…en dus de Joden…en Gaza…en zielige Palestijnen en Hamas.

Een select gezelschap was aanwezig bij de voorvertoning van de film “De Joodse Raad” met als hoofdrolspelers de voorzitters Cohen en Asscher. Ze hadden het, achteraf bezien, dramatisch verkeerd aangepakt, want de oorlog duurde veel langer dan verwacht en het pappen en nathouden werkte, ook weer achteraf bezien, uitsluitend in het voordeel van de bezetter.

Maar hoewel er nu geen Joodse Raad bestaat, zien we wel op vele plaatsen ‘burgemeesters in oorlogstijd’. Antisemitische demonstraties worden getolereerd. Oproepen tot de vernietiging van Joden mag omdat het wel zo bedoeld wordt, maar juridisch niet zo begrepen. Stolpersteine worden maar even niet onthuld, omdat dat pijnlijk zou zijn voor de Moslims. En een overlevende van de oorlog durft geen lezing meer te geven op scholen omdat te veel leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond (ik druk me netjes uit) messen bij zich hebben. Een voorzitter van een Joodse Gemeente zou met mij een etentje hebben in Antwerpen, maar haakte af, te riskant.

Maar juist in duisternis is licht veel zichtbaarder, zelfs een heel klein (Chanoeka) vlammetje. Orthodox en (nog) niet-orthodox, halagisch wel of halagisch niet-Joods: er heerste een diep gevoel van verbondenheid in die filmzaal. De handdruk die de kleinzoon van Cohen mij gaf sprak boekdelen. We gaan samen strijden, eenheid is ons krachtigste wapen, Am Jisraeel Chaj.

En toen kwam vrijdag. Met een banner stond ik zonder rotte tomaten, zonder vlagvertoon, zonder een woord te zingen of te brullen heel vredig en ietwat naïef voor de ingang van het congrescentrum De Wereld in Lunteren waar de Synode van de PKN bijeen kwam. De verhouding met Israël zou ter sprake komen. Laat ik vooropstellen: ik verdenk de PKN in de verste verte niet van antisemitisme, maar ben wel bevreesd dat ze zich onder druk te neutraal opstellen. Ik zal geen oude koeien uit de sloot halen, maar het gegeven dat antisemitisme en antizionisme al dan niet terecht synoniemen zijn geworden wordt niet door alle synodeleden gevoeld. Hierbij dus mijn korte vrijdagochtend avontuur: ik stond rechts van de ingang om 9:15 uur met een banner waarop de tekst “Laat Israël niet alleen staan” voor de ingang van het congrescentrum samen met de honorair consul van Israël. Na enige minuten werd ons verzocht door een mevrouw van het congrescentrum om het terrein te verlaten. Aan deze oproep gaven we braaf gehoor en stelden ons op buiten het terrein voor de ingang van het hek. Toen verschenen twee potige kerels die ons verzochten om ook daar te vertrekken want wij hadden geen toestemming om te demonstreren. Dat weigerden wij want wij stonden op de openbare weg en er was geen sprake van een demonstratie en toen werd ter plekke de politie gebeld omdat wij op 27 cm voor het hek stonden. Vele synode deelnemers, niet alle, staken enthousiast hun bemoedigende duim op toen ze voorbij reden en mij zagen staan. Om 9:50 uur moest ik de plaats delict verlaten vanwege een lewaja-begrafenis in Aalten. Om tien uur, toen Roger van Oordt zijn banner en de mijne aan het inpakken was, want het congres was begonnen, verscheen de politie en werd Roger om zijn ID gevraagd. Omdat Roger, de honorair consul, een diplomatiek paspoort heeft kon de politie niets ondernemen, bleef uiterst vriendelijk en heeft geholpen met het inpakken van de banners. Heeft ons stille protest geholpen, ik denk van wel. Aardig trouwens dat ik later op de dag een telefoontje kreeg van de secretaris van de PKN die inmiddels had begrepen dat ik was opgepakt (en waarschijnlijk dus de sjabbat in verzekerde bewaring zou mogen doorbrengen.)

Ach, denk ik dan, laat af en toe ook maar de humor overheersen, zelfs als het antisemitisme dreigender en dreigender wordt. Op vrijdagavond, tijdens de sjabbat-maaltijd, meenden we Free Palestine te horen voor ons huis. Ik meteen naar het kijkgaatje in de voordeur en ja hoor, een groepje mede-Nederlanders van Islamitische afkomst.

