Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn

Bij het schrijven van mijn dagelijkse dagboek vraag ik mezelf wel eens af: wordt het wel gelezen of schrijf ik voor dovemansoren? Maar na gisteren en eergisteren is die twijfel verdwenen. Waarschijnlijk maar voor tijdelijk, want zo zit ik nou eenmaal in elkaar.

Maar nu dus, zeker vandaag, weet ik dat ik een breed lezerspubliek geniet. Eergisteren schreef ik over Herman. Herman die zwakbegaafd was en nu overleden. Ik ontving een aantal Whatsapps van leden van de Joodse Gemeenschap die aanboden om voor Herman kadiesj te zeggen. Kadiesj is het gebed dat bloedverwanten in de synagoge uitspreken voor hun overleden dierbaren. Aandoenlijk en getuigt van echte naastenliefde.

Maar ook ontving ik een kritische en bijna boze e-mail. Mij werd verzocht te corrigeren. De e-mail klonk in mijn oren nogal dreigend. Hoe zou menigeen gereageerd hebben? Niet waarschijnlijk of pas na een paar dagen. Ik zit zo niet in elkaar. Belangrijke beslissingen neem ik nooit meteen, tenzij urgent, maar ik laat er altijd een nacht overheen gaan. Maar bij een boze reactie reageer ik altijd direct en dus meteen mijn telefoonnummer gestuurd en binnen twee minuten had ik de klager aan de lijn. Mijn opmerking dat het bekladden van grafzerken in Worms-Duitsland geen primeur was, schoot bij de schrijver van de e-mail in het verkeerde keelgat. Ten eerste was de bekladder een gestoorde persoon en ten tweede doet Duitsland er alles aan om het opkomend antisemitisme te bestrijden. En dat is inderdaad waar. Duitsland als geen ander, begrijpelijk….maar toch, zet alles op alles om het antisemitisme dat ook daar weer komt opzetten, keihard te bestrijden. We hebben elkaar gesproken, zijn in feite beiden dezelfde mening toegedaan en wie weet waartoe ons contact in de toekomst zal leiden of al heeft geleid!

Lees verder “Slavinnen, maar helaas niet in bezet gebied – Dagboek van een opperrabbijn”

Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn

Het was een gezellig dagje uit: naar de tandarts! Die tandarts van mij is deskundig, je voelt bijna geen pijn, hij is altijd vriendelijk en als de behandeling een half uur duurt, zit ik ongeveer een uur in de stoel. Reden? Hij wil graag weten wat ik als rabbijn zoal doe en gezien ik niet kan spreken als hij in mijn mond zit te friemelen, zit ik achterover in de tandartsstoel, nog net niet op z’n kop, en staat hij naast mij gezellig te kletsen terwijl de patiënten na mij in de wachtkamer hun beurt al dan niet zenuwachtig zitten af te wachten.

Eenmaal bevrijd uit de greep van boren, klemmen en irriterende watten, ging ik naar mijn auto op weg naar huis. Maar eerst nog even kijken of er nog gebeld is of dat er een Whatsapp of een e-mail is binnengekomen. En inderdaad. Mijn mond viel open. Niet van de tandartsbehandeling, maar van verbazing, teleurstelling en van verdriet. Nu het gezeur rondom de bewuste brief van de Raad van Kerken al bijna vergeten is: een inval van de NVWA in het gebouw van Christenen voor Israël, waar vorige week juist een tentoonstelling over verzetsstrijders in de oorlog werd geopend. De NVWA kreeg nota bene vorig jaar nog als heldere taak van ABDTOPConsult dat zij bewaker is van voedselveiligheid, maar geen beleidsmaker.

Lees verder “Onverwachte inval van de Handhavers, Dagboek van een opperrabbijn”

Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn

Herman is overleden. Herman was 61 jaar en was een van de bewoners van de kinderafdeling van het Sinaï Centrum. De kinderafdeling was al lang geen kinderafdeling meer, maar bleef zo heten omdat de bewoners als kinderen waren binnengekomen. Die afdeling was inmiddels allang opgeheven en Herman en andere bewoners zijn via andere instellingen voor verstandelijk gehandicapten uiteindelijk in Ons Tweede Thuis in Amstelveen beland of elders.

Lees verder “Herman is overleden- Dagboek van een opperrabbijn”

Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn

De sjabbat-rust had ik wel even nodig. Weet u, trouwe lezer, ik ben niet helemaal eerlijk met mijn dagboek. De echt interessante gebeurtenissen kan ik vanwege privacy niet delen. Er gebeurt dagelijks genoeg wat ik wel kan neerschrijven, maar vaak zijn de echte spannende gebeurtenissen onvertelbaar en nog vaker onvoorstelbaar. En dat heeft dan alles te maken met een heel complex fenomeen genaamd: de mens!

Vorige week was ik precies 45 jaar als rabbijn in Nederland werkzaam. Een flinke tijd waarin veel is gebeurd en waarin tijden letterlijk zijn veranderd. Mij wordt weleens gevraagd of ik het kan accepteren dat als de Mosjiach er is, dat er dan weer dierenoffers in de Tempel in Jeruzalem zullen worden gebracht. En als ik die vraag bevestigend beantwoord, dan wordt er uitgeroepen dat een Tempeldienst niet meer van deze tijd is. Mijn reactie is dan dat dat inderdaad klopt: de Tempeldienst is niet van deze tijd en daarom is de Tempeldienst en het brengen van dierenoffers van de Joodse wet verboden.

Lees verder “Toen is niet nu – dagboek van een opperrabbijn”

Kan ik beter zwijgen? – Dagboek van een opperrabbijn

Het was donderdag 17 Tammoez, een vastendag. Op deze dag werd er een bres geslagen in de muren van Jeruzalem en precies drie weken later werd de Tempel verwoest. Niet eten en niet drinken. En dus was ik minder actief als gewoonlijk. Maar gelukkig hoefde ik me niet te vervelen want in de Telegraaf stond op pagina 2 en 3, de best gelezen pagina’s van een krant, een artikel over BLM. Een erg goed verhaal dat wijst op het gevaar van deze wereld hysterie. Vanwege mijn dagboek van een paar dagen geleden met als titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” ben ik door Silvan Schoonhoven, journalist van De Telegraaf, gebeld om mijn mening over de demonstraties tegen racisme te geven en word ik dus geciteerd.

Ik weet van mezelf dat ik nogal scherp uit de hoek kan komen en daarom is een korte aanvulling op mijn dagboek wel verstandig. Uiteraard ben ik tegen iedere vorm van racisme. Ik ben er zo fanatiek tegen dat indien mensen aanstoot nemen aan Zwarte Piet (waarbij bij mij geen enkel gevoel van discriminatie opwelt!) mijns inziens Piet moet worden afgeschaft of minstens verkleurd (sorry voor dit wellicht ongepaste grapje dat zomaar uit mijn digitale pen schoot). Ter illustratie: zo’n half jaar geleden nam ik deel aan een expertmeeting over polarisatie in onze Nederlandse samenleving. De vraag of levensbeschouwingen kritiek mogen uiten op elkaar kwam aan de orde. Mijn stellige mening is dat kritiek mogelijk moet zijn op voorwaarde dat je de ander niet beledigt of dat je weet of vermoedt dat jouw kritiek door de ander als beledigend wordt ervaren!

Een voorbeeld? Gezien mijn dagboek ook op www.cip.nl verschijnt zag ik een podcast over burgemeester Halsema. Er werd gesproken over de positie van de vrouw en er werd uitgelegd dat de vrouw werd onderdrukt ten tijde van het Oude Testament, maar dat daarin verandering kwam na het begin van het Nieuwe Testament. Zonder erop in te gaan of dit überhaupt klopt, voel ik mij hierdoor gekwetst, want de vrije vertaling hiervan luidt: Joodse mannen onderdrukten (en onderdrukken dus nog steeds!) hun echtgenotes, maar het christendom heeft hierin gelukkig verandering gebracht. Kort samengevat om ieder misverstand uit te sluiten: ik ben fel tegen iedere vorm van discriminatie!

Toch blijf ik uitgesproken van mening dat de BLM-beweging, of de hysterie zoals ik het noem, uiterst eng is. Eng, omdat de grote meute totaal niet weet wat er aan kwalijke ideologieën aan deze fanatieke nieuwe godsdienst ten grondslag liggen.

Maar nu genoeg hierover, want ik breng dit onderwerp hier alleen te berde vanwege een telefoontje uit de Joodse Gemeenschap van een kundige, eerlijke en oprechte bestuurder. Hij belde mij en maakte mij zijn zorg kenbaar over de strekking van mijn dagboek met de titel “Antiracisme is de nieuwste godsdienst” en over mijn quote over BLM in de Telegraaf van vandaag. Doordat ik zo uitgesproken tegen de antidiscriminatie-beweging schrijf, zou dat ertoe kunnen leiden dat t.z.t. mijn opstelling de vertaalslag zou kunnen krijgen dat ik, en dus ‘wij Joden’, vóór discriminatie zijn. En om dat mogelijke misverstand te voorkomen doe ik er beter aan om te zwijgen over dit gevoelige onderwerp. En dus heb ik vandaag zitten puzzelen bij mijzelf en vroeg mezelf af of het juist is om te zwijgen als mijn verstand en mijn geweten mij oproepen om demonstratief te waarschuwen?

Aanstaande sjabbath lezen we uit de Thora de geschiedenis van Pinchas (numeri 25:11). Ik ga ervan uit dat u de geschiedenis kent. Pinchas had keihard ingegrepen en Zimri met zijn Moabitische gedood vanwege de verboden relatie die ze waren aangegaan. Niet iedereen kon zijn keiharde duidelijke optreden waarderen en dus ontstonden er roddels en afkeurende geluiden. Was het juist dat Pinchas zo keihard was opgetreden? Werd hij misschien gedreven door onzuivere belangen?

