Slechts een paar uur heb ik de laatste 48 uur geslapen. Reden? De rabbijn van Mariupol kwam maandagmiddag aan in Nederland en heeft zojuist woensdagochtend om 6:15 uur ons huis weer verlaten. Een bliksembezoek, heet zoiets. Wat hij precies hier kwam doen ga ik niet aan mijn dagboek toevertrouwen, maar de nevenactiviteiten deel ik graag. Zijn programma: Maandag heb ik hem afgehaald van Schiphol en kwamen we aan in ons huis om 15:00 uur. Bijkomen, bijpraten, eten en toen om 20:30 uur een bijeenkomst voor de leden van de Joodse Gemeente Amersfoort bij ons thuis. Omdat we maar een uur hadden heb ik, mede op zijn verzoek, alleen de leden van Amersfoort uitgenodigd. Opkomst: twee mensen! Beschamend en gênant! Maar daarna liep alles gesmeerd. Om 21:30 uur kwam de Telegraaf. Het was bijna middernacht toen de journalist vertrok. De volgende ochtend van 9:15 tot 11:30 uur deden we hetgeen gedaan moest worden, de reden van zijn komst naar Nederland en toen: interview met Reformatorisch Dagblad in Apeldoorn, daarna Family7 TV-opname, ook in Apeldoorn. Verder achtereenvolgens in Amersfoort interview met ND (Nederlands Dagblad), interview met Israël Aktueel in Nijkerk, zoom-interview met CIP (Christelijk Informatie Platvorm- de grootste christelijke website van Nederland) bij mij thuis en ’s avonds opname livestream in het Israël Producten Centrum. Tussendoor mocht ik in Apeldoorn op de Anne Frankschool een educatief boekje in ontvangst nemen en het vervolgens weer doorgeven aan een leerling van de school, om daarna alle kinderen van groep acht zo’n boekje te mogen overhandigen. Het was een indrukwekkende bijeenkomst. Erg goed. Doel: kinderen het recht geven om zichzelf te mogen zijn, zoals Anne Frank in haar dagboek schrijft. In mijn toespraak gaf ik aan dat een beschadiging in een jong stekje een kreupele boom tot gevolg heeft en dus benadrukte ik het belang van het aanleren van tolerantie en het verafschuwen van haat, racisme en antisemitisme, juist in de jaren dat de boom nog een stekje is. Ik citeerde ook een van de vorige opperrabbijnen van Israél die waarschuwde dat zolang er in miljoenen schoolboekjes haat wordt gekweekt tegen Joden en tegen Israël, er geen vrede kan komen. Overigens was het 14 juni precies 80 jaar geleden dat Anne Frank haar dagboek was begonnen. Hoe wist ik dat? Omdat ik om 9:00 uur werd gebeld vanuit de Israëlische Televisie met het verzoek voor een interview van vijf minuten over Anne Frank, naar aanleiding van die 80 jaar.
Rabbijn Mendel Kohen was aan het eind van de dag gaar. Maar toen moesten we nog wel naar Nijkerk voor de livestream. Als iemand erg moe is, werkt het verstand minder goed en komen de emoties makkelijker los. En daarom was die livestream juist heel erg goed. Rabbijn Mendel werd gevraagd naar zijn Mariupol-verhaal., de reden dat hij bij het uitbreken van de oorlog in Israël zat, zijn inzet om zijn gemeenteleden te helpen…en ondertussen werden er beelden vertoond van zijn Mariupol voor het begin van de oorlog en direct erna. Mendel zag zichzelf in betere tijden met zijn gemeenteleden, waarvan velen er nu niet meer zijn. Omdat ik de hele tijd, behalve de twee tussendoortjes, bij en met hem was, ken ik zijn indrukwekkende verhaal. Ik heb hem mogen duidelijk maken dat het abnormaal is als hij niet getraumatiseerd zou zijn. Bijna alles heeft hij verloren: zijn huis, zijn privébezittingen, het album van zijn huwelijksdag, geboortebewijzen, zijn huis, zijn net nieuwe synagoge, zijn baan. En ondertussen helpt hij met de opvang van de vluchtelingen uit zijn (voormalige?) gemeente.
Mendel zit nu in de trein naar Frankfurt om de dochter van Wanda te bezoeken. Wanda was een overlevende van de holocaust en is in Mariupol overleden door honger, koude, gebrek aan water, elektriciteit in volstrekte eenzaamheid, moederziel alleen. De dochter van Wanda is nu in Frankfurt. Hij gaat haar even bezoeken om tot steun te zijn. Om samen over haar moeder te spreken. Vanuit Israël heeft Mendel geregeld dat het stoffelijk overschot van Wanda niet in een massagraf werd gedumpt, maar nog werd begraven, terwijl de scherpschutters, de raketten, de tanken hun dodelijke werk verrichtten. Het was goed dat ik Mendel heb laten overkomen. Goed voor hem en ook erg goed voor mij. Wat ik eruit geleerd heb?
1: in een oorlog bestaan er andere wetten. Anarchie is dan het normaal. Goed en kwaad lopen volkomen door mekaar. De waanzin van instanties als de VN, de EU en andere overheidsorganen die uitroepen dat volgens het internationaal oorlogsrecht soldaten alleen mogen schieten op soldaten en niet op burgers. Dat wapen A wel gebruikt mag worden en wapen B niet. Dat een kazerne wel gebombardeerd mag worden, maar een ziekenhuis niet.
2: de vechtpartij van vele hulpverlenende instanties die allen vooraan willen staan in de media en die dus meer met zichzelf bezig zijn, dan met de verschrikkingen van de oorlog.