Ik stop met dit dagboek want we gaan naar Ysselsteyn, vanwege Volkstrauertag, naar de begraafplaats waar gewone Duitse soldaten liggen, SS’ers van het allerlaagste allooi, Nederlandse collaborateurs en ook een Joodse Duitse soldaat. Ik ga nu niet uitwijden over Ysselsteyn en mijn rol in deze kwestie. Maar ik zal daar zij aan zij staan met mijn vriend de ambassadeur van Duitsland hier te lande en vertegenwoordigers van de Duitse en Nederlandse overheid. Doel van mijn aanwezigheid en participatie: ”We mogen het verleden niet vergeten om te voorkomen dat hetgeen nooit had mogen geschieden, de kans krijgt om weer te gebeuren.”

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

 

 

 

 

 

Dagboek van de Opperrabbijn 14 november 2023

Het ware normaal geweest indien we vol goede gevoelens na de Hoge Feestdagen, na Simchat Thora, het nieuwe Joodse jaar zouden zijn binnen gedanst. Het pakte echter geheel anders uit. Israël in oorlog en de wereld toont zijn ware gezicht, ook in ons land. Ben ik verbaasd dat dit in ons land kan gebeuren? Geheel niet. Met oogkleppen voor halen we mensen binnen die onze Nederlandse cultuur niet kennen, opgegroeid zijn met andere normen en waarden. Ik stond vooraan bij de protesterenden die zich blauw ergerden (ondanks mijn kleurenblindheid) aan de laksheid waarmee de Afghanen die onze troepen in Afghanistan hadden geholpen, naar ons land werden gehaald. Zij verkeerden in groot gevaar vanwege de Taliban die in Afghanistan aan de macht was gekomen. Mijns inziens moer ieder medemensa in nood geholpen worden en dus zeker deze Afghanen.

 

Maar toen ze hier dan eindelijk waren aangekomen, gered uit een fanatieke hel: wat hebben wij Nederlanders gedaan aan hun integratie? Al deze vluchtelingen zijn antisemieten en haten christenen. En mensen met een geaardheid die ze niet aanstaat mogen in hun optiek vermoord worden. Op initiatief van een journalist van het Financieel Dagblad werd er jaren en jaren geleden een gesprek georganiseerd tussen een Iman, een Bisschop, de scriba van de PKN en mijn persoon. We besloten om met z’n vieren AZC’s te bezoeken en te tonen hoe wij, ondanks onze religieuze verschillenden zienswijzen, ondanks onze diversiteit, gewoon hier in ons land naast en met elkaar kunnen staan en zelfs bevriend zijn. Het COA weigerde echter om ons initiatief op te pakken. De toegang tot AZC’s werd ons botweg ontzegd omdat wij ‘religieus zijn’. Mijns inziens moeten alsnog de ambtenaren die het verbod er hebben doorgedramd aangepakt worden. Terroristen worden niet als terrorist geboren! Zij worden door opvoeding gevormd of beter gezegd: misvormd! En wat is er dan beter en mooier dat een Iman, een scriba, een bisschop en een opperrabbijn samen de boodschap van eenheid in diversiteit uitstralen. Maar van hogerhand werd dat dus niet geoorloofd. Wat doen wij als Nederlanders hieraan? Hoe kan het dat op sommige scholen de oorlog (die van ’40-’45) niet meer besproken mag en kan worden? En waarom accepteren we dat?

 

Ik zit nu in het vliegtuig van JFK, New York, naar Schiphol en schrijf dus dit dagboek, maar ik heb ook nog wat gelernt. En wat lernde ik? Maimonides schrijft dat de Menora gedurende Chanoeka acht dagen moet worden aangestoken en voor het raam geplaatst om de duisternis te verdrijven. Maar, en nu komt het, als dat gevaarlijk is vanwege antisemitisme dan moet de Menora binnen worden geplaatst, onttrokken aan het gezicht.

Voor velen, zo hoor ik om me heen, is onze Nederlandse samenleving al dusdanig afgezakt, dat dit jaar velen uit angst de menora niet zichtbaar durven te ontsteken.  Maar het kan toch niet zo zijn dat Joodse Nederlanders hun geloof niet meer zichtbaar mogen beleven!

 

De jaarlijkse Kinus Hasjeloechim, de conferentie waaraan dit jaar ook weer meer dan vierduizend Chabad Rabbijnen deelnamen, was anders dan andere jaren. Negentig procent van de Israëlische rabbijnen kon niet lijfelijk aanwezig zijn omdat ze in het leger dienden of hun gezinnen niet konden verlaten. En toch waren ze er voor een groot deel wel en niet aanwezig. Er was namelijk een live-verbinding met Jeruzalem. En zo deden wij in New York mee met de Kinus in Jeruzalem en deed Jeruzalem mee met de vierduizend Chabad Rabbijnen in New York. De imposante jaarlijkse foto was dit jaar anders, niet qua foto, maar qua sfeer. Alle gegijzelden werden gedurende de conferentie in gebed vele keren vermeld. De gesneuvelde soldaten, onze IDF die met groot gevaar voor eigen leven Israël en de mondiale Joodse wereld staan te verdedigen.

Overigens heb ik de laatste week, voor mijn vertrek van de USA , nog nooit zoveel politie over de vloer gehad. En zodra ik dadelijk thuis ben moet ik me meteen melden. Ik heb geen klagen, er wordt niet alleen vanuit Boven over mij gewaakt, maar ook vanuit de aardse regionen. Ben ik bang? Zeker niet. Maar de alertheid is nog nooit zo hoog geweest. Ik mijd plaatsen waar Anti-Joodse demonstraties zijn. Anti-Joods, hoor ik u hardop denken? Ik hecht eraan om het beestje gewoon bij zijn naam te noemen, vandaar: anti-Joods.

Ik word vrijwel dagelijks door de media gebeld. Podcast, een quote, een interview. Ik voel me schuldig, want door al die media en politieke aandacht, vergeet ik dat er ook gewone zieken zijn die ik had moeten bezoeken of op z’n minst een telefoontje.

En terwijl de landing is ingezet, klinkt in mijn oren het gezang tijdens de foto. Vierduizend rabbijnen die al zingend G’d smeken voor de uiteindelijke verlossing, de echte vrede, niet alleen voor Israël maar voor “Uw gehele aarde.”

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

 

Dagboek van de Opperrabbijn 5 november 5784

“Ik wil je een ongevraagd advies geven. Hoewel de gebeurtenissen ons 24/7 bezighouden, moet je af en toe een dag nemen, waar je even het nieuws niet volgt. Dat heb je echt nodig om het allemaal nog te kunnen verdragen en verwerken. De achterstand in informatie pik je snel weer op.  Je moet van tijd tot tijd goed opladen. Je dagelijkse wandeling is daar te kort voor. Ook de verwerking van alle ellende heeft tijd nodig om echt binnen te komen. Bovendien is de enorme hoeveelheid informatie zo groot, dat je die tijd voor verwerking een kans moet geven. Wij nemen af en toe een pauze van het nieuws en hervatten dan aan het eind van de middag weer de informatievoorziening en onze gesprekken met vrienden.” Dit advies stuurde mij een goede vriend. Ik ben het helemaal met hem eens, alleen hoef ik zo’n rustperiode niet in te lassen, want dat is nou precies de sjabbat! En dus, gisteren, heb ik meer dan 25 uur geen nieuws gehoord, gezien en beleefd! Sjabbat is niet een rustdag, want ik was na afloop redelijk moe, maar wel een dag die afwijkt, anders is dan door-de-week.

 