Tot twee keer toe laat de Thora ons weten dat Pinchas de kleinzoon was van Aäron de Hoge Priester. Waarom moet die afstamming vermeld worden, het ware toch genoeg geweest als alleen zijn vader vermeld zou zijn? Het antwoord luidt: Pinchas was een en al naastenliefde gelijk zijn grootvader Aäron. Maar vanwaar dan dat harde optreden? Om te tonen dat juist vanuit liefde soms keihard moet worden gehandeld, want zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

Ja, het ware misschien vriendelijker geweest indien ik niet zo duidelijk mijn grote zorg richting BLM had kenbaar gemaakt. Vriendelijker: ja! Maar soms is juist vanuit liefde duidelijkheid een vereiste. En dus waardeer ik het telefoontje met de goedbedoelde waarschuwing, maar ik neem mijn woorden niet terug. Uit liefde voor de brede samenleving blijf ik mijn zorgen uitspreken over de gevaarlijke aspecten van BLM, terwijl ik tegelijkertijd ieder vorm van racisme keihard veroordeel.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

De mens leert nooit van de geschiedenis – dagboek van een opperrabbijn 9 juli 2020

Het was me het dagje wel. Om 8:30 uur mijn huis verlaten op weg naar Brussel en nu 22:45 uur weer thuis. In Brussel had ik een belangrijke ontmoeting over reizen met EU-politici naar Auschwitz. Zo’n reis kost geld en, zoals mij werd uitgelegd, zijn politici zeker bereid mee te komen, mits het hun eigen buidel ongemoeid laat. En dus moeten wij hun tickets betalen, hun hotels en de taxi’s die ze moeten nemen om van en naar het vliegveld te komen.

Wie zijn die ‘wij’ vraagt u zich af. ‘Wij’ zijn de staf van de EJA – European Jewish Association. Dit is een koepelorganisatie waaronder allerlei organisaties vallen. Een van die organisaties is de RCE, de Rabbinical Center of Europe en ook EIPA, een persbureau dat als voornaamste taak heeft om de verdraaiingen die over Israël worden verkondigd te neutraliseren. Dat is een belangrijke taak gezien de onwaarheden die worden verkondigd door onze ‘vrienden’ groot en fnuikend zijn.

Neem bijvoorbeeld ons eigen NOS-journaal, dat toch door de gemiddelde Nederlander als het summum van neutraliteit wordt beschouwd. De NOS spreekt steevast over bezette gebieden in plaats van betwistte gebieden. En de inwoners van de betwistte gebieden, zijn geen mensen, maar kolonisten. En het woord kolonisten doet ons meteen denken aan ons koloniale verleden dat speciaal in deze tijd van het Zwarte-Piet-fanatisme een catastrofale uitstraling heeft. Kijkt u in dat kader even hiernaar. 

De RCE, waar ik bestuurder van ben, heeft meer dan 800 leden die door het hoofdkantoor in Brussel gesteund worden op velerlei gebied. Mijn specifieke taak bestaat eruit om de lokale rabbijnen daar waar nodig te ondersteunen met gioer- het toetredingsproces. Als een lokale rabbijn wordt geconfronteerd met iemand die niet-joods is en Joods wil worden, dan begeleid ik de vaak jonge rabbijn in zijn begeleiding van het gioer proces. Maar daarnaast ben ik belast met de contacten met Overheden op het gebied van bijvoorbeeld besnijdenis, koosjer slachten, antisemitisme, media. Het voornaamste doel van deze trip was om in Nederland een club op te richten van niet-joden die bereid zijn hun invloed aan te wenden om de politiek de juiste kant op te krijgen. En met die juiste kant bedoel ik zeker niet dat die lobby pro Netanyahu moet zijn, maar wel een lobby die bereid is om ook Israël te bekijken door een gewone neutrale bril en niet met sterk gekleurde glazen. Ik hoop dat dit gaat lukken, maar het wordt steeds ingewikkelder, want heden ten dage mag alles alleen nog maar gekleurd bekeken worden. Of juist niet? Ik kan er soms geen touw meer aan vastknopen.

Op de terugweg in de auto ontvang ik een verontruste e-mail over een artikel in het NRC met als titel: ‘AIVD-infiltrant bij extreemrechts’. De bestuurder van de Joodse Gemeente die mij het artikel stuurt heeft er in zijn begeleidende e-mail bijgeschreven: de rillingen lopen me over de rug. En hoewel ik niet zo snel bevangen word door rillingen, is dit wel een uiterst zorgwekkend relaas. Het toont hoe diep en sluw het extremisme, antisemitisme, neonazisme en anarchisme sluipend en steeds duidelijker aanwezig zijn om onze mondiale en ook Nederlandse gemeenschap te penetreren. En ondertussen concentreert de politiek en ook de Kerk zich vooral op Israël, de enige democratie in het Midden-Oosten waar democratie echte democratie is.

O ja, nog even vergeten. Toen ik eergisteren in Maastricht door de binnenstad liep werd ik door een mij onbekende man aangesproken. Of ik Joods was, vroeg hij mij. Een briljante vraag, dacht ik bij mezelf. Hoed op, baard, donker pak. Hoe Joodser zou ik eruit kunnen zien. Toen ik bevestigend had geantwoord vroeg hij mij waar hij mij over een kwartier zou kunnen treffen.

Om een lang verhaal kort te maken: via zijn ouders was hij in het bezit gekomen van een Jad, een zilveren stokje met aan het eind een handje (Jad) waarmee de tekst wordt aangewezen bij de voorlezing uit de Thora. Hoe het bij zijn ouders was gekomen wist hij niet, maar hij had er geen goed gevoel bij. En dus kreeg ik het jadje. Aan wie het had toebehoord? En waar en wanneer waren de eigenaren vergast? Het zal onbekend blijven. Maar het jadje, het handje, was nu terug naar waar het behoorde te zijn: in Joodse handen.

Voelt u wat er hier gebeurt? Het verleden wordt me aangereikt in de vorm van dat jadje uit de jaren ’40- ‘45. De toekomst laat zich raden als ik lees hoe steeds dieper en dieper extreemrechts en extreem-links onze maatschappij penetreren en uit zijn op een herhaling van 75 jaar geleden. En in Brussel was ik op zoek naar middelen om te voorkomen dat het verleden op korte termijn onze toekomst gaat worden. Ik benadruk vaak dat de enige wetmatigheid die we kunnen leren uit de geschiedenis luidt: de mens leert nooit van de geschiedenis, want de geschiedenis herhaalt zich steeds. En toch was ik in Brussel op ons Europese hoofdkantoor om die wetmatigheid der geschiedenis teniet te doen. Of het lukt weet ik niet. Ik begrijp de koude rillingen waarover ik las in mijn email erg goed. Want het wordt me steeds duidelijker dat het TOEN bezig is om NU het MORGEN te bepalen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Het nieuwste geloof: anti-racisme!

Als ik oorlogen ga analyseren wordt het mij steeds duidelijker dat de grote gemene deler van alle oorlogen weinig te maken heeft met idealen, maar louter en alleen met macht. En die hunker naar macht is weer gekoppeld aan persoonlijke belangen zoals geld en ontucht. Het past echter niet om hardop te zeggen dat er gestreden wordt voor het verkrijgen van persoonlijke macht en daarom wordt de strijd verpakt in een ideaal, bijvoorbeeld een godsdienst. Grote leiders ‘gebruiken’ dan het volk om zichzelf te verrijken. Maar dat volk zal gemotiveerd moeten worden en dus wordt er een ideaal uit de kast gehaald, bijvoorbeeld een godsdienst of een levensvisie zoals het communisme of de secularisatie. Ja, secularisatie. Ook secularisatie is een levensbeschouwing en kent, gelijk godsdiensten, ook vormen van extremisme.
Maar het nieuwste geloof heet: anti-racisme. Ik zie mensen knielen, ik zie hoe een individu tot heilige wordt verklaard, ik zie hoe er wordt opgeroepen tot een beeldenstorm, ik hoor de antisemitische slogans. Een geloof of een levensbeschouwing, zoals bijvoorbeeld het communisme, kan een zeer zuiver, welgemeend en idealistisch uitgangspunt hebben. Maar het onzuivere en enge is als er rondom dat zuivere beginsel een ideologie ontstaat doorspekt (om even een niet Joodse uitdrukking te gebruiken) met egoïsme, machtsstrijden, geld, roem, persoonlijke fysieke belangen, overspel en ontucht. Kijk naar de vriendenkring van Epstein! Hoe kan het dat zijn leefwijze werd getolereerd en gedragen? Hoe kan het dat de wereld zijn ogen sluit voor vrouwenhandel, ontucht, overspel, pedofilie?
“Dit is de wet van de Thora” (Numeri 19:2). En de wet die dan besproken wordt is de wet van de Rode Koe. Een wet die te maken heeft met rein en onrein. Een wet die zelfs koning Salomon niet kon begrijpen. En juist die wet wordt genoemd: Dit is de wet van de Thora.
De wereld zit vol met valkuilen, vol met mensen die van elkaar verschillen, vol met manieren om de Eeuwige te dienen. Kunnen we dat vatten, plaatsen, begrijpen? Neen. En dus? We moeten voortdurend het kaf van het koren scheiden. Accepteren dat mensen onderling van elkaar verschillen en vanuit dat inzicht samen aan een betere wereld werken.
Toen het Joodse volk de slavernij in Egypte had verlaten moesten ze door de Schelfzee trekken op weg naar de berg Sinai, de Tien Geboden. Het volk bestond uit twaalf stammen. Iedere stam had in die zee zijn eigen pad, zijn eigen tunnel. Ze kwamen allen vanuit dezelfde positie en hadden ook hetzelfde doel voor ogen. Maar hun wegen waren wel verschillend. In de Joodse filosofie wordt uitgelegd dat tussen die verschillende paden een doorzichtige wand was. Anders geformuleerd en geglobaliseerd: ieder volk en ook ieder individu, heeft hetzelfde uitgangspunt. Ook de richting dient voor ieder mens dezelfde te zijn. Maar ieder heeft wel zijn eigen specifieke pad. Maar ondanks die diversiteit: Oog en begrip voor de weg van de ander, ieder ander!

Binyomin Jacobs, opperrabbijn.
Tammoez 5780

 

Inter Provinciaal Opper Rabbinaat
Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam T 020 3018495 E rabbinaat@ipor.nl
Het Rabbinaat omvat: Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland,
Noord-Holland (m.u.v. Amsterdam), Utrecht, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg

Demagogie is gevaarlijker dan corona – dagboek van een opperrabbijn 7 juli 2020

Aan het aantal kilometers dat ik per week nu afleg begin ik te voelen dat alles weer langzaam naar het oude normaal teruggaat. Eerst Antwerpen om koosjere etenswaren in te kopen en gezien we dan toch in Antwerpen waren, meteen een bezoek gebracht aan de Jesjiwa, Talmoed Hogeschool, want daar hebben we een kleinzoon zitten en een Joodse jongen uit Amersfoort die het daar geweldig doet. Mijn kleinzoon trouwens ook. Geeft een fijn gevoel dat de directeur speciaal naar buiten komt om mij te complimenteren met hun leerprestaties. Hoort u het? De twee jongetjes lernen met heel veel overgave en inzet en ik krijg de eer!

Van Antwerpen naar het klooster in Cadier en Keer. Ja, u leest het goed: opperrabbijn bezoekt klooster. En wat doet hij daar dan, hoor ik u vertwijfeld denken. Een goede bekende van mij, Massimo Paloni, is 25 jaar getrouwd. Groot feest dus in het klooster, waar momenteel twaalf jongemannen in opleiding zijn tot priester. Zij behoren tot een bepaalde stroming binnen de RK kerk die zeer pro Israël is. Hoe het dan precies in elkaar zit dat Massimo gehuwd is, is me niet geheel duidelijk, want de leerlingen zijn en blijven allen een celibatair leven leiden. Maar ik hoef ook niet alles te begrijpen heeft mijn moeder mij altijd voorgehouden. Bovendien hebben we sjabbat jongstleden in de Thora gelezen over de wetten van de Rode Koe, over rein en onrein, en een van de belangrijke lessen die we hieruit halen is dat de mens ervan doordrongen moet zijn dat hij niet alles kan vatten.

Mij was verzocht om spontaan het bruidspaar toe te spreken en ook spontaan met een mop te beginnen. Ik had nog wel een grap paraat over Moos en Saar die 25 jaar gehuwd zijn. Maar Moos en Saar passen niet zo goed in het RK Limburg. En dus heb ik de mop aangepast en Moos en Saar vervangen door Johannes en Catharina. Als rabbijn is aanpassing aan de situatie van groot belang en dus heb ik minder Joods klinkende namen genomen. Dat komt voort uit een essentiële pastorale regel, dat als ik iemand mag bijstaan moet ik niet vanuit mezelf adviseren, maar vanuit de denkwereld van de ander.

Dit geschreven hebbend dwaalt mijn gedachte af naar mijn vergadering vanmiddag in Gouda, alwaar de Adviesraad van het Cheider bijeenkomt. In die Adviesraad zitten zwaargewichten: twee voormalige ministers, hoogleraren, een topjurist, een lid van de Raad van State en een aantal onderwijsdeskundigen, een voormalig bankdirecteur en een dominee. Mensen die zich geheel belangeloos inzetten om het Joodse onderwijs voor Nederland te behouden. Geweldig! Cheider is uniek, helaas. Veel te weinig leerlingen, een bijzondere identiteit, een piepkleine poel om bestuurders uit te putten en vaak doelwit van negatieve generalisatie: want het is godsdienstig. En godsdienst is heden ten dage geen pro.

Neem bijvoorbeeld het koosjere slachten. Koosjer slachten is een slachtmethodiek die zeker het welzijn van het dier hoog in het vaandel heeft staan. Maar de term ‘koosjere slachtmethodiek’ ziet u in geen krant vermeld. Neen, het wordt genoemd: ‘ritueel slachten’. En de betwiste gebieden in Israël heten ‘bezette gebieden’. Lieve mensen het Jodendom kent geen enkel ritueel tijdens, voor of na het slachten. Wij dansen niet om de koe, spelen geen muziek en doen niets wat ook maar riekt naar ‘ritueel’. Maar door de term ritueel te gebruiken is de meute bijna per definitie tegen. En met betrekking tot de ‘bezette gebieden’ waarbij de discussie is of ze inderdaad bezet zijn, ware het joods-vriendelijker geweest indien het beestje gewoon bij de juiste naam genoemd zou worden, namelijk ‘betwiste’ gebieden.

Maar gezien de meute niet tot nauwelijks tot zelfstandig denken in staat Is en afgaat op oppervlakkige berichtgeving, zijn de bijvoeglijke naamwoorden ‘ritueel’ en ‘bezette’ bewust ingevoerd. Demagogie is mijns inziens een virus dat gevaarlijker kan zijn dan Corona en zeker ongekend meer slachtoffers heeft geëist en nog steeds eist. Jammer dat niemand probeert een vaccin hiertegen te ontwikkelen. Het zou de hele wereld ten goede komen en een perfect middel zijn, tegen iedere vorm van racisme, want uiteindelijk worden de mensen gevormd door de visie die ze voorgeschoteld krijgen.

Maar voordat ik Maastricht verliet had ik eerst een gesprek met Benoit Wesly, de Maastrichtse hotelmagnaat. We zijn vrienden en steunen elkaar. We hebben overlegd hoe Israël in een beter daglicht te plaatsen en hoe om te gaan met aanvallen van binnenuit. De uitdrukking “hoge bomen vangen veel wind” ondervindt hij aan den lijve. Maar ook in de politiek gaat het zo en in de wereld van de medici gaat het soms letterlijk over lijken! Maar ook in de kerken, zoals ons duidelijk werd bij het feestje in het klooster en ook in de rabbinale wereld is het helaas niet anders. Als niemand iets van de rabbijn hoort, is het niet goed. Maar als de rabbijn zich juist goed en zichtbaar profileert, is het voor sommigen nog erger.

Politiek bedrijven vind ik wel leuk. Het hoort er gewoon bij. Maar als die politiek uit de eigen achterban komt, doet het me pijn en maakt me bedroefd. Maar mijn vriend, de koning van Maastricht, heeft me gerustgesteld door me duidelijk te laten weten dat juist de interne aanvallen er altijd zullen blijven. En dat komt ook overeen met de Joodse filosofie: als er geen tegenstand is, is de satan kennelijk tevreden en ben je dus verkeerd bezig. Maar als er wel tegenstand is, is dat een teken dat de satan ontevreden is met hetgeen je doet, want je doet wat G’d van je verlangt en de weg van de satan weiger je te betreden.

Ik weet me getroost want ik krijg veel kritiek en doe het dus kennelijk erg goed.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.

 

Antiracisme is de nieuwste godsdienst – dagboek van een opperrabbijn in coronatijd 6 juli 2020

Een telefoontje voor een toespraak op 17 januari 2021, Dag van het Jodendom in Maastricht, een lezing in maart 2021 en een verzoek om 9 december 2020 vooral vrij te houden in mijn agenda. O ja, een email van een lid van de Tweede Kamer die mij dankt voor de toezending van mijn dagboek van donderdag. De inhoud heeft haar nog net op tijd bereikt om het mee te nemen in het debat over racisme. En een verzoek of ik zondag aanstaande, bij een receptie vanwege een 25-jarig huwelijksfeest van een RK-echtpaar, spontaan een toespraak wil houden en dan ook spontaan graag beginnen met een mop, liefst een die betrekking heeft op het 25-jarig huwelijk.

En inderdaad weet ik er wel een. Moos en Saar zijn 25 jaar getrouwd. Moos belooft Saar een prachtige vakantie op de Zuidpool. Saar is helemaal beduusd. Wow! Als ik dit enorme cadeau krijg voor ons 25-jarig huwelijksfeest, wat krijg ik dan als we 50 jaar zijn getrouwd? De rest van de grap is verder niet zo belangrijk, maar omdat ik steeds mezelf moet aanpassen aan de mij omringende omgeving, ‘rekening houden met’ heet zoiets, heb ik de namen Moos en Saar in het RK-zuiden aangepast en ga ik deze grap vertellen niet over Moos en Saar, maar over Johannes en Catharina. Ik ben wel benieuwd of Johannes en Catharine het net zo goed doen als Moos en Saar.

Waarom ik speciaal afreis naar Cadier en Keer, een “voorstad” van Maastricht, om een 25-jarig huwelijksfeest bij te wonen? Wel, ik zal daar niet de enige zijn en ook niet de enige uit Joods Nederland. Dit jubilerende echtpaar staat met hun beweging binnen Katholiek Nederland vooraan in de rij om Israël en het Joodse volk te steunen. Je zou die beweging kunnen vergelijken met Christenen voor Israël, alleen dan wel katholiek en ook heel anders. Voor mij als in/outsider wordt het verschil tussen RK en Protestant steeds meer zichtbaar en al filosoferend begin ik steeds meer te beseffen dat ‘tolerantie’ makkelijker is uitgesproken dan nageleefd. De medemens in zijn waarde laten is, op z’n zachtst uitgedrukt, erg lastig als zijn of haar leefwijze jouw beginselprincipes verwerpt. Laat ik terugblikken naar de jaren dat in Ierland de protestanten en de katholieken elkaar letterlijk vermoorden. Ik kon het nooit plaatsen. Christenen die elkaar naar het leven staan!? Maar naarmate ik beter de verschillen tussen RK en Protestant begin te beseffen, kan ik de strijd plaatsen.

Maar de brandende vraag voor mij blijft: was de godsdienststrijd het doel of het middel? En naarmate ik oorlogen ga analyseren wordt het mij steeds duidelijker dat de grote gemene deler van alle oorlogen weinig te maken heeft met idealen, maar louter en alleen met macht. En die hunker naar macht is weer gekoppeld aan persoonlijke belangen zoals geld en ontucht. Het past echter niet om hardop te zeggen dat er gestreden wordt voor het verkrijgen van persoonlijke macht en daarom wordt de strijd verpakt in een ideaal, bijvoorbeeld een godsdienst. Grote leiders ‘gebruiken’ dan het volk om zichzelf te verrijken. Maar dat volk moet je als leider dus achter je zien te krijgen. Dat volk dat voor jou gaat strijden zal gemotiveerd moeten worden en dus wordt er een ideaal uit de kast gehaald, bijvoorbeeld een godsdienst of een levensvisie zoals het communisme of de secularisatie. Ja, secularisatie. Ook secularisatie is een levensbeschouwing en kent, gelijk godsdiensten, ook vormen van extremisme.

Maar de nieuwste godsdienst heet, mijns inziens: antiracisme. Ik zie mensen knielen, ik zie hoe een individu tot heilige wordt verklaard, ik zie hoe er wordt opgeroepen tot een beeldenstorm, ik hoor de antisemitische slogans. Een godsdienst of een levensbeschouwing, zoals bijvoorbeeld ook het communisme, kan een zeer zuiver, welgemeend en idealistisch uitgangspunt hebben. Maar het onzuivere en enge is als er rondom dat zuivere beginsel een ideologie ontstaat doorspekt (om even een niet Joodse uitdrukking te gebruiken) met egoïsme, machtsstrijden, geld, roem, persoonlijke fysieke belangen, overspel en ontucht. Kijk naar de vriendenkring van Epstein! Hoe kan het dat zijn leefwijze werd getolereerd en gedragen? Hoe kan het dat de wereld zijn ogen sluit voor vrouwenhandel, ontucht, overspel, pedofilie?

In het deel van de Thora dat vorige week centraal stond lazen wij: Dit is de wet van de Thora (Numeri 19:2). En de wet die dan besproken wordt is de wet van de Rode Koe. Een wet die te maken heeft met rein en onrein. Een wet die zelfs koning Salomon niet kon begrijpen. En juist die wet wordt genoemd: Dit is de wet van de Thora. De wereld zit vol met valkuilen, vol met mensen die van elkaar verschillen, vol met manieren om de Eeuwige te dienen. Kunnen we dat vatten, plaatsen, begrijpen? Neen. En dus? We moeten voortdurend het kaf van het koren scheiden. Accepteren dat mensen onderling van elkaar verschillen en vanuit dat inzicht samen aan een betere wereld werken.

Toen het Joodse volk de slavernij in Egypte had verlaten moesten ze door de Schelfzee trekken op weg naar de berg Sinai, de Tien Geboden. Het volk bestond uit twaalf stammen. Iedere stam had in die zee zijn eigen pad, zijn eigen tunnel. Ze kwamen allen vanuit dezelfde positie en hadden ook hetzelfde doel voor ogen. Maar hun wegen waren wel verschillend. In de Joodse filosofie wordt uitgelegd dat tussen die verschillende paden een doorzichtige wand was.

Anders geformuleerd en geglobaliseerd: ieder volk en ook ieder individu, heeft hetzelfde uitgangspunt. Ook de richting dient voor ieder mens dezelfde te zijn. Maar ieder heeft wel zijn eigen specifieke pad. Maar ondanks die diversiteit: oog en begrip voor de weg van de ander!

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks. 

 

 

Antisemitisme is nooit weggeweest – dagboek van een opperrabbijn 1 juli 2020

Het komt steeds dichterbij: Op 13 juni werd er tijdens een manifestatie tegen racisme te Parijs (6 uur rijden) gescandeerd: “Sales Juive”(vuile Jood). En zondag jongstleden weerklonk in de straten van Brussel (2½ uur met de auto): “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen”.

En terwijl ik zorgelijk hiervan kennis neem, krijg ik een e-mail van een Joodse vrouw, die ingaat op mijn dagboek. Leest u zelf:

Rabbijn Jacobs,

U heeft het er vaak over. En het valt andere mensen, niet Joods, ook op. Zij begrijpen het niet.
Een kennis van me begon er zelfs over.
Zij was ontdaan over wat ooit in een krant had gestaan, over antisemitisme, toen er een steen bij u naar binnen was gegooid. “Bij ons vroeger thuis kwam ook wel eens een baksteen door het raam. Wij woonden op een hoek. Je schrikt verschrikkelijk! Maar dit zijn kwaaie jongensstreken!”
Zij kon er geen antisemitisme in ontdekken.

Rabbijn Jacobs. U spreekt steeds over “opkomend” antisemitisme. Ik kan niet wennen aan dat woord: “opkomend”.
In mijn ogen is het er altijd geweest. Ik heb geleerd, op de lagere school, hoe slecht Joden zijn. Er was toen ook een speciaal gebed voor iedereen die slecht was. “Zondaar was”. Voor ieder type zondaar werd gebeden voor bekering en dan moest je gaan staan. Voor de Joden werd ook gebeden. Maar die waren zó slecht dat je er niet voor mocht gaan staan. Je moest blijven zitten. Dan werd er ook boos naar mij gekeken. Dat vond ik raar en ik begreep dat niet. Wij waren thuis katholiek. Ik leerde ook dat “de Joden” de ellende zelf over zich hebben afgeroepen. Want………………. Dát is wat door de eeuwen heen aan iedereen is onderwezen. Tot de jaren 60 ongeveer.
Dus Joden zijn slecht! Door hen lijden we dagelijks pijn en zijn er nog steeds oorlogen. En hun religie is vreemd en achterhaald.

En zo denkt de doorsnee Nederlander er ook over. De wereld is niet veel wijzer geworden in de 81 jaar dat ik erop rondloop.
Waarom dit verhaal? Ik heb het idee dat mensen u niet begrijpen als u het over antisemitisme hebt. Voor hen is het zó gewoon. Joden zijn slecht. Dat is nu eenmaal zo.

Een verdrietige brief. Wat mij betreft moeten we zo min mogelijk terugblikken. Oog hebben voor het nu is van groter belang. Hoe vaak kwamen christenen bij mij om oprechte vergiffenis te vragen voor de vervolgingen door de eeuwen heen door hun voorouders bedreven. Voor mijn gevoel totaal overbodig. Ik voel me daarbij zelfs ongemakkelijk. De hechte vriendschappen die ik heb met de bisschoppen en in PKN-kringen, worden door mij gekoesterd. Daar richt ik mijn blik op en daar gaat het om. Voor nu en voor morgen.

Maar tegelijkertijd moet ik wel beseffen, zo vertellen mijn christelijke vrienden, dat er nog grote groepen in de kerken lijden aan de besmettelijke ziekte die antisemitisme is en antizionisme wordt genoemd en dan veelal gekoppeld zit aan de vervangingstheologie. Maar laat ik duidelijk zijn: Het “sales juives” van 13 juni en het “Khaybar, khaybar o Jood, het leger van Mohammed zal terugkomen” zal niet geïnspireerd zijn door de christelijke vervangingstheologie. Maar dat maakt niet uit, want het antisemitische virus muteert door de eeuwen heen.

Vandaag werd te Nijkerk een geweldig boeiende tentoonstelling geopend genaamd “Redders in Nood”. Het toont het verzet dat er werd gepleegd in ons land in de Tweede Wereldoorlog. Midden in de tentoonstelling staan er drie deuren naast elkaar. De bezoeker kan aanbellen en hoort de befaamde verzetsstrijder Ds. Overduin vragen of de mensen die hier wonen, leden van zijn kerk, voor één nacht twee Joodse mannen in huis kunnen nemen. Een van de drie wordt kwaad en verwijt de dominee dat hij zijn gemeente in gevaar brengt, de ander durft niet en de derde is bereid ze in huis te nemen.

Ondertussen leert de tentoonstelling mij ook dat het kopgeld (de beloning die verkregen werd voor iedere Jood die verraden werd), waarvan ik dacht dat het maximumbedrag Fl. 7,50 bedroeg (voor die tijd een aanzienlijk bedrag) later is opgelopen tot wel Fl. 40,00 voor iedere Jood die werd verraden. Ik ben benieuwd of voor het verraad van Bep, over wie ik eergisteren heb geschreven, de hoofdprijs is verkregen of dat de helden/verraders het met minder moesten doen. Misschien kunnen de nazaten alsnog bij de overheid een navordering indienen. Moet toch kunnen?!

Enfin, laat ik stoppen. Ik ben niet boos, maar intens verdrietig. Maar tegelijkertijd innig dankbaar voor de verzetshelden van toen en de christelijke en ook niet-christelijke vrienden van nu. Want ik ben gezegend met prachtige vriendschappen.

Gedurende coronatijd houdt Opperrabbijn Jacobs een dagboek bij voor het Joods Cultureel Kwartier. CIP publiceert deze bijzondere stukken dagelijks.