3: hoe woorden ter ondersteuning de (geestelijke) doden kunnen doen herleven
4: de dankbaarheid die Mendel Kohen maar bleef benoemen voor de hulp die hij heeft ontvangen van Coen, de held van Christenen voor Israél, die voordat de oorlog uitbrak en nog niemand in die oorlog wilde geloven, extra voedselpakketten heeft gestuurd naar heel veel Joodse Gemeenten voor het geval dat. Hiermee hebben velen in Mariupol kunnen overleven.
Mijn dagboek van vandaag was verward. Te veel heb ik zelf gehoord over de tragedie. Blouma begint te vertellen over de geschiedenis van haar ouders en grootouders die de verschrikkingen van het communisme hebben weten te overleven. Ik denk aan mijn ouders en aan de 80% van mijn familie waarvan niets is overgebleven.
Ik ga weer even naar bed. Het is inmiddels 7:00 uur. Terug naar normaal. Vanavond spreek ik bij de herdenking van de genocide op de Arameeërs in 1915. En de rest van de dag probeer ik gewoon rabbinaal te gaan doen. Hoewel ik mezelf ernstig afvraag: wat is normaal?
Gedurende de coronaperiode en ook daarna houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. NIW publiceert deze bijzondere stukken op www.niw.nl




Even weggeweest, dat wil zeggen dat ik maandagmiddag naar Schiphol ben gereden, auto geparkeerd, omdat ik prioriteit ben was het wachten voor de beveiliging aanzienlijk korter dan voor de grote meute, ook soleer door de douane en toen relaxen voor mijn vlucht om op tijd in Londen aan te komen. Op tijd, want ik zou via zoom spreken om 19:30 uur GB-tijd met een discussie over godsdienstige wetgeving versus de wet van het land. Maar kort voor vertrek werd mijn vlucht gecanceld. Een latere vlucht zou betekenen dat ik niet mee zou kunnen doen met de discussie waaraan parlementariërs zouden meedoen. En dus heb ik besloten om mijn vlucht uit te stellen tot dinsdag idioot vroeg en eerst weer door de douane en dan naar huis. Kort samengevat: de hele middag verkwist! Waarvoor dat goed was, weet ik niet. Maar ja, in essentie begrijpen we toch maar bar weinig van ons aardse bestaan, maar soms kun je toch iets plaatsen. Wie weet, dacht ik dus. De zoom-bijeenkomst was succesvol. Wat te doen als de Nederlandse wet botst met de religie, bij mij dus met de halaga, de Joodse wet. Dinsdag en woensdag, vandaag dus, de conferentie in Londen. Het was een conferentie van dayanim. Een dayan is een rabbijn die, om het verschil met een gewone rabbijn even heel populair met Jip en Janneke-taal uit te leggen, vergelijkbaar is met een professor die een kamergeleerde is en een theoreticus, en daarom door de veldwerkers geraadpleegd wordt voor bepaalde ingewikkelde kwesties. Nou reken ik mezelf niet een dayan, maar een gewone (veld)rabbijn. En dus vraagt u zich af: wat deed die Jacobs tussen die meer dan zeventig Europese dayanim? En het antwoord was: 1/ bijscholing, 2/ kennismaking 3/ ik ben een van de bestuurders van de RCE, Rabbinical Center of Europe, de organisator van de conferentie. Onderwerpen als het rabbinale beroepsgeheim, bepaling of iemand wel of niet Joods is en ook ingewikkelde kwesties als het draagmoederschap. Over dit laatste onderwerp werd niet gesproken over de vraag of het wel of niet is toegestaan van de Joodse wet, maar over de vraag wat de Halagische consequenties zijn t.a.v. bijvoorbeeld erfrecht of t.a.v. de vraag of het kind, opgegroeid in de baarmoeder van een niet-joodse vrouw, wel of niet Joods is. En dat zit weer gekoppeld aan de vraag of de draagmoeder gezien moet worden als een soort tweede moeder van wie het kind ook veel krijgt, of zien we de draagmoeder als een soort couveuse?
Maar is die ontreddering iets nieuws? We hadden vorige week een prachtige bijeenkomst in Brabant voor de leden van de chevre kadiesje, de vrijwillige dames en heren die de rituele reiniging van de overledenen geheel belangeloos verzorgen. Geweldig hun inzet. Het was een soort opfriscursus om de diverse wetten, gebruiken en de problemen die kunnen ontstaan, te bespreken. En plotseling kwam in mijn gedachten Opperrabbijn Dr. Jacob Fränkel zl. Hij was de opperrabbijn van Overijssel en waarnemend opperrabbijn van Brabant. Hij was de grootvader van mijn oma. Het klinkt ver weg, maar gelijk ik mijn oma goed heb gekend, heeft mijn oma haar grootvader uitgebreid meegemaakt. Wat dit van doen heeft met dit dagboek? Hij was ook een vluchteling. Zijn ouders hadden een bierfabriek in Polen/Rusland/Oekraïne. En toen die bierfabriek door de Tartaren onverwacht was aangevallen en volledig vernietigd, begrepen zijn ouders dat vluchten de enige uitweg was. En zo was hij in Nederland beland, berooid, fysiek zwak, alles achtergelaten en geen zicht op de toekomst. Mijn oma heeft mij als klein kind erover verteld, maar over de Tweede Wereldoorlog werd gezwegen. Wat mijn moeder mij wel vertelde, en dat is me steeds bijgebleven, dat toen op 10 mei 1940 de Nazi vliegtuigen overvlogen, mijn opa uitriep: Oh, G’d, we gaan eraan!