Maar direct na sjabbat was het weer volledig door-de-weeks-raak. Maar niet alles is kommer en kwel! Meerdere e-mails ontvang ik van goedwillende mensen die allerlei voorstellen hebben hoe het Midden-Oosten conflict op te lossen en bovenal mij met warme wensen en Bijbelcitaten weten te bemoedigen. Overigens was sjabbat een echte sjabbat. Leuke gasten, gezongen, gelernt, elkaar gesteund door juist niet over door-de-week te praten. De Joodse wet zegt dat het niet de bedoeling is om patch-boem sjabbat op vrijdag te beginnen. Op vrijdag, en deels al op donderdag, beginnen de voorbereidingen. Gelijk in de bioscoop de hoofdfilm voorafgegaan wordt door een voorfilm, zo ook heeft de sjabbat voorbereiding nodig. Mijn voorbereiding was vrijdag jl. een gesprek met de ambassadeur van Duitsland. Een van de gebruikelijke voorbereidingen voor sjabbat is een douche. Dit gesprek van mijn vriend Dr. Cyrill Nunn, de Duitse ambassadeur, met vertegenwoordigers van Joods Nederland was voor mij gelijk een warme douche! Wat een betrokkenheid, wat een solidariteit! Ik herinner mij jaren en jaren geleden. In Westerbork werd een monument onthuld. Een oudere man komt naar me toe en vraagt me in perfect Nederlands met een zwaar Duits accent of hij naast mij mag plaatsnemen, want, zo legde hij uit, misschien voelt u zich bezwaard omdat ik de ambassadeur ben van het land dat zes miljoen van uw geloofsgenoten heeft vermoord. Dr. Citron, zo heette hij, en ik werden vrienden.  Zonder gesprek is de kans op een oplossing van welk probleem dan ook, een illusie.

 

Maar misschien ben ik te naïef en blijf ik tegen beter weten in geloven in het gesprek en ben tegen verstoppertje spelen, een soort onderduiken. Chanoeka staat voor de deur, het feest dat uitstraalt dat een zuiver vlammetje, dat bijna ieder mens in zich heeft, gigantisch veel duisternis kan verdrijven.  Kan verdrijven, want voorwaarde is wel dat de lichtjes zichtbaar worden ontstoken en niet in een achterkamertje of in een synagoge die zijn deuren om veiligheidsredenen angstvallig gesloten houdt. Onze Landelijke Overheid mag natuurlijk niet vergeleken worden met het regime dat in de jaren ’40-’45 de Endlösung nastreefde. Ik kan me niet voorstellen dat van Overheidswege wordt aangedrongen om dit jaar de Menora te verstoppen. In tegendeel! Mij bereikte de duidelijke boodschap: doe normaal, steek die menora aan, we leven in een vrij land en jullie mooie Chanoeka-boodschap moet gehoord worden!  Ik klink dus positief, maar ben dat toch niet helemaal. Want helaas bestaat er een klein groepje dat dusdanig is gebrainwashed dat bij hun iedere vorm van potentieel goeddoen afwezig is. Bij hen ontbreekt het zuivere vlammetje. Maar er is bij mij nog een zorg.  Op lokaal bestuurlijk niveau bespeur ik regelmatig de benadering: als er maar rust in de tent is. Nu ben ik een groot voorstander van ‘rust in de tent’, zoek ik graag de nuance en houd ik van bruggen-bouwen, maar ook het oer-Nederlandse poldergedrag kent grenzen. Als we verkeerd polderen ontstaat een watersnoodramp en verdrinken we uiteindelijk met z’n allen. En dus verwacht ik van lokale autoriteiten dat ze het verstoppertje-gedrag keihard ontmoedigen en zodra ze horen dat een bijeenkomst met een Joodse signatuur wordt afgelast, er wordt ingegrepen en de burgervader (of moeder) spontaan aanbiedt om hoogstpersoonlijk het beginvlammetje van de menora te ontsteken. De menora heeft niets te maken met politiek.  Maar ook een Kristallnacht-herdenking,  onthulling van Stolpersteine of de twee minuten stilte op 4-mei dienen niet gekoppeld te worden aan huidige spanningen elders in de wereld, hoe dramatisch die ook zijn. En dus zal er gesproken moeten worden over het hier en niet over het daar. Vijf procent van de Nederlandse bevolking bestreed het Naziregime. Vijf procent heulde met de vijand. Negentig procent zag het, liet het gebeuren en brulde zo nodig mee als dat beter uitkwam. Over de negentig procent maak ik me zorgen. Welke kant loopt de huidige kudde op? Het is lief, maar triest, dat ik vanuit lokale overheid wordt geadviseerd om dan en dan niet daar en daar te komen, want er is een pro-Palestina demonstratie. En het is nog triester om een tekst als gays-for-Palestine te zien, terwijl helaas in bijvoorbeeld Gaza en Ramallah de gays verre van welkom zijn en hun overlevingskans nihil is.

 

 

Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het

Joods Cultureel Kwartier.

NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .