Het was een heel fijne sjabbat. Een erg goede opkomst in sjoel. De nieuwe voorganger, Shaja Groenewoudt, zoon van mijn Amsterdamse collega, voelt zich al helemaal thuis, ik hoor alleen maar positieve geluiden uit de kehilla over zijn functioneren en de goegemeente blijft langer en langer aanwezig bij de kiddoesj na afloop, een goed teken. Hoewel ik niet iedere sjoelbezoeker ervan verdenk dat hij met volledige devotie alle gebeden in sjoel volgt, zingt iedereen luidkeels en vol overgave mee of luistert aandachtig als het gebed voor de Staat Israël en voor het welzijn van onze soldaten wordt uitgesproken. Ik schrijf bewust ‘onze’ soldaten omdat meer en meer bij ons, Nederlandse Joden, gevoeld wordt dat als ik hier in Nederland niet meer kan blijven, de grens van het Heilige Land voor ons openstaat. Mijn ouders, denk ik dan, konden in de jaren ’40-’45 geen kant op. Nergens waren ze welkom. Wat dankbaar moet ik zijn dat Israël bestaat.
Maar globaal gesproken gaat het natuurlijk niet goed met Israël-Gaza en met de gijzelaars.
Als Joseph, de onderkoning van Egypte, zich uiteindelijk bekend maakt aan zijn broers en hij zegt dat hij hun verloren broer Joseph is, vraagt hij hen “leeft onze vader nog?”. Erg vreemd, want hij had al meerdere keren te horen gekregen dat vader Jacob nog in leven is, dus waarom nogmaals die vraag? Een van de antwoorden hierop is dat Joseph inmiddels natuurlijk wist dat zijn vader Jacob nog leefde, maar hij vroeg niet naar het fysieke leven van zijn vader, maar naar zijn geestelijke gezondheidstoestand. Tweeëntwintig jaar lang had Jacob in spanning gezeten, tweeëntwintig jaar had hij psychisch zwaar geleden. En dus vroeg Joseph aan zijn broers: ja, ik weet dat onze vader nog fysiek in leven is, maar heeft onze vader ook geestelijk de kracht gehad om te overleven of is hij een wrak vanwege de onzekerheid en de spanning omdat hij niet wist of ik, zijn zoon Joseph, nog in leven was en zo ja, hoe mijn geestelijke en lichamelijke toestand zou zijn.
Dagelijks zijn we bezig met de situatie in Israël-Gaza. Constant zijn onze gedachten bij de gijzelaars. Natuurlijk doet Israël alles wat in haar macht ligt om de gijzelaars te bevrijden, maar tegelijkertijd mogen ze niet hierdoor Israël in een onaanvaardbare levensgevaarlijke situatie loodsen. En vanzelfsprekend hunkeren familieleden naar de bevrijding van hun geliefden, onvoorwaardelijk. Maar zijn ze nog in leven? En als ze nog in leven zijn… De spanning die aartsvader Jacob moet hebben gehad, de knagende onzekerheid. Een ding is voor mij duidelijk: wij kunnen en mogen niet oordelen. Niet over de familieleden van de gegijzelden en niet over de beslissingen van de Israëlische Overheid. En nu de rol van de Verenigde Naties steeds duidelijker is, wordt het al helemaal onmogelijk om vanuit onze luie stoel Israël te ver- of beoordelen. Een eerlijke journalist zal dit moeten erkennen. Ik ben fanatiek voor de vrijheid van pers. Journalisten hebben een mega belangrijke taak. Dankzij de journalistiek is nu het ware verderfelijke karakter van de UNRWA zichtbaar aan het worden. Maar journalisten worden ook geacht verslagen en artikelen aan te leveren die de krant doet verkopen. De eigenaar van de krant is vaak als een handelaar in bedrukt papier. Hoe meer papier wordt verkocht… Dat daarbij de waarheid soms tekort wordt gedaan zal de handelaar vaak een niet-koosjere worst wezen.
Maar, zo vroeg ik mezelf af, ben ik wel goed bezig. Ook ik zie graag dat mijn dagboeken worden gelezen en ook ik wil dat er met aandacht naar mijn toespraken en voordrachten wordt geluisterd. Maar omdat mijn lezers en toehoorders van mij een pro-Israël geluid willen horen word ik misschien daardoor (ver)blind voor eventuele gerechtvaardigde kritiek op Netanyahu en zijn regering.
“De zich Interprovinciaal Opperrabbijn noemende Binyomin Jacobs is weinig meer dan een in het zwart geklede opperzionist, die zichzelf zonder voorbehoud als boegbeeld heeft uitgeleverd aan de Christenen voor Israël en daarmee de ultieme verrader is van het Judaïsme. Een vergelijking met de rattenvanger van Hamelen dringt zich op. Jacobs stelt zonder enig voorbehoud antizionisme één op één gelijk aan antisemitisme. Ondanks , nee, mede dankzij deze denkzwakte heeft hij met regelmaat een column in het NIW.”
In de Joodse filosofie wordt uiteengezet dat als iemand geen tegenwerking krijg en er nooit aanvallen zijn op zijn functioneren, hij zich mag afvragen of hij wel goed bezig is.
Als hij echter fel wordt bekritiseerd, is dat een goed teken. De Satan komt als het ware in opstand. Na bovenstaande citaat op een website, die ik niet de eer geef om in mijn dagboek met naam en toenaam te vermelden, wist ik het: Binyomin, je bent goed bezig want je krijgt sterke, ongenuanceerde en onbeschofte kritiek uit een zich pro-Israël noemend anti-Israël clubje. En dus: vooral gewoon doorgaan!
Gedurende de coronatijd begon Opperrabbijn Jacobs met zijn dagboek op verzoek van het
Joods Cultureel Kwartier.
NIW publiceert nu deze bijzondere stukken op haar website www.niw.nl .

Het waren best fijne en succesvolle dagen. Toebisjwat, het nieuwjaarsfeest der bomen, was ik
Over afwisseling heb ik niet te klagen! Ik zit nu in Krakau, had bijna mijn vlucht gemist op vrijdag, ik vind het onacceptabel dat er een geheime onthulling van een monument moet plaatsvinden omdat er gezwicht wordt voor chantage, een caissière heeft zich met de politiek bemoeid, een ontzettend fijne bijeenkomst heeft plaatsgevonden op de ambassade van Israël, ik heb het gevoel dat ik een paar jonge mensen tot steun mocht zijn en ik mocht me verheugen op een aandachtig luisterend publiek uit Engeland, Israël, de VS, Warschau en Antwerpen in een sjoel in Krakau.
Het is woensdag 17 januari en de klok geeft aan dat het 5:16 uur is in de vroege ochtend. Ja, ik ben al helemaal wakker en ben volledig (bijna) uitgeslapen. Het is nog te vroeg voor het ochtendgebed en te laat om weer naar bed te gaan. En dus begin ik maar vast aan mijn dagboek om dan tegen het eind van mijn dagboek-woensdag de rest te eindigen. Iedere woensdag en iedere zondag geeft mijn agenda een reminder dat ik een dagboek moet schrijven. Dit naast de 3 x per maand NIW- column en de (onregelmatige) toespraken die ik moet voorbereiden, zoals voor vanmiddag. Vanmiddag word ik in de sjoel van Arnhem verwacht vanwege de Dag van het Jodendom, georganiseerd door de Rooms Katholieke Kerk. Kardinaal Eijk zal ook het woord voeren, uiteraard David Simon, voorzitter van de Joodse Gemeente Arnhem, en het geheel zal muzikaal omlijst worden door chazan Sacha van Ravenswade. Omdat ik maar10 minuten spreektijd heb en het niet op de seconde zal aankomen, ga ik geen toespraak op papier zetten, maar wil ik a l’improviste spreken. Dat heeft z’n voor en z’n tegen. Voor is dat zo’n toespraak beter en spontaner overkomt. Nadeel is wel dat het kan gebeuren dat ik na afloop niet helemaal gezegd heb wat ik had willen vertellen en het zou ook zomaar kunnen zijn dat ik minder dan de toebedeelde 10 minuten van me laat horen of, en dit ligt meer in de lijn der verwachting, dat ik te lang spreek. Wat is overigens te lang als mensen aandachtig luisteren?
Mijn korte wintervakantie in Engeland had ik met een dag verkort om aanwezig te kunnen zijn bij de pro-Israël demonstratie, donderdag jl., voor het Vredespaleis in Den Haag. Omdat ik nou eenmaal uitsluitend nuttig bezig wil zijn heb ik een balans opgemaakt. Maar alvorens mijn nuttigheidsrendement met u te delen, hoor ik u vragen: moet alles dan nuttig zijn? Mijn antwoord: absoluut! Het antwoord ‘als je maar gelukkig bent ‘ en ‘als je maar gezond bent’ zijn mijns inziens betrekkelijk, want het moge dan zeker zo zijn dat gezondheid en geluk ontzettend belangrijk zijn en van de Joodse wet topprioriteit vereisen, zijn toch geluk en gezondheid geen doel, maar middel. Het doel dat de Thora van ons mensen verlangt, is om een goed en vroom mens te zijn. Het middel om dat hoge doel te bereiken zijn gezondheid, geluk en voorspoed.
Omdat ik in Londen was voor de jaartijd van onze oudste zoon Yisrolik zl., die drie jaar geleden is overleden en in Londen, zijn geboorte- en woonplaats, is begraven, heb ik een dagboek overgeslagen, waarvoor, mocht u het bemerkt hebben, mijn excuus. We zijn uiteraard bij zijn graf geweest en zijn weduwe, onze schoondochter, bezocht. Het gaf een erg goed en dankbaar gevoel dat Franklin de Liever, die bijna 30 jaar bestuurder/secretaris was van de Joodse Gemeente Amersfoort, van het Inter Provinciaal Opperrabbinaat en lid van de Centrale Commissie van het Ned. Israëlitische Kerkgenootschap, ons op zijn sterfdag een warme en persoonlijke whatsapp stuurde als teken van medeleven. Franklin: geweldig bedankt. Hoewel je geen secretaris meer bent, ben je het kennelijk toch wel in geest gebleven en toon je, zoals altijd, begrip voor gevoelens en ben je een expert in het vinden van de juiste woorden.
“Op dinsdagavond 26 december 2023 plaatsten we in het liveblog over de oorlog tussen Israël en Hamas een kort bericht over beschuldigingen die Hamas doet aan het adres van Israël, over “orgaandiefstal van 80 lichamen”. Daarvoor is geen bewijs, en het bericht had niet op deze manier gepubliceerd moeten worden. Het miste (historische) context en uitleg, en voldeed daarom niet aan onze eigen kwaliteitseisen”, aldus las ik op de website van de NOS. Fijn dat de NOS tot inzicht is gekomen dat ze Israël valselijk hadden beschuldigd, maar ondertussen was het kwaad natuurlijk wel al geschied en de beeldvorming bepaald of, zo u wilt, bevestigd.

“ Het laten vollopen van de tunnels zou de culturele expressies en de praktijken van het Gazaanse volk, zoals kunst, literatuur en folklore die geïnspireerd worden door de tunnels, kunnen raken”, aldus de VN-mensenrechtenraad. U leest het goed ! De tunnels zijn, volgens de Verenigde Naties, een culturele expressie van het Gazaanse volk! Ik vroeg me af, dit gelezen hebbend: